Posts tonen met het label Noord-Ierland. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Noord-Ierland. Alle posts tonen

01 november 2024

Terug Ierland

Op maandag 23 september '24 verlieten we Derry, maar ook Noord-Ierland. We reden het Ierse graafschap Donegal binnen. Ditmaal ruilden we het Verenigd Koninkrijk met Ierland op gewone wegen, niet via de snelweg zoals eerder. Dit maakte dat we meteen zagen dat we de grens over waren: de wegmarkering op de wegen is namelijk anders in beide landen... maar verder was er opnieuw niks te zien.

Niet ver van de grens stopten we bij "Grianán of Aileach", het 'stenen fort van Aileach' op heuvel Greenan Mountain op 244 meter boven de zeespiegel. Het biedt een spectaculair uitzicht over Lough Foyle, Lough Swilly en de omliggende omgeving. De omgeving was, ondanks de dikke wolken, prachtig. En het fort vonden we erg bijzonder. 

Stenen forten zoals deze werden gebouwd in het vroegmiddeleeuwse Ierland. Een dergelijk groot fort is vrij zeldzaam. Er wordt gedacht dat het fort oorspronkelijk ergens vóór het jaar 800 werd gebouwd. Men had op die manier een goed uitzicht over de veroverde gebieden. Waarschijnlijk lagen rondom het fort ook nog twee andere heuvelforten en was het geheel helemaal ommuurd en omringd door ondiepe sloten.

De doorsnede van dit ronde fort is ongeveer 23 meter. Er is maar één toegang. Deze staat in het oosten. De brede stenen muur is ongeveer 5 meter hoog en omvat een reeks terrassen die toegankelijk zijn via stenen trappen aan twee kanten van de cirkel. 
Er werden overblijfselen van een rechthoekig gebouw uit het begin van de 19e eeuw gevonden. Het is niet duidelijk of het een kapel of een woning was. Nu is er in ieder geval niets meer van te zien.
 
Voor onze volgende bestemming reden we weer terug naar het noordoosten, maar bleven we binnen de Ierse landsgrenzen. We reden naar Newtown - Newmills. In dit dorpje is het oudste nog bestaande gebouw 400 jaar oud, maar daar gingen we niet voor langs. 
Sinds het begin van de negentiende eeuw staan ​​er twee watermolens, de Newmills Corn & Flax Mills. Eén molen werd gebruikt om haver en gerst te malen, de andere om vlas te "zwingelen". Het water om de waterraden te doen draaien, wordt uit rivier Swilly gehaald.

Eerst gingen we, met een gids, de graanmolen binnen. In die molen zagen we dat die ongeveer hetzelfde werkte als dat we al eerder zagen, maar dan in windmolens. Die vlasmolen was helemaal nieuw voor ons. 

Vlasmolens voor het spinnen van vlasgaren werden in 1787 uitgevonden door twee Engelsen. Vlas wordt (o.a.) geteeld om de vezels waarmee linnen gemaakt werd (wordt). De vlasplant wordt met wortel en al uit de grond getrokken om een zo lang mogelijke vezel te behouden. Vroeger gebeurde dit met de hand en werd het vlas in pakketjes tegen elkaar gezet om te drogen. Daarna komen er, binnen de molen, drie machines aan te pas, aangedreven door het water van de molen: één voor het uitdorsen van het zaad, één voor het breken en scheiden van het stro (stengel) van de vezel en één voor het verder scheiden van het gebroken stro en de stof van de vezel... gevaarlijk en ongezond werk... 

In de Victoriaanse tijd vormde deze vlasmolen de kern van het complex, die cruciale bevoorrading leverde aan de linnenindustrie, destijds de ruggengraat van de economie van Ulster. Ze leverden onder andere aan het Britse leger, voor hun uniformen en materiaal. Het dorpje Newmills breidde zich gestaag uit met een café, een winkel en een smederij. Aan het begin van de 20e eeuw exporteerde Newmills ook voedsel... maar werden de oorspronkelijke boeren hier rijk van? Neen, het was een Britse familie die er de baas was, vertelde gids... Interessant.



Vervolgens reden we naar Glenveagh National Park, een dikke 20 km naar het noorden. We wilden er eigenlijk eerst iets eten en dan gaan wandelen, maar aangezien, op dat moment van het jaar, het restaurant bij het bezoekerscentrum al gesloten was, gingen we eerst wandelen... want 4 km verderop, bij het kasteel, lag nog een eethuisje dat wel nog open was.

Het mooie park omvat meer dan 16.000 hectare met bergen, meren en bossen. Je hebt er prachtige uitzichten, onder andere van de Derryveagh bergen. In het park bevindt zich ook het Victoriaans kasteel van Glenveagh, met de bijbehorende kasteeltuinen, dat uitziet over Lough Beagh. De bouw van het kasteel begon in 1867 en werd voltooid in 1873, waardoor het een juweeltje uit het Victoriaanse tijdperk werd. De toenmalige kasteelheer was verantwoordelijk voor de zogenoemde uitzettingen van Derryveagh in 1861, toen hij 47 families, zo'n 250 burgers, van hun huizen verdreef... om zelf een beter uitzicht te hebben over zijn landgoed...

Wij wandelden de vier kilometer naar het kasteel, liepen door één van verschillende kasteeltuinen en wandelden daarna enkele kilometers langs Lough Beagh. Eens terug bij het kasteel aten we wat en wandelden we de vier kilometer terug naar onze auto... het was een mooie wandeling van zo'n 12 (?) kilometer.


Nadien trokken we, voor twee nachten in in The Snug in de achtertuin van een gezin in Letterkenny. Het appartementje was niet groot, maar praktisch... op het feit dat er geen eettafel was na... Er stond buiten wel een tafeltje met stoelen onder het afdak van het appartementje, maar om buiten te eten was het toch net te koud 's avonds... en zeker 's ochtends... Ach ja, hoeveel gezinnen eten er tegenwoordig niet op de zetel voor TV? Wij hebben dat daar dus ook gedaan... 

28 oktober 2024

Derry - Londonderry (deel 2)

Zondag 22-09-2024:

Na vele uren met de voormalige problemen van Derry bezig geweest te zijn, trokken we nog verder terug de tijd in: na een erg late lunch gingen we de 400 jaar oude stadsmuren van Derry ontdekken... Derry is overigens nog de enige Noord-Ierse stad die nog volledig ommuurd is... 

Derry was eeuwenlang het toneel van de strijd om de macht. De eerste ommuring bestond uit aardwerken die in 1566 werden aangelegd. In 1608 faalde deze ommuring. Na een zorgvuldige planning werden de huidige muren tussen 1613 en 1618 gebouwd. Hiervoor werd voornamelijk materiaal uit de ruïnes van middeleeuwse kloostergebouwen gebruikt. Ondanks belegeringen in 1641, 1649 en 1689 door de Britten en Schotten werden de stadsmuren van Derry nooit verwoest! 

Over de stadsmuren van Derry kan je volledig wandelen. Na de laatste uitbreidingen van de muur waren er tien (vierkante) artilleriebastions en zeven poorten. Twee van die stadspoorten hadden ooit een ophaalbrug. De muren zijn uitgerust met krachtige verdedigingswerken. In totaal is de muur 1431 meter lang. Ze is 7,3 meter hoog. Op verschillende plaatsen staan nog kanonnen opgesteld.

Nadat we gegeten hadden liepen we naar de Ferryquay Poort om onze verkenning van op de stadsmuren te starten. Dit was het meest logische startpunt omdat we gezien hadden dat daar ook een supermarkt lag... en dat was voornamelijk handig om onze wandeling te eindigen. We wandelden kloksgewijs.

Die Ferryquay poort had oorspronkelijk twee torens aan weerszijden en een ophaalbrug. Het poortgebouw diende als stadsgevangenis. Daardoor is de stadsmuur er heel erg breed. De weg onder de Ferryquay poort leidde naar, zoals de naam van de poort al doet vermoeden, de eerste ferry over rivier de Foyle.

Van op de stadsmuren passeerden we de St. Columb's Kathedraal. Deze werd ook in de 17e eeuw gebouwd, binnen de stadsmuren. Omdat ze zo dicht tegen de muur aanstaat, werd ze tijdens belegeringen ook gebruikt voor opslag van artillerie.

De kathedraal is protestants en was de eerste in Noord-Ierland na de 'reformatie', het moment dat er meer protestanten dan katholieken in Noord-Ierland waren.

Tussen 'Double Bastion' en 'Royal Bastion' keken we uit over "the Bogside", het voormalig moeras waar de katholieken (minderwaardig) gehuisvest werden, waar "Free Derry" lag en waar veel van 'the troubles' uitgevochten werden. We zagen dus waar we eerder die dag overal geweest waren... de muurschilderingen waren duidelijk te zien vanop de stadsmuren waardoor we gemakkelijk onze route zagen.

Even verderop passeerden we, het binnen de stadsmuren gelegen, 'Memorial Hall of the Apprentice Boys of Derry'. Dit is momenteel een museum dat "de leerlingen van Derry", die hier ooit naar school gingen, herdenkt, maar ook de slachtoffers uit WOI worden er herdacht. 

Organisatie "Apprentice Boys of Derry" werd opgericht nadat 13 van de leerlingen van deze school de stadspoorten gesloten hadden voor een opstand tegen Derry. Door dit te doen, keerden ze zich in feite tegen koning Jacobus II... Zeker in de loop der tijd werd deze vereniging een radicale protestantse, pro-Britse groepering. In het gebouw kwamen ook leden van de Oranjeorde samen... deze verenigingen waren, met hun vele marsen en extreme ideeën, vrij regelmatig aanstokers van problemen met hun 'buren' uit de Bogside. Waarschijnlijk vliegt er nog wel eens iets over de muur in de richting van dit gebouw. Tegenover het gebouw werd namelijk, als enige plaats op de stadsmuren, hekwerk aangebracht...

We vervolgden onze tocht over de muren en passeerden onder andere ook het 'Tower Museum'. Dit museum heet zo omdat het, in de vorm van die toren op de plaats van de oorspronkelijke buskruittoren werd gebouwd. 

De twee exhibities die in Tower Museum gevestigd zijn, hebben helemaal niks te maken met de oorspronkelijk "O'Doherty Tower"... trouwens wel héél gevaarlijk om het buskruit zó dicht bij de stadsmuren op te slaan, niet? Oké, het ligt dan dicht in de buurt om te gebruiken bij tegenaanvallen... maar als de toren ontploft...

Even verderop dan deze O'Doherty Tower ligt, buiten de muren, de Guild Hall, waar we 's ochtends ons stadsbezoek startten.

De laatste poort en bastion die we tegenkwamen, waren de 'Shipquay Poort' en 'Water Bastion'. Rivier de Foyle kon, oorspronkelijk, tot tegen deze kant van de stadsmuur stromen. Schepen konden daardoor ook dicht bij de muren aanmeren en uitgeladen worden. Nu ligt de rivier veel verder van de murr af. Aan het cultureel centrum 'Millennium Forum' kwamen we een opmerkelijk beeld tegen, "Looking in, Looking out" van kunstenaar A. Gormley.

Oorspronkelijk waren er drie van dergelijke beelden opgezet voor een tijdelijke expositie op de 'Church Bastion', bij St. Columb's Kathedraal, nu staat er nog één, tussen de 'Shipquay Poort' en 'Water Bastion'. Dit ene resterende beeld werd geschonken door de kunstenaar aan Derry.

Uitleg over de beelden/het beeld: De ene kant van elke figuur keek naar de stad en de andere kant naar het protestants stadsdeel the Fountain, de Bogside en de oorspronkelijke Ebrington-kazerne. De figuur vertegenwoordigde de twee gemeenschappen, de katholieke Ieren en Britse protestanten, verdeeld door religie, cultuur en politiek, maar verenigd door geloof en door lid te zijn van het menselijk ras. De holle oogkassen nodigden de kijker uit om de twee tegenover elkaar liggende landschappen te verkennen. De beelden lokten tijdens de tijdelijke tentoonstelling sterke reacties uit van de burgers van Derry. Aan het einde van de tentoonstelling werden alle figuren verkocht. Vanwege de reacties schonk Gormley één figuur aan de stad.


Nadien gingen we dus enkele kleine boodschappen doen en wandelden we terug naar ons appartement. We hadden laat en best flink geluncht waardoor Johan geen grootse avondmaaltijd hoefde te maken... maar voor Ine waren het wel héél veel calorieën die er geserveerd werden! Ine kocht voor haar namelijk de kant-en-klare sticky trofee pudding met een pot 'custard', die ze al vaak gezien had bij, Marks & Spencer's... de pudding ging in de oven en de custard in een pannetje en... Mmmmmm... Johan at iets gezonder, maar kreeg ook een beetje van Ine haar "avondmaal"...

27 oktober 2024

Derry - Londonderry (deel 1)

Op zondag 22 september, alweer langer dan een maand geleden, zeg!, maakten we een stadsbezoek in Derry... of Londonderry... de oorspronkelijke Ieren (en zij die willen dat het eiland weer allemaal Ierland wordt) zeggen Derry. De Britten (en zij die willen dat de landsgrenzen blijven zoals ze nu zijn) noemen de stad, al vanaf 1613, Londonderry... 

Nadat we de heuvel waarop ons appartement stond, aan de oostkant van rivier de Foyle, afgedaald waren, staken we de "Derry Peace Bridge" over. Dit 235 meter lange, 4 meter brede gebogen voet- en fietspad, met een verdieping lager, treinspoor, werd geopend in 2011. Het strekt zich uit van Ebrington Square aan de ene kant tot de Guild Hall in het stadscentrum van Derry City, aan de andere kant.

De rivier de Foyle overbrugt hier in feite een 400 jaar oude fysieke en politieke kloof tussen twee kanten van een ooit bitter verdeelde gemeenschap. Met twee structurele armen die in tegengestelde richtingen gaan en de eenwording symboliseren van beide gemeenschappen aan de andere kant van de Foyle-rivier, de protestantse Waterside en de Nationalistische Bogside, zijn deze twee tegengestelde en onafhankelijke armen nu verenigd in een symbolische handdruk aan de overkant van de rivier. 

We startten onze wandeling doorheen het stadscentrum van Derry bij de neogotische Guildhall (gildehuis). Dit dateert uit 1887 en is ontworpen, althans haar klokkenhuis, naar de Big Ben in Londen. We liepen ook even door het gebouw. Het heeft mooie glas-in-loodramen en een orgel met 3.132 pijpen. Het bijhorende museum bezochten we niet. Op 500 meter hiervandaan stapten we wel een ander museum binnen, het Museum of Free Derry. Dit boeiende museum werd in 2006 geopend in de wijk Bogside. Dit oorspronkelijke moeras werd omgevormd tot de wijk Bogside voor de (minder gewaardeerde, Ierse) katholieken. 
Het museum of Free Derry vormt een belangrijke herinnering aan een belangrijk tijdperk in de Noord-Ierse geschiedenis: het verhaal van de burgerrechtenbeweging in de jaren 60 en de Free Derry-beweging in de jaren 1968-1972. Onderweg er heen zagen we al enkele grote muurschilderingen die aan deze periode herinneren.
Derry speelde samen met Belfast een belangrijke rol in de onlusten tussen katholieken en protestanten in het laatste derde deel van de twintigste eeuw (zoals ook in ons bericht over Belfast geschreven, ook "the Troubles", onlusten, genoemd). 

Algemeen wordt aangenomen dat het conflict dat bekend werd als de Troubles in Derry is begonnen met de Slag om de Bogside, maar een jaar eerder liep het al mis. Een burgerrechtendemonstratie vanwege de discriminatie van de katholieken in 1968 werd door de regering verboden en met geweld geblokkeerd door de Royal Ulster Constabulary (= RUC). De demonstratie was er gekomen omdat, doordat de Britten een meerderheid hadden in het stadsbestuur, ze invloed hadden op de verdeling van sociale huurwoningen. Hierdoor konden ze ervoor zorgen dat katholieken alleen in bepaalde buurten huizen kregen, en kregen protestanten meer huizen aangewezen dan katholieken. 

In de vroege uren van 5 januari 1969 verfde een tiener op de gevel van Lecky Road nummer 33 de woorden "You are now entering Free Derry" ("Je gaat nu Vrij Derry binnen")... en Free Derry Corner was geboren. Eerder die avond was de politie, na rellen, tekeer gegaan in de Bogside: ze maakten er ramen kapot en iedereen die zich verzette, sloegen ze in elkaar. Als gevolg hiervan hadden katholieke bewoners barricades opgetrokken. De naam ‘Free Derry’, waar het museum ook naar vernoemd is, werd toen gegeven aan het gebied van de Bogside, Creggan en Brandywell. Tussen augustus 1969 en juli 1972 was het gebarricadeerd voor de veiligheidstroepen. 
De Slag van de Bogside vond plaats van 12 tot 14 augustus 1969. Er waren rellen uitgebroken tussen katholieken en protestanten. Toen de RUC met steeds meer eenheden arriveerden om de rellen onder controle te krijgen, wierpen de katholieke bewoners van de Bogside grotere barricades op uit angst voor charges. De RUC was niet op de rellen voorbereid. De schilden die ze gebruikten waren ongeschikt, en ze kwamen als snel mankracht tekort, mede door de vele gewonden. 

Ook Bloody Sunday, een dramatisch dieptepunt in de onlusten, vond ook in Derry plaats. Met 'bloody Sunday' wordt verwezen naar zondag 30 januari 1972. Toen werden 13 ongewapende burgers doodgeschoten door Britse parachutisten tijdens een burgerrechtenmars in het Bogside-gebied. Nog eens 13 raakten gewond en nog een man stierf later aan zijn verwondingen... en inderdaad, dat nummer met dezelfde titel, van het Ierse U2, gaat hier over. 

De barrières rondom 'Free Derry' werden verwijderd tijdens "Operation Motorman" op 30 juli 1972. Dit was een grote, goed voorbereide operatie waarbij erg zwaar materiaal door het leger werd ingezet.

We waren onder de indruk van het Free Derry Museum... Na het museumbezoek liepen we verder door de Bogside. We kwamen verschillende muurschilderingen tegen. De meesten zijn aangebracht om bepaalde gebeurtenissen te herdenken. We liepen ook langs herdenkingsmonumenten. En de gevel met "You are now entering Free Derry", al veelvuldig bijgeschilderd passeerden we ook... en dat is overigens enkel nog maar de gevel die er staat!

We wandelden tot bij het nieuwe 'Paecemakers Museum', waar we ook een bezoek aan brachten. Dit museum richt zich op hetgeen gebeurde tussen augustus 1972 en mei 2007. Ze vertelt deze hele periode van ernstige conflicten tot vrede door de ogen van drie belangrijke figuren uit Derry: politicus John Hume, IRA-lid Martin McGuinness en politieker Mitchel McLaughlin. Er was veel te lezen en er waren heel veel filmpjes te bekijken... op een gegeven moment besloten we de filmpjes niet meer te bekijken, anders waren we nog véél langer in het museum gebleven dan als we al deden.

Waar de Noord-Ierse tegenstellingen tot 1972 zo’n 200 slachtoffers eisten, vonden in 1972 alleen al 479 mensen de dood door aanslagen en sektarisch geweld. De aanhang van de IRA groeide exponentieel. Tot 1977 kwam het jaarlijkse aantal doden door (bom)aanslagen en geweld niet onder de 200 uit.
De Britse regering trok kort na het bloedbad van Bloody Sunday zijn handen van het drama af en weigerde schuld te erkennen voor Bloody Sunday. In het betreffende onderzoek stelde de Britse politiek dat de soldaten wel ‘roekeloos’ waren opgetreden, maar in juridisch opzicht niet strafbaar waren... tot groot ongenoegen van de Ieren... de troubles duurden voort.

Tijdens de hongerstakingen van de gevangengenomen IRA-leden, begin jaren '80, waarover we al schreven, stierven ook verschillende gevangenen uit de omgeving van Derry.

Het geweld nam af tegen het einde van de Troubles, eind jaren tachtig en begin jaren negentig. Vanaf 1991 was Derry echter rustiger dan andere brandhaarden, zoals West-Belfast.

In april 1998 volgde het "Goedevrijdagakkoord". En tussen 2000 en 2005 vond een groot onderzoek plaats naar ‘Bloody Sunday’. Dit onderzoek leidde tot een omvangrijk rapport dat in juni 2010 verscheen. De hoofdconclusie van het onderzoek was dat Britse militairen in 1972 ten onrechte op de demonstranten hadden geschoten. De Britse premier David Cameron bood in 2010 dan ook, namens de regering, zijn excuses aan voor het ingrijpen van het leger op Bloody Sunday. 

Het was bijna 15u toen we dit museum uitkwamen... hoog tijd om iets gaan te eten!

23 oktober 2024

Dag 8 in Ierland

Op zaterdag 21 september '24 waren we precies één week op het eiland Ierland. We werden wakker in Ballymoney in Noord-Ierland. Het bleef een bewolkte dag en werd niet warmer dan 16°C.

We reden terug naar de kust en stopten bij Dunluce Castle. We waren niet van plan om naar binnen te gaan, maar waren daar ook nog te vroeg voor. Ook vanaf Magheracross Car Park & Viewpoint wierpen we een blik op Dunluce Castle. Vanop die parkeerplaats zagen we het kasteel vanop de kust.

Dunluce Castle is nu een ruïne, maar de muren zijn getuige geweest van een vete vol romantiek, verraad en tragedie tussen de clans McQuillan en MacDonnell.
Al in de dertiende eeuw werd er een kasteel gebouwd op de kliffen. Nadien kwam het in handen van de door de McQuillan-clan. Zij bouwden in 1513 het hoofdgebouw van het huidige kasteel. Dit werd heftig bestreden door hun rivalen, de McDonnell-clan, die uiteindelijk de gewilde locatie halverwege de 16e eeuw in beslag had genomen. In 1690 verlieten de McDonnells het kasteel nadat ze na een grote slag veel rijkdom verloren hadden.. Het werd sindsien gebruikt als bouwmateriaal voor omliggende gebouwen.
Op een gegeven moment in de 18e eeuw is, door het afscheuren van een rotsblok van de klif, een gedeelte van de noordermuur van het kasteel in zee gedonderd. 
De ruïnes werden gebruikt op enkele platenhoezen (o.a. van Led Zeppelin). Ook werd het gebruikt voor Game of Thrones als het kasteel van Huis Greyjoy. Zij gebruikten de witte kalkkliffen in de omgeving ook als 'the Wall', de gigantische sneeuwmuur ter afscherming van alles duisters wat achter die Muur huist.

Drie kilometer verderop, bij White Rock Beach, parkeerden we opnieuw. We wandelden naar het strand en zagen daar enorm veel mensen achter elkaar aan lopen en bij een vlagje teruglopen... Het leek wel een wedstrijd waarvan wij de 'kneusjes' zagen. Achteraf lazen we dat het de "Portrush Parkrun" was: "een gratis, leuk, vriendelijk en wekelijks vijf kilometer gemeenschapsevenement voor wandelaars, joggers en renners, deelnemers of toeschouwers". Wij wandelden een eindje over het strand. De witte kliffen waren, door de donkere wolken, spijtig genoeg helemaal niet zo wit op dat moment. Eigenlijk wilden we er ook een wandeling door de duinen maken, maar blijkbaar ging dat niet.

Na een half uurtje rijden, reden we onder de "leeuwenpoort" door van het grote domein met Mussenden Temple & Downhill House in Castlerock. We dronken eerst een koffietje en Ine nam er een lekker koekje bij. Nadien wandelden we over de heuveltop en verkenden we het landgoed. 
Het "Downhill House" is de ruïne van het 18e eeuws landhuis van de bischop van Derry, die ook de 4e graaf van Graafschap Derry, architectuurliefhebber en kunstverzamelaar was. De bouw van de woning startte in 1768. De woning, eerder kasteel, is gigantisch groot... Het woonhuis telde twee verdiepingen en had een binnentuintje. Achter het woonhuis lag een erg grote 'aanbouw' die kamers dienden als logeerkamers, opslagplaatsen, eetzalen, werkkamers en stallen. Deze 'aanbouw' deed, zonder dak en verdere decoratie, aan alsof het een militaire kazerne was, maar dat was in het begin dus niet zo. In WOII was het wel een kazerne van het RAF.

Ter ere van het huwelijk van de nicht van de graaf-bischop, Frideswide Mussenden, werd gestart met de bouw van het ronde Mussendentempeltje. Het diende als bibliotheek waar zijn nicht steeds terecht kon om te ontspannen. Na de dood van de dame werden haar assen erin ondergebracht en werd het een herdenkingsplaats en dus tempel. Het was geen geheim dat de graaf-bischop zijn nichtje erg mooi vond.
Er werd dan ook geroddeld dat de graaf-bischop en zijn nichtje méér waren dan gewoon familieleden. 
Het tempeltje heeft 16 kolommen en een koepel met daarboven een urn. Toen het als bibliotheek werd gebruikt, brandde er in de kelder voortdurend een vuur zodat, zelfs in slechtste weersomstandigheden, de boeken nooit vochtig waren. De binnendiameter is ongeveer 11 meter.
Momenteel staat de tempel op de rand van de klif, maar dat was in het begin niet het geval. Er werden stukken gevonden waarin beschreven staat dat er met een paardenkoets rond de tempel gereden kon worden. Erosie heeft al veel van de klif doen verdwijnen.

Verder lag er op het landgoed een grote ommuurde tuin en moestuin en een zomerhuis met duiventil voor de dochter van de graaf-bischop. Trouwens die "leeuwenpoort" waaronder we naar binnenreden, moesten geen leeuwen maar sneeuwluipaarden voorstellen... maar de persoon die deze beelden ontwierp, had deze dieren duidelijk nog nooit in het echt gezien... zó lelijk en bizar!
Overigens, de graaf-bischop had nog een ander landgoed dan enkel dit...

Ook nog in Castlerock, bezochten we Magilligan Point. Dit is het puntje van een van de grootste zandduinsystemen van de Britse eilanden. De afgelopen tijd is al meerdere keren geobserveerd dat de zandduinen slinken, maar ook weer uitbreiden. Naast natuurreservaat is het schiereiland de monding van Lough Foyle in de oceaan, is het de thuisbasis van Lough Foyle Ferry van en naar Greencastle op het Ierse schiereiland Inishowen en staat er een Martellotoren, genaamd Magilligan Martello Tower. 
Zo'n Martellotoren hadden we nog zien staan onderweg. Het zijn verdedigingstorens die de Britten gekopieerd hebben van de Italianen omdat ze zo moeilijk in te nemen waren.

We wilden een wandeling door het Magilligan Point Nature Reserve maken, maar het leek dat we dan gewoon over het strand zouden moeten lopen omdat de duinen afgezet waren voor, wat leek op, militaire doeleinden. We besloten dan geen wandeling te maken en al langs St. Aidan’s Church te rijden. Dit was een ruïne van een katholiek kerkje dat gewoon op onze route stond. Deze ruïne, met een heilige bron, waren niet zo heel speciaal. Wat wel bijzonder was, is dat er graven rondom liggen van zowel katholieken als protestanten... en dat deze graven ook in de bermen van de parkeerplaats liggen.

Johan deed inspiratie op in een toeristisch foldertje dat bij onze slaapplek lag waardoor we naar Dungiven gingen. De Roe Estuary Nature Reserve schrapten we van onze planning. In Dungiven zochten we eerst het kasteel, Dungiven Castle. Op zich hadden we dit snel gevonden: het staat pal in het centrum, maar dat was geen ideale plek om het kasteel volledig te zien en te fotograferen. Na even zoeken vonden we een wandelpad naar een park, het kasteelpark zo blijkt achteraf, van waaruit we het kasteel in zijn geheel konden zien.
Op de plek van het Dungiven Castle stond in de 12e eeuw al een eerste kasteel van Ierse adel. In de 13e eeuw werd het volledig verbouwd en kreeg het al meer de vorm van een fort. In de 17e eeuw namen de Britten Dungiven Castle in handen. De renovaties en verbouwingen uit 1639 gaven het fort zijn huidige vorm. In de late 18e eeuw namen de Fransen het fort voor korte tijd in. In de onafhankelijkheidsstrijd van de Ieren na de eerste wereldoorlog speelde het kasteel een een grote rol. Het werd namelijk het hoofdkwartier van de Royal Irish Constabulary, een paramilitaire, Britse politiemacht. Het IRA bracht zware schade aan aan het gebouw tijdens deze periode. Nadien lag het fort enige tijd te verkommeren. Lokale verenigingen bouwden het terug op en zo werd het in 2001 een budgetvriendelijk hotel. In 2009 werd het dan omgevormd tot een luxehotel met vier sterren... maar ondertussen, in 2015, werd het een Ierstalige school, Gaelcholáiste Dhoire genaamd. Mogelijk verklaart dit dat het er, het was zaterdag, zo ongelooflijk rustig was?

Na het kasteel gevonden te hebben, reden we wat verder door in het stadje. We vonden de "standing stone", een menhir, in een weitje met schapen. Alles was goed afgesloten, dus was het duidelijk dat de boer niet wilde dat er op zijn wei gekomen werd. 
De menhir in Dungiven is 2 meter hoog, iets meer dan een meter breed en in de breedte oost-west georiënteerd. Volgens de traditie werd de steen opgericht ter gelegenheid van een eclectische bijeenkomst die hier in 590 na Christus werd gehouden, waarbij Columba van Iona aanwezig was. Tot het midden van de negentiende eeuw werd de steen ook gebruikt als eindpunt van een processie van Beltane (mei-avond). 
Die menhir kwamen we overigens tegen toen we, te voet, onderweg naar Dungiven Priory waren. Een priorij is een soort klooster/abdij. Deze Augustijnse priorij, uit de 12e eeuw, vervangt een eerdere kerk. In deze ruïne liggen nog enkele grafstenen met tombes. Er zijn in de buurt van deze kerk ook nog funderingen gevonden van enkele gebouwen, waaronder een woning. En bij deze kerk ligt ook een 'heilige' bron waar, aan de lintjes te zien, nog e.e.a. aanbeden wordt.

Vervolgens stapten we weer de auto in en reden we naar de steencirkels "Auglish stone circles"... althans dat trachtten we... We zochten er naar, maar zagen ze niet. Het zouden er thans zes zijn! En, waar de gps de steencirkels aangaf, was geen parkeermogelijkheid... We hadden nog geen dagelijkse vakantieselfie genomen en wilden die nog eens bij een steencirkel nemen. Dergelijke steencirkels geeft immers verschillende linken naar andere reizen... maar helaas...

We reden dan maar naar het in de buurt gelegen Banagher Glen Forest Park. Op een infobord zagen we dat er, na een korte wandeling, een waterval lag... We hadden ook geen tijd meer voor een lange wandeling. Enthousiast stapten we er heen, al lachend dat we alsnog een mooie selfie zouden kunnen maken... maar was me dat een mini-mini-watervalletje, zeg! Nou ja, die selfie hadden we dan weer wel...

Vanuit het bos was het nog een dik half uur rijden tot aan ons appartement in Derry / Londonderry. Omdat we vonden dat we onderweg te weinig kans hadden gehad om een koffietje te drinken en iets lekker te eten, wandelden we nog naar een leuk koffiebarretje onderaan de heuvel waar ons appartement op lag.

Nadien maakten we gebruik van de wasmachine in ons appartement. Dit appartement hadden we speciaal om die reden gekozen: we zouden dan, na één week op reis, al onze beslijkte kleding kunnen wassen om weer fris gewassen aan te kunnen doen... maar we hadden juist helemaal geen bemodderde kleren, maar net bezwete kleren. Wassen deden we dus wel, maar om dus heel andere redenen ;-)

22 oktober 2024

22 jaar vieren

Op 20 september '24, onze zevende dag in Ierland, waren wij 22 jaar getrouwd... en zowel qua planning als qua weersvoorspellingen beloofde het een goede dag te worden!

Zoals iedere ochtend waren we al vroeg op weg. Na 5 km konden we wel alweer parkeren. We parkeerden bovenaan een klif vanwaar we Kinbane Castle konden zien liggen. Ondertussen zagen we vanop die kliffen niet meer de Ierse Zee, maar de Atlantische Oceaan.
Kinbane castle is ook bekend als Whitehead castle, wat verwijst naar de witte kalkstenen kliffen. In 1547 werd een eerste versie van het kasteel gebouwd op een uitstekende rots in zee. De MacDonnell-familie woonde er. In de jaren 50 van de 16e eeuw werd het zwaar beschadigd door Engelse aanvallen. Het werd daarna herbouwd. Tot de 18e eeuw werd het kasteel bewoond. Momenteel staat enkel nog een toren recht. Maar de locatie waar het ligt en de uitzichten vanop de grote, lange rotsblok waarop het kasteel ooit stond, is erg mooi. De vele ongelijke tredes naar het strand en nadien weer naar de parkeerplaats maakten het wel een uitdaging, zo vroeg op de morgen.

Onze volgende stopplaats was bij "Portaneevy Car Park & Viewpoint", in de volgende baai en op nog geen tien minuten rijden van aan Kinbane castle.  Vanop de uitkijkplatforms kan je er de eilanden Rathlin, Carrick-a-rede en Sheep Island zien liggen. Naar Carrick-a-rede kan je via een 20-meter lange touwbrug gaan... we hadden op voorhand al beslist dat we dit niet zouden doen: veel te duur voor wat je kan gaan zien op het eilandje (€ 17) en... Ine durft dit ook eigenlijk niet... en blijkbaar durven velen niet terug... en moeten ze de boot terugnemen...

Vier kilometer verder stopten en parkeerden we opnieuw. We waren hiervoor een klif naar beneden gereden, naar het haventje van Ballintoy. 
Aan die haven zelf deden we niks, lokaal was het een filmlocatie voor Game of Thrones (Pyke Harbour). We kwamen voor de vele rotsformaties voor de kust... ook gebruikt als filmlocatie voor Game of Thrones, namelijk als de "Iron Islands", de IJzereilanden, van (o.a.) Huize Greyjoy. Ballintoy wordt om de vele rotsen voor de kust ook "raised beach", verhoogd strand, genoemd. De Antrimkust is aan deze noordzijde van het graafschap echt wel erg mooi!

We wandelden verder van het haventje weg en passeerden de ene basalten rotsformatie na de andere... totdat we aankwamen waarheen we onderweg waren: de Elephant Rock... want als er iets is dat op een olifant lijkt, vindt Ine het leuk! En wat was het er mooi!
Over deze olifantrots wordt verteld dat de olifant in steen is veranderd toen hij wilde vluchten voor een vulkaanuitbarsting, lang, heel lang geleden.

Voor onze volgende stopplaats reden we eens weg van de kust, namelijk zo'n 15 km meer naar het zuiden.  We reden namelijk naar "Dark Hedges", wat donkere hagen betekent. 
De locatie werd bekend door (opnieuw) Game of Thrones, maar is ook een bekende plek onder fotografen. Deze weg met overhangende, knoestige, oude bomen passeerde de jonge Ayra Stark bij haar ontsnapping uit King's Landing. Arya was vermomd als een jongen en ontsnapte in een kar om aan te sluiten bij de Nachtwacht.

Een legende zegt dat de laan regelmatig bezocht wordt door de Grey Lady, een spookverschijning die langs de verweerde beuken glijdt en weer verdwijnt ter hoogte van de laatste boom. Sommigen beweren dat het de geest van een meid is die in mysterieuze omstandigheden stierf. Anderen zweren dat het om de dochter van James Stuart gaat en nog een ander verhaal gaat over een verlaten kerkhof dat ergens tussen de omringende velden verborgen zou liggen. De Grey Lady zou een verloren geest zijn uit dit kerkhof.

In realiteit is het gewoon een eenvoudig landweggetje met aan weerszijden dikke beukenbomen van 200 jaar oud die leiden naar een oud landgoed. In de loop der jaren groeiden de grillige takken bovenaan kronkelend naar elkaar toe en vormden een indrukwekkende bomentunnel die, door een mix van licht en schaduw, erg mysterieus overkomt... waarschijnlijk hadden wij een té zonnige dag om er echt mooie foto's te maken... en daarnaast was het véél te druk... We zijn niet geheel tevreden over onze foto's, al had Johan op een gegeven moment door dat we gebruik moesten maken van de glooiing in de straat om zo niet de hele bomen te fotograferen. Dan was het immers gewoon een foto van een straat met een bomenrij... Blijkbaar hebben we wel geluk gehad dat ondertussen de groene hekken, die geplaatst werden ter bescherming van de bomen voor de toeristen, én de witte wegmarkeringen verwijderd werden vanwege het grote protest van de bezoekers.

Terug naar de kust, in Whitepark Bay, stond een strandwandeling op onze planning. Ine had daar niet zo'n zin in... vooral omdat ze dan wéér zoveel trappen naar beneden (maar vooral weer terug naar boven) zou moeten gaan doen. Ze vond dat ze al genoeg trappen gedaan had die ochtend... We zagen wel, van boven, dat het een breed en lang "gouden"zandstrand was.

Weer maar 3,5 km verder stopten we bij Dunseverick Castle. Hier is niet veel meer van overgebleven: enkel een beetje van een toegangspoort... maar door de locatie van dit 'kasteel', op een kleine landtong in zee, was het er erg fotogeniek. 
Al in de vijfde eeuw was er een fort op deze locatie. Toen werd dit namelijk bezocht door Saint Patrick, een erg belangrijk Ierse Heilige. In 870 werd het fort aangevallen door vikingen. Nadien volgden aanslagen van Schotten, Britten en Ieren. Dit kwam omdat het op het eindpunt van een belangrijke oude handelsroute lag.

Verder gingen we op zoek naar de Dunseverick Falls... deze watervallen stonden enkel in onze Crossbill Guide. Ze werden ook niet aangeduid vanaf de rijweg en vanaf een wandelpad was het ook niet duidelijk aangegeven... Logisch dus dat deze waterval dus niet echt 'bekend' is. Andere wandelaars in de buurt liepen er ook gewoon, enkele tientallen meters boven op het wandelpad, voorbij... maar het was echt een "schoontje", die Dunseverick waterval. Ze stroomt breed uit over de rotswand de zee in.

Onze Fiat 500 was gaan aangeven dat er iets mis was met onze bandenspanning... we dachten niet dat we opnieuw een lekkende band hadden, maar gingen toch maar de bandenspanning controleren... en natuurlijk was er niks aan de hand. Waarschijnlijk het gevolg van de twee verschillend afgesleten voorbanden... Daarna gingen we ook nog eens boodschappen doen. In hoofdzaak kookte Johan immers zelf, zeker onze ontbijtjes.



Voor onze volgende bestemming hadden we moeten reserveren. Het wordt er anders te druk. We hadden een toegangsticket voor half 4, maar we kwamen rond 3u al aan bij "Giant's Causeway", ook aan die mooie Atlantische kust. We mochten al parkeren en ook het bezoekerscentrum konden we al binnen met onze toegangscodes. Bij Dark Hedges hadden we enkel een klein stukje gebak gegeten. Dus namen we bij onze koffies nog een scone bij. Het zal nog geen half 4 geweest zijn toen we onze wandeling naar de Giant’s Causeway startten, maar niemand hield ons tegen, al was ons toegangsticket ondertussen al drie keer gescand. Blijkbaar kan je de site ook zonder reservatie op, maar dan moet je geluk hebben dat je ergens in de buurt kan parkeren en kost dit parkeren al bijna evenveel als een toegangsticket met parkeerplaats... 
Het was wel duidelijk dat dit de grootste toeristische bestemming van Noord-Ierland is: het stikte er van de ergerlijke, "volumineuze" Amerikanen.

Giant's Causeway is een rotsformatie die bestaat uit zo'n 40.000 basaltzuilen, hexagonaal dus. 
De hoogste zuilen zijn 12 meter hoog. In de kliffen zijn de dikste zuilen tot 28 meter dik. Sinds 1986 is het Werelderfgoed van UNESCO. 
De rotsen zouden zijn ontstaan bij een vulkaanuitbarsting, zo'n 60 miljoen jaar geleden. De aanraking met water nadien heeft processen op gang gebracht die de typische vorm deed ontstaan. 
Op dat moment zat Ierland nog tegen Noord-Amerika en was Europa gaan afscheuren van Noord-Amerika.

Er is natuurlijk ook een andere, dan de wetenschappelijke, versie over het ontstaan: De legende gaat dat de Ierse reus (giant) Fionn mac Cumhaill een pad door de zee (causeway) naar Schotland bouwde om met zijn Schotse tegenhanger Benandonner te vechten. Op het moment dat Fionn in Schotland aankomt, ziet hij dat Benandonner nog reusachtiger is dan hijzelf en hij vlucht terug naar Ierland. Daar aangekomen, vraagt McCool aan zijn vrouw om hem als baby te vermommen. Op het moment dat Benandonner in Ierland aankomt ziet hij de vrouw met de baby, waarbij hij schrikt van de grootte van het kind, aannemend dat de vader van zo'n groot kind vele malen groter en sterker zal zijn dan hijzelf en hij vlucht terug naar Schotland. Op zijn vlucht vernielt Benandonner het pad. Alleen het begin in Ierland en het eind in Schotland (Fingal's Cave) blijven bestaan...
Er bestaat nog een andere legende waarbij de Ierse reus Fionn de hoofdrol speelt over het ontstaan van de Giant's Causeway: Hij zou geen pad gemaakt hebben om een andere reus uit te dagen, maar om een Schotse maagd het hof te gaan maken. De oma van Fionn wilde dit voorkomen omdat ze haar kleinzoon niet wou verliezen aan een Schotse. Ze gebruikte daarom haar magie om het pad stuk te maken. Toen de magie met woeste krachten als onweer en donder het pad kapotmaakte, kon Fionn nog net in de armen van de Schotse maagd springen. Oma zag wat er gebeurd was en versteende aan de Ierse kant van het pad...
...maar een andere legende vertelt dan ook weer het verhaal dat hij zijn oma versteende omdat zij hem te veel pestte...

We verkenden zo veel mogelijk van de véle basaltzuilen en maakten massa's foto's... helaas staan er ook op foto's die we zonder volk wilden, net heel veel volk... Het droge en goede weer maakte ook dat de basaltzuilen droog waren. Dit maakt ze natuurlijk minder zwart, wat minder contrast geeft op foto's... Na dat "reuzenzeepad" wandelden we nog verder langs de kust. Zo kwamen we bij de gigantische 'orgelpijpen' en het 'Amphitheatre'. Dit natuurlijke amfitheater is een half ronde klif met verschillende partijen basaltzuilen. Helaas kon je daar niet verder dan het begin ervan lopen... maar mooi, zeg!

Giant's Causeway was één van de plekken op Ine haar lijstje waar ze zéker ooit eens heen wilde gaan. Die basaltzuilen vindt Ine erg bijzonder en hier heb je er heel veel. We zagen ze al in verschillende landen, en dat komt natuurlijk omdat we vaak naar vulkanische bestemmingen gaan.
Tegen dat we terug bij het bezoekerscentrum waren, was dat al even dicht. We hadden dan ook een dikke twee à tweeënhalf uur rondgelopen op dit bijzondere "strand".

Om te overnachten reden we terug even het binnenland in. In de directe omgeving van de Giant's Causeway vonden we het, toen we reserveerden, veel te duur. In Ballymoney verbleven we één nacht in The Nook (Het Hoekje). Dit was een erg groot uitgevallen tuinhuis of garage bij een gezin in de tuin met alle comfort.

20 oktober 2024

Dag 6 op het Ierse eiland

Donderdag 19 september was onze zesde dag van onze verkenning van het noorden van Ierland. We waren vrij vroeg wakker waardoor we de zon zagen opkomen boven zee vanuit ons bed... op de salon- en eettafel in onze "peul" in Glenarm.

Tegen dat we aankwamen in Glenariff Forest Park, een half uur na ons vertrek uit Glenarm, was het gaan miezeren. Het was eerder frisjes, waardoor we ons redelijk warm aankleedden... maar dat was absoluut niet nodig: het bleef zwaarbewolkt en af en toe miezerde het, maar het werd best benauwd om te wandelen.


Het Glenariff Forest Park is 1185 hectare groot en ligt in een "glen", hetgeen een vallei is in het Iers (en Schots). We wandelden de "Waterfall trail". Deze wandellus zou maar drie kilometer lang zijn, en, logisch in een vallei, daalde eerst sterk... en steeg toen sterk. Het was ook een erg mooie wandeling waarbij we eerst de Ess Na Larach Waterfall en nadien de Ess Na Crub Waterfall tegen kwamen onderweg. Die eerste waterval is zo'n 10,6 m hoog en zit "gewrongen" tussen uitgesleten gesteente. Die tweede is veel breder en ietsje lager dan die eerste.



Onderweg naar Cushendun trokken de wolken weg en kwam de zon weer tevoorschijn. In dit kustdorpje met nog geen 140 inwoners, maar met veel vakantiehuisjes, wandelden we eerst over het strand.
Vervolgens liepen we, over een brug vlak bij de monding van rivier Dun in zee, richting de grotten. Ook hier kwam de filmploeg van Game of Thrones langs. HIER kan je de scène zien. Het gaat over de scène waarin Melisandre, "the Red Woman", bevalt van een duivel of schaduw. We hadden wel pech, want net die, ondiepe, grot was niet toegankelijk wegens werken buiten de grot. We konden er wel vanop een klein afstandje inkijken.

In het centrum van het kleine Cushendun staan nog verschillende oude huisjes. Het leek wel, als je de auto's wegdacht, alsof je terug in de tijd ging. Spijtig dat het terrasje van de lunchbar vol zat en we binnen moesten lunchen.

We reden verder langs een "scenic route" over de typisch Britse (en Ierse) weggetjes: het wegdek is nét te smal om twee auto's vlot te kunnen laten kruisen waardoor je regelmatig in het gras en tegen de struiken langs de weg moet rijden... En neen, zulke smalle weggetjes remmen niet af... Het leek alsof het slechts een enkeling, en Ine, afremde...

In Ballycastle reden we naar de ruige landtong Torr Head. Gelukkig waren we er niet in de drukste periode van het jaar: de laatste kilometer naar de kleine en volle parkeerplaats was éénrichtingsverkeer en je kon niet echt zien of je een tegenligger kreeg of niet...
Op de rots staat een oude uitkijkpost van in het einde van de 19e eeuw. Hier werden voorbijvarende schepen geobserveerd... Mooie uitzichten hadden de medewerkers hier! De Ierse zeekust is er ruig en heeft verschillende baaien. Omdat het prachtig weer was, konden we tot aan de Mull of Kintyre, de zuidelijkste punt van Schotland kijken. Hier liggen Noord-Ierland en Schotland maar 24 kilometer van elkaar. Zowel in het heen- als wegrijden van de parkeerplaats bij Torr Head hadden wij geluk dat er geen tegenliggers kwamen. 

We veranderden van "scenic route" en reden naar
Murlough Bay. Halverwege naar de kustlijn stopten we al om er te gaan kijken hoe het er daar uitzag... en toen stond daar ineens, ook naar ons te kijken, een jong vosje. Het wist niet goed waar het heen wou en liep wat heen en weer om dan uiteindelijk in de struiken te verdwijnen... wat een mooi, schattig dier! We stapten na deze ontmoeting alweer snel in de auto om verder naar het strand te rijden. Er was niet zo veel te zien vanaf dat punt.

Beneden aan de kustlijn wandelden we een eindje. Vlak voor de kust en het kleine strandje liggen, net zoals over de hele Antrimkustlijn, gigantische en minder gigantische basalten, zand- en kalkstenen rotsen in allerlei vormen in en uit het zeewater. Er liggen ook verschillende eilanden die zichtbaar zijn vanaf hier. Baai Murlough Bay was, opnieuw, erg mooi en ook erg divers van ruige tot idyllische stukjes. Dit vonden de makers van Game of Thrones blijkbaar ook. Dit werd namelijk de locatie "Slaver's Bay" (Slavenbaai) uit de boeken van George R.R. Martin. De Dothraki-slaven werden van hieruit vervoerd. Het koningshuis van de Dothraki hadden zelf nog geen enkele zee bereisd totdat hun koningin, na het afschaffen van de slavernij, Daenerys Targaryen de strijd aan gaat en de macht over Westeros wil grijpen.

Nadat we Murlough Bay verlaten hadden, reden we nog een stukje verder naar de grote klif Fair Head. In feite liggen deze baai en klif gewoon langs elkaar. Via de weg was het 7 km rijden. We parkeerden op het erf van een boer die zijn erf ter beschikking stelde als parkeerterrein voor bezoekers van de klif. Deze bezoekers moesten sowieso wandelen totdat ze op de klif stonden. Er waren verschillende wandelingen uitgestippeld. 
Ook déze locatie, de klif, werd voor Game of Thrones gebruikt. Terwijl de naburige baai waar we net daarvoor waren geweest Dothrakiland was, in het oosten van continent Essos, werd Fair Head gebruikt als Dragonstone, een eiland van Westeros: De thuishaven van Huize Targaryen, de drakentemmers. In het verhaal liggen deze koninkrijken zelfs op een ander continent... maar alles is natuurlijk fantasie in Game of Thrones.

Wij kozen de wandeling "Casán an loch walk". Deze zou 3,5 km zijn. Onderweg bleek al snel dat de bewegwijzering niet echt denderend was en de paden niet overal even duidelijk waren, maar we maakten een mooie wandeling op de enorme klif! Op de klif is de ondergrond divers: er lagen kale rotsen in alle formaten en vormen, waren vooral enorme oppervlaktes gras en er lagen twee meren... en het weer was nog steeds heerlijk waardoor we gewoon in T-shirt konden wandelen.

Toen we bij de parkeerplaats terug kwamen en wegreden, voelden we meteen dat er iets 'raar' was... De linker voorband bleek plat! We wisten dat we geen reservewiel en krik hadden. Zelf de band verwisselen, zat er dus niet in. We belden daarom de 24/7 pechverhelpingsdienst van de autoverhuurmaatschappij. En gaven onze locatie door. Anders dan op Noord-Cyprus, waren die daadkrachtig en werd meteen een bandencentrale uit de buurt ingeschakeld. 
Het duurde toch nog twee uur vooraleer Glens Tyre Services uit Cushendun ons had gevonden. De man zei dat hij, afkomstig uit het dorp waar we eerder die ochtend waren (18 km afstand), nog nooit bij Fair Head was geweest. Enfin, onze linker voorband was aan de binnenkant op twee plaatsen gescheurd... En aangezien die op die plek was, moest de band vervangen worden. En omdat Fiat 500 speciale velgen heeft, moesten we al onze bagage uitladen omdat dit speciale sleuteltje in de kofferbak stak. Gelukkig was dit op het einde van onze dag gebeurd en hadden we hierdoor geen stopplekken moeten overslaan. We reden, nadat die nieuwe band onder die Fiat zat, met één gloednieuwe en één ferm afgesleten voorband, naar Ballycastle Town Centre Apartment. Dit was een klein, comfortabel, oud, gerenoveerd huisje in (nog steeds) het dorpje Ballycastle. 

Op Johan zijn planning stond dat we bij aankomst in Ballycastle "yellowman" zouden gaan kopen en proeven. Deze toffee-achtige-honingraat is echt iets voor zoetekauwen, lees je overal. Maar aangezien we pas om 18u in Ballycastle waren, heeft zoetekauw Ine geen yellowman geproefd... ach ja...

15 oktober 2024

Antrimkust (aangevuld)

Op 18 september jl verlieten we Belfast al vroeg 's morgens. Toen Johan onze spullen uit de ijskast ging halen, zag hij dat de keuken alweer één grote puinhoop was... na één dag... Bah bah bah... We hadden ons sowieso niet meer voorgenomen om er te ontbijten... gelukkig! De verhuurders kregen ondertussen een héél negatieve beoordeling van ons op Booking.com!

Na een dik half uur rijden stonden we in Carrickfergus, noordelijker in het graafschap Antrim. Hier gingen we eerst ontbijten. Nadien liepen we eerst door het stadscentrum. Hier staan nog enkele huizen uit de 18e eeuw in de, nu, winkelstraat en nog resten van de oude stadsmuur met stadspoorten. Waarvoor we echter naar het stadje kwamen, was Carrickfergus Castle in de haven. Het is een van de best bewaarde middeleeuwse bouwwerken op het eiland Ierland. Het "castle" is eigenlijk een burcht. We hebben al heel veel burchten bezocht, dus doen we dat niet vaak meer. Deze bezochten we wel.



Carrickfergus castle is van oorsprong een 12e eeuws kasteel. Het bleef dienst doen tot 1928! De tweede en derde ommuring van het kasteel, dan eigenlijk al burcht, werden in de dertiende eeuw gezet. Eens waren er vier torens, maar daarvan staat er nog maar één. Doordat de burcht nog dienst deed tot na WOI staan er ook kanonnen en ook zijn er rails te zien uit de 19e eeuw waarlangs goederen in karretjes binnen en buiten getransporteerd werden.

Na Carrickfergus stopten we in het kuststadje Whitehead. Al sinds de Victoriaanse tijd is het een bekend badstadje. Het ligt in een kleine, mooie baai met witte kalkrotsen en blauw water... de zon scheen ook weer. Aan de waterkant staan verschillende felgekleurde huizen, rij-aan-rij... dat ziet er best schattig en vrolijk uit. Het stationsgebouw van Whitehead is zoveel als mogelijk origineel gehouden. Het doet ook erg Victoriaans aan... Het ziet eruit zoals in van die typische Britse series die zich in die tijd afspelen.

In het stadje zagen we ook, voor het eerst viel ons dat op, het verschil tussen een katholieke en protestantse kerk: de katholieke lijken steeds een torenspits te hebben, de protestantse hebben vaak ook wel een toren, maar geen spits. Een katholiek kerkgebouw dat gewijd is als kerk wordt gezien als huis van God. De protestanten beschouwen niet het gebouw zelf, maar de mensen die de gemeenschap vormen als huis van God. 

In Whitehead komen geen straten voor met het achtervoegsel "Street" in hun naam. Dit gaf aanleiding tot de bijnaam 'The Town With No Streets' ('de plaats zonder straten').

Vervolgens reden we over het schiereiland Islandmagee. Aan beide zijden van het schiereiland bevindt zich de Ierse Zee. De kust van de gehele Antrimkust is erg divers en erg mooi. Islandmagee is dunbevolkt. Het is er dus erg groen. Er zijn veel akkers... mooi afgescheiden met stenenmuurtjes... erg fotogeniek! Op het schiereiland werden verschillende "heksen" berecht en verbrand. Het laatste heksenproces van Ierland vond hier, in 1711, plaats... Er zijn verschillende neolithische sites gevonden op het schiereiland, waarschijnlijk daarom ook de aanwezigheid van veel "heksen".

Onze volgende stopplaats was, qua locatie, best bijzonder: Ballylumford Dolmen ligt op de oprit van een woning!? 
De dolmen wordt het 'Druïde altaar' genoemd. Over deze dolmen zijn ze het, qua leeftijd, niet eens. Het megalithisch monument kan van 2.500 of van 4.000 vr Chr. zijn. Het bestaat uit vier rechstaande stenen met één grote steen bovenop en ééntje tussen de andere stenen... mogelijk dat die steen ín de constructie diende om de ingang van de tombe te versperren.

Onderweg stopten we bij Brown's Bay om even over het strand te lopen. Brown's Bay ligt op het op het noordelijke puntje van het schiereiland Islandmagee. Op de terugweg van het schiereiland keken we steeds uit op het vasteland... erg mooi...

Alweer van het schiereiland weg, in het gehuchtje Glenoe, waar bij de laatste telling 87 mensen woonden, bezochten we de Glenoe Waterfall... en die was best mooi, al is ze maar zo'n 9 meter hoog... tja, zoals jullie weten zijn we niet meer snel onder de indruk...
Deze Glenoe Waterfall en zijn groene omgeving werd blijkbaar ook in verschillende afleveringen van Game of Thrones getoond. Brienne of Tarth en 'the Hound' vochten er in de buurt en ook andere scènes met Brienne werden er opgenomen... die scènes kunnen we ons niet meer herinneren.



Vervolgens stopten we in, iets wat ook de naam van een vijfde teletubbie zou kunnen zijn, Ballygalley. Er was een 'castle' te zien dat nu dienst doet als hotel, maar wij besloten om even een half uurtje op een muurtje aan het strand te gaan zitten... met de warme zon in de rug... we hadden echt zonnecrème mee moeten nemen ;-)

Als laatste verplaatsing met de auto reden we van Ballygalley naar Glenarm, een klein kwartiertje rijden langs de kustweg. Hier parkeerden we bij de "Ocean view pods Glenarm", onze knusse slaapplek voor die nacht. Kijk zeker naar de foto's als je wil weten hoe deze "pod" ("peul") er vanbinnen uitziet.

Nadat we al onze spullen in de "pod" gelegd hadden, sloten we af en gingen we te voet op pad. We daalden de berg, met zicht op zee, af en wandelden naar Glenarm Castle. De huidige eigenaars en uitbaters van dit kasteel baten ook de "pods" uit waar we verbleven. We kregen het kasteel echter niet te zien... want dan moesten we inkom betalen... en de bomen en struiken waren op een dusdanige manier neergeplant zodat er niets, zonder betalen, te zien was van het kasteel... dit maakte dat we nog minder zin hadden om te betalen om enkel kamers van een kasteel te zien en een rondom liggende tuin...
Wat we wel deden, was onszelf te tracteren op een koffie met gebakje, opnieuw in de zon...
en 's avonds kookte Johan met de magnetron (want in de minikeuken paste niet veel anders) een lekkere maaltijd!