19 oktober 2026

Van de Serengeti naar Ngorongoro (18/23)

Vanuit ons tentenkamp in het midden van het Serengeti Nationaal Park vertrokken we op dinsdagochtend 6 oktober '26 voor de laatste keer op gamedrive in de Serengeti. Blijkbaar deden er geruchten over de aanwezigheid van tseetseevliegen de ronde want het dak van de jeep kon pas open van zodra we onder de bomen van de lodge weg waren... maar later stonden we ook stil onder bomen en hadden we wel het dak open... net zoals de malariamuggen, zijn die tseetseevliegen er gewoon in Tanzania (en Afrika), maar geeft niet iedere muggensteek malaria en geeft niet iedere vliegenbeet de slaapziekte... we waren ook steeds goed ingesmeerd met DEET, maar die beestjes vinden toch net het plekje waar je wat miste of minder smeerde... als we het dan toch over bijters hebben: dazen trekken zich helemaal niks aan van DEET!


Enfin, we reden van het midden van de Serengeti richting het zuidoosten, waar de Naabi toegangspoort ligt. We kregen opnieuw weer heel veel te zien, maar hadden niet álle tijd, maar vier uur: twee dagen voordien hadden we immers, om 12:15 uur, een 48 uren toegangsvergunning gekocht... en dit betekende dat we, om geen boete te krijgen, vóór diezelfde tijd het nationaal park buiten gereden moesten zijn.

Tijdens de laatste uren die we in het nationaal park rond reden, kregen we weer veel leeuwen (16) te zien. Daarnaast zagen we buffels, zebra's, gnoes, giraffen, wrattenzwijnen, mangoesten, een klipspringer, thomsongazelles, koritrappen, impala's, topi's, een uil, zes hyena's, een nijlpaard, een rotsklipdas en weer heel veel vogeltjes.

Op twee verschillende plaatsen, leek het erop dat er een dier gedood ging worden door de aanwezige leeuwen. Gezien de tijd, maar zeker ook aangezien het heel lang kan duren vooraleer die leeuwen effectief eens overgaan tot het doden van een dier, reden we er van weg. Ine vraagt zich ook af of ze zo'n slachtpartij eigenlijk wel wil zien... voor ons heeft het in ieder geval geen meerwaarde. Het is voor ons geen gemis dat we, tijdens al onze safari's die we al deden, nog nooit een slachting zagen.

Hoe verder naar het zuiden we reden, hoe vlakker het werd en hoe minder bomen of struiken er stonden. Er stond enkel gras. Het gras was dor en droog, maar tegen dat de gnoes en zebra's terug hierheen gaan komen, na de regen, zal het er volop groen zijn, hebben zij volop uitzicht over de vlaktes om roofdieren goed te zien en zullen die roofdieren, vanwege het hoge gras, hun pasgeboren kalfjes niet eenvoudig zien.

Maar een kwartier voor het aflopen van onze vergunning, dus om 12u, reden we de Naabi poort uit. Deze poort wordt gezien als de hoofdpoort en wordt door de meeste toeristen gebruikt. Dit was meteen duidelijk toen we er waren: de ene safari-jeep na de andere, echt tientallen zowel aan de ene als aan de andere kant. Aan die poort is het de bedoeling dat je meteen ook een toegangsvergunning voor Ngorongoro Conservation Area, dat meteen aansluit op het grondgebied van de Serengeti, aankoopt. Om voor 's anderendaags de geldigheid van de 12uurs-vergunning te 'rekken', sprak onze chauffeur er af na onze lunch terug te komen om die vergunning aan te kopen... weer een klein uurtje gewonnen voor de dag nadien!

Zoals beloofd ging onze chauffeur een vergunning kopen voor het Beschermd gebied Ngorongoro. Het duurde, na het verlaten van die Naabi poort, wel nog enkele kilometers vooraleer de Serengeti effectief overging in het domein van Ngorongoro... en ook daar moest de chauffeur stoppen om zijn vergunning te laten zien.

Naarmate we meer dorre vlaktes voorbijreden, kwam er stilletjes aan toch weer een struik en een acaciaboompje bij. Ook kwamen we, hoe verder we beschermd gebied Ngorongoro inreden, steeds meer Maasai met hun kuddes en meer Maasaidorpen tegen. Onze chauffeur vertelde dat enkel de Maasai stam mag wonen in het Ngorongorogebied.

In de omgeving lagen er steeds meer heuvels en uitgedoofde vulkanen. Wij gingen ook hoger en hoger rijden. Zo kwamen we terecht op de kraterwand van de Ngorongorokrater.

Deze Ngorongorokrater is de grootste intacte caldera (ingestorte vulkaankegel) ter wereld. Hij bevindt zich op 2200 meter boven zeespiegel. Deze vulkaanresten zijn vermoedelijk 2-3 miljoen jaar geleden ontstaan uit een vulkaan die zo'n vijf kilometer hoog geweest moet zijn.
De krater heeft een diameter van 17-21 kilometer en de kraterbodem een oppervlak van ca. 260 vierkante kilometer. De rand van de krater ligt ongeveer 600 meter boven de kraterbodem. Daardoor ontstaan verschillende klimaatzones in de krater. Verder ligt in het midden van de krater een zoutmeer. Ook zijn er zoetwaterstromen en is het gras er best groen.

De hoge kraterwand schermt het gebied in de krater grotendeels af tegen de toevallige migratie van de dieren. Dit maakt het een van de dichtstbevolkte wildgebieden ter wereld... maar giraffen vindt men niet in de krater. Er zijn namelijk geen acacia's beneden, maar ook hun lange nek en lange poten maken dat zij de steile afdaling naar de bodem van de krater niet maken. Ook krokodillen, impala's, topi's en oribi's komen niet voor in de krater.

Boven op de kraterwand, langs een iets minder steile helling, zagen we wel nog drie giraffen eten van een acacia. Doordat er 's morgens steeds, maar vaak de hele dag, vochtige wolken over de kraterrand hangen, is de zonnige kant van de krater erg groen. Het is er een tropisch regenwoud.

Vanuit twee uitkijkpunten keken we de krater in: het leek op een enorme kom met bruin en groen... beetje vreemd zicht, eigenlijk.

Zoals alle lodges en tentenkampen lag dat van ons ook bovenop op de kraterwand. Doordat het aan de hele andere kant lag als waar we de rand op waren gereden, en de weg natuurlijk weer erg slecht was, duurde het lang vooraleer we er waren. 

Het tentenkamp lag ideaal voor de ochtend nadien, als we een gamedrive zouden gaan doen: het lag erg dicht bij een toegangspoort naar beneden, de krater in. Ditmaal had het tentenkamp ook echt tenten. We kregen een tent toegewezen: via een voortent van horrengaas gingen we een grote slaapkamer in en achteraan de tent lag de badkamer met afgescheiden onderdelen voor toilet, douche en wastafel. Op het bed lagen verschillende dikke dekens en de medewerker die ons naar onze tent bracht zei dat er ook nog warmwaterkruiken gebracht zouden worden... het zou inderdaad koud worden die nacht!

18 oktober 2026

Midden-Serengeti NP

Op maandag 5 oktober '26 zaten we al om 6u aan het ontbijt. We wilden namelijk zo vroeg als mogelijk ontbijten (en dat was 6u) en dan nadien aan onze 'gamedrive' starten : het is dan nog koel en de dieren zijn dan nog actief, roofdieren zijn nog 'wakker' en het zonlicht is erg fotogeniek.

Meteen na vertrek stuitten we op een lange sliert van gnoes die de weg overstaken. De chauffeur reageerde enthousiast dat het de "Grote Trek" was. Het zouden gnoes (en zebra's) zijn die ondertussen weer terug vanuit Kenia waren en nu de trektocht maakten naar de eindeloze vlaktes van het zuiden van de Serengeti. De gnoekoeien zouden allemaal drachtig zijn en op die vlaktes gaan bevallen, om dan, van vooraf aan, weer richting het noorden van de Serengeti te trekken. Als ze zich voortbewegen, lopen ze allemaal achter elkaar aan en zijn ze erg alert. Een leider geeft aan tot waar ze lopen en kunnen gaan grazen. Typisch aan de combinatie van deze dieren, gnoe en zebra, is dat gnoes heel goed ruiken, maar niet goed zien. Zebra's kunnen dan weer erg goed zien. Samen kunnen ze dus beter voor hun kuddes zorgen dan afzonderlijk. Zebra's krijgen echter gedurende het hele jaar hun jongen, niet enkel op die grote open vlaktes in het zuiden van het nationaal park. Interessant! We wisten helemaal niet dat ze in zo'n sliert liepen als ze trekken!

Voor de rest van de dag zouden we overigens in het midden van de Serengeti blijven. We gingen niet verder naar het noorden, waar onder andere de Mara-rivier ligt, die de gnoes en zebra's (2x) moeten oversteken. En waar ze hun leven riskeren omdat er krokodillen wachten tot ze voorbij zwemmen... op zich is dit wel jammer omdat dit hét beeld is van de Grote Trek... maar we kregen de rest van de dag méér dan genoeg in de plaats... en of er die dag een oversteek was, was ook maar de vraag. Het hoogtepunt van de Grote Trek op die plek ligt in juli en augustus (en ondertussen was het al oktober)... en of we die gruwelijke, chaotische taferelen persé wilden zien, weten we ook niet... Aangezien de hele Serengeti groter is dan héél België is er ook een grote afstand af te leggen om helemaal tot het noorden te rijden (en terug tot onze lodge)... en dan misten we weer veel van het midden...

We werden deze zeventiende reisdag echt heel erg verwend: we kregen verschillende leeuwen en -groepen te zien. In totaal zagen we er 46! Ook zagen we vijf cheeta's en twee luipaarden en een (overdag moeilijk te spotten) civetkat!

Tussen die katachtigen door spotten we veel olifanten, nijlpaarden, krokodillen, buffels, giraffen, bavianen, dik diks, thomson's en grant's gazelles, dwergmangoesten, wrattenzwijnen, hartenbeesten, topi's, een maraboe, impala's, rotsklipdassen, een arend, blauwkopkroonparelhoenen en weer allerlei vogeltjes... maar die dazen, hè... aaarghhh...

En voor wie denkt dat deze gamedrives (uit het Engels: 'game' slaat op de wilde dieren die voor het plezier, het spel, gedood werden en 'drive' op het rondrijden) gewoon relaxt achteroverleunen is... dat is het dus niet! Het is vermoeiend! We speuren immers steeds mee. Dat betekent urenlang geconcentreerd zijn en in, onder, tussen bomen, struiken en gras kijken (in combinatie met het wegslaan van de dazen).

Rond 16u, 9,5 uur later dus dan het vertrek, stapten we uit de safari-jeep en werd het dak weer afgesloten.

We hadden, net zoals in de meeste overnachtingsplekken, geen wifi op onze kamer/'tent'. Dit maakte dat we voor het eten nog op het terras van de bar gingen zitten om, terwijl we met onze foto's bezig waren, iets dronken... en de gekregen geroosterde noten opsnoepten...

17 oktober 2026

Naar het Serengeti National Park (4-10-'26)

Op onze 16e reisdag door Noord-Tanzania vierden wij ook dierendag. Eerst moesten we wel nog zo'n vier uur rijden/stuiteren vanuit onze lodge bij het Natronmeer naar het volgende nationaal park dat we gingen ontdekken, namelijk Serengeti National Park. De weg naar de minder bekende toegangspoort 'Kleins gate' (op enkele tientallen kilometers van de Keniaanse grens) was opnieuw, op 50 km asfaltweg na, weer vre-se-lijk slecht!

Ook het Serengeti National Park heeft geen omheining. Dit maakt dat de wilde dieren ook buiten het park terecht komen. Zo hadden we, vóór het park, al wild als giraffen en antilopes, gespot... maar het eerste groepje olifanten zagen we pas net toen we het park binnen waren. Gnoes en zebra's kregen we ook al snel te zien. Deze kuddedieren ondernemen in de Serengeti de "Grote Trek". Ze doen dit echter niet allemaal tegelijkertijd. De dieren die wij zagen, moesten er nog mee verder doen. Andere zouden op datzelfde moment alweer terug aan het keren zijn vanuit het stukje Serengeti in Kenia weer terug naar Tanzania.

Verder zagen we leeuwen en welpen, een jachtluipaard met welpen, dik diks, Grant's en Thomson's gazelles, buffels, een secretarisvogel, een hagedis, struisvogels, gieren, impala's, rietbokken, een eland, wrattenzwijnen, rotsklipdassen, blauwkopkroonparelhoenen en topi's.

Overnachten, deden we opnieuw in een 'verstevigd' tentenkamp waar we, in het donker, door een Maasai van en naar onze 'tent' werden begeleid.

16 oktober 2026

Dag 15


 

Op 3 oktober jl. hadden we nog verschillende activiteiten in de omgeving van het Natronmeer kunnen ondernemen. We besloten echter om eens een dagje vrijaf te nemen!

En neen, we zijn toen niet aan het zwembad gaan liggen... maar zijn met lezen, puzzelen, onze foto's en met wat handwasjes bezig geweest.

15 oktober 2026

Lake Natron & Ngare Sero voetafdrukken en waterval (14)

Geen nachtelijke beklimming en afdaling van de ol Dionyo Lengai zoals op de planning stond, maar een nachtje slaap werd de start van onze veertiende dag in Tanzania. Na ons ontbijt reden we, samen met onze Maasai-gids, al vroeg richting het Natronmeer. Het warme zoutmeer wordt gevoed door zoutwater vanuit bronnen uit de ol Dionyo Lengai maar ook door zoetwater vanuit andere bronnen uit de omgeving.

Tijdens de regenmaanden en de tijd nadien is het meer veel groter dan hoe wij het zagen. Dit maakte dat we over een 'knapperig' oppervlakte liepen van gedroogde zoutlagen richting het meer. De rode/roze kleur die het meer en omgeving kan krijgen bij het opdrogen, door het toenemende zoutgehalte, hebben we niet gezien. We kregen wel verschillende vogels te zien die zich voedden met de zoutlievende micro-organismen en -diertjes, zoals flamingo's. Dwergflamingo's hebben aan Lake Natron een van de grootste broedkolonies van de soort. De Grote flamingo's komen er veel voor maar in kleinere aantallen dan de dwergflamingo's. De dwergflamingo's zijn overwegend roze van kleur, de grote overwegend wit. Ondanks dat er, vanwege de te zoute omgeving, geen roofdieren zijn, zijn de flamingo's erg schuw.

Om naar onze volgende bestemming te wandelen, moesten we een kniediep smal riviertje doorwaden en wandelden we terug in de richting van ol Dionyo Lengai. De omgeving van Lake Natron is erg toeristisch en de Maasai proberen op alle mogelijke en onmogelijke plekken hun juwelen te verkopen... ook tijdens onze wandeling gingen vier dames, die in de tegengestelde richting als ons liepen, ineens zitten en werd een 'marktje' uitgerold...
Bij onze volgende bestemming werd ook al een 'marktje' voorzien... die bestemming waren de voet- (en poot-)afdrukken in de donkergrijze Ngare Sero modderstroom die tussen 5.000 en 19.000 jaar geleden door mensen en dieren gezet zijn.

Er werden meer dan 400 versteende voetafdrukken van de mens (Homo sapiens) geteld. De sporen tonen uiteenlopende bewegingen, waaronder mensen die door de modder joggen, een groep van ongeveer twaalf individuen (voornamelijk vrouwen en kinderen) die samen reizen en een individu met een mogelijk gebroken grote teen.

Men vermoedt dat de asrijke modder, waarin de voetafdrukken achterbleven, oorspronkelijk van de flanken van de Ol Doinyo Lengai afspoelde en bergafwaarts stroomde, om daar de moddervlakten te vormen. Binnen enkele uren tot dagen droogde het oppervlak van de modder op, waardoor de afdrukken in een gebarsten korst bewaard bleven. Vervolgens werden de voetafdrukken minstens 10.000 tot 12.000 jaar geleden bedolven onder een nieuwe stroom puin, die ze millennia lang aan het zicht onttrok.

Onze gids wist eigenlijk niks te vertellen over de plek. Hij liet ons het informatiebord dat er staat, lezen en dat was het. Toen we vroegen waar er pootafdrukken (van geit, zebra ed.) waren, zei hij enkel dat deze in het niet omheinde gebied lagen. We denken echter dat we toch ook enkele pootafdrukken gezien hebben tussen de voetstappen... maar dat weten we niet zeker, dus...

We wachtten op onze chauffeur en jeep terwijl we de voetstappen bleven onderzoeken. De gids probeerde ons naar de koopwaar te krijgen, maar gaf dit uiteindelijk, wat slecht gezind, op.

Na onze wandeling, het was rond half 11, werden we naar onze volgende lodge gebracht. Vanwege onze geplande beklimming van de ol Doinyo Lengai hadden we één nacht (van de drie aan het Natronmeer) in een lodge dichter bij de start hiervan doorgebracht. Voor volgende twee nachten verbleven we in een andere lodge, ook een Maasai-lodge. De lodge had zelfs een eigen kudde koeien binnen de omheining van acaciastekels. Het gras was er goed groen omdat er zoetwater rechtstreeks uit het nabijliggend riviertje gebruikt werd om het domein te besproeiien.

We hadden geluk dat we meteen een kamer konden krijgen. Dit maakte dat we op ons terras konden zitten, onze lunchbox konden eten en het rustig aan konden doen tot aan ons volgende onderdeel van onze activiteiten van de dag. Vanwege de heersende hitte in deze regio vertrokken we hier pas rond 14u heen.
Alvorens onze wandeling naar de Ngare Sero waterval te kunnen starten, moesten we weer langs een rij verkopers... en helaas moesten we hierbij onze gids alweer teleurstellen, want neen, we hebben geen interesse in juweeltjes...

Terwijl de vulkaan een kurkdroog, buitenaards en met lavastof bedekt landschap gecreëerd heeft, stroomt de Ngare Sero-rivier door een diepe kloof van vulkanisch gesteente rechtstreeks naar Lake Natron. Het eerste gedeelte van de wandeling ging langs de oevers van de rivier over trapjes. Nadien moesten we het water in, weer uit en over de rand weer verder, regelmatig al klauterend, om vervolgens weer in en uit het riviertje te gaan... onderweg maakte de gids een selfie aan een watervalletje, staken we de rivier weer over door het water, over glibberige stenen en zo kwamen we uiteindelijk (absoluut niet zoals de reviews de wandeling als eenvoudig en maar slechts twintig minuten durend, beschreven) aan de Ngare Sero waterval aan. We waren niet de enigen en er volgden nog meer mensen. Toen we onder de waterval door, om de hoek, gingen piepen, naar een volgende waterval, waren we wel de enigen. We bleven vervolgens nog wat in het water en op enkele rotsen zitten, terwijl onze gids en zijn collega's zich amuseerden als kleine kinderen...

Ine had al bij de heenweg door dat ze dit geklauter en in-en-uit-het-water-ophijsen geen tweede keer zonder 'problemen' kon doen... en bij de terugkeer had ze dan ook twee keer veel geluk dat de gids haar nog net kon tegenhouden, of ze was helemaal kopje onder gegaan doordat ze langs de gladde rivierwanden afgleed... gelukkig ging Johan dit allemaal veel beter af en droeg hij alles van fotomateriaal, gsm's ed. in een rugzak mee...


Terug op onze lodge gingen we wat drinken en naar de activiteiten die de Maasaimorans er aanboden: het speerwerpen en dansen. Het kwaliteitsverschil tussen hetgeen Ine daar zag en ze eerder gezien had, was enorm groot, maar zo kreeg Johan wel een idee over de activiteiten... Dit was echt toeristen-entertainement, waarbij deze meteen betrokken werd bij de activiteit, terwijl Ine eerder echt goed te zien en uitgelegd kreeg wat het speerwerpen en (spring-)dansen voor de Maasaicultuur betekent.

14 oktober 2026

Van Mto wa Mbu naar Lake Natron

Op donderdag 1 oktober '26 waren we alweer dertien dagen in Tanzania. We hadden in een luxe tentenkamp van een Maasai-gemeenschap geslapen. Omdat er geen warm water was in de badkamer van onze 'tent' hadden we de avond voordien afgesproken om hoe laat we een zogenaamde "emmerdouche" voor twee personen vóór het ontbijt konden nemen. Hierbij werden door medewerkers enkele emmers warm water in een reservoir (buiten de 'tent') gegoten zodat we in onze tent lekker warm water hadden om te douchen.

Nadat we uitgewuifd werden, reden we een twintigtal kilometers verder, tot in het stadje Mto wa Mbu. Mto wa Mbu is Swahili voor 'rivier van muggen'. Gelukkig hebben we er daar, de ochtend dat wij er waren, niet veel van gemerkt. Het plaatsje is groot geworden door de toeristen die er, tussen verschillende safariregio's reizen, stoppen en/of overnachten. Mto wa Mbu is een smeltkroes van culturen: Er wonen mensen van vrijwel alle 120 verschillende etnische stammen van Tanzania door elkaar.
Door de vruchtbare grond wordt er volop geoogst, waaronder meer dan 30 soorten bananen, rijst en diverse groenten. Het dorp staat verder bekend om zijn markten.

Wij gingen in Mto wa Mbu met een gids van het ene naar het andere fietsen. Voor Ine was het al sinds China (2011) dat ze nog gefietst had op een gewone fiets. Voor Johan was het nog niet zo lang geleden omdat hij voor het werk nog gefietst had.
We stopten een eerste keer bij een kleine kudde zebra's en gnoes. De dieren stonden op het domein van de plaatselijke school te grazen. De jonge gids vertelde dat het wilde dieren waren. Ze zijn afkomstig van een park in de buurt (die niet omheind zijn), maar zijn na een regenperiode niet terug naar het park gegaan. De kudde is in Mto wa Mbu gebleven... en is er nog steeds... vreemd om deze dieren zo in een bewoond gebied te zien.

Onze volgende stop bracht ons bij het Manyarameer. Dit meer van 50 op 16 meter heeft zoutwater. Het is nog geen vier meter diep. Er leeft vis in maar slechts enkele soorten... en naar wat we zagen liggen in een vissersbootje zijn de vissoorten erg klein van formaat. In het meer zitten nijlpaarden, maar die zagen we niet.

Vervolgens fietsten we door een wijkje. onze gids legde uit dat er in de loop der tijd anders gebouwd wordt: eerst gebruikten alle stammen leem en takken bij het bouwen van hun woningen, maar dit werden, bij de meeste stammen, gaandeweg zelfgemaakte en later gefabriceerde bakstenen. Er werd ook uitgelegd waarom de oude, vervallen bouwsels steeds blijven staan. De oudere woningen worden niet afgebroken en opgeruimd om de aanwezige zielen van de voorouders die in die eerdere huizen gewoond hebben niet te verstoren... alweer een vraagstuk van ons, over het waarom er zoveel bouwsels op een stuk grond blijven staan, opgelost.

De vruchtbare streek heeft grote rijstvelden die goed geïrrigeerd kunnen worden door het vele rivierwater vanuit de riftvallei, die in de buurt ligt. Er worden diverse soorten rijst gekweekt in Tanzania, maar in deze regio wordt enkel witte rijst verbouwd. We reden tussen de rijstvelden en zagen vele boeren en boerinnen er hard werken, voor vaak magere inkomsten, werd ons verteld.

In de omgeving worden verder verschillende soorten groenten en fruit verbouwd. Deze wordt verkocht op verschillende marktplaatsen. We bezochten één markt, waar we uitleg kregen over verschillende zaken. We liepen er ook door de slagersgang. In heel Afrika (maar ook in andere warme landen) zagen we slagers al hun vleeswaar buiten hebben hangen. Het verschil met deze slagersgang was dat er geen stoffige weg langsliep en dat de prijzen vastgesteld waren. De klanten betaalden dus overal hetzelfde. Er werd ons bevestigd dat er geen koelcellen zijn voor het vlees. Onze gids zei dat het vlees er dagelijks volledig verkocht was en dat daardoor een koeling ook niet nodig was... tja... het vlees moet natuurlijk 'rijpen' alvorens het gegeten wordt...

Na het marktbezoek fietsten we naar een bananenbierbrouwerij. Het bier werd op dezelfde manier als Ine een week eerder zag, gemaakt, maar was afgeschermd van de toeristen. Ook Johan kon nu het bier proeven. Onze gids legde uit dat het geen goed bier was omdat het, bij het maken, te veel rook opgenomen had... en inderdaad, hetgeen we te proven kregen, smaakte vooral naar rook. Onze gids vertelde nog het verschil tussen bananenbier en -wijn. In feite is het net hetzelfde, maar heeft de wijn een hoger alcoholpercentage, als wijn in plaats van als bier. Het is ook helderder en duurder.

Als afsluiter van onze fietstocht bezochten we nog een bananenplantage. Hier zagen we enkele soorten bananenbomen en hun bloei. Bizar eigenlijk hoeveel soorten bananen er zijn... en hoe weinig wij er maar kennen!

Nadat we hetgeen aten dat we op konden uit onze, opnieuw overvolle, lunchbox (en de overschot aan anderen weggaven) reden we richting onze volgende bestemming. Over een barslechte gravel-/steenslag-"weg" reden we drie uur tot we aan het Natronmeer aankwamen. Onderweg reden we de Grote Riftvallei in door een hoge heuvelrij over te rijden. Nadien werd de omgeving vulkanisch: er lagen veel vulkanische assen, oude lavavelden en oude en slapende vulkanen. We zagen ook verschillende windhozen ontstaan, voorbij kolken en weer 'oplossen'... bijzondere omgeving!

Normaal gezien zouden we die nacht richting de top van vulkaan ol Doinyo Lengai, die we ook voorbijreden, wandelen. Deze vulkaan heeft aan de top een actief geothermisch veld met unieke lava. De lava die de vulkaan uitstoot heeft een hoog gehalte aan natrium- en kaliumcarbonaten. Daardoor is de temperatuur van de lava lager dan bij andere vulkanen, zo'n 500-600 graden Celsius (elders veelal 800-900 °C). In zonlicht lijkt deze lava een zwarte kleur te hebben in plaats van een rode. Ze is ook minder vloeibaar dan lava met veel silicaten... en dit was hetgeen, vooral Ine, persé wilde zien... maar gedurende wandeltochten die Ine tijdens haar week alleen deed, besefte ze dat ze te veel klachten, van o.a. hoogte, had om deze enorm steile berg van 2.960 meter te beklimmen. Tijdens de kennismaking met onze chauffeur Godsilent hadden we al doorgegeven deze tocht niet zouden gaan doen, maar andere activiteiten te willen gaan ondernemen.

... aan de oude lavavelden zag je trouwens dat die lava van de ol Doinyo Lengai anders is dan andere: het stollingsgesteente wordt carbonatiet genoemd. Nadat de lava gestold is, blijft deze niet zwart, maar kleurt ze grijs. Het lavagesteente verweert ook sneller dan bij andere vulkanen. Dit maakt dat de lavavelden veel 'gladder' zijn...

Die bijna perfecte kegel ol Doinyo Lengai betekent, in het Maasai, "berg van God". De Maasai ziet de berg als heilige plaats, waar hun oppergod, Enkai, woont. Ze brengen er bijvoorbeeld offers voor deze god.

Alvorens naar onze lodge te rijden, maakten we kennis met onze plaatselijke gids. Hij zou ons, in plaats van het beklimmen van de vulkaan, 's anderendaags meenemen naar het Natronmeer, naar historische voetafdrukken en een waterval.

Onze lodge, voor één nacht, had zowel uitzicht op de ol Dionyo Lengai als op het zoute Natronmeer. Onze kamer was opnieuw vrij luxueus en groot met een grote badkamer. Omdat het echt wel erg warm was in deze regio gingen we eerst douchen. En terwijl Ine onder de douche stond, viel de stroom uit... en die bleef een hele poos weg... gelukkig was er een zaklamp om in het donker naar en van het restaurant te gaan.

13 oktober 2026

Afgelopen 30 september

Op onze twaalfde dag van onze Tanzaniareis waren we vroeg uit de veren. Veel stond er niet op de planning, maar het werd wel een 'drukke' dag. We deden een lange 'gamedrive' in Tarangire National Park en nadien reden we naar onze volgende slaapplek, op 50 km van het park. Naast de vreselijk irritante dazen, kregen we opnieuw heel wat wilde dieren te zien.

Dat er véél olifanten in dit nationaal park leven, werd nu wel duidelijk. We zagen er echt veel, maar allemaal maar in kleine groepjes van vrouwtjes met jongen of solitaire stieren. Verder zagen we (als we niks vergeten zijn) gnoes, dikdiks, leeuwen en welpen, zebra's, waterbokken, reigers, buffels, bavianen, vervetaapjes, hoornvogels, ibissen, flamingo's, giraffen, impala's, hyena's, wrattenzwijnen, hartenbeesten, thomsongazelles, pelikanen, dwergmangoesten, koedoes, struisvogels, zeearenden, een maraboe, vele vogeltjes en een jachtluipaard (met enorm veel safari-jeeps).

Het was al na vijven toen we bij ons volgende slaapplek terecht kwamen. Daar werden we uitgenodigd voor een, gezien de tijd, korte natuurwandeling met zonsondergang (18:13 uur). Ons kamp werd uitgebaat door een Maasaigemeenschap. Ine had dus al een natuurwandeling door de stam zijn, typisch woongebied gehad, maar ze was erg blij met déze wandeling. Ze was dit sowieso omdat Johan dit dan ook meemaakte, maar ook omdat ze tijdens deze kortere tocht meer leerde van alle verschillende bomen, veelal verschillende soorten acacia's, en hun medicinale toepassingen dan toen ze in de vorige Maasailodge een natuurwandeling deed.

Nog even voor de zon effectief onderging, bereikten we de top van een heuveltje. Dit had een erg mooi en panoramisch uitzicht over het Manyara-meer en de bergen van de nabijgelegen riftvallei/Grote Slenk. Tijdens een hapje en een drankje vertelde de Maasaikrijger (= Moran) dat hij op school veel geleerd had over duurzaamheid. Hij vertelde dat hij in zijn gemeenschap ijvert om, zonder verlies van hun cultuur, grasvelden aan te leggen om hun kuddes koeien, schapen en geiten te laten grazen, maar ook om minder dieren te kopen, maar net dierenrassen aan te schaffen die meer melk en vlees opbrachten. Hij had immers geleerd dat je beter goed gevoede, gezonde dieren hebt, dan grote hoeveelheden uitgemergelde dieren... interessant gesprek!

12 oktober 2026

Dag 11 : naar Tarangire National Park

Op dinsdag 29 september '26 startte het tweede gedeelte van onze reis door Tanzania, namelijk het twaalfdagen durende "Tanzania Explorer XL". Dit was het gedeelte van onze reis dat we samen ondernamen.

Zoals met onze chauffeur Godsilent afgesproken, stonden we netjes om 8u klaar om in te stappen in zijn jeep. We moesten zo'n 200 km rijden, waarvan, gelukkig, het grootste gedeelte op een asfaltweg. Omdat we door het drukke en grote Arusha moesten rijden, er verschillende wegenwerken waren onderweg (met nog veel handenarbeid) en we enkele keren stopten, deden we er 5,5 uur over om bij onze bestemming uit te komen. Die bestemming was de hoofdtoegangspoort van het Tarangire National Park. Hier aten we eerst onze 'lunchbox' alvorens het park binnen te rijden.

Het landschap van het Tarangire NP bestaat uit granieten heuvelruggen, een riviervallei en moerassen. De vegetatie is een mengeling van acacia- en struikwilgenbos, seizoensgebonden overstroomd grasland en baobab-bomen. Deze vegetatie is ideaal voor olifanten, al zagen we er tijdens deze eerste kennismaking met het park niet zo heel veel. Qua andere wilde dieren kregen we al best veel te zien! We zagen olifanten, giraffen, impala's, gnoes, zebra's, elanden, waterbokken, dik diks, bavianen, struisvogels, adelaars, verschillende hoorn- en andere vogels, buffels en een duttende leeuwin in een boom. Al die dieren brachten héél veel ferm en pijnlijk stekende dazen met zich mee... een diersoort die we minder op prijs stelden! Ze staken los door onze kleren door. Onze chauffeur had wel koeienstaarten voorzien om de beestjes van ons af te slaan... maar ook dat hielp niet genoeg om de beesten tegen te houden met steken.

Pas rond 18u, een kwartiertje vóór zonsondergang, kwamen we aan aan ons kamp. Het werd een tentenkamp genoemd, maar in feite waren het stevige constructies met tentenstof-wanden... nog luxueuzer dan "glamping" dus. We hadden op voorhand moeten afspreken om hoe laat we zouden gaan avondeten. Dit was natuurlijk handig om weten voor het keukenpersoneel, maar het was vooral om ons te komen oppikken aan onze 'tent' om ons naar het restaurant te brengen. Aangezien we midden in het nationaal park overnachtten, konden er allerlei dieren rondlopen en mochten we niet alleen rondlopen in het kamp.

Doordat de zon onder was, waren er gelukkig geen dazen meer om ons lastig te vallen op het terras waar we aten. Er waren natuurlijk wel muggen... en omdat we maar op een hoogte van zo'n 1.000 meter boven zeeniveau verbleven (malariamuggen komen tot op zo'n 1.500 m voor), was het insmeren met DEET 50% absoluut nodig.
Na het avondeten werden we weer netjes afgezet aan onze 'tent' en sliepen we heerlijk onder het muskietennet in onze 'tent'.

11 oktober 2026

Terug samen!

Op maandag 28 september ’26 kon Ine uitslapen. Ze zou immers pas rond half 11 haar transfer naar een andere lodge in Moshi hebben. Uitchecken kon tot 10 à 11 uur werd Ine gezegd, dus ware het niet dat Ine veel te vroeg wakker was, dan had ze kunnen uitslapen…

Ine had zich iets voor tienen al laten uitchecken en was in één van de salons van de lodge gaan zitten om op haar transfer te wachten… en die was veel te vroeg… Om 10u zat Ine al in de auto richting de Chanya lodge. In deze lodge had Johan de dag voor zijn vertrek naar de Kilimanjaro geslapen. Hij zou er later op de dag ook weer aankomen.



Johan had laten weten, toen hij nog even ergens wat internet had, dat de groep, vanwege het trage tempo van de drie dames, rond 15 à 16 uur aan zou komen aan de Chanya lodge… maar Johan en één van de dames hadden twee uur moeten wachten op de andere twee dames aan de gate. Het werd uiteindelijk 18:15 uur dat we elkaar weer terugzagen… en het vertellen over ieders onze avonturen van de week voordien kon starten!

Na een goede douche, waar Johan heel veel nood aan had, maakten we kennis met Godsilent, onze chauffeur/gids van de periode nadien.

10 oktober 2026

Dag 9: Materuni waterval & Moshi

Op zondag 27 september ’26 waren we 9 dagen in Tanzania. Johan was al van voor middernacht wakker en onderweg naar Uhuru Peak. Ine ging voor de laatste keer alleen op uitstap. Hiervoor reed ze opnieuw richting de Kilimanjaro. Deze die dag, in de vroege, ochtend nog eens wolkenvrij. Ine kreeg zo een mooi en goed zicht op de hele berg met zijn huidige twee overgebleven kraters, waarvan de hoogste Uhuru Peak bevat. Ine haar chauffeur vertelde dat de andere krater ook te beklimmen is, maar dat er dan met touwen en pikhouwelen geklommen moet worden… en dat je niet mag vertrekken als je de verklaring dat je op eigen verantwoordelijkheid, met gevaar voor eigen leven de tocht onderneemt, niet ondertekend hebt.

Aangekomen in het dorpje Materuni werden we bij het registratiepunt opgewacht door Ine haar wandelgids. Hij vertelde dat hij eerst met Ine naar de Materuni waterval zou wandelen en we nadien naar een koffieplantage zouden gaan, waar we ook zouden lunchen.

Bij het vertrek van de wandeling, rond 9u, grapte Ine dat ze Johan kon zien lopen op de top van de Kilimanjaro. Dit was meteen ook de laatste blik die Ine kreeg op die berg: nadien daalden we af en gingen we doorheen de bossen tegen de flank van de bergen.

Ine wandelde op 1500 meter hoogte, ter hoogte van het regenwoudgebied aan de voet van de Kilimanjaro. De kleiige ondergrond was vochtig, maar niet modderig. Ine haar wandelgids vertelde dat het niet echt meer geregend had tot twee weken voordien, maar dat de vaak laaghangende wolken het vochtig hielden. Onderweg wees hij Ine wat soorten vegetatie aan: bananenbomen, koffiestruiken, passievruchten enz. Er lagen ook enkele ‘akkers’ met groenten tegen de hellingen aan aangelegd.

De Materuniwaterval was, ondanks de begroeiing, best al van ver te zien. De waterval is een 80-tal meters hoog. Aangezien Ine er aan het einde van het ‘droogseizoen’ was, kon ze tot aan de voet van de waterval geraken, niet dat dat betekende dat er maar een smal straaltje water naar beneden donderde.

Nadat Ine weer langs dezelfde route terug naar boven wandelde, was op de plek waar ze een klein uurtje eerder de Kilimanjaro nog zonder wolkje kon zien liggen, een dik pak wolken opgedoken. En van die Kilimanjaro was niks meer te zien en dat bleef de rest van de dag zo.

In Materuni en de andere hellingen van de Kilimanjaro wonen vooral mensen van de Chagga stam. Hun grondgebied is vruchtbaar vanwege de vulkanische ondergrond. Ze telen er bananen, koffie, yam, maïs en andere groenten. Bananenbomen bieden meerdere keren per jaar bananen om te verkopen, maar bieden ook noodzakelijke schaduw voor de koffieplantages. Na haar wandeling werd Ine naar zo’n plantage gebracht.

Ondanks dat Ine op Jamaica al naar koffieplantages geweest is, leerde tijdens dit bezoek veel bij. Alle stappen van het hele proces van plant tot en met gemalen koffie werd uitgelegd en getoond… bij dat laatste moest Ine ook mee doen, terwijl de Chaggamensen zongen tijdens het werk.

Na de lunch, van traditionele gerechten, werd Ine terug naar haar lodge in Moshi gebracht. Ze nam afscheid van haar chauffeur… van wie ze de moeilijke naam echt niet meer kan herinneren, maar die Ine op een aangename manier acht dagen lang rondreed.

29 september 2026

Afrika Amini Alama in Momella (dag 7)

Na het ontbijt vertrok Ine met een gids vanuit de Hillside Lodge de heuvel af, naar het dorpje Momella. Gedurende de hele ochtend ging ze langs verschillende projecten die mee ondersteund worden door de ngo Africa Amini Alama.

Het eerste project dat Ine bezocht was de “KinderVilla”. Het wordt een weeshuis voor jongens en meisjes genoemd, maar in de meeste gevallen zijn de kinderen die er verblijven geen wezen. Vaak gaat het over kinderen waarvan er geen vader is. De moeders van deze kinderen hebben het, omdat dit een schande is, vaak moeilijk om aan te sluiten bij de anderen. Doordat ze alleen zijn, kunnen ze niet werken omdat ze dan niet voor hun kind(eren) kunnen zorgen. Dit maakt dat ze arm zijn, maar deze situatie zelf moeilijk kunnen veranderen. In zulke gevallen hebt de ngo. Deze kinderen (en echte wezen) kunnen met gratis kost en inwoon in KinderVilla verblijven. Op deze manier kunnen de moeders wel gaan werken en zich uit armoede werken. De moeders kunnen bij hun kinderen op bezoek komen en helpen mee met activiteiten en bv. de was van hun kind.

Op het moment van Ine haar bezoek waren er, op twee na, geen kinderen aanwezig. Die waren allemaal naar school in het dorp.

Ine kreeg te zien waar de kinderen samen aten en speelden en waar ze sliepen. De kinderen liggen, in stapelbedden, in een kamer met leeftijdsgenootjes. Er is een jongers- en een meisjesblok. In de grote tuin stonden speeltuigen onder twee grote bomen.

Vanuit KinderVilla wandelde Ine met haar gids naar de polikliniek van de ngo. In deze polikliniek ligt de focus op preventieve geneeskunde, natuurgeneeskunde en kinétherapie. Er werkt ook een tandarts en er worden (eenvoudige) wondverzorgingen gedaan. Dit is allemaal gratis. Hun inkomsten worden gehaald uit de ngo, sponsors en giften. De gebruikte medicijnen, zowel reguliere als homeopatische, zijn betalend. De kruiden voor de homeopatische medicijnen worden in eigen tuin gekweekt en gedroogd, vermalen en verwerkt in de kliniek.

Eén van de artsen die in de kliniek werkt, is één van de oprichters van de ngo Africa Amini Alama. Zij is arts en heeft zich daarnaast ook toegelegd op natuurgeneeskunde. De medicijnen worden door haar voorgeschreven. Als er in de kliniek geen passende behandeling mogelijk is, worden patiënten doorverwezen naar het ziekenhuis in het dorp.

De ngo heeft een speciaal programma voor zwangeren en jonge moeders. Zij worden tijdens hun zwangerschap in de kliniek opgevolgd met echo’s en andere onderzoeken die nodig zijn. Daarnaast krijgen ze vanuit de ngo kleedjes en wat spullen voor tijdens de eerste drie maanden van de baby. Voor de moeders wordt een pakket voorzien met materiaal dat ze na hun bevalling kunnen gebruiken. Bevallen dien ze in het ziekenhuis, maar als ze daar dit pakket moeten kopen, kost dit erg veel, maar is dit wel noodzakelijk om infecties te voorkomen.

Het derde project dat Ine bezocht was de middelbare school voor duurzaam toerisme. Ditmaal kreeg ze een hele andere rondleiding met weer meer informatie gericht op de opleiding zelf.

In basisschool Worseg Vision English Medium Academy is ook de ondersteuning van de ngo zichtbaar. Er zijn drie jaren ‘kleuterklas’ die volgens de Montessori-methode. Deze is gebaseerd op de natuurlijke drang van kinderen om te willen leren en sterk van elkaar leren. Er wordt voor iedereen ’s middags een gezonde maaltijd voorzien. Door ook die kleuterklassen, met lunch, aan te bieden, zorgt men ervoor dat kinderen al jong naar school gaan, meer kansen hebben voor hun toekomst en gezonder zijn.

Ine werd door de helft van de drie kleuterklassen onthaald. Ieder kind moest even aan haar vel voelen en toen één van de kinderen haar horloge ontdekte en hoorde dat het tikt, werd het allemaal even te wild… hahahahaha… dit maakte wel dat ze allemaal heel gedreven waren om aan Ine te laten zien wat ze allemaal al geleerd hadden. Door spelenderwijs met allerlei verschillende vormen van leren steeds bezig te zijn, hadden ze al stappen richting kunnen lezen (tweede leerjaar) gezet… een luipaard aanduiden op de dierenkaart was wel een moeilijke… grappig dat ze met een vijftal gingen zoeken wat het dan wel was…en uiteindelijk eentje ging aanduiden waar de krokodil stond… zo! opgelost.

Het naaiatelier waar Ine twee dagen voordien al was geweest stond daarna op het programma. Er zaten nu meer naaisters en ook leerlingen. Deze leerlingen deden een opleiding van twee jaar, na hun middelbare school, om naaister te worden. Hun klaslokaal hing vol met foto’s en patronen van allerlei traditionele Afrikaanse kledingstukken, met wel tien verschillende mouwen voor damesbloezen/-jurken alleen al.

De dames in het atelier hebben er hun eigen zaakje en maken spullen om te koop aan te bieden. Ine wist precies wat ze wilde… maar daarvan bleek de rits kapot. Het werd dus een tasje met haar tweede keuze aan stoffenmotief.

Het laatste bezoek van de ochtend bracht Ine aan het lunchrestaurant van Africa Amini Alama. Ze kreeg er haar lunch opgediend door leerlingen van de toerismeschool. Hierbij zaten we onder de grote vijgenboom die in het logo van de ngo staat… met zicht op Kilimanjaro, opnieuw achter de wolken.

Africa Amini Alama heeft nóg projecten in regio West-Kilimanjaro, maar we hielden het op de meeste van in Momella.

Het was vrijdag, dus dan kon Ine ook nog naar de wekelijkse markt gaan. Deze markt is een belangrijke markt voor de hele regio omdat daar mensen van ver en dichtbij, van zowel de Wameru als de Maasai aan elkaar kunnen verkopen en levensmiddelen in kunnen kopen. Ine had geen zin om daar heen te gaan. Tijdens vorige reizen hebben we al heel vaak dergelijke markten bezocht.

Dus wandelde Ine samen met haar gids weer de heuvel op om terug naar Hillside Retreat (ook van ngo, net als de Original Maasai lodge) te gaan. De vijf uur dat Ine van haar ‘huis’ was geweest waren erg boeiend, verrijkend maar ook vermoeiend geweest.

28 september 2026

National Park Arusha & 'mini restuarant'

Om 8u stond Ine haar chauffeur/gids haar op te wachten om, “om de hoek”, naar de gate van Nationaal Park Arusha te rijden. Hij vertelde dat er in het park enkel luipaarden als roofdieren zaten, en dan ook nog ver weg in het bos. Om deze reden, waren er veel ‘gewone’ dieren omdat zij er zonder veel stress konden leven. Het park heeft hierdoor procentueel het grootste aantal giraffen van alle parken van Tanzania. Deze soort is, zo merkten we al tijdens onze voorgaande safari’s, erg stressy en snel opgejaagd. 

Dat er veel giraffen waren, merkte Ine al meteen: tientallen meters voorbij de eerste gate zaten er al een paar te rusten. Ine kan zich niet herinneren op safari ooit zittende giraffen gezien te hebben. De chauffeur vertelde dat, als ze zich rustig voelen, dit de manier is waarop ze ook slapen. 

Bij de tweede gate ging de chauffeur Ine aanmelden en om een ranger voor een wandelsafari vragen. Zo’n ranger heeft bij een wandelsafari altijd een geleden geweer bij. Dit dient om, moest het nodig zijn, een schot af te vuren om het dier weg te jagen. In dit park kan het vooral bij een buffel nodig zijn dit te gebruiken. Onderweg zag Ine verschillende dieren: wrattenzwijnen, buffels, giraffen, waterbokken, een soort ooievaar en een dikdik. Ook wandelde Ine een stukje de berg Meru, die in het nationaal park ligt, op. Zo kwam ze aan een mooie, kleine waterval. 

Na ongeveer twee uur wandelen, stapte Ine terug de jeep in en ging ze met haar chauffeur op ‘gamedrive’ in de rest van NP Arusha. Dit park bestaat voornamelijk uit bossen, maar er zijn ook grote open vlaktes en grote meren. Naast opnieuw veel giraffen en wrattenzwijnen te zien, zagen we ook zebra’s, bavianen, flamingo’s, ibissen, allerlei andere watervogels, bijeneters, een adelaar, een waterbok en bosbokken, een dikdik en een duikerbok en enkele diadeemmeerkatten… vooral om die laatste was Ine erg blij. Deze apensoort had Ine nog nooit gezien. 

Rond 18u stapte Ine, met drie koppels die ook in dezelfde lodge als Ine verbleven, in de jeep van het hotel. We werden naar het ‘mini restaurant’ van een middelbare school van ngo Africa Amini Alama gebracht in het dorp. Het bijzondere aan deze school is dat het zich, naast dat het een gewone middelbare school is, ook specialiseert in een opleiding in duurzaam toerisme. Dit is voorlopig de enige middelbare school die dit organiseert in Tanzania. De andere opleidingen in toerisme zijn opleidingen voor na het middelbare onderwijs. 

Het is een kostschool met zo’n 150 leerlingen, verdeeld over vier schooljaren. Tijdens een rondleiding die we kregen van de leerlingen vertelden deze dat dit maakte dat ze kleine klassen hadden. In andere middelbare scholen in Tanzania heb je klassen met zo’n 100 leerlingen. 

We kregen uitleg over hoe de leerlingen gestimuleerd werden om projecten te bedenken om duurzamer met alles om te gaan: ze waren spaarzaam met water en energie, ze herbruikten spullen, de school kweekten eigen groenten en fruit en ze recycleren. Ze hebben een project waarvoor ze alle plastieken verpakkingen uit het dorp verzamelden, wasten, verknipten en er met mallen, allerlei nieuwe spulletjes mee maakten… en ja, hoor, Ine heeft er weer een olifant bij, eentje van gerecycleerd plastiek ditmaal! 

Voordat we aan tafel konden gaan, moesten we nog een aantal stappen doorlopen. Er was een opzet gemaakt alsof we op hotel gingen en daar ook aten. Dit betekende dat Ine (en de anderen) zich moest laten inchecken, ze haar kamer te zien kreeg en dat ze naar haar tafel gebracht werd. Aan tafel werd haar dan het menu voorgelegd, kreeg ze alles netjes opgediend, werd gevraagd of ze het niet te koud had enz. Dit alles werd door de leerlingen van school gedaan als oefening van de verschillende zaken die ze, eens afgestudeerd, op hun werk moesten gaan doen… leuk! 

Op het einde werd er ook nog, door alle leerlingen die die avond meegewerkt hadden, voor zang en dans gezorgd… wat een fijne avond. Dit was een avond waarvan Ine het jammer vond dat Johan er niet bij was om dit ook mee te maken… maar die was op dat moment aan het acclimatiseren : hij was op zijn vierde dag van de Lemoshoroute vertrokken op 3.900m, naar 4.600m gewandeld en weer gedaald tot 3.975m om te overnachten.

27 september 2026

van Maasai- naar Wamerugebied

Na het ontbijt ging Ine samen met een Maasai en haar chauffeur/gids op wandel in het gebied rondom de Original Maasai lodge. Net zoals op andere plaatsen, leven de Maasai hier in droog, onvruchtbaar gebied. Ze hebben wel een rijke kennis aan plantkunde en weten zich zo van allerlei kwaaltjes te genezen. Een paar planten kreeg Ine tijdens de wandeling ook te zien. Onderweg kwam Ine ook nog verschillende zebra’s, een giraf, vier Thomson gazelles en een antilopesoort waarvan ze de naam niet meer weet (en geen foto heeft).

Na de wandeling van bijna twee uur was het tijd om uit de Original Maasai lodge te vertrekken. De Maasai lieten dit niet zonder afscheidslied gebeuren. Vlak voor we wegreden, kwamen er langs alle kanten enkele Maasai aangerend die als afscheid voor Ine zongen… bijzonder… en ook weer ongemakkelijk… maar wat een ervaring was deze locatie geweest: zonder dat het gecommercialiseerd en onecht leek, had Ine het gevoel even een andere cultuur mee te maken. En het feit dat de opbrengsten naar ngo Africa Amini Amala gaan en zij die weer aan de omgeving teruggeeft via onderwijs, structurele medische en sociale ondersteuning in de Kilimanjaroregio, één van de armste regio’s van Afrika, is erg bijzonder.

Ditmaal moesten we weer over de barslechte weg terug, maar reden we op een gegeven moment de andere kant op. We staken een riviertje en verschillende irrigatiekanaaltjes over. Dit was dus de plek waar de Maasai hun drinkwater haalden… in bidons, door ezels vervoerd. Voor het hotel was er stromend water aangelegd, maar dat is, ook niet voor de Maasai, niet drinkbaar.

Deze richting uit zag het er, door verschillende riviertjes, steeds groener uit. Er doken steeds meer velden met gewassen op en er liepen steeds meer mensen in gewone kleding (en niet de Maasaigewaden, rond. Ine leerde van haar chauffeur dat hier de Wamerustam woont. Deze stam is minder traditioneel dan de Maasai. Ze leven al eeuwen letterlijk langs elkaar: de Maasai in de droogte en de Wameru rond de riviertjes, gevormd door bronnen in de berg Meru. Ze drijven al even lang handel met elkaar. Ine vind het vooral verrassend dat, op een kwartier rijden, de omgeving er zo groen uitzag! We reden verder langs velden en enkele dorpjes. Op verschillende plaatsen was ook duidelijk te zien dat het overstromingsgebied is in regentijd. De chauffeur vertelde aan Ine dat niet iedere rivier voor de mens drinkbaar water had en dat dit op deze plaatsen zichtbaar was waarom: er lag hier wit sediment op de grond. Het water kan wel gebruikt worden voor de irrigatie van velden en als drinkwater voor dieren maar bevat zout en mineralen die vulkanisch van oorsprong zijn en vanuit vulkaan Meru naar boven komt en naar beneden loopt.

Na, in totaal 45 minuten rijden, kwamen we in het dorp Momella aan. Dit is de thuisbasis van de ngo Africa Amini Amala en heeft één van de toegangspoorten van Nationaal Park Arusha. We reden meteen naar Ine haar volgende verblijfsplek voor drie nachten: Hillside Retreat, ook een lodge van Africa Amini Amala… en ook deze weg was barslecht. Ine werd ditmaal niet al zingend ontvangen, maar wel erg hartelijk. Ze kreeg thee en kreeg uitleg over hoe de lodge, en andere projecten van de ngo, ontstaan waren: doordat de regio arm is, kan niet ieder gezin voor zichzelf instaan. Vooral moeders zonder echtgenoot hebben het moeilijk, werd verteld: zij kunnen immers niet zomaar voor de kinderen zorgen én een voldoende goed inkomen regelen. Africa Amini Amala heeft daarom projecten die moeders helpt kleine bedrijfjes op te starten, scholen ondersteunt waar kinderen gratis heen kunnen en er gratis lunchen en ze hebben een polikliniek waar de hele omgeving gratis preventieve en kleine behandelingen kunnen krijgen.

Er werd met Ine besproken wat haar programma van de drie dagen dat ze er was, zou gaan zijn: deze dag zou ze nog een natuurwandeling maken, ’s anderendaags het nationaal park verkennen en op vrijdag de projecten bezoeken.

Ine kreeg geen kamer maar een soort gastenhuis om in te verblijven: er waren geen echte aparte kamers, maar er stonden wel, verspreid van elkaar en met wanden gescheiden, drie tweepersoonsbedden en er waren twee badkamers met douche en WC, een eenvoudige keuken en twee terrassen… Nadat Ine beslist had welk bed en welke badkamer ze zou gaan gebruiken, ging ze zich installeren. De wifi in huis was goed, dus kon Ine ook bezig zijn met haar foto’s en de blog. Dit deed ze tot het tijd was om te lunchen. Aan deze lodge was geen restaurant, enkel maar een bar. Bij ieder huis was op het overdekt terras een eethoek voorzien. Dit maakte dat Ine er steeds zonder anderen om zich heen moest eten… dit voelde de eerste twee keer wat eenzaam, maar uiteindelijk stelde Ine deze rust ook wel erg op prijs.

Na het lunchen, deed Ine al een paar kleine handwasjes en ging Ine wat dutten. Om vervolgens tegen 16u klaar te staan voor haar natuurwandeling. Een gedeelte van deze wandeling liep langs de grens met National Park Arusha. Enkel voor auto’s is er een afsluiting, dieren (en mensen) kunnen gewoon van NP naar het dorp of van het dorp naar het NP. We bleven echter aan de kant van het dorp omdat je anders inkomgeld moet betalen. Vaak zie je vanaf die grenswandelpaden al wilde dieren lopen, maar Ine had geen geluk. Het grenspad liep verder langs een rivier. De rivieren in de omgeving bevatten geen vis. Moesten inwoners vis willen eten, moeten ze dat bij het Victoriameer halen. Dit ligt zo’n 600 km verderop, wat maakt dat er niet gemakkelijk aan vis te geraken is en dat het duur is. Bijna ieder gezin heeft hier een paar kippen, geiten, schapen en/of runderen om in melk, eieren en vlees te voorzien. Dieren naar sappige grasgebieden gebracht om te grazen en staan thuis in een met accaciatakken afgezet gebied. Door de lange, scherpe doorns komt er niets en niemand bij de dieren op die manier.


Eigenlijk zat er geen bezoek aan het naaiatelier in de natuurwandeling maar de opportunistische gids leidde Ine naar het atelier omdat hij er iets moest ophalen voor zichzelf. Het bezoek aan het atelier stond pas op het programma van vrijdag, als Ine de projecten van de ngo bezoekt. Ze kon ze wel al eens rondneuzen en nadenken over wat ze mogelijk nog “nodig” had.

Daarna wandelen we langs en over verschillende erven terug naar boven naar Hillside Lodge. Het was wat laf geworden, wat de klim naar boven niet gemakkelijker maakte voor Ine.

Ine kreeg ’s avonds weer haar avondeten op haar terras en ging opnieuw vrij vroeg slapen omdat ze ’s anderendaags weer vroeg op moest.

24 september 2026

Als een Maasai

Op dinsdag 22-9 was het, na twee nachten, weer tijd om de Simba Farm Lodge te verlaten. We waren al vroeg, vóór half 9, op weg. We lieten de Kilimanjaro wat meer achter ons en reden richting Meru, ook zo’n oude, slapende en gigantische vulkaan. We reden eens door een klein gebied waar, vanwege de vele acacia’s, regelmatig giraffen te zien waren. Die kregen we niet te zien. We zagen wel verschillende kleurige vogels, een paar vervetaapjes, enkele herders onderweg met hun vee (een klein aantal koeien, geiten en schapen) én we zagen Kilimanjaro zonder wolken bovenop! Ine dacht dat ze de berg de dag voordien maar half gezien had en dat wolken veel van de top bedelen, maar eigenlijk had ze hem al bijna helemaal gezien: een grote, hoge en vooral brede berg. Meru kregen we ook goed te zien, maar die is kegelvormig en 4.566 m hoog, dus nog 1329 meter lager dan Kilimanjaro (5.895 m).

Het was na een tijdje duidelijk te zien dat we Maasaigebied inreden: er liepen steeds meer mannen en vrouwen in traditionele klederdracht en we kwamen steeds meer herders meer kleine kuddes tegen. Over het algemeen gaan kinderen al jong naar school, maar op vrije dagen moeten Maasai-jongens vanaf 4 jaar een kleine kudde leren controleren.

Er doken ook meer en meer kleien huizen op en weien, met rondom takken en doornen, om de kudde te beschermen tegen roofdieren… die er in dat gebied eigenlijk niet zijn.

Toen we de asfaltweg moesten verlaten, was het nog een lang stuk rijden over heel slechte keien- en zandweg.
Aangekomen bij Original Maasai Lodge stond een groep van Maasaimensen ons op te wachten en zongen ze ons toe… beetje ongemakkelijk om daar zo alleen naar te staan kijken, maar enfin. Na de zang, kregen we doekjes om onze handen te wassen en kregen we een welkomstdrank. Traditioneel zou dit koeienbloed zijn, maar gelukkig kiezen ze voor toeristen voor een lekker (donkerrood) drankje met hibiscus, gember en limoen. Er werd door een Maasaiman verteld dat de drank in, door vrouwen, uitgeholde calabassen bewaard worden. Omdat er ook één Maasaivrouw bijstond, vroeg Ine haar iets over het uithollen van de calabas. Ze bleef heel serieus kijken en de Maasaiman antwoordde… later zou Ine leren dat, als er mannen bij zijn, deze altijd voor de vrouw(en) spreken… tja, traditie en cultuur…

De Original Maasai Lodge wordt volledig uitgebaat door de Maasaistam van dat gebied, maar is eigendom van een ngo van twee Oostenrijkse dames, ‘Africa Amini Alama’. Deze ngo staat voor duurzaam toerisme en wil met verschillende projecten, waaronder scholen en lodges, de levensstandaard van de Maasai- en Wameru-stammen verhogen en vooral de tradities bewaren.

Nadat Ine rondgeleid was in de gemeenschappelijke gebouwen van de lodge, nam ze plaats op het terras met zicht op Kilimanjaro… maar die lag volledig in de wolken. Ine kreeg thee en kreeg uitleg over het programma. In het reisschema dat we ontvangen hadden, stond dat Ine moest kiezen uit drie activiteiten, maar alle activiteiten waren gewoon inbegrepen… wat maakte dat Ine nog een drukke namiddag tegemoet ging: 13u: lunch, 15u: schoolbezoek, 17:30u: speerwerpen met aaneensluitend traditionele zang en dans, verhalen over tradities aan het kampvuur en avondeten.

Doordat Ine een hut had dicht bij het zwembad had ze ook wifi op haar kamer. Die was er eigenlijk enkel in gemeenschappelijke ruimten. Wat wél alle kamers hadden, was zicht op Kilimanjaro… maar die bleef gedurende Ine haar hele verblijf verstopt achter wolken.

Ine was de enige geïnteresseerde voor het schoolbezoek. Het was een stukje wandelen naar de school waardoor Ine vanalles kon vragen aan de gids die Ine mee naar de school nam: over zijn schoenen die van motorbanden gemaakt waren, over schoolverzuim, over de projecten van de ngo die ervoor zorgden dat jongere mensen in de buurt bleven en niet naar de steden trokken voor geld enz.

Aan het schooltje werd Ine opgewacht door een leerkracht. Hij was niet van de omgeving maar was met zijn hele gezin naar de school verhuisd waar hij kon inwonen om het lerarentekort op te lossen. We zagen de iets oudere lagere schoolkinderen, enfin, de meisjes, de klaslokalen poetsen. De leraar legde uit dat dit onderdeel van hun scholing was. Eén klas was na schooltijd nog even gebleven om voor Ine Engelse liedjes te zingen, haar vragen te laten beantwoorden én ook vragen aan haar te stellen. Voor één keer loog Ine niet over haar leeftijd en zorgde dit voor een héél verbaasde blik van de kinderen… ja, dat vonden ze oud! De gemiddelde levensverwachting in Tanzania is dan ook maar 67 jaar, en nog lager in de gebieden als degene waar Ine was.

In de Tanzaniaanse scholen zijn er ook verschillende leerjaren, maar stroom je sowieso in in de eerste klas, hoe oud je ook bent als je start. De kinderen hebben daardoor heel verschillende leeftijden in één klas.

Ine bezocht ook de eerste klas (kleuterklassen). Daar draaide alles vooral om spelenderwijs leren. De continenten lagen er bijvoorbeeld als puzzels… maar tussen Frankrijk en Denemarken lag enkel Duitsland… van de BeNeLux was er geen sprake ;-)

Voor het speerwerpen en alle activiteiten nadien waren er (gelukkig) veel meer geïnteresseerden. We kregen eerst uitleg over waarom speerwerpen zo belangrijk is voor de Maasai: het is het enige verdedigingsmiddel dat ze hebben om vrouw(en), kinderen en kudde te beschermen. Ze moeten dus “een leeuw kunnen doden met hun speer”. Dit oefenen de “morans” regelmatig. Deze morans zijn de Maasai-krijgers.

Jongens worden in hun vroege tienerjaren ingewijd tot moran na een besnijdenisritueel. Als ze dan één krimp laten of laten zien, worden ze verbannen, want dat betekent zwakte. Als krijger leven ze, in groep, een aantal jaren afgezonderd in de bosrijke omgeving om te trainen. Als ze sterkt genoeg zijn om hun familie te beschermen, kunnen ze naar de stam terugkeren.

Dat speerwerpen moet dus blijvend getraind worden, maar dient ook om de andere morans te laten zien hoeveel kracht ze hebben.

Er werd in eerste instantie, vanop verschillende afstanden, met de speer naar een hangende rotsblok geworpen. Iedereen zat steeds goed in de buurt, maar als iemand in de rotsblok gooide werd dit op veel gejuich en ontzag onthaald. Het leken net kleine kinderen hoe ze daar zaten spelen met die speren onder elkaar.

En dan waren natuurlijk de toeristen aan de beurt… niemand kon het natuurlijk, ook niet vanop korte afstand. Ine hield zich stil en ging niet gooien… waarom?

Het speerwerpen duurde tot tegen zonsondergang (18:20u). Iedereen ‘verhuisde’ toen naar een heuveltje waar een grote oppervlakte was vrijgehouden om te dansen. Erg veel nummers werd gezongen, ingeleid door steeds andere mannen; Gaandeweg werd het steeds ‘doller’ en werd overgegaan tot de “adumu”, de springdans. Hierbij springen de krijgers recht omhoog om hun kracht, moed en uithoudingsvermogen te tonen. Degenen die het hoogst en het langst na elkaar kunnen springen worden met veel lof bezongen. In eerste instantie zongen de dames ter plekke steeds mee, maar toen er begonnen werd met het springen en naar de dames toestappen, gingen zij schoudertrekkende bewegingen maken terwijl ook zij voor de groep gingen staan… best interessant en leuk om te zien. Het duurde wel lang. Naar de fitness hoeven die krijgers in ieder geval niet meer te doen als die iedere avond voor een hoop toeristen moeten speerwerpen en dansen.

Toen het al helemaal donker was, gingen we allemaal rond een kampvuur zitten. Daar vertelde één Maasai-krijger allerlei tradities. Ine kon niet alles horen, maar enkele zaken waren dat de mannen verantwoordelijk zijn voor hun familie en voor een inkomen. Daarom trekken ze van graasplaats naar graasplaats met hun kuddes om deze in leven te houden, te kweken en te kunnen verkopen. De vrouwen zijn verantwoordelijk voor de rest: de kinderen, het naar markten gaan voor groenten (want Maasai telen niets), koken, poetsen enz. Ze zijn zelfs verantwoordelijk voor het bouwen van de kleien woningen.

Hij vertelde ook dat vroeger Maasaikrijgers dierenvellen droegen die met het bloed van dieren rood geverfd werd. Sinds gekleurde katoenen stoffen ook toegankelijk werden tot de Maasai gebruiken ze gewoon stof in plaats van dierenhuiden. Hun favoriete kleur blijft rood omdat dit kracht uitstraalt en anderen en dieren afschrikt, vinden ze.Tegenwoordig hebben ook andere kleuren succes. Ze droegen verschillende, wat oudere mannen, blauwen gewaden… De dames zijn heel kleurig gekleed. Zowel mannen als vrouwen dragen verschillende juwelen met vaak witte met kleurige kraaltjes rondom polsen, enkels en hals en ook dragen ze allen metalen heupkettingen.

Vanaf 40 ben je bij de Maasai ‘oud en wijs’. Je taak binnen de familie is dan voornamelijk nog het zorgen dat de familieband harmonieus blijft bestaan en dat ze adviseren bij problemen.

Na het weer lekkere avondeten werd Ine naar haar hut gebracht. Er leven geen roofdieren in de buurt, maar omdat er geen goed aangelegde en verlichte paden zijn, gaat een krijger mee met een pitslamp.