Deze witte neushoorns in het Ngorongoro gebied zijn er pas: sinds maart '25 zijn er in totaal 18 witte neushoorns uit een reservaat in Zuid-Afrika gebracht. Voordien waren er enkel nog zwarte neushoorns in de krater. Tijdens onze voormiddag in de krater kregen we zes witte en (van heel ver) twee zwarte neushoorns te zien... en ja, dat verschil is moeilijk te zien, vinden we: het verschil zit in hun lippen. De lippen bij de witte neushoorn zijn breed, terwijl de lippen van de zwarte neushoorn eerder puntig zijn. Deze lippen gebruikt de witte neushoorn om te grazen, terwijl de puntige lip van de zwarte neushoorn hen beter in staat stelt om bladeren en twijgen te plukken.
Momenteel zou er in Tanzania overigens geen stroperij meer zijn vanwege het harde optreden van de overheid ertegen.Onze chauffeur probeerde steeds andere wegen in de krater te nemen dan de andere jeeps, maar dat verhinderde niet dat ook wij tussen 25 (of meer) jeeps naar wat leeuwen te kijken... Die chauffeurs hebben onderling radiocontact waardoor 'goede' locaties aan elkaar doorgegeven kunnen worden. De kraterbodem is 260 km2 groot, maar bevat veel water waardoor dit gebied ook weer niet heel groot is om zó veel toeristen in rond te rijden. Jammer, wel. De dieren lijken er op zich geen last van te hebben, maar moeten wel tussen de jeeps doorlopen om van locatie te veranderen.
Terwijl we bij een gedode buffel, met leeuwen bij een koel riviertje wat verderop, wachtten tot die leeuwen eindelijk uitgerust en uitgehijgd genoeg waren om te gaan eten, aten wij (in de jeep natuurlijk) ons ontbijt op. Die leeuwen namen al de tijd, dus die zagen we uiteindelijk niet meer die buffel binnensmikkelen.
Naast die neushoorns en leeuwen zagen we buffels, Grant's en Thomsongazelles, zebra's en gnoes, als ook hyena's, jakhalzen, kraanvogels, een vleermuis-/grootoorvos, secretarisvogels, koritrappen, blauwkopkroonparelhoenen, flamingo's, pelikanen, wrattenzwijnen, struisvogels, gieren en weer heel wat vogels. Tegen de kraterwand, waar er wel bomen en struiken groeien, kregen we nog olifanten en een boomklipdas te zien. Overigens, in het Ngorongorogebied zijn er, ondanks het water en de vele dieren, géén dazen!Na het Ngorongorogebied te verlaten, sloten we meteen ook weer een safarihoofdstuk af: Dit was immers de allerlaatste gamedrive van onze reis... en wat hadden we wéér veel gezien!
Vanuit het Ngorongorogebied reden we terug de bewoonde wereld in. Bij een grote souvenierswinkel konden we, buiten, aangenaam lunchen.
Vervolgens reden we richting het zuiden, naar het vruchtbare gebied aan het Eyasimeer. We passeerden vele velden met koffie, maïs, uien. In de dorpjes was een mix aan huisjes: van gammele lemen hutjes, beter lemen hutjes met schotelantennes, kleine bakstenen huizen tot de grotere bakstenen soort. In sommige dorpjes was geen verpakking op de grond te zien, in andere lag en hing het overal van de wind.Onderweg pikten we Samuel op. Samuel werd 's anderendaags onze gids. Hij sprak slecht Engels waardoor onze chauffeur veel moest vertalen. Samuel wilde persé dat we allerlei zinnetjes in de taal van de stammen die we 's anderendaags zouden bezoeken, herhaalden... meteen ontstond enig ongenoegen richting de man...
Omdat we al rond half 3 in onze mooie lodge waren, konden we nog wat vrije tijd nemen, wat ook weer welkom was. We werden gewaarschuwd voor de schorpioenen in de regio. Die zagen we niet. Wat we wel steeds zagen als we naar ons huisje wandelden waren de vrolijk gekleurde Nyasa dwergpapegaaitjes.