15 februari 2026

De Wintertocht

Normaal gezien gaan we op zondag wandelen, gisteren was dus een uitzondering...

We reden eens buiten de provinciegrenzen en gingen in Geel wandelen, maar het was wel een wandeling vanuit Wandelsport Vlaanderen. We kwamen hier terecht omdat Johan, nu in opbouw van zijn trainingen richting de 100 km van de Jurassic Coast Challenge, een lange wandeling wilde maken... en die zijn er niet iedere overal.

De Wintertocht, zoals de wandeling genoemd werd, bracht ons in de Geelse deelgemeente Bel en buurgemeente Meerhout. De wandeling bracht ons in onder andere het Bels Broek en het Grote Netewoud. Ine had er nog nooit gewandeld. Het was er erg mooi en erg gevarieerd qua ondergrond en begroeiing.

We wandelden deze week geen minuut samen. De uitgestippelde routes van 33 km, die Johan wandelde, en de bijna 15 km die Ine wandelde, gingen allebei, aan de startplaats, de andere kant uit. Johan moest immers éérst een extra lus maken alvorens de richting uit te stappen waar Ine wandelde.

Onderweg waren er verschillende rustposten... en die waren, in een andere dan onze provincie, ook anders: er was geen Limburgse vlaai natuurlijk, maar er waren "koffiekoeken", óók erg lekker! Terwijl Johan, die tweeënhalf uur later dan Ine terug bij de startplek was, nog wandelde had Ine plaats genomen bij de verwarming en las en puzzelde ze wat.

13 februari 2026

Ongeluk


In 2026 zijn er DRIE "vrijdag de dertiende" : 13 februari, 13 maart en 13 november. Dit is meteen het grootste aantal vrijdag de 13e's dat mogelijk is in één jaar... en het komt sowieso één keer per jaar voor.

Maaaaar in Griekenland, Spanje en Latijns-Amerika wordt dinsdag de dertiende als ongeluksdag gezien. In Italië is vrijdag de zeventiende juist weer de ongeluksdag...

12 februari 2026

"CO2 is niet vervuilend"

Vanaf vandaag geldt het broeikasgas CO2 in de Verenigde Staten niet langer als luchtverontreiniging... Milieugroepen kunnen het besluit gelukkig nog wel aanvechten.

ZUCHT...

11 februari 2026

Fantasie


"Niet alleen mensen, maar ook apen hebben fantasie

Voor 't eerst hebben wetenschappers bewezen dat ook apen fantasie hebben. Het onderzoek was met Kanzi, een bonobo die beroemd werd door andere belangrijke studies. Kanzi kan dus doen alsof en 'speelde' mee met de onderzoekers. Zo at hij bijvoorbeeld denkbeeldige druiven op. Dat laat zien dat dieren ook een fantasiewereld kunnen hebben. “Verbeelding is altijd iets geweest dat mensen heel bijzonder maakt. Als niet alleen mensen dat kunnen, verandert dat heel veel voor de wetenschap", zegt de onderzoeker. Maar een theekransje houden met je hond of kat zit er niet direct in. Er wordt nu onderzocht of ook andere diersoorten fantasie hebben en dus kunnen doen alsof."

09 februari 2026

Waarheen?

Voor het jaar 2026 staat er al veel moois gepland in onze agenda's, namelijk
  • Tunesië;
  • 2x Londen;
  • Zuid-Engeland;
  • Denemarken;
  • Tanzania en
  • wat festivalweekendjes weg.
... maar waar gaan we eind november - begin december naar toe?!?

We hebben er nog steeds geen idee van... al hebben we het er al regelmatig over gehad...
Het is natuurlijk nog negen maanden... maar aan de andere kant zijn het ook nog maar negen maanden...

08 februari 2026

IJSLAND

Neen, niet hét IJsland waar Ine zo gek van is, IJSLAND.

IJSLAND was een experimentele hiphop protest-plaat die bestond uit gelijke delen ernst en spielerei. Daarop proostten Nederlandse rappers Sef en Abel op de werkende klasse, schopten ze Mark Rutte in de spreekwoordelijke rapen en spuwden ze op uiteenlopende ismen, van het kapitalisme tot het fascisme. De Belgische producer Faisal Chatar verzorgde de elektronische effecten op de plaat.

IJSLAND 2 is uit sinds 6 februari '26. Van hetzelfde trio is dit een volgende protestplaat waarop ze op verschillende maatschappelijke thema's kritiek leveren.
"...Het resultaat is scherper dan ooit. Koppen moeten rollen, zionisten moeten onder de guillotine. De krant? Die lezen we hier niet. We komen het systeem omverwerpen. De banken opblazen. Iedereen hypotheek zonder rente geven. Hete take na hete take droppen. Allemaal op knotsgekke elektronische producties met samples uit allerlei hoeken van het internet, onderbroken door o.a. wat oerhollandse gezelligheid en een hele mooie pianoballade over hoe het ergste nog moet komen. Maar don’t get it twisted, hè: protest is hartstikke gezellig, uitgesproken zijn verbindt juist. Of zoals Sef op de allerlaatste line van het album zelf zegt: ‘samen zijn is het hele punt van wat we hier praten..." bron

...en aangezien het er niet op lijkt dat de wereld zal verbeteren, denkt het trio al aan een IJSLAND 3, wordt in de pers geschreven.

De extreemlinkse thema's zijn zéker goed, worden keihard, aan een razend tempo en zonder doekjes eromheen gedropt in het ene na het andere rauwe nummer... maar de muziek UIT IJsland is toch beter ;-)

07 februari 2026

Zuidoost-Drenthe (6/6)

Na vijf nachten in "De Oude Smederij" was het op dinsdag 3 februari '26 tijd om het appartement in Spier te verlaten. We gingen een autorondrit in het zuidoosten van de provincie Drenthe maken en nadien weer naar huis rijden.

Toen we aan het appartement vertrokken totdat we tegen tweeën weer de provincie Drenthe uitreden, was het nog steeds -2° aan het vriezen... en de wind maakte het érg koud maar de aanwezigheid van de zon maakte het een beetje goed. De gevoelstemperatuur zou zo'n -11° zijn volgens een weerapp... brrr...

We startten onze rondrit in het dorpje Spier, waar we overnacht hadden. Dit hadden we immers nog niet bezocht. Het is een klein dorpje, maar met op z'n grondgebied twee hotels, een bungalowpark en een tweetal campings... anders dan toen, moet het er heel druk zijn in het voorjaar en de zomer!

De eerste stopplaats op het programma was het monumenten- en museumdorp, Orvelte. Het dorp is vermoedelijk ontstaan tussen de 11e en 13e eeuw. Maar aangezien er in 2009 in de omgeving resten van een mammoet gevonden werden, was het er al veel eerder 'bewoond'.

Eind jaren '60 werd de Stichting Orvelte opgericht om het dorp en zijn historische architectuur te behouden, de natuurlijke schoonheid van het gebied te behouden en educatieve en recreatieve mogelijkheden te bieden terwijl de afhankelijkheid van de landbouw wordt verminderd. Naast de normale dagelijkse bedrijvigheid en woonfunctie van het dorp is een groot aantal boerderijen en andere gebouwen ingericht voor het publiek. In het dorp is te zien hoe men in vroeger tijden leefde en werkte in een houtzagerij, smederij, klompenmakerij enz... een beetje 'Bokrijk' maar dan waartussen mensen ook daadwerkelijk wonen. Auto's van toeristen zijn niet toegestaan in Orvelte.

We wandelden wat rond in enkele straten en tussen enkele historische boerderijen in een gedeelte van het dorpje. Het was erg mooi, maar we bedachten ons dat het, in het toeristisch seizoen, verschrikkelijk wonen moet zijn met al die toeristen die overal zitten binnengluren, óók op plekken die niet bedoeld zijn om te gaan gluren... althans dat concludeerden we uit de vele bordjes 'privé', 'geen doorgang' bij, overigens duidelijk herkenbare woonhuizen. Alle gebouwen, op een koffiezaak na, waren gesloten op deze winterse doordeweekse dag. We konden dus nergens binnen gaan of rondneuzen, maar dat vonden we ook niet erg. Wat we wel interessant vonden en vooral Ine blij voor was dit te kunnen zien, was het mooie vlechtwerk van strooi aan de boerderijgevels. Ook voelden we even aan de turf die er lag... die houterig en zanderig tegelijk voelt. Deze turf lag er enkel voor decoratieve redenen, denken we, maar tijdens onze reis door Noord-Ierland zagen we het nog echt uitsteken én gebruiken... blijft bijzonder, zo in de 21e eeuw en de klimaatverandering... 

Het bezoekje aan een gedeelte van Orvelte was zeker de moeite waard. Overal in Drenthe staan nog vele typische, oude boerderijen, maar hier stonden er eens géén nieuwe gebouwen tussen, die overigens wel nog steeds in dezelfde stijl gebouwd worden, maar meestal zonder rieten dak, in baksteen in plaats van hout, langs wegen van asfalt in plaats van de kasseien en kinderkopjes in Orvelte.

Een kwartier rijden vanaf Orvelte ligt Noord-Sleen, wat onze volgende stopplek werd. Uit bodemvondsten in de regio kon worden afgeleid dat er al in de prehistorie een nederzetting was. Daarvan getuigen ook de twee hunebedden aan de ... Hunebedweg, een doodlopend straatje. Al die hunebedden kregen steeds een nummer. In Noord-Sleen liggen en zagen we "D50" en "D51". 

We stopten eerst bij D50. Dit hunebed was bed groot en errond stonden ook stenen. Er zijn nog zeven van de acht dekstenen, zestien draagstenen en twee sluitstenen bewaard. Net als 24 kransstenen en er is één poortsteen aanwezig. Het hunebed is 17 meter lang en 4,4 meter breed.

Iets terug in de straat staat/ligt hunebed D51. Dat is zwaar beschadigd: het heeft nog slechts drie van de zeven dekstenen. Ze zijn beschadigd. Er zijn ook nog veertien draagstenen en drie poortstenen. Dit hunebed is 12,3 lang en 3,5 meter breed.

Over Noord-Sleen lazen we ook nog dat er een molen stond. Deze heet blijkbaar "Albertdina". Het is een grondzeiler uit 1906..., dat betekent blijkbaar dat deze windmolen van op de grond bediend kan worden. De wieken draaien tot dicht bij de grond, lazen we net...

De stad Emmen is naar het schijnt de saaiste stad van Nederland. We besloten daarom niet in het centrum te stoppen, maar buiten het centrum te stoppen. In eerste instantie was de planning dat we bij twee hunebedden zouden gaan stoppen, maar nadat we hunebed D43 bezochten, besloten we dat we wel genoeg hunebedden gezien hadden voor een tijdje. 

Blijkbaar kozen we, lukraak, wel de meest 'speciale' van de hunebedden in de buurt. D43 is het enige hunebed in Nederland van het langgraf-type. In Duitsland en Denemarken zijn meer van die langgraven. Een langgraf onderscheidt zich van "normale" hunebedden doordat het bouwwerk zelf geen dekstenen heeft. Een langgraf bestaat uit (één of meer) hunebedden ingesloten in een door een heuvel bedekte steenkrans

D43 is 40,3 meter lang en 6,8 meter breed . Het is noord-zuidelijk georiënteerd. De 53 kransstenen staan met de vlakke kant naar buiten gekeerd. Tussen deze stenen zijn nog stopstenen te zien, deze zijn bij een restauratie geplaatst... best lelijk. Het lijkt alsof er muurtjes tussen gemetseld zijn.

In dit langgraf zijn twee hunebedden aanwezig. Op de draagstenen van deze twee grafkamers zijn nog enkele dekstenen aanwezig. De ingang van de noordelijke grafkamer (4,6 meter lang en 3,0 meter breed) lag op het oosten, de ingang van de zuidelijke grafkamer (8,1 meter lang en 2,9 meter breed) lag op het westen. Beide grafkamers hebben een paar poortstenen. Het noordelijke graf had oorspronkelijk zes draagstenen en drie dekstenen, het zuidelijke graf had tien draagstenen en vijf dekstenen (hiervan mist een draagsteen en twee dekstenen).

In Nederland worden hunebedden overigens vooral gevonden in Drenthe, veelal op de "Hondsrug". Ze zijn gebouwd tussen 3350 en 3050 v. Chr. Die zogenaamde Hondsrug is een oeroud gebied, gevormd door de kracht van de voorlaatste ijstijd, 150.000 jaar geleden, waar reuzenstenen en legendes samenkomen. 

In de richting van deze Hondsrug werden enorme keien en keileem vanuit Scandinavië door het gletsjerijs uit de ijstijden meegesleurd, zwerfstenen genaamd... en deze keien werden later gebruikt voor de bouw van hunebedden. Onder het ijs creëerden rivierstromen heuvels ("ruggen") die het huidige landschap kenmerken. Vandaar ook de naam Hondsrug... en het hoogteverschil is echt minimaal. Het is een zogenaamde lage scheiding, maar ze is wel langgerekt, zo'n 70 km. De gemiddelde hoogte is 20 meter boven NAP. Niettemin is het grootste deel van de Hondsrug slechts enkele meters hoger dan de omliggende 'dalen'.

Zelfs door en langs Emmen rijden, blijkt uiterst saai te zijn. Er was echt niks interessants te zien onderweg! In een dorp van de gemeente Emmen, Schoonebeek, lag onze volgende stopplaats. Hier bevindt zich het op één na grootste olieveld van het vasteland van West-Europa (na het Matzenveld in Oostenrijk)... Johan wist dat er ooit 'ergens in Nederland' olie gewonnen werd, Ine niet.

In Nederland waren van 1948 tot 2013 bij Schoonebeek in Drenthe en in Zuid-Holland "ja-knikkers" van de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) actief. In Schoonebeek zijn nog enkele jaknikkers te zien, maar deze zijn sinds 1996 niet meer in werking omdat de olieproductie met de toenmalige kennis en infrastructuur niet winstgevend was. Wij bezochten een ja-knikker buiten het centrum. Pal in het centrum, tussen de winkels, staat er nog eentje. Deze zagen we in het voorbijrijden.. Toen we door de Rocky Mountains trokken, zagen we veel van die ja-knikkers in het zuiden van de VS... beetje science fiction-dingen.

Bij Schoonebeek is men in 2010 herbegonnen met oliewinning, maar met behulp van stoominjectie. Hierbij worden geen jaknikkers meer gebruikt, maar 15 meter hoge moderne pompen die in het veld staan. De olie uit het Schoonebekerveld wordt per pijpleiding naar de 50 km verderop gelegen raffinaderij bij het Duitse Lingen 'gebracht'. De geïnjecteert stoom in het olieveld maakt de stroperige olie vloeibaarder waardoor het rondgepompt kan worden. Hier reden we, toevallig, ook langs, maar hiervan dachten we dat het voor aardgaswinning was... 

In 1948 boorde de NAM in Coevorden voor het eerst ook aardgas aan en even later nog ander. Later bleek dat er maar één groot gasveld is. Dit ligt (ook) onder een groot deel van de provincie Groningen, het van de scheuren-in-woningen-door-de ontstane-aardbevingen-door-de-gaswinning-bekende Groningen-gasveld. Sinds oktober 2024 is de gasproductie waarschijnlijk definitief stilgelegd. De gaswinning bij Den Helder in de Noordzee is wel nog gaande.
...wéér vanalles geleerd door er een blogbericht over te schrijven!

Vanuit Schoonebeek reden we naar Coevorden, onze laatste stopplaats in Drenthe. We gingen er eerst nog naar het informatiekantoor voor wat informatie over het stadje. Hierbij moesten we de uiterst irritante medewerkster er maar bij nemen... We 'bewonderden', eerder verwonderden ons over, de lelijke verwerking van de historische gevel van het stadhuis in een moderne, zwartgrijze, rechthoekige blok. En nadien gingen we, om dat kaartje te bestuderen en omdat het al lunchtijd was, eten in de eetzaak in die zwartgrijze blok.

De eerste vermelding van de plaatsnaam  Coevorden vindt men in 1036. De naam duidt op een plaats waar boeren hun koeien, via een doorwaadbare plek ("koevoorde") door een rivier lieten gaan. Later woonden er veel adelijke families in en rond de stad. Coevorden lag namelijk strategisch op de route van hanzesteden Groningen naar Münster, wat de stad tot een welvarende vestingstad maakte... vanwege de handel maar ook door de tolrechten die geïnd werden voor de doorgang. Er vonden vele slagen, belegeringen en wisselingen van de macht plaats in de regio. 

Vanuit het kasteel van Coevorden, dat middenin de vestingstad lag en ligt, werd de regio bestuurd. In zijn oudste vorm was het kasteel een "motte" met een houten toren die werd omgeven door grachten en houten muren. Hier kon men zich terugtrekken bij dreigend gevaar. Het kasteel werd meermalen geplunderd, vernietigd en herbouwd. Van de twaalfde tot de vijftiende eeuw werd de burcht bewoond door de burggraven van Coevorden. In 1522 werd het kasteel verbouwd en kreeg het vermoedelijk de grote vierkante vorm die we in schetsen van latere datum terugzien. Ook deze grote burcht is nadien grotendeels vervallen. De ruïnes die resteerden zijn gerestaureerd tot hun huidige staat... en momenteel is het een vestiging van de Fletcher Hotels met 24 kamers, restaurant en feest- , vergader- en congreszalen. 

Coevorden noemt zichzelf een 'ganzenstad'. Deze hebben ze te danken aan de historische ganzenhandel op de Ganzenmarkt. Sinds het einde van de 15e eeuw werden ganzen naar deze markt werden gedreven om daar te verhandelen op de tweede maandag van november. Er wordt nog steeds jaarlijks, op die dag maar ook al voor- en nadien, evenementen rond georganiseerd. Op zo'n 200 meter van de Ganzenmarkt, op de Markt, staat het standbeeld 'Ganzen Geesje'. Het is een ode aan de ganzenhoedsters die in de negentiende en twintigste eeuw hun ganzen naar de markt in Coevorden brachten.


Na ons middageten wandelden we wat rond in Coevorden. We liepen langs het kasteel, naar de stadsgrachten, door een parkje en door wat straatjes weer terug naar de Markt... en daarmee zat ons lange weekend in Drenthe er op.

Vanuit Coevorden was het 269 km rijden tot thuis. Zonder onze tussenstop om een vieruurtje te eten en een rustpauze in te lassen, was het drie uur en een kwartier rijden. Thuis was het veel minder koud geweest de dagen dat we weg waren. Daar waar wij in lichte vriestemperaturen en sneeuw hadden rondgewandeld, was het in Belgisch Limburg tussen 6 en 10°C geweest.
De dag ná ons vertrek uit Drenthe en de donderdag was het er blijven vriezen en spekglad geworden. 'Code Rood' werd uitgeroepen... maar toen waren wij alweer allebei terug aan het werk...

En nu weer aftellen naar het volgende: over alweer 4 weken vertrekken we naar Tunesië!

06 februari 2026

Vandaag



Omdat het laatste bericht van ons weekendje Drenthe nog niet af is, herdenken we hier vandaag de verjaardag van Bob Marley. De man werd geboren op 6 februari 1945 en zou dus 81 geworden zijn... als hij niet al in 1981 overleden was... Iris Vandenkerckhove, Wendy Van Wanten, wordt 66, Tanja Dexters 49. Ook staat 6 februari internationaal bekend als "Zero Tolerance Day to FGM" voor het uitbannen van vrouwelijke genitale verminking. En Eddy Wally stierf precies tien jaar geleden.

05 februari 2026

Nu dan?

Volgens modelberekeningen heeft zich nu iets minder dan 21 miljoen kubieke meter magma opgestapeld onder Svartsengi sinds de meest recente uitbarsting op de Sundhnúkur kraterrij in juli '25...

We wachten nog steeds... 

04 februari 2026

Dag 5 van 6 : NP Drentsche AA

Afgelopen maandag reden we terug naar het noorden van Drenthe. We reden naar het gebied vlak boven Assen. Dit is het stroomgebied van de beek Drentsche Aa

Dit gebied is een zeldzaam beekdallandschap omdat de mens, op andere plaatsen, vaak ingegrepen heeft op het stroomgebied van beken. Bij de Drentsche Aa is dit nauwelijks gebeurd. Zo bleven van de eeuwenoude landschapsindeling ook veel karakteristieke houtwallen op de essen (velden) bewaard. Enkele heidevelden, waaronder het voormalig militair oefenterrein Balloërveld, bleven gespaard van ontginning als landbouwgrond of bebossing, zoals elders in Drenthe veel gebeurd is.

Toch is verscheidene malen geprobeerd grote delen van de Drentsche Aa in Drenthe te kanaliseren, teneinde de waterbeheersing van het stroomgebied te verbeteren. De eerste pogingen daartoe strandden doordat boeren niet wilden bijdragen aan de benodigde investeringen. Later poogden natuurbeschermers het stroomgebied van de beek te beschermen tegen de effecten van ruilverkavelingen en waterstaatkundige ingrepen. Uiteindelijk leidde dit tot de oprichting van het 'nationaal beek- en esdorpenlandschap Drentsche Aa' (2002), dat vanaf 2013 nagenoeg het volledige stroomgebied omvatte. In 2019 besloot het Overlegorgaan Drentsche Aa deze lange naam niet meer te gebruiken en voortaan alleen nog de naam Nationaal Park Drentsche Aa te gebruiken voor het gehele gebied.

Naast natuur en landschap zijn ook landbouw en leefbaarheid in de dorpen belangrijke thema's. Hierdoor was het niet mogelijk een standaard Nationaal Park in te richten en werd lang getwijfeld of de instelling van een nationaal park wel de juiste manier was om het gebied te beschermen. Vanwege het unieke karakter van het landschap heeft men toch besloten het gebied als Nationaal Park te beschermen maar heeft het een speciaal beschermingsmodel gekregen, waarin natuur- en cultuurlandschap evenveel aandacht krijgen.

Al met al is het Drentsche Aa-gebied het best bewaarde beek- en esdorpenlandschap van West-Europa. Men kan er nog goed het oude landschap van Drenthe herkennen, dat de zandgronden in de provincie tot eind negentiende eeuw kenmerkte.

Oké, dat was de theorie. Voor de praktijk kozen we, uit de 'Crossbill Natuurgidsen. Nederland'. "Deel 2 Routes", voor twee wandelingen die onder 'Route 17: Drentsche Aa' beschreven staan.

We startten met de langste wandeling, eentje van 6,5 km. Deze wandeling bracht ons op het Balloërveld, zoals hierboven als stond, een oud militair oefenveld.  Het ligt tussen de dorpen GasterenRolde en Loon.

Over het Balloërveld lazen en zagen we dat de overwegende heide- en vergraste heidebegroeiing spaarzaam afgewisseld wordt met veenmeertjes, wat plukjes dennenbos en kleine zandverstuivingen her en der. Het veld wordt doorkruist met een netwerk van zandwegen en karrensporen die deels nog dateren van voor de middeleeuwen. Archeologisch onderzoek heeft er grafheuvels, een urnenveld en resten van akkerbouw uit de ijzertijd, alsook vondsten die duiden op steentijdbewoning aan het licht gebracht.

We startten er op een vlonderpad. Dat was spekglad... doordat het de dag voordien aan het dooien was gegaan, maar de nacht voordien flink had gevroren, was de gesmolten-sneeuw-pretsch weer bevroren en in een harde, gladde glibberbaan veranderd. Gelukkig werd het al snel zandgrond waar we over moesten, al lag daarop ook bevroren sneeuw op de meeste plaatsen... de felle, strakke wind en de lichte vriestemperatuur maakte het érg koud. De wandeling was wel mooi. Naar het einde toe verlieten we de heide en liepen we langs akkers die deels onder (bevroren) water stonden, eigen dus aan het nationaal park. 

Toen we alweer bijna terug aan de auto waren, kregen we nog even een beproeving: we moesten een watertje over via boomtakken en stenen... wat hier vooral bijzonder aan was, was de kleur van dit water: roestbruin/-rood. Samen met bodemwater welt er ook ijzeroxide op op die plek, waardoor water en bodem roestrood kleurt... en allebei geraakten we er zonder natte voeten over!

We wisten dat het niet gemakkelijk zou zijn om op maandagmiddag te gaan uiteten... maar nadat we wat rondreden, vonden we een lunchroom in Rolde... en dan nog eentje dat een dagbestedingsplek was voor mensen met een verstandelijke beperking... al leken die er niet in de bediening en bereiding te staan.

Voor onze tweede wandeling moesten we, niet ver uit de buurt, bij de Gasterse Duinen en het stroomgebied van beekje Anlooër diepje, ook in Gasteren, zijn.

Deze wandeling was 5,5 km lang. De Gasterse Duinen bestaan uit een golvend heidelandschap. Forse stuifduinen en schilderachtige vennen bepalen grotendeels het aanzicht van het terrein. In een ver Middeleeuws verleden liep door de Gasterse Duinen de belangrijkste handelsroute van Groningen naar Coevorden. Deze route liep vanuit Zuidlaren via de Gasterse Duinen en het Balloërveld naar Rolde en verder. 

Verder bracht ons deze wandeling langs hooigrasgebied en begrazingsgebied waar natuurherstel en de boerenstiel toch blijken samen te gaan. Sommige wandelpaden liepen letterlijk dwars door weien. Schapen en konikpaarden zagen we staan grazen, de runderen niet.

Helemaal op het einde van de wandeling liep de tocht nog langs hunebed D10, dat er al 3000 jaar oud ligt, maar toen waarschijnlijk meer in een kuil lag dan nu. 

In de literatuur wordt naar dit hunebed verwezen als "Duyffelskutte". In 1547 vermeldt een kanunnik van Brugge het hunebed als een steenhoop met stenen die zo groot zijn dat ze niet met wagens of schepen aangevoerd kunnen zijn. Steengroeven ontbreken daar, onderbouwt hij zijn verbazing. Zijn verklaring is dat het hunebed niet anders dan door demonen gebouwd kan zijn. Op de stenen zouden levende mensen geofferd worden, denk hij, nadat ze door de smalle gang onder de altaarstenen moesten kruipen en met mest bekogeld werden.


Zoals alle hunebedden wordt ook dit hunebed toegeschreven aan de trechterbekercultuur. Dit hunebed is een klein en incompleet hunebed. Het is 6,7 meter lang en 3,1 meter breed. Het heeft nog twee dekstenen, oorspronkelijk waren dit vier en zeven draagstenen. Ook zijn er twee sluitstenen. Poortstenen zijn niet aangetroffen.

's Avonds wilden we in het Grand Café van Dwingeloo gaan eten wánt daar hebben ze sticky toffee pudding als dessert, Ines favoriet! Helaas klopte de info op de website niet dat ze op maandagavond open zouden zijn... en kwamen we in Hotel/Restaurant Wesseling, aan dezelfde Brink terecht... en daar aten we óók goed, maar Ine at er geen dessert omdat die haar niet zo aanstonden... ze zal waarschijnlijk moeten wachten tot met Pasen, in Londen, voor een sticky toffee pudding...

03 februari 2026

NP Drents-Friese Wold, D52 en bezoekje (4/6)

Op zondag 1 februari '26 probeerden we een beetje uit te slapen. Dit bracht ons pas rond 10:15 uur aan het begin van onze wandeling van de dag. Deze maakten we in het Nationaal Park Drents-Friese Wold. We vonden een wandeling van zo'n 8 km vanuit Diever. De mooie uitgestippelde wandeling van Natuurmonumenten bracht ons door verschillende soorten bossen.

Dit nationaal park is een groot aaneengesloten natuurgebied op de grens van de Nederlandse provincies Friesland en Drenthe. Het ruim 61 km² grote nationaal park bestaat uit bos, heide en stuifzanden.

Zo goed als de hele wandeling, wandelden we in het landgoed Berkenheuvel dat eigendom is van NatuurmonumentenStaatsbosbeheer en enkele particulieren. 

Meer dan anderhalve eeuw geleden, rond 1800, was het er kaal. Er groeide geen boom of struik. Er liepen zoveel schapen op de heide, dat de heide op een heleboel plekken verdween. Het kale zand begon te stuiven en waaide alle kanten op. Daardoor zijn er nu nog veel zandheuvels in het gebied. De naam Berkenheuvel komt nog uit die tijd dat er op de kale heuvels slechts hier en daar een berk stond.

Tussen 1890 en 1925 werd het merendeel van het landgoed ingeplant met inheemse soorten als eiken en grove dennen, maar ook uitheemse soorten als douglassparAmerikaanse eik of Japanse lariks. Het zand kon zo niet meer stuiven. En het verklaart meteen de aanwezigheid van soms 'rare' dennen.

Nergens in Nederland ligt op de bosbodem zo’n uitgestrekt tapijt van kraaiheide als op landgoed Berkenheuvel, lazen we. Deze heidesoort slaagt er in onder de grove dennen voldoende licht te vangen. Kraaiheide bloeit paars in april en mei. Gelukkig was de sneeuw, die er de dag voordien nog gelegen had, zo goed als weg op de meeste plaatsen en kregen we ook de bosbodem te zien.

Het was mooi wandelweer: de zon scheen, de temperatuur lag een beetje boven 0° en er was, in het bos, weinig tot geen wind. Dit maakte dat we veel wandelaars tegenkwamen. En net zoals in Limburg groeten wandelaars elkaar in Drenthe... iets wat zeker niet overal gebeurt...

Iets na twaalven, na een uur en drie kwartier wandelen over de acht kilometer, kwamen we weer aan aan de auto. In de taverne bij het informatiepunt waar we geparkeerd stonden, gingen we lunchen. Ine wist dat er in Diever ergens nog een hunebed stond. Tijdens het lunchen zochten we op of we er nog te voet heen konden gaan, of dat we de auto ervoor zouden nemen... en aangezien het hunebed op nog geen kilometer van onze locatie af lag, was meteen duidelijk dat we te voet zouden gaan. Het hunebed bij Diever is gekend als "Hunebed D52". Dit werd door de boeren uit de late steentijd gebouwd en werd ondertussen gerestaureerd.


Het hunebed wordt toegeschreven aan de trechterbekercultuur. Het heeft een poortsteen en zes dekstenen. Drie van deze dekstenen liggen in de grafkelder. Ook zijn er twee sluitstenen en veertien draagstenen.
Het hunebed is 14,5 meter lang en 4,8 meter breed... heel wat kleiner dat dat van de dag voordien, D26 met 22,5 meter... maar zoals steeds erg leuk om te onderzoeken en fotogeniek.

Tegen die tijd hadden we al bericht ontvangen van zus Sofie en schoonbroer Ronald dat zij met hun laatste verhuisspullen onderweg waren naar hun nieuwe huis in Drenthe. We spraken rond 15u af om koffie te drinken, vlaai te eten... en Johan hielp ook mee verhuizen... en natuurlijk kregen we een rondleiding in hun nieuwe woning en tuin.