31 maart 2026

Groen!


 



Eind november - begin december '25 bezochten we Zuid-Cyprus. We hebben toen redelijk wat buien over ons heen gekregen... en dat was niet de enige periode dat het goed nat was op het eiland... dat is ook zichtbaar op de satellietbeelden.

30 maart 2026

Sinds?

We vroegen ons af sinds wanneer we, met Pasen, naar Londen gaan voor The London International Ska Festival...

...dit blijkt al vanaf 2014 te zijn! 

Moesten er geen coronajaren geweest zijn, is komende editie dus de 13e... maar er is één editie geannuleerd (2020) en die van 2021 ging in de zomer door waardoor we niet gingen... dus zal donderdag de 11e keer The London International Ska Festival voor ons, enfin vooral voor Johan, starten.

Toch weer handig, deze blog, om ons geheugen weer eens op te frissen ;-)

29 maart 2026

(TV)Limburgs mooiste (2)

Zoals beloofd in het bericht van gisteren, komen we terug op... gisteren. Gisteren wandelde Johan "de 60 km" van de "Limburgs Mooiste"... op een bepaald moment werd de tocht ineens omgedoopt tot "TVLimburgs Mooiste", genoemd naar sponsor TV Limburg, en tot "62 km"... De hele route ging doorheen het Nationaal Park Hoge Kempen... en letterlijk naar en over verschillende hoogtepunten ervan... in onze 'buurt' dus... en inderdaad een héél mooi stukje Limburg... en een goede voorbereiding op de 100 km, met veel hoogtemeters, van de Jurassic Coast Challenge.

De start van de langste afstand van dit evenement, 62 km, was gisterochtend om 6u, zowel voor de lopers, wandelaars als voor degenen die beide afwisselen. Starten, deden ze bij De Drieschaar in As, waarna ze meteen richting Terhills in Eisden wandelen. Daar wandelden ze over de Lange Terril én de Tweelingterril, pittige mijnterrils en dat in de regen en met veel modder.

Vlak voordat Johan bij het tweede rustpost, bij Dilserbos (Dilsen-Stokkem) op 18 km en na drie uur, was, stopte het gelukkig met regenen... maar toen was iedereen al helemaal nat. Het warme soepje dat Johan toen dronk, deed 'm goed. Het verdere verloop van de route door het Dilserbos is erg heuvelachtig omdat het bos op een oude zandduin ligt. 

Vanaf dan vielen er nog wat korte buitjes, wat niet zo deprimerend is dan regen. Op 23,7 km lag de derde rustpost. Hier ging Johan een eerste keer, kort, zitten terwijl hij wat at. Na die derde post ging de tocht verder richting het Bergerven en Solterheide. Deze mooie gebieden in Rotem en Opoeteren zijn vrij vlak, maar er lag erg veel modder... wat wandelen zwaar maakte... het is dan ook vennengebied.

Daarna was het de beurt aan de Oudsberg en andere minder hoge landduinen van de mooie Duinengordel (voorbij rustpost n° 4 op 31 km), waar de route over liep... Hierna liep de route doorheen bossen in Oudsbergen en As. De paden waren wat breder dan eerder en de boswegen vrij vlak. Maar hetgeen Johan vooral waardeerde op dat moment was dat er niet te veel modder was. Bij de 5e rustpost op 38,4 km kreeg iedereen warme pasta en bleef Johan eens wat langer (geen kwartier, hoor) zitten. Ine was blij te horen dat de hagelbui, die bij deze rustpost viel terwijl ze er wachtte op Johan, héél plaatselijk was geweest en dat Johan die niet over zich gekregen had!

Na de middagpauze wandelde Johan nog wat verder doorheen een vrij vlak, relatief 'droog' bos naar een rustpost bij het voetbalveld van F.C. Boskop (rustpost n° 6 op 47,7 km), nog steeds in Opglabbeek, maar in de buurt van het Genkse Waterschei.

Na zo'n 50 km stappen, was het dan tijd voor weer wat serieus klimwerk. De zon was er ondertussen helemaal doorgekomen, maar warm werd het niet. Het bleef nog steeds fris en onder 10°C. In Thorpark, de site van de voormalige steenkoolmijn van Waterschei, ging het parcours eerst over de steilste en dan over de andere mijnterril. Gelukkig hoefden de deelnemers daar niet volledig overheen en konden ze eerder dan de top de zandbergen afdalen. Bij die laatste terril waren ze ook weer terug op As' grondgebied.

Al snel na de terrils kwam de zevende en laatste rustpost. Hier hadden de deelnemers al 56,7 km afgelegd en moesten ze nog 5,5 km tot aan de finish. Johan dronk nog een paar glazen fanta en at nog wat sinaasappel om nog wat laatste energie op te doen om naar de finish, terug richting het startpunt, te gaan.

Deze finish / aankomstplaats was eigenlijk nog een beproeving. De laatste tientallen meters moesten ze immers de vele, steile, ijzeren trappen tegen de geologische wand van As afdalen... pijnlijk... om dan over de finishlijn te stappen. Johan deed dit om iets over half 6; 11,5 uur na het vertrek van de zware tocht, dus!

De DJ aan de aankomst, die iedereen persoonlijk begroette, noemde deze eerste 'Limburg Mooiste' ook de zwaarste van de afgelopen evenementen van Vandersanden Limburg Runs... Johan beaamt in ieder geval dat het erg zwaar was, maar ook heel erg mooi. 

De tijdsregistratie, die aan Johan zijn startnummer hing, gaf aan dat hij 11:28:59 uur onderweg is geweest. Onderweg heeft Johan nog geen half uur gerust, wat maakt dat hij effectief zo'n 11 uur gestapt heeft over de tocht. De organisatie gaf aan dat het parcours 62,21 km lang was. Johan zijn sporthorloge legde 61,67 km vast.

De evenementen van Vandensanden Limburg Runs en Go Dare zijn erg gericht op winnen. Johan is hier helemaal niet mee bezig... Zijn zogenaamde 76e plaats, die hij volgens Go Dare gehaald heeft, klopt ook helemaaal niet omdat er er veel deelnemers zijn die zich opgeven als wandelaar, maar ook deels lopen of joggen. Johan wandelt enkel en voor hem zijn deze langeafstandswandelingen vooral een persoonlijke uitdaging en zeker niet om de snelste te zijn.

Wat Johan na deze tocht wel besloten heeft, is dat hij zijn wandelschoenen van Hanwag niet zal dragen om in september de Kilimanjaro te beklimmen. Hij had namelijk een schuurplek op zijn enkel door de, ook zware en stijve, schoenen. Johan had ook een paar ferme blaren... maar of die blaren door de schoenen komt of aan de steunzolen van Runners Lab ligt, gaat hij de komende tochten nog 'onderzoeken'... Het blijft een zoektocht...
Zo, op naar de volgende wandeling!

ineens van 2 naar 3

28 maart 2026

(TV)Limburgs mooiste



Johan wandelt vandaag de 60 km (62,21 exact) van de Limburgs mooiste ultrawalk... als voorbereiding op de 100 km van de Jurassic Coast Ultra Challenge over zeven weken...

Hij start om 6 uur in As en zal daar in de late namiddag, na een heel parcours doorheen het nationaal park Hoge Kempen, weer aankomen. Ine volgt hem weer op aan de rustposten... 

morgen meer!

27 maart 2026

Stop de dure brandstofprijzen, stop de oorlog: teken de petitie


PVDA zegt, "...De brandstofprijzen exploderen en de regering doet er niets aan. Zij zeggen dat ze de prijzen “monitoren". Dat is natuurlijk makkelijk gezegd voor ministers die € 13.000/maand verdienen...
Wij weigeren de rekening te betalen voor het oorlogzuchtige beleid van Trump, Francken, Bouchez en co.
De regering kán ingrijpen. In plaats van de accijnzen te verhogen, moet ze die taksen verlagen. In plaats van de oorlog te rechtvaardigen, moet ze zich daar actief tegen verzetten.
Onze eis is duidelijk: blokkeer de brandstofprijs op maximum 1,6 euro per liter.

Stop de dure brandstofprijzen, stop de oorlog: 
teken de petitie op www.pvda.be/brandstof."

25 maart 2026

24 maart 2026

Beetje meer Tunesië...


Vanuit 'onze' jeep maakte Ine verschillende korte videootjes over het stilgevallen leven in de Tunesische straten tijdens ramadan... maar eigenlijk waren die niet interessant... Volgende twee korte filmpjes vond ze wel nog leuk genoeg om op onze YouTube-pagina te zetten en met jullie te delen. Beide filmpjes zijn tijdens onze tijd in de Tunesische Sahara genomen... mooie herinneringen!

Filmpje "wandeling Sahara", over het bijzondere stappen van de dromedarissen & Filmpje "Pain de sable" 

23 maart 2026

Dag 8/8 : Houmt Souk - Thuis

Op zaterdag 14 maart '26 waren we 's nachts nog wakker geworden door een onweer en een tierende nachtwaker... of er iets ging vliegen, iets onder water liep of ... geen idee, maar we hoorden het donderen, fel regenen en het heen en weer rennen van mensen in het hotel... 

Onze wekker stond om 6:15 uur : om 7u stond ons ontbijt klaar en om half 8 werden we opgehaald door een taxichauffeur om naar de luchthaven van Djerba te rijden. 

Onderweg naar de luchthaven stonden verschillende gedeeltes van de weg onder water... er zal dan ook geen rekening gehouden zijn bij de wegenaanleg met afwatering of dergelijke. Het was wel druk onderweg: op deze zaterdagochtend gingen mensen naar hun werk, boodschappen doen en de kinderen een halve dag naar school... te voet, met de scooter, brommer of auto...

De week voordien, op zaterdag 7 maart, waren we op Djerba aangekomen. Die dag hadden we de hoofdstad van het eiland, Houmt Souk, verkend. In de zes dagen nadien hadden we tijdens wandelingen zo'n 70,5 km gewandeld... en daarnaast nog rondgeslenterd in de bezochte dorpjes... We kijken héél erg tevreden terug op onze afgelopen reis. Het was mooi, bijzonder en weer eens helemaal iets anders dan anders!

... en over tien dagen treinen we weer naar Londen!

22 maart 2026

Sahara - Douz - Houmt Souk (dag 7)

De nacht van 12 op 13 maart was het ietsje frisser geweest in de Sahara dan de nacht voordien, maar we hadden opnieuw goed geslapen. Toen we opstonden was geen wind en het zand was veel vochtiger. Overal rond ons tentje en in ons kamp waren in het vochtige, plakkerige zand sporen van diertjes te zien: de woestijnspringmuis had overal rondgesprongen, allerlei kevers en insecten hadden hun sporen na gelaten en de leeuwerikjes hadden duidelijk hun territorium in onze buurt, zo te zien aan waar ze allemaal rondgetrippeld hadden.

Na het eten werd alles weer opgeruimd. We braken onze tent voor de tweede, maar laatste keer af... en toen zag Ine, van onder het grondzeil van de tent, weer een groenig schorpioentje. Ditmaal zag Johan het ook... en onze kok prikte het beestje meteen met een stokje doormidden... Het ging allemaal zo snel dat we geen foto hebben van dit exemplaar... In onze tent hadden we geen gevaar voor het beestje: het beestje kon niet door het grondzeil en we sliepen op dikke matjes... we hadden er natuurlijk wel 's nachts, met enkel onze hoofdlamp op, mogelijk mee in aanraking kunnen komen... en de steken van deze rakkers zijn, zonder meteen een antigif, dodelijk... maar dat gebeurde niet... en die slang tegenkomen waar Ine op voorhand zo bang voor was, heeft haar ook niet gedood... we hebben er zelfs geen enkele gezien tijdens onze reis... waarschijnlijk was het daar ook net iets te fris voor, al zei de kok dat hij er ééntje gezien had.

Rond 8:45 uur waren we, voor de laatste keer, weer onderweg met 'onze' dromedarissen en begeleiders. Doordat er, anders dan de twee dagen voordien, geen wind was, was het al snel erg warm! en dan zal het waarschijnljk niet eens veel boven 20° geweest zijn... onze begeleiders, die niet zoals ons konden drinken vanwege ramadan, moeten afgezien hebben... al zullen zij het niet bepaald warm gevonden hebben...

Ditmaal zagen we onderweg meer dan zand, woestijnroos, plantjes ed. We zagen, op een honderdtal meters, enkele (plastieken) "tentenkampen" en kuddes van herders die enkele maanden in de woestijn wonen en dan weer een tijdje terug naar vrouw en kinderen gaan in een oase als bv. de stad Douz, kregen we te horen. We kwamen ook één van hen tegen die, zo vermoeden we, aan zijn tas te zien, ging controleren wat er in de gelegde strikken terecht was gekomen... we zagen eerder al zulke strikken ook op verschillende plaatsen, achteloos, liggen... net als lege, uitgebrande, blikken. Etensresten worden voor de dieren achtergelaten en afval wordt opgebrand, maar blik laten ze liggen... terwijl dat helemaal niet vergaat... :-(

We kwamen ook enkele "vrije" dromedarissen tegen. In het Saharamuseum hadden we, twee dagen voordien, gehoord dat dromedarissen niet steeds 'thuis' gehouden werden, maar in de woestijn 'los' worden gelaten. Doordat de dieren gebrandmerkt worden op hun achterbeen, weet men wie de eigenaar is en doordat de dieren na enkele dagen sowieso naar een waterpunt gaan, weet men ook waar ze rondhangen en wat hun gezondheidstoestand is... Rijken hebben meer dan een 500-tal dromedarissen, zei men ons in het museum... 's middags, onderweg terug naar Djerba, kwamen we ook verschillende groepjes en groepen "vrije" dromedarissen tegen langs en op de weg.

Na zo'n 6,5 km wandelen op iets minder dan twee uur tijd zagen we een echte bedoeïenentent liggen. Dit bleek de eindbestemming van onze wandeltocht te zijn. Er werd verteld dat de tent eigendom was van de familie van onze dromedarisdrijver, net als iedereen die in die omgeving woont (van afkomst) Bedoeïene. De tent werd nog door de familie gebruikt voor uitjes en weekendjes-weg. We namen er plaats in, op een kussen op de grond.Het tentzeil was oud en versleten en was op verschillende plaatsen hersteld. Ook van in het Saharamuseum wisten we dat dit tentzeil van banden geweven geitenhaar gemaakt is. Het aantal banden dat een tent groot is, was in het verleden hetzelfde aantal als het aantal gezinsleden. De tenten werden dus groter als het gezin groter werd. Dit soort tentzeilen maken, was specialisten werd en nam veel tijd in beslag. Het feit dat gesponnen geitenhaar gebruikt werd, maakte het waterdicht. Iedere band wordt, met een dikke horizontale tak, strak getrokken en met (nu metalen, vroeger houten) stokken in de woestijngrond vastgezet. Zo'n bedoeïenentent staat dus zeker stevig. Ze werd ook voor enkele maanden / weken opgezet en pas daarna weer afgebroken, om vervolgens weer elders opgezet te worden.

Terwijl onze dromedarisdrijver één van de dromedarissen naar zijn kudde bracht, maakte onze kok ons een laatste lunch. De overgebleven dromedarissen, degene die sowieso een muilkorf tijdens het wandelen droeg, was hoorbaar boos. Hij gromde bijna constant keelgeluiden. Dromedarissen zijn kuddedieren en zijn dus niet graag alleen, maar dit dier wist, doordat de andere weggebracht werd naar de kudde, dat hij nog moest werken... Hij moest wel niet zo veel meer dragen als 's ochtends. Onze chauffeur werd ondertussen gebeld en toen hij er was met zijn jeep, werd deze ingeladen met onze spullen en allerlei spullen die de dromedarissen de dagen voordien steeds gedragen hadden. We namen afscheid van onze dromedarisdrijver en van de Sahara en reden, samen met onze kok (de broer van onze chauffeur) naar het depot van 'Agence Alyssa' waarmee we in Tunesië de hele reis ondernamen... en wat waren we blij dat we, na onze tijd in de woestijn, op de achterbank van de jeep konden zitten... terug zitten met een rugleuning en met onze voeten lager dan de rest van ons lijf... :-D

Alvorens Douz te verlaten ging Ine nog (véél) Tunesisch zoets inslaan... zalabiya's, qarn al-ghazalsmakroudhs en nog iets. Ine had zo veel gekocht dat ze twee bambalouni's gratis kreeg...

Het zou vier uur duren vooraleer we van Douz naar ons hotel in Houmt Souk, op Djerba, gereden waren. Het was een dikke 200 km rijden en we moesten de overzetboot naar het eiland Djerba nemen.

Het eerste dat we deden toen we terug in ons hotel in Houmt Souk, Marhala hotel Djerba, kwamen was al dat zand van ons afdouchen en onze plakkerige haren wassen! Ine ging ook aan de slag met het herorganiseren van onze rugzakken, het enigszins zandvrij maken van schoenen, kleren, beschermdhoezen van onze rugzakken ed. We bleven verder in ons hotel, op de binnenplaats. Houmt Souk hadden we de zaterdag voordien verkend en we hadden geen zin om nog veel te doen... behalve op tijd te gaan slapen...

21 maart 2026

Rondwandeling in de Sahara (6/8)

Op Johan zijn 53e verjaardag, 12 maart '26, werden we wakker in de woestijn in de buurt van Douz in Tunesië. We hadden goed geslapen in ons tentje. Het was eerder warm dan koud geweest, vonden we. De wind was iets gaan liggen, maar was wel nog continu aanwezig die dag.

Nadat we ons opgefrist hadden en ontbeten hadden met vers 'pain de sable' en een omelet was het tijd om heel ons 'kamp' op te breken... en weer alles op de twee dromedarissen te leggen en hangen. Die hadden alweer heel de ochtend staan grazen, dus die waren goed volgegeten... 

Zo'n dromedaris voedt zich met gras en andere planten, ook de taaie, doornige, zoute en uitgedroogde planten die de meeste andere dieren laten staan. Door de gespleten bovenlip is hij in staat doorntakken te eten. Bij een hoge voedselvoorraad eet hij twee tot drie kilogram voedsel per uur. De dromedaris eet slechts een geringe hoeveelheid van dezelfde plant. Ze eten geen struik kaal. De tanden van een dromedaris groeien hun hele leven door. Om ze af te slijten knabbelt hij aan hard materiaal als botten en stukken hout. De dromedaris kan voor langere tijd zonder water. Als hij kan drinken, drinkt hij grote hoeveelheden. Net als bij de kameel maakt de dromedaris gebruik van zijn bult voor de opslag van vet, zodat het dier enige dagen zonder water en voedsel kan overleven, zelfs in de hete woestijn. Het vet in de bult wordt gebruikt voor de productie van energie en vocht. Water wordt niet in de bult opgeslagen, maar wel in de maag. Een goed doorvoede dromedaris heeft een volle, rechtopstaande bult. De bult wordt slapper naarmate de dromedaris gedurende een langere periode zich niet voedt.

Een dromedaris heeft aan iedere voet twee tenen en nagels. De eeltkussens onder de voeten beschermen hem tegen het warme zand. Het dier heeft ook eeltkussens op de knieën, ellebogen en borst omwille van die reden. De neusgaten en oren zijn bedekt met lange haren, die het zand tegenhouden. Om diezelfde reden heeft het dier lange wimpers. Ook kan het dier zijn neusgaten sluiten.

Rond 9u vertrokken we dan op onze dagtocht door de woestijn Sahara. Het woestijnzand vormde niet overal duinen van losse zand. Gelukkig, omdat zo'n duinen moeilijk wandelen omdat je er tot aan je knieën in kan zakken, waren er ook veel 'hardere', vlakke stukken, die begroeid waren met allerlei kleine struikjes, plantjes en bloemetjes... en ook gedeeltes met massa's woestijnrozen in wording door zand, vocht, wind, de mineralen gips en/of bariet in het aanwezige grondwater en verdamping. Al zijn die bijzondere woestijnrozen geen zuiver mineraal, maar in strikte zin ook geen gesteente... en natuurlijk hebben we er wat meegenomen als souvenir... en ja, we hebben eerst opgezocht of dit wel mocht.

We maken tijdens onze reizen dagelijks minstens één selfie. Als we alleen zijn maken we er ook waarop we helemaal, in plaats van enkel ons hoofd, opstaan... die zijn mooier. Tijdens onze reis hadden we er zo nog maar één gemaakt, namelijk tijdens de wandeling die we onder ons tweetjes deden. Ine was dan ook erg blij dat onze kok blijkbaar graag foto's van zijn gasten maakte... en we zo (erg veel) "selfies-met-de-benen", zoals we ze noemen, hebben van de dagen in de woestijn.

Onderweg, zonder echte bestemming, rustten we enkele keren, maar iets voor twaalf uur stopten we langere tijd, voor een middagrustpauze. De dromedarissen werden weer afgeladen en konden weer gaan grazen. We kregen onze slaapmatten om op te rusten en de kok ging aan de slag met onze lunch... weer veel te veel...
Ine houdt van middagdutjes, zeker na wandelingen, maar blijkbaar lukt haar dit enkel als ze hier zelf toe het initiatief neemt. We rustten wel, maar slapen deden we niet. Onze begeleiders deden dit wel.

Wij keken wat rond van op onze matjes, gelukkig enigszins uit de wind... al bleef er veel zand op ons 'liggen'... en wij dat maar wegvegen... een hopeloze missie... Het zand dat op onze gezichten plakte, mede doordat we ons met zonnecrème ingesmeerd hadden, was er zelfs niet af te vegen...


We zagen allerlei vogels vliegen en aan de planten komen pikken en verschillende zandkleurige hagedissen kwamen ineens te voorschijn in onze buurt nadat we daar rustig zaten rond te kijken. Die hagedissen werden gefotografeerd natuurlijk en Johan maakte ook foto's van ofwel de Thekla's leeuwerik of de kuifleeuwerik, dat weten we niet precies.

Iets voor 15u werden de dromedarissen weer opgehaald, volgeladen en gingen we weer op pad. In het dikke uur dat we dan nog wandelden, raakte Ine wat achterop omdat ze vanalles aan het fotograferen was. De drie heren zagen zo de schorpioen die zich, al ronddraaiend, onder het zand aan het ingraven was niet... Ine moest deze natuurlijk óók fotograferen... bijzonder... Om de een of andere reden had Ine verwacht dat de schorpioenen zwart zouden zijn, maar ze waren lichtgroenig

Terwijl Ine bij die schorpioen stond, waren de heren bij één van de verschillende waterputten gestopt. Deze bleek leeg. Onze dromedarissen kregen dus geen water... maar hadden dat ook nog niet nodig.

Na een mooie dagtocht van 14,5 km, waar we effectief vier uur over gewandeld hadden, werd een goede kampplaats gevonden. Er lag zelfs nog hout van een voorganger. Johan hielp onze begeleiders met alle bagage van de dromedarissen af te halen en vervolgens konden zij weer gaan grazen. Wij werden naar de naburige zandduinen 'gestuurd'. Onze begeleiders wilden blijkbaar nog wat rusten alvorens het kamp weer op te zetten.
Door de aanwezige wind waren die duinen erg mooi en bijzonder om te observeren en fotograferen: mooi hoe die wind het zand wegblaast en allerlei bochtjes in het zand maakt. In Namibië (2013) konden we hier ook gefascineerd naar kijken...

Toen we weer in het kamp waren, werd een goede plek, uit de wind, gevonden om ons tentje op te zetten. Terwijl onze begeleiders met de voorbereiding van het avondeten startten, zetten wij onze tent op en werd deze weer 'ingericht' door Ine.
Die avond stond couscous met groenten en kameel, maar ook weer veel meer, op het menu. Er werd ook opnieuw brik en zandbrood gemaakt.


Tijdens het koken, zagen we een woestijnspringmuis die wel veel en terugkerende interesse in onze kampplaats (en het eten) had. Wat een bijzonder en gek diertje! Spijtig dat we er geen foto van hebben kunnen maken. Over foto's maken, gesproken... Ine haar cameraatje, dat al een dag steeds langzamer opende en sloot door het woestijnzand, gaf er die avond definitief de brui aan... Ine was sowieso van plan geweest om, na deze reis, een nieuw cameraatje te kopen, met meer inzoommogelijkheden, voor in Tanzania Het plan was dan dat Johan Ine haar cameraatje mee de Kilimanjaro op zou nemen in plaats van zijn grote camera... tja...

19 maart 2026

Dag 5 : Matmata - te voet van Tamezret naar Zeraoua - Douz - woestijn

Het was nog steeds wat buierig toen we Matmata de ochtend van 11 maart '26 verlieten. We stopten al na tien kilometer, vlak buiten het berberdorp Tamezret. Volgens onze routebeschrijving zouden we in dit dorpje een heemkundigmuseum bezoeken en dan doorrijden naar Douz. Dit deden we echter niet, maar we gingen wandelen naar het volgende dorp Zeraoua / Zraoua. We vonden dit een veel beter plan: we waren immers op wandelreis en waarschijnlijk zouden we in het museum niet heel veel meer leren dan dat we ondertussen al op verschillende plaatsen gezien hebben.

Onze chauffeur stopte, gaf ons onze tussendoortjes (die we steevast bij de fooi van de kamermeisjes achterlieten vanwege véél te veel eten op een dag) en reed verder. We hadden deze wandeling geen begeleider bij ons, maar we moesten gewoon de (slechte) weg door de heuvels volgen tot het volgende dorp. We deden onze regenjasjes nog aan, maar kregen geen regen meer. Maar met de frisse windvlagen was dit ineens ook een 'warme' oplossing.

De weg die we wandelden, kronkelde zich door de heuvels van het Dahargebergte. Dit maakte het nog interessant en mooi. Achter iedere heuveltop dook steeds weer een nieuw panorama op aan volgende heuvels en dalen. De begroeiing bleef identiek als dat we de dagen voordien al zagen.

Op een gegeven moment zagen we de jeep warin we reisden staan op een van de verdere heuvels... maar die reed dan weer verder. En hetzelfde gebeurde toen we het dorp in zicht kregen... we werden dus toch nog in het oog gehouden ;-)

We kregen eerst maar een gedeelte van Zeraoua in zicht. Een bocht verder verbaasden we ons over hoe groot het dorp was! En ook verbaasden we er opnieuw over hoe goed het dorp gecamofleerd lag tegen de berg. Qua bouwstijl was het berberdorp weer anders dan de andere dorpen, eerder dan Toujiane waar we de dag voordien doorreden. De woningen waren groter en léken niet zo zeer in de berg gebouwd te zijn.

Na 7 km en z'n twee uur na vertrek kwamen we bij onze jeep aan, die ondertussen weer wat verder het dorp ingereden was. We stapten nog niet in want de chauffeur zou ons op het einde van het dorp treffen, zei hij. Pas nadat hij verteld had dat er nog maar één familie met hun kudde schapen en geiten in het vervallen dorp woonde, reed hij verder. We zagen in de vervallen huizen ook verschillende geiten, zo van die grote met lange oren en lange haren, staan en in andere huizen, waar wel nog een dak op zat, zagen we de hooivoorraad liggen. Ook zagen we in een ander deel van het grote dorp een herder met een kudde geiten en schapen aan de waterput.

We kwamen al snel weer de jeep tegen. De chauffeur was stenen van de weg aan het gooien en aan het verleggen... Er was een woning ingestort en die was op de weg door het dorp terecht gekomen. Johan ging helpen. Na een tijdje vroeg Johan of een andere weg nemen geen mogelijkheid was. De chauffeur legde uit dat dit kon, maar dat over die wegen rijden veel langer zou duren omdat die slecht waren. Als hij over het ingestorte huis geraakte, zouden we een veel betere en snellere route naar Douz hebben... wat nog, via die route nog 100 km rijden was...

Met het 'herleggen' van de keien en de instructies van Johan slaagde chauffeur er in om over het ingestorte huis te rijden... Dit was al de tweede vakantie op rij dat Johan zulke wegenwerken en hulp moest bieden: In Zuid-Cyprus had hij dit ook voor Ine moeten doen toen we een kerk in de middle of nowhere gingen bezoeken (blogbericht).

Enfin, we verkenden Zeraoua verder. Het was echt een groot dorp! Spijtig dat iedereen er weggetrokken is... maar begrijpelijk ook natuurlijk... maar zo verdwijnt, net als in al de andere dorpen in het Dahargebergte, toch ook veel van de cultuur van de Berbers.

Nadat we terug plaatsnamen in de auto, die enkel een klein deukje opgelopen had volgens de chauffeur, verlieten we stilletjesaan de bergen en lieten we de Berbers achter ons. In eerste instantie reden we nog over een barslechte, kronkelige weg, maar nadien kwamen we op een grote, geasfalteerde weg terecht. De chauffeur reed er goed op door en trok zich niks aan van de verkeersborden met 70 op...

We reden de meest zuidelijke provincie van Tunesië uit en reden naar het noordwesten. Gaandeweg veranderde het landschap : het werd steeds vlakker en zanderiger... en zo kwamen we aan in Douz. Deze stad in een grote oase wordt "de toegangspoort tot de Sahara" genoemd... en in feite is dat ook echt zo want in de wijde omgeving zijn er geen grote steden meer tot aan de grens met Libië en Algerije.

We reden volledig door het centrum van Douz. Net als in alle plaatsen waar we doorreden, lag het er een beetje troosteloos bij aangezien alle horeca-zaken gesloten zijn vanwege Ramadan. We stopten, vlka buiten het centrum, aan het Sahara Museum. In het museum werden we rondgeleid door een gids. Hij gaf ons uitleg over de cultuur van de Tunesische Bedoeïenen en het leven in de Tunesische woestijn. We kregen uitleg over de verschillende Bedoeïenenstammen, de dromedarissen, geneeskrachtige kruiden uit de woestijn, traditionele klederdracht, de bedeïenetenten enz. Interessant!

Om half 12 had de chauffeur ons al gevraagd of we honger hadden, maar toen hadden we gezegd van niet. Na het museumbezoek hadden we eigenlijk ook geen honger, maar we moesten nog eten, vond de chauffeur. Dat deden we op het vertrekpunt van onze tocht naar de woestijn. Onderweg er heen waren we onze kok en dromedarisdrijver met twee dromedarissen al tegengekomen. Zij waren ook al onderweg naar de vertrekplaats. De kok bleek de broer van onze chauffeur te zijn...

Tegen dat we opnieuw overvol eten zaten, kwamen onze wandelgidsen van de komende drie dagen en twee nachten er ook aan. De drommedarissen hadden allebei al veel op hun rug geladen. Onze rugzakken gingen er nog bij op. We namen afscheid van onze chauffeur, die nu anderhalve dag vrijaf had, en gingen op pad in onze mini-karavaan steeds verder de woestijn in.

Het was een flink tempo dat onze dromedarissen en begeleiders aanhielden! We konden maar net volgen in de soms 'diepe' zandduinen. Bij een eerste rustpauze, Ine zal een rood hoofd gehad hebben, vroegen de begeleiders of ze geen sjaal had. En ja, die had Ine, voor het geval ze moskeeën binnen zou gaan. Omdat Ine totaal niet wist hoe ze de sjaal over haar hoofd en mond moest doen, kreeg ze hulp. De sjaal was veel te kort, maar de heren slaagden er toch in om een Bedoeïene van Ine te maken. Dat was best warm, maar de zand werd zo wel minder in haar mond geblazen... en uit beleefdheid hield Ine de doek nog op haar hoofd. Drinken deden we steeds stiekem zodat onze begeleiders het niet zouden zien... zij mochten immers niet drinken... en met die waaiende zand en het knarsentanden daardoor moet dat heel vervelend geweest zijn!

Bij een tweede rustpauze bleek dat de heren onder de indruk van ons tempo waren! We hadden dus beter een beetje minder ons best gedaan om te volgen! Hahahaha... Ze gaven aan dat ze, na deze stop, nog maar een klein beetje zouden wandelen en dan op zoek zouden gaan naar een slaapplek.

Na in totaal twee uur en 8 km wandelen in de winderige woestijn was er een plek gevonden voor de nacht. De dromedarissen werden bevrijd van hun balast. De dromedaris die als tweede gelopen had, werd bevrijd van zijn muilkorf. Er werd uitgelegd dat deze nog vrij jong was en de andere zou bijten als hij de muilkorf niet droeg. Op zich leek hij er geen last van te hebben. Hij kon natuurlijk onderweg, zoals de eerste wel steeds deed, niet grazen. Vooraleer de dromedarissen losgelaten werden, kregen ze een touw rond hun twee voorste poten gebonden. Op deze manier konden ze nog wel langzaam rondstappen, maar konden ze niet weglopen. Tot vlak voor het avondeten konden de dieren zo grazen en hun eigen plan trekken, dan werden ze gehaald en gingen ze rusten.

Ondertussen zetten we ons iglotentje op en terwijl de heren aan de voorbereidingen van het avondeten startten, eerst door droge takken te gaan sprokkelen, richtte Ine de tent in. We hadden ieders een dikke mat gekregen en vier dikke, zware dekens. Die hadden ook op de dromedarissen gelegen en zaten dus onder het zand doordat het zo waaide... meteen lag er dus overal zand. Zelf hadden we, gelukkig, dunne thermische slaapzakjes bij. Dat maakte dat we toch niet rechtstreeks tussen die dekens met zand lagen.

Toen Ine zich bij de anderen voegde, stond al een soepje te pruttelen op een vuurtje en gingen de groenten en het lamsvlees er in een stoompot bovenop. Terwijl Johan gevraagd werd het vuur gaande te houden, werd nog meer hout gesprokkeld en werden de dromedarissen teruggehaald. De touw rond hun voorpoten werd strakker aangespannen, ze gingen zitten en bleven zitten... na eventjes ;-)

Om 18:31 uur was de zon onder en was het iftar. Onze begeleiders waren zo gelukkig als kleine kinderen dat ze konden eten! Ze startten met (een oneven aantal) dadels en karnemelk met water. Ook wij deden mee. Daarna gingen ze verder met koken, wat vanwege de primitieve omstandigheden en het slechts éne vuurtje in episodes ging... alhoewel... terwijl de kok bezig was met het verder bereiden van het hoofdgerecht en nadien het voorgerecht, maakte de dromedarisbegeleider / kokhulpje het deeg voor het brood klaar. We hadden tijdens onze reis al gehoord over het "pain de sable", het zandbrood, maar zagen het nu echt: het deeg werd op een handdoek over een hoopje zand gelegd om het rond van vorm te maken maar door er ook een bolle/holle kant aan te maken. Er werden houtskooltjes van onder het kookvuur plat verspreid over het zand en daar werd het deeg opgelegd. Het deeg werd vervolgens ook bedekt met deze houtskooltjes. De warmte van het zand en de kooltjes maakte vervolgens dat het brood bakte. Door op het brood te tikken, hoorden ze of het al goed genoeg gebakken was om het brood om te draaien. Ook na het draaien gingen er weer warme houtskooltjes op het brood. Toen het brood overal "goed klonk" als er op getikt werd, werden de kooltjes en het zand er afgeklopt en was het brood klaar!


Ondertussen was de kok bezig geweest met de voorbereidingen voor het maken van ieders een "brik". Hiervoor had hij olie in een koekenpan gedaan en op het vuur gezet en een papje gemaakt van eieren, peterselie, een blikje tonijn, harissa en een gekookte aardappel. Een blad filodeeg plooide hij half en vervolgens in drie om middenin het 'papje' te doen. Dit legde hij in de hete olie en hij duwde de kantjes van het pakketje in de pan aan... heel eenvoudig en héél lekker... maar veel werk!
Nadat we onze brik en brood ophadden, was het tijd voor de soep en de hoofdmaaltijd, de gestoomde groenten, aardappelen en het lams... bwôôhhh, lekker maar veel!

Al snel na het eten, gingen we in onze tent lezen en slapen... wat een dag!