07 februari 2026

Zuidoost-Drenthe (6/6)

Na vijf nachten in "De Oude Smederij" was het op dinsdag 3 februari '26 tijd om het appartement in Spier te verlaten. We gingen een autorondrit in het zuidoosten van de provincie Drenthe maken en nadien weer naar huis rijden.

Toen we aan het appartement vertrokken totdat we tegen tweeën weer de provincie Drenthe uitreden, was het nog steeds -2° aan het vriezen... en de wind maakte het érg koud maar de aanwezigheid van de zon maakte het een beetje goed. De gevoelstemperatuur zou zo'n -11° zijn volgens een weerapp... brrr...

We startten onze rondrit in het dorpje Spier, waar we overnacht hadden. Dit hadden we immers nog niet bezocht. Het is een klein dorpje, maar met op z'n grondgebied twee hotels, een bungalowpark en een tweetal campings... anders dan toen, moet het er heel druk zijn in het voorjaar en de zomer!

De eerste stopplaats op het programma was het monumenten- en museumdorp, Orvelte. Het dorp is vermoedelijk ontstaan tussen de 11e en 13e eeuw. Maar aangezien er in 2009 in de omgeving resten van een mammoet gevonden werden, was het er al veel eerder 'bewoond'.

Eind jaren '60 werd de Stichting Orvelte opgericht om het dorp en zijn historische architectuur te behouden, de natuurlijke schoonheid van het gebied te behouden en educatieve en recreatieve mogelijkheden te bieden terwijl de afhankelijkheid van de landbouw wordt verminderd. Naast de normale dagelijkse bedrijvigheid en woonfunctie van het dorp is een groot aantal boerderijen en andere gebouwen ingericht voor het publiek. In het dorp is te zien hoe men in vroeger tijden leefde en werkte in een houtzagerij, smederij, klompenmakerij enz... een beetje 'Bokrijk' maar dan waartussen mensen ook daadwerkelijk wonen. Auto's van toeristen zijn niet toegestaan in Orvelte.

We wandelden wat rond in enkele straten en tussen enkele historische boerderijen in een gedeelte van het dorpje. Het was erg mooi, maar we bedachten ons dat het, in het toeristisch seizoen, verschrikkelijk wonen moet zijn met al die toeristen die overal zitten binnengluren, óók op plekken die niet bedoeld zijn om te gaan gluren... althans dat concludeerden we uit de vele bordjes 'privé', 'geen doorgang' bij, overigens duidelijk herkenbare woonhuizen. Alle gebouwen, op een koffiezaak na, waren gesloten op deze winterse doordeweekse dag. We konden dus nergens binnen gaan of rondneuzen, maar dat vonden we ook niet erg. Wat we wel interessant vonden en vooral Ine blij voor was dit te kunnen zien, was het mooie vlechtwerk van strooi aan de boerderijgevels. Ook voelden we even aan de turf die er lag... die houterig en zanderig tegelijk voelt. Deze turf lag er enkel voor decoratieve redenen, denken we, maar tijdens onze reis door Noord-Ierland zagen we het nog echt uitsteken én gebruiken... blijft bijzonder, zo in de 21e eeuw en de klimaatverandering... 

Het bezoekje aan een gedeelte van Orvelte was zeker de moeite waard. Overal in Drenthe staan nog vele typische, oude boerderijen, maar hier stonden er eens géén nieuwe gebouwen tussen, die overigens wel nog steeds in dezelfde stijl gebouwd worden, maar meestal zonder rieten dak, in baksteen in plaats van hout, langs wegen van asfalt in plaats van de kasseien en kinderkopjes in Orvelte.

Een kwartier rijden vanaf Orvelte ligt Noord-Sleen, wat onze volgende stopplek werd. Uit bodemvondsten in de regio kon worden afgeleid dat er al in de prehistorie een nederzetting was. Daarvan getuigen ook de twee hunebedden aan de ... Hunebedweg, een doodlopend straatje. Al die hunebedden kregen steeds een nummer. In Noord-Sleen liggen en zagen we "D50" en "D51". 

We stopten eerst bij D50. Dit hunebed was bed groot en errond stonden ook stenen. Er zijn nog zeven van de acht dekstenen, zestien draagstenen en twee sluitstenen bewaard. Net als 24 kransstenen en er is één poortsteen aanwezig. Het hunebed is 17 meter lang en 4,4 meter breed.

Iets terug in de straat staat/ligt hunebed D51. Dat is zwaar beschadigd: het heeft nog slechts drie van de zeven dekstenen. Ze zijn beschadigd. Er zijn ook nog veertien draagstenen en drie poortstenen. Dit hunebed is 12,3 lang en 3,5 meter breed.

Over Noord-Sleen lazen we ook nog dat er een molen stond. Deze heet blijkbaar "Albertdina". Het is een grondzeiler uit 1906..., dat betekent blijkbaar dat deze windmolen van op de grond bediend kan worden. De wieken draaien tot dicht bij de grond, lazen we net...

De stad Emmen is naar het schijnt de saaiste stad van Nederland. We besloten daarom niet in het centrum te stoppen, maar buiten het centrum te stoppen. In eerste instantie was de planning dat we bij twee hunebedden zouden gaan stoppen, maar nadat we hunebed D43 bezochten, besloten we dat we wel genoeg hunebedden gezien hadden voor een tijdje. 

Blijkbaar kozen we, lukraak, wel de meest 'speciale' van de hunebedden in de buurt. D43 is het enige hunebed in Nederland van het langgraf-type. In Duitsland en Denemarken zijn meer van die langgraven. Een langgraf onderscheidt zich van "normale" hunebedden doordat het bouwwerk zelf geen dekstenen heeft. Een langgraf bestaat uit (één of meer) hunebedden ingesloten in een door een heuvel bedekte steenkrans

D43 is 40,3 meter lang en 6,8 meter breed . Het is noord-zuidelijk georiënteerd. De 53 kransstenen staan met de vlakke kant naar buiten gekeerd. Tussen deze stenen zijn nog stopstenen te zien, deze zijn bij een restauratie geplaatst... best lelijk. Het lijkt alsof er muurtjes tussen gemetseld zijn.

In dit langgraf zijn twee hunebedden aanwezig. Op de draagstenen van deze twee grafkamers zijn nog enkele dekstenen aanwezig. De ingang van de noordelijke grafkamer (4,6 meter lang en 3,0 meter breed) lag op het oosten, de ingang van de zuidelijke grafkamer (8,1 meter lang en 2,9 meter breed) lag op het westen. Beide grafkamers hebben een paar poortstenen. Het noordelijke graf had oorspronkelijk zes draagstenen en drie dekstenen, het zuidelijke graf had tien draagstenen en vijf dekstenen (hiervan mist een draagsteen en twee dekstenen).

In Nederland worden hunebedden overigens vooral gevonden in Drenthe, veelal op de "Hondsrug". Ze zijn gebouwd tussen 3350 en 3050 v. Chr. Die zogenaamde Hondsrug is een oeroud gebied, gevormd door de kracht van de voorlaatste ijstijd, 150.000 jaar geleden, waar reuzenstenen en legendes samenkomen. 

In de richting van deze Hondsrug werden enorme keien en keileem vanuit Scandinavië door het gletsjerijs uit de ijstijden meegesleurd, zwerfstenen genaamd... en deze keien werden later gebruikt voor de bouw van hunebedden. Onder het ijs creëerden rivierstromen heuvels ("ruggen") die het huidige landschap kenmerken. Vandaar ook de naam Hondsrug... en het hoogteverschil is echt minimaal. Het is een zogenaamde lage scheiding, maar ze is wel langgerekt, zo'n 70 km. De gemiddelde hoogte is 20 meter boven NAP. Niettemin is het grootste deel van de Hondsrug slechts enkele meters hoger dan de omliggende 'dalen'.

Zelfs door en langs Emmen rijden, blijkt uiterst saai te zijn. Er was echt niks interessants te zien onderweg! In een dorp van de gemeente Emmen, Schoonebeek, lag onze volgende stopplaats. Hier bevindt zich het op één na grootste olieveld van het vasteland van West-Europa (na het Matzenveld in Oostenrijk)... Johan wist dat er ooit 'ergens in Nederland' olie gewonnen werd, Ine niet.

In Nederland waren van 1948 tot 2013 bij Schoonebeek in Drenthe en in Zuid-Holland "ja-knikkers" van de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) actief. In Schoonebeek zijn nog enkele jaknikkers te zien, maar deze zijn sinds 1996 niet meer in werking omdat de olieproductie met de toenmalige kennis en infrastructuur niet winstgevend was. Wij bezochten een ja-knikker buiten het centrum. Pal in het centrum, tussen de winkels, staat er nog eentje. Deze zagen we in het voorbijrijden.. Toen we door de Rocky Mountains trokken, zagen we veel van die ja-knikkers in het zuiden van de VS... beetje science fiction-dingen.

Bij Schoonebeek is men in 2010 herbegonnen met oliewinning, maar met behulp van stoominjectie. Hierbij worden geen jaknikkers meer gebruikt, maar 15 meter hoge moderne pompen die in het veld staan. De olie uit het Schoonebekerveld wordt per pijpleiding naar de 50 km verderop gelegen raffinaderij bij het Duitse Lingen 'gebracht'. De geïnjecteert stoom in het olieveld maakt de stroperige olie vloeibaarder waardoor het rondgepompt kan worden. Hier reden we, toevallig, ook langs, maar hiervan dachten we dat het voor aardgaswinning was... 

In 1948 boorde de NAM in Coevorden voor het eerst ook aardgas aan en even later nog ander. Later bleek dat er maar één groot gasveld is. Dit ligt (ook) onder een groot deel van de provincie Groningen, het van de scheuren-in-woningen-door-de ontstane-aardbevingen-door-de-gaswinning-bekende Groningen-gasveld. Sinds oktober 2024 is de gasproductie waarschijnlijk definitief stilgelegd. De gaswinning bij Den Helder in de Noordzee is wel nog gaande.
...wéér vanalles geleerd door er een blogbericht over te schrijven!

Vanuit Schoonebeek reden we naar Coevorden, onze laatste stopplaats in Drenthe. We gingen er eerst nog naar het informatiekantoor voor wat informatie over het stadje. Hierbij moesten we de uiterst irritante medewerkster er maar bij nemen... We 'bewonderden', eerder verwonderden ons over, de lelijke verwerking van de historische gevel van het stadhuis in een moderne, zwartgrijze, rechthoekige blok. En nadien gingen we, om dat kaartje te bestuderen en omdat het al lunchtijd was, eten in de eetzaak in die zwartgrijze blok.

De eerste vermelding van de plaatsnaam  Coevorden vindt men in 1036. De naam duidt op een plaats waar boeren hun koeien, via een doorwaadbare plek ("koevoorde") door een rivier lieten gaan. Later woonden er veel adelijke families in en rond de stad. Coevorden lag namelijk strategisch op de route van hanzesteden Groningen naar Münster, wat de stad tot een welvarende vestingstad maakte... vanwege de handel maar ook door de tolrechten die geïnd werden voor de doorgang. Er vonden vele slagen, belegeringen en wisselingen van de macht plaats in de regio. 

Vanuit het kasteel van Coevorden, dat middenin de vestingstad lag en ligt, werd de regio bestuurd. In zijn oudste vorm was het kasteel een "motte" met een houten toren die werd omgeven door grachten en houten muren. Hier kon men zich terugtrekken bij dreigend gevaar. Het kasteel werd meermalen geplunderd, vernietigd en herbouwd. Van de twaalfde tot de vijftiende eeuw werd de burcht bewoond door de burggraven van Coevorden. In 1522 werd het kasteel verbouwd en kreeg het vermoedelijk de grote vierkante vorm die we in schetsen van latere datum terugzien. Ook deze grote burcht is nadien grotendeels vervallen. De ruïnes die resteerden zijn gerestaureerd tot hun huidige staat... en momenteel is het een vestiging van de Fletcher Hotels met 24 kamers, restaurant en feest- , vergader- en congreszalen. 

Coevorden noemt zichzelf een 'ganzenstad'. Deze hebben ze te danken aan de historische ganzenhandel op de Ganzenmarkt. Sinds het einde van de 15e eeuw werden ganzen naar deze markt werden gedreven om daar te verhandelen op de tweede maandag van november. Er wordt nog steeds jaarlijks, op die dag maar ook al voor- en nadien, evenementen rond georganiseerd. Op zo'n 200 meter van de Ganzenmarkt, op de Markt, staat het standbeeld 'Ganzen Geesje'. Het is een ode aan de ganzenhoedsters die in de negentiende en twintigste eeuw hun ganzen naar de markt in Coevorden brachten.


Na ons middageten wandelden we wat rond in Coevorden. We liepen langs het kasteel, naar de stadsgrachten, door een parkje en door wat straatjes weer terug naar de Markt... en daarmee zat ons lange weekend in Drenthe er op.

Vanuit Coevorden was het 269 km rijden tot thuis. Zonder onze tussenstop om een vieruurtje te eten en een rustpauze in te lassen, was het drie uur en een kwartier rijden. Thuis was het veel minder koud geweest de dagen dat we weg waren. Daar waar wij in lichte vriestemperaturen en sneeuw hadden rondgewandeld, was het in Belgisch Limburg tussen 6 en 10°C geweest.
De dag ná ons vertrek uit Drenthe en de donderdag was het er blijven vriezen en spekglad geworden. 'Code Rood' werd uitgeroepen... maar toen waren wij alweer allebei terug aan het werk...

En nu weer aftellen naar het volgende: over alweer 4 weken vertrekken we naar Tunesië!

06 februari 2026

Vandaag



Omdat het laatste bericht van ons weekendje Drenthe nog niet af is, herdenken we hier vandaag de verjaardag van Bob Marley. De man werd geboren op 6 februari 1945 en zou dus 81 geworden zijn... als hij niet al in 1981 overleden was... Iris Vandenkerckhove, Wendy Van Wanten, wordt 66, Tanja Dexters 49. Ook staat 6 februari internationaal bekend als "Zero Tolerance Day to FGM" voor het uitbannen van vrouwelijke genitale verminking. En Eddy Wally stierf precies tien jaar geleden.

05 februari 2026

Nu dan?

Volgens modelberekeningen heeft zich nu iets minder dan 21 miljoen kubieke meter magma opgestapeld onder Svartsengi sinds de meest recente uitbarsting op de Sundhnúkur kraterrij in juli '25...

We wachten nog steeds... 

04 februari 2026

Dag 5 van 6 : NP Drentsche AA

Afgelopen maandag reden we terug naar het noorden van Drenthe. We reden naar het gebied vlak boven Assen. Dit is het stroomgebied van de beek Drentsche Aa

Dit gebied is een zeldzaam beekdallandschap omdat de mens, op andere plaatsen, vaak ingegrepen heeft op het stroomgebied van beken. Bij de Drentsche Aa is dit nauwelijks gebeurd. Zo bleven van de eeuwenoude landschapsindeling ook veel karakteristieke houtwallen op de essen (velden) bewaard. Enkele heidevelden, waaronder het voormalig militair oefenterrein Balloërveld, bleven gespaard van ontginning als landbouwgrond of bebossing, zoals elders in Drenthe veel gebeurd is.

Toch is verscheidene malen geprobeerd grote delen van de Drentsche Aa in Drenthe te kanaliseren, teneinde de waterbeheersing van het stroomgebied te verbeteren. De eerste pogingen daartoe strandden doordat boeren niet wilden bijdragen aan de benodigde investeringen. Later poogden natuurbeschermers het stroomgebied van de beek te beschermen tegen de effecten van ruilverkavelingen en waterstaatkundige ingrepen. Uiteindelijk leidde dit tot de oprichting van het 'nationaal beek- en esdorpenlandschap Drentsche Aa' (2002), dat vanaf 2013 nagenoeg het volledige stroomgebied omvatte. In 2019 besloot het Overlegorgaan Drentsche Aa deze lange naam niet meer te gebruiken en voortaan alleen nog de naam Nationaal Park Drentsche Aa te gebruiken voor het gehele gebied.

Naast natuur en landschap zijn ook landbouw en leefbaarheid in de dorpen belangrijke thema's. Hierdoor was het niet mogelijk een standaard Nationaal Park in te richten en werd lang getwijfeld of de instelling van een nationaal park wel de juiste manier was om het gebied te beschermen. Vanwege het unieke karakter van het landschap heeft men toch besloten het gebied als Nationaal Park te beschermen maar heeft het een speciaal beschermingsmodel gekregen, waarin natuur- en cultuurlandschap evenveel aandacht krijgen.

Al met al is het Drentsche Aa-gebied het best bewaarde beek- en esdorpenlandschap van West-Europa. Men kan er nog goed het oude landschap van Drenthe herkennen, dat de zandgronden in de provincie tot eind negentiende eeuw kenmerkte.

Oké, dat was de theorie. Voor de praktijk kozen we, uit de 'Crossbill Natuurgidsen. Nederland'. "Deel 2 Routes", voor twee wandelingen die onder 'Route 17: Drentsche Aa' beschreven staan.

We startten met de langste wandeling, eentje van 6,5 km. Deze wandeling bracht ons op het Balloërveld, zoals hierboven als stond, een oud militair oefenveld.  Het ligt tussen de dorpen GasterenRolde en Loon.

Over het Balloërveld lazen en zagen we dat de overwegende heide- en vergraste heidebegroeiing spaarzaam afgewisseld wordt met veenmeertjes, wat plukjes dennenbos en kleine zandverstuivingen her en der. Het veld wordt doorkruist met een netwerk van zandwegen en karrensporen die deels nog dateren van voor de middeleeuwen. Archeologisch onderzoek heeft er grafheuvels, een urnenveld en resten van akkerbouw uit de ijzertijd, alsook vondsten die duiden op steentijdbewoning aan het licht gebracht.

We startten er op een vlonderpad. Dat was spekglad... doordat het de dag voordien aan het dooien was gegaan, maar de nacht voordien flink had gevroren, was de gesmolten-sneeuw-pretsch weer bevroren en in een harde, gladde glibberbaan veranderd. Gelukkig werd het al snel zandgrond waar we over moesten, al lag daarop ook bevroren sneeuw op de meeste plaatsen... de felle, strakke wind en de lichte vriestemperatuur maakte het érg koud. De wandeling was wel mooi. Naar het einde toe verlieten we de heide en liepen we langs akkers die deels onder (bevroren) water stonden, eigen dus aan het nationaal park. 

Toen we alweer bijna terug aan de auto waren, kregen we nog even een beproeving: we moesten een watertje over via boomtakken en stenen... wat hier vooral bijzonder aan was, was de kleur van dit water: roestbruin/-rood. Samen met bodemwater welt er ook ijzeroxide op op die plek, waardoor water en bodem roestrood kleurt... en allebei geraakten we er zonder natte voeten over!

We wisten dat het niet gemakkelijk zou zijn om op maandagmiddag te gaan uiteten... maar nadat we wat rondreden, vonden we een lunchroom in Rolde... en dan nog eentje dat een dagbestedingsplek was voor mensen met een verstandelijke beperking... al leken die er niet in de bediening en bereiding te staan.

Voor onze tweede wandeling moesten we, niet ver uit de buurt, bij de Gasterse Duinen en het stroomgebied van beekje Anlooër diepje, ook in Gasteren, zijn.

Deze wandeling was 5,5 km lang. De Gasterse Duinen bestaan uit een golvend heidelandschap. Forse stuifduinen en schilderachtige vennen bepalen grotendeels het aanzicht van het terrein. In een ver Middeleeuws verleden liep door de Gasterse Duinen de belangrijkste handelsroute van Groningen naar Coevorden. Deze route liep vanuit Zuidlaren via de Gasterse Duinen en het Balloërveld naar Rolde en verder. 

Verder bracht ons deze wandeling langs hooigrasgebied en begrazingsgebied waar natuurherstel en de boerenstiel toch blijken samen te gaan. Sommige wandelpaden liepen letterlijk dwars door weien. Schapen en konikpaarden zagen we staan grazen, de runderen niet.

Helemaal op het einde van de wandeling liep de tocht nog langs hunebed D10, dat er al 3000 jaar oud ligt, maar toen waarschijnlijk meer in een kuil lag dan nu. 

In de literatuur wordt naar dit hunebed verwezen als "Duyffelskutte". In 1547 vermeldt een kanunnik van Brugge het hunebed als een steenhoop met stenen die zo groot zijn dat ze niet met wagens of schepen aangevoerd kunnen zijn. Steengroeven ontbreken daar, onderbouwt hij zijn verbazing. Zijn verklaring is dat het hunebed niet anders dan door demonen gebouwd kan zijn. Op de stenen zouden levende mensen geofferd worden, denk hij, nadat ze door de smalle gang onder de altaarstenen moesten kruipen en met mest bekogeld werden.


Zoals alle hunebedden wordt ook dit hunebed toegeschreven aan de trechterbekercultuur. Dit hunebed is een klein en incompleet hunebed. Het is 6,7 meter lang en 3,1 meter breed. Het heeft nog twee dekstenen, oorspronkelijk waren dit vier en zeven draagstenen. Ook zijn er twee sluitstenen. Poortstenen zijn niet aangetroffen.

's Avonds wilden we in het Grand Café van Dwingeloo gaan eten wánt daar hebben ze sticky toffee pudding als dessert, Ines favoriet! Helaas klopte de info op de website niet dat ze op maandagavond open zouden zijn... en kwamen we in Hotel/Restaurant Wesseling, aan dezelfde Brink terecht... en daar aten we óók goed, maar Ine at er geen dessert omdat die haar niet zo aanstonden... ze zal waarschijnlijk moeten wachten tot met Pasen, in Londen, voor een sticky toffee pudding...

03 februari 2026

NP Drents-Friese Wold, D52 en bezoekje (4/6)

Op zondag 1 februari '26 probeerden we een beetje uit te slapen. Dit bracht ons pas rond 10:15 uur aan het begin van onze wandeling van de dag. Deze maakten we in het Nationaal Park Drents-Friese Wold. We vonden een wandeling van zo'n 8 km vanuit Diever. De mooie uitgestippelde wandeling van Natuurmonumenten bracht ons door verschillende soorten bossen.

Dit nationaal park is een groot aaneengesloten natuurgebied op de grens van de Nederlandse provincies Friesland en Drenthe. Het ruim 61 km² grote nationaal park bestaat uit bos, heide en stuifzanden.

Zo goed als de hele wandeling, wandelden we in het landgoed Berkenheuvel dat eigendom is van NatuurmonumentenStaatsbosbeheer en enkele particulieren. 

Meer dan anderhalve eeuw geleden, rond 1800, was het er kaal. Er groeide geen boom of struik. Er liepen zoveel schapen op de heide, dat de heide op een heleboel plekken verdween. Het kale zand begon te stuiven en waaide alle kanten op. Daardoor zijn er nu nog veel zandheuvels in het gebied. De naam Berkenheuvel komt nog uit die tijd dat er op de kale heuvels slechts hier en daar een berk stond.

Tussen 1890 en 1925 werd het merendeel van het landgoed ingeplant met inheemse soorten als eiken en grove dennen, maar ook uitheemse soorten als douglassparAmerikaanse eik of Japanse lariks. Het zand kon zo niet meer stuiven. En het verklaart meteen de aanwezigheid van soms 'rare' dennen.

Nergens in Nederland ligt op de bosbodem zo’n uitgestrekt tapijt van kraaiheide als op landgoed Berkenheuvel, lazen we. Deze heidesoort slaagt er in onder de grove dennen voldoende licht te vangen. Kraaiheide bloeit paars in april en mei. Gelukkig was de sneeuw, die er de dag voordien nog gelegen had, zo goed als weg op de meeste plaatsen en kregen we ook de bosbodem te zien.

Het was mooi wandelweer: de zon scheen, de temperatuur lag een beetje boven 0° en er was, in het bos, weinig tot geen wind. Dit maakte dat we veel wandelaars tegenkwamen. En net zoals in Limburg groeten wandelaars elkaar in Drenthe... iets wat zeker niet overal gebeurt...

Iets na twaalven, na een uur en drie kwartier wandelen over de acht kilometer, kwamen we weer aan aan de auto. In de taverne bij het informatiepunt waar we geparkeerd stonden, gingen we lunchen. Ine wist dat er in Diever ergens nog een hunebed stond. Tijdens het lunchen zochten we op of we er nog te voet heen konden gaan, of dat we de auto ervoor zouden nemen... en aangezien het hunebed op nog geen kilometer van onze locatie af lag, was meteen duidelijk dat we te voet zouden gaan. Het hunebed bij Diever is gekend als "Hunebed D52". Dit werd door de boeren uit de late steentijd gebouwd en werd ondertussen gerestaureerd.


Het hunebed wordt toegeschreven aan de trechterbekercultuur. Het heeft een poortsteen en zes dekstenen. Drie van deze dekstenen liggen in de grafkelder. Ook zijn er twee sluitstenen en veertien draagstenen.
Het hunebed is 14,5 meter lang en 4,8 meter breed... heel wat kleiner dat dat van de dag voordien, D26 met 22,5 meter... maar zoals steeds erg leuk om te onderzoeken en fotogeniek.

Tegen die tijd hadden we al bericht ontvangen van zus Sofie en schoonbroer Ronald dat zij met hun laatste verhuisspullen onderweg waren naar hun nieuwe huis in Drenthe. We spraken rond 15u af om koffie te drinken, vlaai te eten... en Johan hielp ook mee verhuizen... en natuurlijk kregen we een rondleiding in hun nieuwe woning en tuin.

02 februari 2026

Dag 3: Wandelen

Dichtbij het appartementje waar we overnachten in Spier ligt Nationaal Park Dwingelderveld... een plek dus die we niet konden overslaan! Het nationaal park Dwingelderveld is gelegen in de driehoek Dwingeloo, Ruinen en Beilen. Het is ongeveer 37 km² groot.

Het Dwingelderveld staat internationaal bekend als het belangrijkste natte heidegebied in West-Europa. Doordat er in het verleden bij ontginningswerkzaamheden voor de landbouw sloten gegraven werden, vond er verdroging plaats. Nu dit natuurgebied een nationaal park is, worden sloten en greppels die niet nodig zijn terug dicht gegooid en wordt veel naaldhout gekapt... en dat maakt dat het water, als vroeger, weer blijft staan, in plaats van wegvloeit, en er weer vennen gevormd worden. Er zijn er ondertussen weer zo'n 40-tal.

Voor kerst vroeg Johan de pas verschenen 'Crossbill Natuurgidsen. Nederland'. Uit "Deel 2 Routes" kozen we wandeling 18 om op deze derde dag te gaan wandelen. Deze rondwandeling van 11 km startte in Eursinge bij Pesse (want er zijn verschillende 'dorpjes' in de regio die Eursinge heten). Bij deze toegang tot het nationaal park wandelden we meteen tussen verschillende vennen. Deze lagen er nu extra mooi bij aangezien ze speciale kleuren hadden doordat het water deels bevroren was. Van de verschillende flora waarover gesproken wordt in de Crossbill Natuurgids was zo goed als niks te zien vanwege de sneeuw die er lag. Het was rond 0° à 1°C dus die sneeuw was wel stilletjes aan aan het smelten... dit maakte de geasfalteerde wegen wat glad. Gelukkig wandelden we ook veel over zandpaden... maar daar lag dus wel nog sneeuw op. En de laatste weken hebben we ontdekt dat wandelen in de sneeuw best zwaar is, nu weer.

Qua fauna valt het natuurlijk in putje winter bij net wel/geen vorst natuurlijk ook tegen. De verschillende soorten eenden die op een ven zaten, waren al gaan vliegen tegen dat wij achter een houten stelling rustig konden gaan observeren. Doorheen het jaar staan er altijd wel ergens schapen en runderen te grazen. Schapen zagen we, samengedromd bij de schaapskooi. Die waren dus wel al buiten geweest, maar werden net binnengehaald... en wolf Johan had ook een dagje vrijaf genomen, die kwamen we helaas nergens tegen. Tja, hij wordt regelmatig eens gezien, maar natuurlijk ook véél vaker niet.

Het laatste gedeelte van de wandeling moesten we best een lang stuk tegen de wind in wandelen. Ook was het beginnen regenen, wat maakte dat we het flink koud hadden toen we aan de auto aankwamen.

Via Google zochten we iets op om te lunchen. Zo kwamen we in Dwingeloo terecht... maar hetgeen we zochten, vonden we niet... en zo vonden we, aan de grote groene brink in het centrum van het dorp een taverne waar we lunchten... en meteen zaten we middenin het beschermd dorpsgezicht van Dwingeloo. Mooi, maar niet spectaculair, zoals in vele dorpjes.

Tijdens het eten bespraken we wat we nog zouden kunnen doen. Nog ergens gaan wandelen, wilden we niet doen omdat dat voor Ine te veel zou zijn. Dus besloten we om naar Borger te rijden. Dat was niet echt in de buurt, maar naar deze plek móesten we dit weekendje weg geweest zijn! In Borger staat namelijk "hunebed D27"... en dat is het grootste hunebed van Nederland... en als er megalithische monumenten in de buurt zijn, moeten wij die gezien hebben!

Trouwens, volgens Van Dale is een dolmen een Frans megalithisch bouwwerk, en een hunebed een Nederlands-Deens megalithisch bouwwerk. In de Nederlandstalige wetenschappelijke literatuur komen beide termen voor. Archeologen, echter, gebruiken beide woorden gewoonlijk niet als synoniem. 

De term hunebed wordt doorgaans gebruikt wanneer de ingang zich in het midden van de lange zijde bevindt. Bij dolmens zit de ingang aan de korte zijde. De hunebedden in Noordoost-Nederland, Noordwest-Duitsland en Denemarken hebben andere kenmerken en zijn door een andere cultuur gebouwd dan de dolmens in grote delen van Frankrijk en België. 

D27 bevat negen dekstenen op 26 draagstenen en twee sluitstenen en een complete poort met vier poortstenen en een deksteen. Twee keien in de buurt zijn mogelijk kransstenen geweest. Het hunebed is 22,6 meter lang en 4,1 meter breed.

Bij D27 ligt ook een museum. Hier hadden we nog heen kunnen gaan, maar daar hadden we niet zo'n zin in. In plaats daarvan reden we terug naar Spier, dronken we ons daar iets, douchten we en maakten we ons klaar voor het avondeten. We hadden daarvoor namelijk gereserveerd in de Bospub op de rand van een bosrijk gebied van het Dwingelderveld in Lhee.

01 februari 2026

Kamp Westerbork, Assen en Zuidlaren

Afgelopen vrijdag werden we na onze eerste nacht in Drenthe wakker... met buiten nog meer sneeuw. Op onze planning stond als eerste Kamp Westerbork

Dit voormalige Kamp Westerbork lag niet in het dorp Westerbork, maar in Hooghalen. Beide liggen ondertussen wel in dezelfde gemeente, namelijk Midden-Drenthe, net zoals Spier waar we overnachtten. Midden-Drenthe heeft in totaal zo 22 dorpskernen, heeft een erg grote oppervlakte, maar telt geen 35.000 inwoners. Heel veel van de oppervlakte is natuur.

Net als Kazerne Dossin in Mechelen, was Kamp Westerbork, maar dan voor Nederland, een verzamel- en doorgangskamp tijdens WOII. Meer dan 102.000 Joden, Sinti, Roma en verzetstrijders werden van hieruit gedeporteerd naar concentratiekampen en vernietigingskampen in Duitsland, Polen en Tsjechië.

In het kamp probeerden de nazi's een gemoedelijke en gewone dorpsfeer te creëren: er was een bioscoop, een ziekenhuis enz. Dit deed men om de sfeer er goed te houden en vooral om te voorkomen dat men achter de waarheid kwam, dat ze, eens de trein op, de dood te wachten stond. Meestal verbleef men hier maar enkele dagen of enkele weken en werd men op transport gezet. Enkel diegenen die er werk kregen (houthakkers, naaisters ed.) bleven langer.

Eerst bezochten we het Herinneringscentrum Kamp Westerbork, het museum. Dit ligt zo'n drie kilometer van het voormalig kampterrein. Bij het voormalig kamp is vanwege de ondertussen opgestelde radiotelescopen geen gemotoriseerd verkeer en bebouwing toegestaan. Er rijdt een pendelbus tussen het bezoekerscentrum en het kampterrein en er is een educatieve wandelroute aangebracht tussen de locaties.

In het museum leerden we dat het kamp al in februari 1939 door de Nederlandse overheid opgezet werd als vluchtelingenkamp in Nederland aanwezige Duitse en Oostenrijkse Joodse vluchtelingen aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog, die op 10 mei 1940 in Nederland (en België) startte. Na de Duitse bezetting werd het door de Nazi's in 1942 overgenomen en omgevormd tot het Doorgangskamp Westerbork.

We leerden er ook dat 34.313 Nederlanders naar vernietigingskamp Sobibór (nu Oost-Polen) gebracht werden. Dit kenden we nog niet. Het merendeel van de gedeporteerden werd nog op de dag van aankomst in de gaskamers vermoord. In totaal zijn ongeveer duizend mensen direct na aankomst doorgestuurd naar werkkampen. Uit de transporten vanuit Kamp Westerbork hebben slechts negentien mensen de oorlog overleefd... We vonden ondertussen ook dat er een klein aantal Belgen in Sobibór terecht zijn gekomen... en gebleven...

...en nadat de nazi's weg waren, namen de Nederlanders het kamp weer over: De eerste jaren na de oorlog werden deserteurs en oorlogsmisdadigers er gevangen gehouden. Nadien werd Kamp Westerbork, met zo'n 100 gebouwen en barakken, omgedoopt tot "Woonoord Schattenberg"... en werden in diezelfde gebouwen en barakken als eerder, gebruikt om achtergebleven militairen van Zuid-Molukse afkomst en hun gezinnen te huisvesten. Later werden er ook andere Molukse gezinnen die in Nederland aangekomen waren, ondergebracht. Dit waren Indonesische mensen met Nederlands bloed of zij die tijdens de kolonisatie iets voor de Nederlandse betekend hadden. Zij waren, na de onafhankelijkheid van Indonesië van Nederland, niet veilig en kozen ervoor om naar Nederland te reizen. In 1971 kregen ze een ander onderkomen in Assen. Daarna werd het kamp helemaal, op slechts één woning na, afgebroken.

Na een uurtje in het museum doorgebracht te hebben, namen we de bus naar het oorspronkelijke kamp. Ja, we hadden te voet kunnen gaan, maar omdat we geen wandeldag gepland hadden, had vooral Ine geen geschikte schoenen aan om te wandelen, zeker niet in de sneeuw.

In de bus werd een bandje afgespeeld met informatie van hetgeen we onderweg zagen... of net niet. De spoorlijn waarover het spoorverkeer liep, is weg. En blijkbaar was ten tijde van de bouw van het kamp het hele terrein en omgeving kaal en desolaat. Nu, na een intensief bebossingsproject, is het een dicht en groot bos onderweg naar het oude kamp. De buschauffeur vertelde ook nog, voor we uitstapten, dat, ten tijde van Kamp Westerbork, het beste ziekenhuis van Nederland in het kamp lag. De Joodse artsen waren erg goed opgeleid. Er werden vele gevangenen opgelapt om nadien weer te kunnen werken, óf om het idee te laten leven dat, als je uit het ziekenhuis kwam en op transport gezet werd, je naar een betere plek zou gaan... maar zij werden evengoed ook vermoord... alles schijn...

We wandelden vervolgens rond in het spierwit besneeuwde open landschap. Er staat eigenlijk niks meer recht van het kamp. Er is nog één woning, nog vanuit de beginperiode, langer in gebruik geweest. Een Moluks gezin waarvan de vader één of andere functie had in 'Woonoord Schattenberg', had het vruchtgebruik gekregen tot aan hun dood. De dochter des huizes heeft er nog tot aan haar dood geleefd.

Er staan twee treinwagons van waaruit continu alle namen van de 107.000 mensen die gedeporteerd werden klinken, de buitenkant van barak 56 staat er nog, er zijn nog plaatsen aangeduid, gedenktekens geplaatst, informatieborden, waar het strafkamp lag werden de omheiningen die errond stonden nagebouwd ed.  Er zijn twee erg bekende en symbolische plekken in het voormalige kamp: 

  1. één is een herinneringsmonument op de voormalige appelplaats. Er zijn 102.000 stenen geplaatst. De achterliggende gedachte van het monument is om duidelijk te maken hoeveel mensen hvermoord zijn. Maar naast deze massaliteit wordt ook de individualiteit duidelijk: de stenen zijn willekeurig in hoogte gestraat om het individu te benadrukken. De stenen zijn op een gelijkmatige manier geplaatst binnen de kaart van Nederland. De meeste Nederlandse gemeenten hadden voor de oorlog Joodse inwoners, waardoor de vervolging van de Joden dan ook de gehele samenleving aanging. Op de kop van de stenen is een davidster aangebracht. 213 stenen zijn met een vlam uitgevoerd: deze symboliseren de Sinti en Roma die niet terugkeerden naar huis. Honderd stenen hebben geen symbool en staan voor de verzetsstrijders die in kamp Westerbork gevangen zaten om weggevoerd te worden... door de sneeuw op de stenen hebben we enkel davidsterren gezien, geen lege en vlammetjes.
  2. Het Nationaal Monument Westerbork : De omhoog gekrulde rails drukken de wanhoop uit, ze zijn bewerkt alsof er op geschoten is. De spoorbielzen laten de vernietiging zien. Hoe dichter bij het eind, hoe meer ze versplinterd zijn... maar niets van het Monument is afkomstig uit het kamp zelf, ook de rails niet. Dit wilde kunstenaar niet.
Als er geen sneeuw geweest zou zijn, was alles beter te zien geweest, maar die sneeuw en de koude zette wel nog eens extra de vreselijke omstandigheden waarin de mensen hier moesten verblijven in die houten barakken...

Nadat de bus ons weer terug aan het museum afzette, stapten we onze auto in om naar Assen te rijden. Assen ligt in het noorden van Drenthe en is de provinciehoofdstad. We wilden, voordat we gingen eten, langs het toeristisch inforkantoor zodat we aan tafel konden uitstippelen wat we zouden gaan doen in de stad... maar op de deur van het VVV hing een briefje dat het wegens omstandigheden niet open was. We gingen dan maar op zoek naar een plekje om te eten en kwamen zo bij Brownies & downieS terecht, een Nederlandse keten waar mensen met een verstandelijke beperking tewerkgesteld worden. De bediening was goed maar héél erg stilletjes en we aten er goed.

Door wat te googlen kwamen we een korte streetart-route tegen en verder wandelden we wat door het stadscentrum. Veel van dit centrum is zogenaamd "Beschermd stadsgezicht" en ziet er dus mooi uit. We passeerden in ieder geval de Markt en de Vaart, vanwaar we verder in het centrum rondliepen en aan de veelhoekige "Brink", voorheen de voorhof van het klooster, uitkwamen. Aan deze mooie 'Brink' staan enkele belangrijke en mooie gebouwen, zoals het voormalige Gouvernementsgebouw (nu Drents Museum), het Drents Archief en de Abdijkerk.


Omdat het na ons stadsbezoek aan Assen nog te vroeg was om alweer naar Spier te rijden, reden naar het "brinkdorpZuidlaren, met ook daar een brink, zelfs zeven... die open pleinen, ruimte met groen zijn steeds wel mooi en geven een dorps en gezellige sfeer.

In Zuidlaren gingen we nog voor een vieruurtje. We namen, om te delen, een "verwenmomentje" en een punt van een Zuidlarense bol. Dat bleek een stuk van een grote krenten- en kruidenkoek, lekker!

Nadien deden we nog wat boodschapjes en reden we weer naar Spier, wat om een dik half uur rijden van Zuidlaren afligt.

31 januari 2026

(ind)ex


"Het verlies door tweemaal een indexsprong “light” door de Arizona-regering draag je de rest van je loopbaan mee.

De automatische indexering van lonen en uitkeringen is puur Belgisch vakmanschap dat werknemers en uitkeringsgerechtigden al decennialang beschermt tegen koopkrachtverlies wanneer de prijzen stijgen.

Een studie van de Nationale Bank toonde in september 2025 dat de automatische indexering de enige aandrijver is van de Belgische lonen het afgelopen decennium. In goede en in kwade dagen.

Toch valt de Arizona-regering het systeem aan, met ingrepen in de indexering van sociale uitkeringen en de ambtenarenwedden, maar niet alleen daar. Tijdens de begrotingsopmaak van november 2025 overschreed de Arizona-regering een rode lijn door de automatische indexering rechtstreeks aan te pakken. De regering besliste dat – tijdelijk, in 2026 en 2028 – lonen boven €4.000 bruto en sociale uitkeringen boven €2.000 bruto niet volledig worden geïndexeerd. Voor het bedrag boven €4.000 bruto krijg je dus niks, want dat gedeelte van je loon wordt tweemaal niet geïndexeerd.

Deze maatregel zal bijna één op de twee werknemers en één op de drie gepensioneerden treffen. Het verlies is levenslang, want cumulatief...

...Een loonindexering is geen loonsverhoging, maar gewoon een aanpassing aan de stijgende kosten van levensonderhoud. Een indexsprong – gedeeltelijk of niet – is niets minder dan contractbreuk en diefstal van koopkracht. Het opent ook de deur voor toekomstige afbraak van het mechanisme. Daarom lanceert ABVV een campagne, een ware liefdesverklaring aan dit solidair systeem dat al meer dan een eeuw zijn doeltreffendheid bewijst."

30 januari 2026

Drenthe, dag 1/6

Iets na tienen reden we gisteren thuis weg, op weg op ons weekendje weg! Vanaf ongeveer Roermond, in Nederlands Limburg, kwamen we in een wit sneeuwdecor terecht. Ruben Weytjens had weer gelijk: de sneeuw zou nét niet in Belgisch Limburg vallen.

We hadden sowieso een ommetje gepland via Obelink in Winterswijk (AchterhoekGelderland). Dit is een érg grote kampeerwinkel. De winkel ligt op bijna tweeënhalf uur rijden van thuis. Dat is toch te ver om er gewoon heen te rijden, dus maakten we nu gebruik van het feit dat we 'hogerop' in Nederland 'moesten' zijn. Aangezien we rond half 1 daar aankwamen, gingen we er eerst eten alvorens drie verdiepingen kampeergerief te bekijken (en neen, we hoefden de tenten, tuinsets en de caravans (buiten) niet te zien). We verlieten Obelink met een opvouwbaar vergiet, een reservedop voor een waterbidon, een 'safaripet' en twee truien voor Johan.


Vanuit Winterswijk reden we de provincie Overijssel door en dan Drenthe in... en dat langs héle saaie, vooral rechte wegen van één rijbaan... maar het platte, witte, 'lege' weidelandschap met grote boerderijen en hier en daar schapen was wel mooi.

Het duurde nog anderhalf uur vooraleer we weer stopten. Omdat we er langs reden, niet omdat er iets te zien zou zijn... en dat was er ook helemaal niet, stopten we in Hoogeveen, in het zuiden van de provincie Drenthe... maar het was net te vroeg om al naar ons appartement/huisje te rijden... én een vieruurtje zou er wel in gaan bij Ine... We gingen bij Konditorei D'inschieter - Bakkerij Mulder binnen en bestelden koffie en ieders een "Hoogeveens rolletje": een lekker gebakje met slagroom.

Na ons vieruurtje reden we verder richting Spier, in gemeente Midden-Drenthe, op een klein kwartiertje vanuit Hoogeveen. In het dorpje Spier verblijven we tot en met maandagnacht in duplexappartement "De Oude Smederij", waar we zeer tevreden mee zijn!

29 januari 2026

Op naar Drenthe!





Het is alweer meer dan zeven weken geleden dat we terugkeerden van onze vakantie in Zuid-Cyprus.

... hóógtijd om weer eens op weg te gaan!
 

28 januari 2026

Kangoo!?!



Vandaag kan Johan, na zo'n zes weken, de vervangwagen in gaan ruilen voor onze helemaal herstelde en ondertussen halfnieuwe Kangoo!

Naar aanleiding van de testrit van de garagisten gisteren werd ook nog de startmotor vervangen, omdat die toch wat leek te haperen. Gelukkig kregen we die gratis en voor niks... toch een fijne geste... 

27 januari 2026

27 januari

Op 27 januari 1945 bevrijdden soldaten van het Sovjetleger de overlevenden van het concentratiekamp Auschwitz. Om deze reden is 27 januari uitgeroepen als Internationale Herdenkingsdag voor de Holocaust.

Extreem triest en wraakroepend dat diezelfde bevolkingsgroep die in WOII zo geviseerd werd en leed, nu hetzelfde doet als de Nazi's deden, namelijk één bevolkingsgroep, de Palestijnen, systematisch naar bepaalde gebieden van Israël/Palestina drijven en ze uithongeren en uitmoorden.

Tijdens één van onze dagen in Drenthe gaan we Kamp Westerbork bezoeken. Dit was in WOII het Nederlandse voorportaal voor het export van ruim 102.000 Joden en 245 Roma per trein naar concentratiekampen en vernietigingskampen in Duitsland, Polen en Tsjechië... 

We hebben al heel wat van deze kampen bezocht en blijven dit soort verschrikkelijke plaatsen bezoeken... omdat het zo triest is, omdat het niet te vatten is... Hoe kunnen mensen zodanig geloven in hun leiders dat ze zonder verzet en zelfs met trots ingezet kunnen worden om dergelijke misselijke taken uit te voeren?! En wat bezielt omstaanders om er onverschillig tegenover te staan!? Als psycholoog en psychiatrisch verpleegkundige vinden we dit érg interessant, maar begrijpen zullen we het nooit... en bizar genoeg gebeurt dit deze dagen nog steeds, kijk maar naar de Israëli, ICE in de VS, soldaten van rebellengroepen, het leger van dictators enz. enz.

26 januari 2026

"Zondag Wandeldag"


De afgelopen weken zijn we weer steeds, op zondag, gaan wandelen, onze "Zondag Wandeldag". 

De activiteiten van wandelclubs van Wandelsport Vlaanderen, uitgestippelde wandelingen en een eigen route brachten ons de afgelopen zondagen in Lanaken, Lummen, Genk, Dilsen-Stokkem en Maaseik. En wat was het steeds mooi wandelweer: fijn fris, met en zonder sneeuw!

We zijn in ieder geval getraind voor ons aanstaande weekendje weg in de Nederlandse provincie Drenthe en Johan is goed bezig aan zijn trainingsprogramma richting zijn langeafstandswandelingen in het voorjaar... al moet hij véél trager wandelen als Ine erbij is (+/- 5,5 i.p.v. 6,8/u).

25 januari 2026

61 "conflicten"

Op DeMorgen.be lazen we dit weekend een artikel over dat er, sinds WOII, nog nooit zoveel oorlogen actief waren als nu... een érg deprimerend artikel... Pffff, en dan leven we zogezegd in een beschaafde wereld...

We namen niet het hele artikel over, slechts een deeltje van de inhoud. Het artikel, en hetgeen hieronder staat, is ook zeker niet volledig. Hier en daar vulden we zelf ook aan... 

Wereldwijd zijn er 61 conflicten tussen en in landen gaande... en die halen helemaal niet altijd het nieuws. Het gaat om 61 zogeheten staatgebaseerde conflicten in 36 landen, waaronder elf oorlogen met meer dan duizend doden per jaar!

Afrika alleen al telt bijna de helft van het totale aantal conflicten wereldwijd: 28 van de 61. In Azië slepen opstanden en burgeroorlogen vaak al decennia lang aan, zonder duidelijk frontlijnen of eindpunt. In het Midden-Oosten lopen binnenlandse twistpunten, regionale machtsvetes en internationale inmenging door elkaar heen.

De Sahel en West-Afrika vormen samen een van de meest instabiele conflictzones ter wereld. In Burkina Faso, Mali en Niger kwamen de voorbije jaren militaire regimes via staatsgrepen aan de macht. Maar ook in Nigeria, Benin, Togo, Kameroen en Tsjaad, tot in de Centraal Afrikaanse Republiek, zijn er conficten gaande.

De "Grote Meren-regio" is een van de meest complexe conflictgebieden ter wereld. In deze regio zijn verschillende conflicten aan de gang in de Democratische Republiek Congo, Burundi en Rwanda.

In de "Hoorn van Afrika" versterken interne machtsvetes, etnische spanningen en buitenlandse inmenging elkaar voortdurend. De gewapende confrontaties hebben direct gevolgen voor de stabiliteit rond de Rode Zee en de internationale scheepvaartroutes. Deze conflicten spelen zich af in Ethiopië, Somalië, Soedan en ook aan de Keniaanse grenzen... en in Mozambique, maar eigenlijk in geen enkel Afrikaans land, is het steeds rustig... zeker niet in verkiezingsjaren.

In Zuidoost-Azië zijn er vooral veel conflicten in Myanmar, maar ook in Pakistan, India en Afghanistan speelt vanalles.

In de rest van Zuidoost- en Azië zijn er ook allerlei opstanden en conflicten in Thailand, Indonesië, op de Filipijnen en rondom Taiwan.

In het Midden-Oosten is er natuurlijk de inname van Palestina door Israël, maar ook tussen Syrië en de Koerden, in Irak, Jemen en in Iran is er ook een en ander gaande.

Hoewel het werelddeel Europa vaak wordt voorgesteld als het meest stabiele continent, zijn ook hier gewapende conflicten actief. Sommige zijn langdurige bevroren vijandelijkheden die af en toe escaleren. Zoals in Georgië, Armenië en Azerbeidzjan. Maar dan willen wij wel eens de discussie aangaan of die landen in Europa liggen... En dan is er de oorlog in Oekraïne natuurlijk... dat komt hier natuurlijk vaak in het nieuws omdat het ons ook kan 'raken' en daarom wél veel nieuwswaarde heeft...

In Zuid- en Midden-Amerika situeren zich de conflicten in Colombia, Mexico en Haïti... maar ook in Brazilië en Argentinië, Venezuela en andere landen is er wel ergens iets gaande.

...en de Verenigde Staten zijn zich ook aan het moeien in vele van deze wereldwijde conflicten, net als de Russen... en de Chinezen leggen overal, voor eigen belang en inmenging, wegen aan...

Het artikel eindigt als volgt: “Als de internationale gemeenschap geen capaciteit ontwikkelt om via militaire middelen ruimte te creëren voor een echte oplossing voor al die conflicten, dan rest er naar één optie,” concludeert Vlassenroot. “Dan aanvaarden we dat oorlog genormaliseerd wordt. Dat is niet alleen een kwestie van directe slachtoffers, het is ook een morele en ethische vraag: is dát echt wat we willen aanvaarden?”