Na het eten werd alles weer opgeruimd. We braken onze tent voor de tweede, maar laatste keer af... en toen zag Ine, van onder het grondzeil van de tent, weer een groenig schorpioentje. Ditmaal zag Johan het ook... en onze kok prikte het beestje meteen met een stokje doormidden... Het ging allemaal zo snel dat we geen foto hebben van dit exemplaar... In onze tent hadden we geen gevaar voor het beestje: het beestje kon niet door het grondzeil en we sliepen op dikke matjes... we hadden er natuurlijk wel 's nachts, met enkel onze hoofdlamp op, mogelijk mee in aanraking kunnen komen... en de steken van deze rakkers zijn, zonder meteen een antigif, dodelijk... maar dat gebeurde niet... en die slang tegenkomen waar Ine op voorhand zo bang voor was, heeft haar ook niet gedood... we hebben er zelfs geen enkele gezien tijdens onze reis... waarschijnlijk was het daar ook net iets te fris voor, al zei de kok dat hij er ééntje gezien had.
Rond 8:45 uur waren we, voor de laatste keer, weer onderweg met 'onze' dromedarissen en begeleiders. Doordat er, anders dan de twee dagen voordien, geen wind was, was het al snel erg warm! en dan zal het waarschijnljk niet eens veel boven 20° geweest zijn... onze begeleiders, die niet zoals ons konden drinken vanwege ramadan, moeten afgezien hebben... al zullen zij het niet bepaald warm gevonden hebben...Ditmaal zagen we onderweg meer dan zand, woestijnroos, plantjes ed. We zagen, op een honderdtal meters, enkele (plastieken) "tentenkampen" en kuddes van herders die enkele maanden in de woestijn wonen en dan weer een tijdje terug naar vrouw en kinderen gaan in een oase als bv. de stad Douz, kregen we te horen. We kwamen ook één van hen tegen die, zo vermoeden we, aan zijn tas te zien, ging controleren wat er in de gelegde strikken terecht was gekomen... we zagen eerder al zulke strikken ook op verschillende plaatsen, achteloos, liggen... net als lege, uitgebrande, blikken. Etensresten worden voor de dieren achtergelaten en afval wordt opgebrand, maar blik laten ze liggen... terwijl dat helemaal niet vergaat... :-(
We kwamen ook enkele "vrije" dromedarissen tegen. In het Saharamuseum hadden we, twee dagen voordien, gehoord dat dromedarissen niet steeds 'thuis' gehouden werden, maar in de woestijn 'los' worden gelaten. Doordat de dieren gebrandmerkt worden op hun achterbeen, weet men wie de eigenaar is en doordat de dieren na enkele dagen sowieso naar een waterpunt gaan, weet men ook waar ze rondhangen en wat hun gezondheidstoestand is... Rijken hebben meer dan een 500-tal dromedarissen, zei men ons in het museum... 's middags, onderweg terug naar Djerba, kwamen we ook verschillende groepjes en groepen "vrije" dromedarissen tegen langs en op de weg.Na zo'n 6,5 km wandelen op iets minder dan twee uur tijd zagen we een echte bedoeïenentent liggen. Dit bleek de eindbestemming van onze wandeltocht te zijn. Er werd verteld dat de tent eigendom was van de familie van onze dromedarisdrijver, net als iedereen die in die omgeving woont (van afkomst) Bedoeïene. De tent werd nog door de familie gebruikt voor uitjes en weekendjes-weg. We namen er plaats in, op een kussen op de grond.Het tentzeil was oud en versleten en was op verschillende plaatsen hersteld. Ook van in het Saharamuseum wisten we dat dit tentzeil van banden geweven geitenhaar gemaakt is. Het aantal banden dat een tent groot is, was in het verleden hetzelfde aantal als het aantal gezinsleden. De tenten werden dus groter als het gezin groter werd. Dit soort tentzeilen maken, was specialisten werd en nam veel tijd in beslag. Het feit dat gesponnen geitenhaar gebruikt werd, maakte het waterdicht. Iedere band wordt, met een dikke horizontale tak, strak getrokken en met (nu metalen, vroeger houten) stokken in de woestijngrond vastgezet. Zo'n bedoeïenentent staat dus zeker stevig. Ze werd ook voor enkele maanden / weken opgezet en pas daarna weer afgebroken, om vervolgens weer elders opgezet te worden.
Terwijl onze dromedarisdrijver één van de dromedarissen naar zijn kudde bracht, maakte onze kok ons een laatste lunch. De overgebleven dromedarissen, degene die sowieso een muilkorf tijdens het wandelen droeg, was hoorbaar boos. Hij gromde bijna constant keelgeluiden. Dromedarissen zijn kuddedieren en zijn dus niet graag alleen, maar dit dier wist, doordat de andere weggebracht werd naar de kudde, dat hij nog moest werken... Hij moest wel niet zo veel meer dragen als 's ochtends. Onze chauffeur werd ondertussen gebeld en toen hij er was met zijn jeep, werd deze ingeladen met onze spullen en allerlei spullen die de dromedarissen de dagen voordien steeds gedragen hadden. We namen afscheid van onze dromedarisdrijver en van de Sahara en reden, samen met onze kok (de broer van onze chauffeur) naar het depot van 'Agence Alyssa' waarmee we in Tunesië de hele reis ondernamen... en wat waren we blij dat we, na onze tijd in de woestijn, op de achterbank van de jeep konden zitten... terug zitten met een rugleuning en met onze voeten lager dan de rest van ons lijf... :-DAlvorens Douz te verlaten ging Ine nog (véél) Tunesisch zoets inslaan... zalabiya's, qarn al-ghazals, makroudhs en nog iets. Ine had zo veel gekocht dat ze twee bambalouni's gratis kreeg...Het zou vier uur duren vooraleer we van Douz naar ons hotel in Houmt Souk, op Djerba, gereden waren. Het was een dikke 200 km rijden en we moesten de overzetboot naar het eiland Djerba nemen.
Het eerste dat we deden toen we terug in ons hotel in Houmt Souk, Marhala hotel Djerba, kwamen was al dat zand van ons afdouchen en onze plakkerige haren wassen! Ine ging ook aan de slag met het herorganiseren van onze rugzakken, het enigszins zandvrij maken van schoenen, kleren, beschermdhoezen van onze rugzakken ed. We bleven verder in ons hotel, op de binnenplaats. Houmt Souk hadden we de zaterdag voordien verkend en we hadden geen zin om nog veel te doen... behalve op tijd te gaan slapen...