28 oktober 2026

Kilimanjaro... dag 3

Op woensdag 23 september '26 startte de dag met een blauwe hemel en mooi zicht op de volledige open top van de Kilimanjaro in het Shira One Camp, maar al snel doken er steeds meer dikke en steeds donkerdere wolken op.

Twee van de drie dames, die geen medicatie tegen hoogteziekte hadden om te nemen, waren ziek geworden. Dit maakte dat het tempo belachelijk traag vooruit ging, vond Johan. Gelukkig werd Johan een paar keer met de tweede gids vooruit gestuurd. Die gidsen hadden natuurlijk ook gemerkt dat het te traag ging voor Johan.

Onderweg was het erg bewolkt geworden en was het gaan regenen. Het lavaveld met de heidevegetatie en vetplanten waardoor de groep wandelde, zat in de mist. Ook de Shira Peak, een oude krater van de Kilimanjaro, bood op dat moment geen uitzicht op de hoogste top van de Kilimanjaro. Deze krater is overigens al zo'n 2 miljoen jaar geleden gestopt met actief zijn.

's Middags, rond half 4, kwam de groep (uiteindelijk) aan in Shira Two Camp. Hier werd Johan weer ontvangen met een warm theetje in een volledig opgebouwd kamp. Terwijl Ine op wandel was in de buurt van de berg Meru, kreeg ze weer een appje van Johan, die ze toen al bijna twee dagen niet 'gehoord' had.  Die Meru is een actieve vulkaan van 4.566 meter die Johan, zonder bewolking, ook steeds zag liggen vanop zijn tocht. De vulkanen liggen maar zo'n 70 km van elkaar.

Het kamp Shira Two Camp staat bekend om zijn adembenemende panoramische uitzicht op de Kilimanjaro-vallei. Gelukkig trokken mist en wolken toch even weg zodat Johan een prachtige zonsondergang had. 

Verder staat het kamp en de ligging bekend als een van de eerste kampen waar klimmers mogelijk last krijgen van hoogteziekte... maar dat was dus in Johan zijn wandelgroep al eerder gebeurd...

Rond 19u hadden Johan en Ine terug appcontact. Johan gaf toen aan dat het er koud was in dat Shira Two Camp, tegen het vriespunt aan. Hij liet Ine nog weten dat hij geen last van hoogte had, behalve dat hij vermoeid was door de hoogte... Ine was dus weer even gerust gesteld.

27 oktober 2026

Kilimanjaro... dag 2

De eerste nacht van zijn trektocht was Johan vaak wakker geweest: er was veel lawaai in het kamp en de medicatie die Johan nam om hoogteziekte te voorkomen, werkte vochtafdrijvend waardoor hij vaak moest plassen.

Net als de avond voordien werden Johan zijn zuurstofgehalte in zijn bloed en polsslag gemeten. Op 2.650m in het Mti Mkubwa Camp, waren die niet heel veel anders dan thuis. De dagen nadien zouden, met de hogere hoogte, het zuurstofgehalte in zijn bloed gaan dalen en zijn polsslag licht gaan stijgen. Johan zijn waardes bleven echter gedurende de hele tocht steeds heel normaal (voor de hoogtes waar hij was).

Terwijl Johan aan zijn tweede dagtocht startte, waren de dragers nog druk bezig met het afbreken van het hele kamp, maar ze staken eigenlijk al vrij snel het groepje van Johan voorbij en waren alweer op weg naar het volgende kamp. De tocht van die dag ging eerst nog door regenwoud, waar Johan nog vele mooie bloemen zag.

Daarna liep het regenwoud over in heidegebied op het "Shira plateau", een dor en droog erg oud lavaveld met heidebegroeiing. Er hing hier en daar nog mist, maar het bleef die dag wel droog. Gaandeweg de wandeling kwam de zon er ook door... en dat werd weer zweten!

Onderweg, tijdens een pauzemoment, had Johan even verbinding en appcontact met Ine. Zij was zich op dat moment aan het verdiepen in de Maasaicultuur (blogbericht).

Een paar dagen later dan dat Johan op dat Shira plateau wandelde, zou er daar een brand uitbreken die nog enkele dagen zou aanhouden. De brand maakte (o.a.) de Lemoshoroute wandelen voor diegenen die na Johan wilden starten, niet meer mogelijk.

Op het einde van de dag had Johan 1.200 m geklommen tijdens zijn tocht van 7 km. Johan kreeg pas zijn eerste zicht op de Kilimanjaro op kampplek Shira Camp One (waar Ine de dag voordien geweest was).

26 oktober 2026

Kilimanjaro... dag 0 & 1


Op zondag 20 september '26 waren we ieders een eigen weg gegaan, zoals je ook al las in dit blogbericht. Ine werd naar haar lodge in Matadi in West-Kilimanjaro gebracht. Johan werd, veel minder ver van het eerste hotel, naar een lodge in Moshi gebracht. 

Rond de middag kreeg Johan zijn kamer waardoor hij alle tijd had om zijn dagrugzak en zijn bagage voor tijdens zijn tocht op de Kilimanjaro definitief klaar te maken. De rest wat in zijn koffer zat, kleding voor ná de trektocht, liet hij opslaan in de lodge en zou hij op het einde weer oppikken.

Tegen de avond leerde Johan de twee gidsen en zijn drie medeklimmers van de Kilimanjaroklim kennen en kregen ze ook de briefing over de tocht. Johan ging samen met drie dames uit Londen de beproeving aan. 

Aangezien we die dag allebei nog in een lodge verbleven, hadden we regelmatig contact via whatsapp.

Op maandag 21 september startte de eerste dag van Johan zijn trektocht naar de top van de Kilimanjaro in het stadje Moshi. Het was 85 km en zo'n twee uur rijden tot aan... de lodge van Ine... waar Johan zijn paspoort moest ophalen en dat van Ine achter moest laten... Ine was op datzelfde moment aan het wandelen op het Shira plateau, een lavaveld van de Kilimanjaro (blogbericht).

Op deze eerste dag startte Johan zijn Lemosho-trektocht aan de Lemoshogate van het Kilimanjaro National Park op 2.100 meter hoogte. Eerst werden de lunchpakketten nog bovengehaald en de koude hamburger en koude frietjes... wat in Tanzania wel vaker koud gegeten wordt... opgegeten.
 
Terwijl Johan, de drie dames en de twee gidsen aan het eten waren, hadden de 14 dragers alle bagage en kampmateriaal verdeeld en zijn zij vertrokken naar de eerste kampplaats van hun tocht.

Nadat Johan zich ingeschreven had in het 'Kilimanjaro National Park Registration Book' van de trekkers kon zijn tocht starten. En gingen ze met z'n zessen voor de eerste etappe op pad. In het begin van de tocht was er best wel nog wat regen. Hoe dieper ze het regenwoud doorstapten hoe warmer en klammiger het werd... en hoe meer Johan spontaan moest zweten.

Onderweg stak de kok van het gezelschap het groepje nog voorbij om ook aan zijn taak te starten.
Aangekomen in het Mti Mkubwa Camp had Johan 6,7 km gewandeld en ongeveer 500 meter geklommen. Het kamp lag op zo'n 2.650m boven zeespiegelniveau.  

De dragers hadden alles al klaargezet en opgebouwd toen Johan aan het kamp aankwam. Nadat Johan een theetje dronk, kon hij dus meteen zijn tent installeren om 's avonds te slapen. En aangezien de dragers, gidsen en kok absoluut nergens hulp bij wilden, ging Johan dan maar rusten. 's Avonds had de kok de eerste keer voor het gezelschap gekookt. De maaltijd was heel energierijk omdat, zo werd uitgelegd, energiereserves opgebouwd moesten worden voor de uiteindelijke tocht naar de top van de berg. Nadien bracht Johan zijn avond door met rusten, lezen en puzzelen... 
Er was tijdens deze dag eerste dag geen appcontact tussen Johan en Ine mogelijk geweest.

25 oktober 2026

Stilte

Zondag 25 oktober 2026 is de dag van de stilte.

...en dat 25 uur lang !

24 oktober 2026

Jarig in 2027



Het heeft even geduurd vooraleer we bestemmingen hadden voor onze verjaardagsreizen in 2027, maar ondertussen is dat probleem opgelost!

Onze maartreis houden we op Kreta en onze junireis brengen we door op de Eolische Eilanden (bij Sicilië)!

23 oktober 2026

Dag 22 & 23

Op 10 oktober '26 waren we drie weken in Tanzania, maar gingen we naar huis... We hadden overnacht in de heuvels bij Karatu in het noorden van Tanzania, waar het heel de nacht en ochtend flink regende. 

De luchthaven vanwaar we 's avonds een vlucht naar Brussel (via Naïrobi) zouden nemen, Kilimanjaro airport, lag op zo'n 190 km... vier uur rijden van die laatste lodge. Gelukkig konden we heel die weg over asfalt rijden!

Omdat we liever ruim op tijd op de luchthaven waren dan te laat, dat we door het grote en drukke Arusha moesten en er op de heenweg files door wegenwerken waren geweest, hadden we afgesproken met onze chauffeur dat we rond 11u zouden vertrekken.

We hadden afgesproken dat we onderweg enkele keren zouden stoppen om koffie te drinken en een keer om ook te lunchen. Een eerste dergelijke stop maakten we bij een museum over tanzaniet... tegenwoordig behoort dit mineraal tot de geliefdste edelstenen.

Tanzaniet is een zeldzame en kostbare edelsteen die exclusief gevonden wordt in Tanzania, nabij de Kilimanjaro. De steen staat bekend om zijn unieke blauwpaarse kleur, die varieert van lichtblauw tot diep indigoblauw met paarse tinten afhankelijk van de kijkhoek. Ontdekt in 1967, is tanzaniet relatief nieuw in de wereld van edelstenen.

We keken er een filmpje over de steen en over de mijn waar de edelstenen gehaald worden... verschrikkelijk! Natuurlijk was er bij het museum de mogelijkheid om ook allerlei juwelen met tanzaniet te kopen... én er waren de gebruikelijke typisch Afrikaanse souvenirs te koop...

Zoals verwacht waren we veel te vroeg op de luchthaven. We moesten ook nog wachten vooraleer we konden inchecken. Gelukkig hadden wij wel een paar zitjes weten te bemachtigen. Vele toeristen die er waren, moesten op de grond zitten.

Doordat er verschillende passagiers van onze vlucht lang aan de balies moesten staan vooraleer ze hun bagage konden afgeven, het aanschuiven was bij de douane en er een lange rij bij de security stond, duurde het anderhalf uur eer we aan onze gate konden wachten... maar nadien verliep eigenlijk alles verder in orde... en stapten we zondagmiddag 11 oktober '26 weer thuis binnen.

Met dit bericht over de laatste reisdag(en) is ons verhaal echter nog niet uitverteld! We hebben het immers nog niet gehad over Johan zijn eerste week in Tanzania, tijdens zijn klim van de Kilimanjaro.

22 oktober 2026

Rhotia Valley projecten

We hadden er nog voor kunnen kiezen om de ochtend van onze 21e reisdag een activiteit in de buurt van het Eyasimeer te doen. Omdat we dan weer gids Samuel zouden krijgen, wilden we dit niet. We hadden daarom besloten om wat uit te slapen en met tussenstops naar onze volgende lodge te gaan. En dan daar te vragen wat we daar zouden kunnen doen.

Rond de middag kwamen we aan bij de Rhotia Valley Tented Lodge, meteen ook onze allerlaatste slaapplek van onze Tanzaniareis (het vliegtuig tijdens de terugreis niet meegeteld). Deze lodge ligt op de top van een heuvel met een weids uitzicht over omliggende plantages en de rand van het Ngorongoro-bos: prachtig! De omgeving is erg groen, net als de tuin en moestuin van de lodge... er zomaar wat gaan rondwandelen, konden we echter opnieuw niet doen vanwege de mogelijke wilde dieren, als olifant, luipaard, hyena ed. die in het Ngorongorobos leven.

Er waren geen activiteiten te boeken in deze lodge, maar we spraken wel af dat we, na schooltijd, een bezoek zouden gaan brengen aan het kinder- en weeshuis en dat we 's avonds naar het informatiemoment over het "droneproject" zouden gaan.

Nadat we naar onze "tent" gebracht werden, aten we op het terras van de "tent" uit onze lunchbox. Het is ons tijdens de hele reis niet één keer gelukt om hier alles uit op te eten! 

Erg warm was het die dag niet, maar we zaten ook terug best 'hoog', daar tussen die heuvels. Het bleef die dag ook steeds zwaar bewolkt... eigenlijk ideaal weer om ons bezig te houden met hetgeen ook moest gebeuren...: de koffers/tassen weer maken.
De dagen voordien hadden we steeds één tas in de jeep gelaten waarin spullen zaten die we tijdens safari's zeker niet nodig zouden hebben. Nu was het tijd om onze twee tassen weer ongeveer evenveel te doen wegen. 

Nadat we een tijdje op het terras van de bar hadden gezeten, was het tijd om naar het Rhotia Valley Children's Home, het kinder- en weeshuis waarmee de lodge nauw verbonden is te gaan. Een verblijf in de lodge draagt sowieso direct bij aan de zorg en opvang van lokale weeskinderen, maar wij wilden er ook graag een bezoekje aan brengen.

Op de volgende heuvel dan de lodge ligt het Rhotia Valley Children's Home. Wat meteen opviel aan het kinderhuis was de mooie toegangspoort met olifanten! Rondom een grasveld met speeltuigen liggen verschillende gebouwen. Een verlegen meisje van 14 kreeg de opdracht om ons een rondleiding te geven. Ze vertelde dat de jongens en meisjes, per leeftijdscategorie, apart sliepen. Hoe ouder je bent, hoe meer je zelf moet doen, vertelde ze. Een groepje jongens was op het grasveld hun was aan het doen. Toen we in het studielokaal waren, kwamen de jongens binnengelopen. Zij hadden verschillende raadsels voor ons... of wij er ook één hadden voor hen... oei, die hadden we niet voelen aankomen... 

Er werd ons bevestigd dat niet ieder kind dat in Rhotia Valley Children's Home woont wees is, maar dat er ook kinderen wonen van een alleenstaande moeder of uit een gezin met alcoholisme, werd ons verteld... een mooi initiatief!

Terwijl we terug naar de lodge wandelden, vertelde het meisje die ons naar en van het weeshuis wandelde dat ze 's ochtends nog een hyena had gezien. Ze vertelde dat ze blij was dat het droneproject er was.

Na het avondeten zouden we eindelijk te weten komen wat dat "droneproject" was! Er waren twee dronepiloten mét hun drone langsgekomen om alles uit te leggen en te laten zien. Het droneproject van Rhotia Valley Tented Lodge heet "Kazi ya Tembo” (KYT) of "Human-Elephant Conflict-project" (HEC). De drone zorgt ervoor dat olifanten veilig weg geleid worden van landbouwgebieden en boerderijen in de buurt, zonder schade aan mens of dier. 

De lodge de landbouwgrond in de buurt liggen tegen het Ngorongorobos, wat al onderdeel is van het beschermd natuurgebied Ngorongoro en dus vol wilde dieren zit... en aangezien deze gebieden niet omheind zijn, lopen die dieren gewoon waar ze willen... en olifanten weten (en onthouden) dat er water te vinden is en dat er velden vol lekkere gewassen liggen, met alle gevolgen van dien... 

Elke nacht verkennen de dronepiloten een gebied van ongeveer 20 km². Bijna elke nacht begeleiden ze olifanten terug naar Ngorongoro. Met de drone verloopt dit proces vredig. De drones bezorgen de olifanten geen stress. Ze helpen simpelweg hun gedrag en richting te veranderen... en hoe dit komt, is heel eenvoudig: Olifanten zijn doodsbang voor bijen en doen er alles aan om ze te ontwijken. Het gezoem van een drone – dat doet denken aan een zwerm bijen – speelt in op die angst, waardoor de olifanten zich gaan verplaatsen. 

Tijdens de demonstratie kregen we uitleg en konden we meteen ook zien hoe de drones werken en wat zo'n dronepiloot kan zien op en schermpje en kan doen met de drone. Dankzij de warmtebeeldcamera's op de drones zijn dieren gemakkelijk op te sporen, zelfs wanneer ze zich verschuilen in dicht maïsland (een delicatesse volgens olifanten). De dieren worden vervolgens opgeschrikt door licht en geluid uit de drone waardoor ze terug naar het bos 'gestuurd' worden. Groepen met jongen reageren doorgaans snel om hun nageslacht te beschermen. Groepen met alleen mannelijke olifanten – zeker als ze worden geleid door een dominant mannetje – kunnen hardnekkiger zijn, blijkt. In die gevallen kunnen de piloten via de luidspreker van de drone luidere afschrikkende geluiden laten horen om een ​​vluchtreactie uit te lokken. Er werd verder verteld dat de olifanten absoluut snel bijleren. Ze herkennen de drone en snappen dat er eigenlijk niks gebeuren zal. 

Tijdens de demonstratie konden we enkele waterbokken zien teruggestuurd worden naar het bos en ook, op twee afzonderlijke locaties, twee olifantenstieren. Bij de eerste stier verteld de piloot dat hij, het uur nadien, met de drone terug op diezelfde plek zou gaan kijken om te zien of de olifant weg was. De tweede olifant bevond zich onderaan de lodge. Hij werkte niet zo goed mee als die eerste. Er werd heel wat licht en lawaai naar het dier gestuurd... en dat duurde nog een tijdje.
De piloot had voordien al verteld dat, als het echt niet lukte, ze ook steeds de rangers van Ngorongoro konden bellen. Zij konden ook ter plekke komen om het dier, met hun jeep, weg te jagen...

De demonstratie was echt erg interessant! En het ging eens over het positief gebruik van drones! Het was erg knap hoe die drone bestuurd werd en hoe goed je alles op dat schermpje van die piloot kon zien! Dit project is voor de buurt en voor de boeren echt een grote meerwaarde!

Nadat we terug naar onze 'tent' gebracht werden, vonden we warme waterkruiken in ons bed want daar op die heuvel was het best fris 's nachts.

21 oktober 2026

De Hadzabe, Datoga (en Iraqw)

Op 8 oktober '26, onze 20e reisdag in Tanzania, stonden het bezoek aan twee stammen op het programma. Toen we onze reiswensen i.v.m. Tanzania waren gaan bespreken, hadden we aangegeven dat we geen stammen wilden gaan bezoeken. We werden toen eigenlijk omgepraat doordat beloofd werd dat de manier waarop deze bezoeken zouden verlopen helemaal anders zouden zijn dan anders. Onze twijfels bleven. Eerder hebben we er, in Gambia en Namibië, slechte ervaringen mee gehad: in Gambia was het puur geldgewin, in Namibië voelde het als een mensenzoo… 

Onze ervaring met de eerste stam van de dag, de Hadzabe, was mogelijk nog erger dan eerdere! In onze reisbeschrijving staat dat we met de Hadzabe-mannen op jacht zouden gaan. De stam is nomadisch en leeft van de jacht, honing en fruit dat ze vinden. De Hadzabe staan bekend als een van de laatste nog bestaande jager-verzamelaarsgemeenschappen in Afrika. Ze blijven ongeveer drie weken op dezelfde plek en trekken dan, in hetzelfde gebied, verder. Ze maken geen woningen, maar zoeken beschutting onder struiken om te slapen. In het regenseizoen slapen ze onder rotsen en in uitgeholde baobabbomen. Er zouden momenteel nog zo'n 700 à 800 Hadzabe zijn. Degenen die nog nomadisch leven, leven in kleine familiegemeenschappen van 20-25. Hun levensverwachting is erg laag, maar zo'n 33 jaar.

We verwachtten dus volwassenen om mee op jacht te gaan. We hebben in hun kamp enkel, heel kort, één volwassen man en drie volwassen vrouwen gezien. De rest wordt er uitgevoerd door de kinderen! De kinderen staan er in voor het 'onthaal' van de toeristen, het tonen van hoe ze op jacht gaan en hoe dansen is in hun cultuur. En naast ons zagen we dat er nog verschillende jeeps met toeristen waren en aankwamen... we hebben hierover al ons beklag gedaan bij onze Tanzaniaanse en Vlaamse reisorganisatie... die beloofd hebben actie te ondernemen... 

Nadat we uitleg kregen over alle verschillende pijlen ze mee op jacht nemen, waren we op weg, op jacht: twee +/- 14 à 15-jarigen, een +/- 10-jarige, lokale gids Samuel, onze chauffeur Godsilent en wij... Doordat die kinderen, Samuel en Johan er dusdanig snel van door gingen, konden we samen niet overleggen... maar beiden hadden we hetzelfde gevoel... : Het zijn kinderen!

Ine sprak onderweg met Godsilent over de leeftijd van de kinderen, maar omdat de Hadzabe niet aan 'verjaardagen' doen, blijft het een schatting. Ine vroeg of de kinderen niet naar school gingen. Het was immers donderdagochtend. Dat bleek niet het geval. Bij de Hadzabe gaat geen enkel kind naar school, zei Samuel aan Godsilent. Samuel zei dat dit niet mogelijk was vanwege de nomadische levensstijl... wat we quatsch vinden omdat de Maasaikinderen, ook nomadisch, wél naar school gaan... Ine haar kritische vragen aan Godsilent deed hem beseffen dat de kinderen heel wat geholpen zouden zijn als ze, naast hun kliktaal die eigen aan hun stam is, ook Swahili zouden spreken, de gemeenschappelijke taal tussen alle verschillende Tanzaniaanse stammen. Onderwijs is het recht van ieder kind én er is leerplicht in Tanzania! 

Met het toelaten van toeristen zijn de Hadzabe tientallen jaren geleden begonnen onder het mom van het laten kennismaken met hun cultuur en deze te bewaren... wat prima is... maar nu laten ze hun kinderen voor hen werken!? Laat die mannen dat tonen! en de kinderen naar school gaan! Hetgeen die kinderen ons lieten zien, lijkt waarschijnlijk niets meer op hun cultuur!

Vooral het feit dat we ons al in een heel andere, erg primitieve, cultuur dan de onze bevonden en we sowieso sterke principes hebben over kinderarbeid, uitbuiting ed. maakte het moeilijk... eigenlijk wilden we meteen met de activiteit stoppen... maar alle aanwezigen hadden er nog nooit op deze manier over nagedacht. Godsilent kregen we aan het denken, maar Samuel sprak te weinig Engels en was (doordat hij half-Hadzabe is) te verweven met de gang van zaken... en die kinderen hadden honger...

Tijdens de drie uur dat we met de kinderen op jacht waren, waren de kinderen heel serieus bezig met het vinden van vogeltjes om dood te schieten, als ontbijt. Toen ze eekhoorns vonden, begon de pret: de jongens leken ineens gewone kinderen die wat eekhoorns volgden in verschillende struiken en bomen. Ook Samuel en Godsilent gingen meedoen om de eekhoorns een bepaalde richting uit te sturen door er stenen naar te gooien... dolle pret... en wij wilden dat het zo snel mogelijk eindigde...

De kinderen slaagden er in om een tiental vogeltjes en twee eekhoorns aan hun pijl te rijgen... niet altijd even dood zoals wij gewild hadden... Trots werden de diertjes getoond en werd, in de kliktaal, verteld hoe de vangst ging. Eén jongere was heel goed in het levendig beschrijven van alles, best grappig en vreemd genoeg begreep je steeds wat hij vertelde.
Het was daarna tijd om terug te wandelen en onderweg een vuurtje te maken, de beestjes te ontdoen van hun pluimen en vacht en ze te bakken in een open vuurtje dat ze, met droge gevonden uitwerpselen en dorre takjes en bladeren, zelf maakten door wrijving met een stok. De staarten van de eekhoorns werden aan hun omgeslagen bavianenvel gehangen als trofee en ze smikkelden hongerig van de diertjes... en neen, we hebben niet geproefd... Samuel wilde persé dat er nog filmpjes en foto's gemaakt werden, waarna we verder wandelden. Onderweg wandelden we langs woningen en erven van de Datoga- en Iraqw stam, die wel een vaste woonplek hebben. De Hadzabe hebben contact met de andere stammen doordat ze, van de Datoga, pijlpunten kopen of ruilen met vlees. Hun kleding en schoenen kopen ze ook van deze andere stammen... we hopen dan ook dat daar onze fooi heen zal gaan...

Toen we terug in hun kamp waren, moest Johan nog even zijn pijl-en-boog-kunsten laten zien... die natuurlijk niet goed waren ;-) en werd er een soort van rondedansje gemaakt met alle aanwezige kinderen. We kregen een rondleiding in het kamp en zagen waar gekookt en geslapen werd... en dan namen we afscheid.

De volgende plek waar we stopten, bracht ons bij de Datogastam. De Datoga is een erg oude stam uit de omgeving van het Eyasimeer met weinig historische inmenging vanuit andere stammen. Voor de Maasai zijn het lang hun 'gerespecteerde vijanden' geweest. De stam is steeds uit de handen van de kolonisatie weten te blijven, wordt gezegd. Momenteel zijn ze nog met meer dan 80.000 en hebben ze hun semi-nomadische leefstijl opgegeven.
De Datoga zijn een herdersvolk en hecht een enorme culturele waarde aan runderen. Binnen de Datoga bestaan ​​kuddes uit geiten, schapen en ezels, maar runderen zijn veruit het belangrijkste huisdier. Het vlees, vet, bloed, de melk, huid, hoorns, pezen en mest van elk dier hebben praktische of rituele functies. Daarnaast leven ze van landbouw, smeden, handel op markten en tegenwoordig ook van loonarbeid.

Datogavrouwen dragen vaak karakteristieke roodbruin gekleurde lederen kleding (vaak van geitenleer), opvallende koperen sieraden, hebben grote gaten in hun oorlellen en ouderen hebben vaak nog ronde litteken-tatoeages rond hun ogen... maar tegenwoordig worden er ook gewone, kleurige stoffen gedragen over 'gewone' kleding. Een traditioneel geitenlederen vel met pareltjes wordt wel nog steeds omgebonden door de dames als teken van hun cultuur.

Gelukkig was er, bij de smederij die we bezochten, een gids van een ander koppel die wel goed Engels sprak en ons uitlegde hoe de Datoga te werk gaan bij het smeden. De Datoga staan bekend als bekwame traditionele smeden die schroot omvormen en omsmelten tot speerpunten, pijlen en sieraden. Er werd ons getoond hoe van een grote kepernagel, door er op te blijven kloppen, een speerpunt met weerhaken gemaakt wordt. De Hadzabe gebruiken deze bijvoorbeeld om op bavianen te jagen. Deze dieren zijn, zonder die weerhaken, immers moeilijk te bejagen omdat ze slim zijn om een gewone speer gewoon uit te trekken en verder te lopen, zonder veel lichamelijke schade.
Verder werd getoond hoe oud-ijzer en koperafval (bv. van waterleidingen) weer gesmolten wordt en er bijvoorbeeld armbanden van gemaakt worden... en dat allemaal zonder machines of elektriciteit...

Door verschillende Datogavrouwen werd ons getoond hoe zij, traditioneel, leefden. Hun woningen worden, zoals bij vele stammen, gemaakt van houten takken en klei.
Ook worden er 'gebouwen' zonder die klei, dus enkel met takken, gemaakt om bijeenkomsten in te houden. Dan wordt er ook een dak op gemaakt. Om de dieren in onder te brengen, dus als stal, komt er niet altijd een dak op. Rondom deze verschillende woningen worden taken met doornen gelegd om indringers buiten te houden.
De woning die wij te zien kregen, had twee vertrekken. In één kamer wordt gekookt en geslapen. Slapen doet men op dierenvellen, ofwel op de grond gelegd, ofwel op een primitief bed. De andere kamer kan ook dienen als slaapkamer, maar wordt overdag ook gebruikt door de vrouwen om in te leven, maïs te vermalen tot polentameel enz. Ditmaal mocht Ine laten zien wat ze kon... en die maïs met een zware steen op een andere steen vermalen, was nog zo gemakkelijk niet... zeker niet omdat ze hiervoor op de grond en op haar knieën moest zitten. Tijdens Ine haar werk zongen de dames om het ritme te houden en het werk wat minder saai te maken... Ine kon het ritme niet echt houden... maar de dames bedankten haar hartelijk...
... en de kinderen!? die waren naar school!

We bezochten de Iraqwstam niet, maar we kwamen ze wel regelmatig tegen in die regio van het Eyasimeer. We kwamen ze onderweg tegen terwijl ze, met (o.a.) grote tonnen op een koets, getrokken door ezels of koeien, water gingen halen. En wandelden langs hun woning tijdens 'onze' jacht. 
We vonden, op internet want aan die Samuel kon je niks vragen en die zei uit zichzelf niks, dat ze met zo'n 600.000 zijn. Ze combineren veeteelt en akkerbouw om voor hun zelfonderhoud te zorgen. Ze verbouwen maïs, bonen, gierst en tarwe, en houden runderen, geiten en schapen. Ze verkopen hun oogst of dieren echter alleen als dat strikt noodzakelijk is. De Iraqw gebruiken nog steeds historische landbouwpraktijken en vertrouwen op inheemse kennissystemen voor landbouw en geneeskunde. Ze maken ook nog steeds gebruik van oude irrigatiesystemen die hun landbouw succesvol maakt.
Hun koeien, kippen, schapen en geiten trainen ze tot gehoorzaamheid. Ze hebben er een groot scala van speciale woorden, klanken en 'kliks' voor.
Ze zouden bekend staan ​​om hun statige, roerloze houding en scherp afgetekende gelaatstrekken. Het zou een teruggetrokken volk zijn. De woningen die wij van hen zagen, leken op die van de Datoga: van takken en klei gemaakte huizen. We lazen dat hun woningen echter, traditioneel, ondergronds of half-ondergrondse liggen en dat ze gebruik maken van tunnels...

Na de bezoeken aan de Hadzabe en Datoga was het tijd voor de lunch. Hiervoor werden we terug naar onze lodge gebracht. Tot 16u, totdat de grootste warmte voorbij was, bleven we daar.

Nadien reed onze chauffeur ons en Samuel naar de velden in de omgeving. De regio staat bekend om zijn (rode) uienteelt. Door de warmte en de mogelijkheid tot goede irrigatie van de velden groeien er veel, goede, pittige en lang bewarende donkerrode uien. Er zijn enkele grootgrondbezitters die velen uit de regio, van verschillende stammen, op die manier aan een inkomen helpen. Het werk is zwaar omdat alles handenarbeid is. De meeste uien worden naar Kenia uitgevoerd. Er werd ons uitgelegd dat momenteel de prijs van de uien erg laag was. Om deze reden, werden de uien die niet voor Kenia bestemd waren, verder gedroogd en opgeslagen tot de prijs hoger wordt. We liepen wat over het veld waar Samuel opnieuw geen uitleg uit zichzelf gaf of enig idee had wat hij er precies wilde doen...

Eerder toevallig reden we voorbij bomen waaronder veel bijenkasten hingen. Deze zien er heel anders uit dan in Europa had Ine tijdens haar eerste week in Tanzania al gezien: in uitgeholde stukken boomstam of langwerpige houten bakjes gaan wilde bijen zich nestelen en voor honing zorgen... die worden overigens vaak ook gehangen vlak buiten dorpen om bijen te krijgen en zo olifanten uit dorpen te houden omdat ze bang zijn van bijen... 

Vervolgens reden we naar het zouten Eyasimeer. Aangezien we er op het einde van het droogseizoen waren, was er al veel van het meer opgedroogd. We reden met de jeep, over de achtergebleven zoutplaten naar de oever. Eens aan die oever zagen we goed dat het meer deels omgeven is door de steile wanden van de Grote Slenk en de kraters van natuurgebied Ngorongoro.


"Gids" Samuel wist eigenlijk niet goed wat hij daar aan dat meer verder moest doen... Toen we, vanop afstand, naar een aantal vissers stonden te kijken, besloot hij er naar toe te wandelen. Van op een soort pier haalden vissers net hun netten op. Ze lieten zien wat ze gevangen hadden: twee soorten erg kleine visjes... magere vangst... De vissers hadden een soort tentenkamp opgebouwd nu het meer zo ver weggetrokken was van de oorspronkelijke oever... 
Er stond continu een stevige wind over de grote vlakte. Het moet een zwaar leven zijn als visser, zéker in droge tijden. Er zou dit jaar een extreme el niño aankomen. Dit betekent ook hier veel meer regen dan normaal met overstromingen als gevolg.

Vervolgens reden we terug naar onze lodge en waren we blij dat we afscheid konden nemen van Samuel...

20 oktober 2026

Ngorongoro gebied & verder

Om 5:15 uur hadden we een 'emmerdouche' gekregen in onze tent bovenop de kraterwand van het Ngorongoro gebied. En aangezien we om 6u op gamedrive zouden vertrekken en het ontbijt pas om datzelfde uur startte, kregen we zowel een ontbijt- als lunchbox mee. Als één van de eerste jeeps (wat er later echt overdreven veel te veel werden) reden we de Ngorongorokrater in. Halverwege de heuvel lieten Maasai hun kuddes al uit, maar echt beneden in de krater waren ook zij niet meer te zien... en was het rijk helemaal voor de wilde dieren... (en de toersistenjeeps)... Daarbeneden in die krater kregen we al snel enkele witte neushorens te zien... dit maakte meteen dat we ook tijdens deze reis de volledige 'big five' (olifant, leeuw, buffel, luipaard en neushoorn) gezien hadden.

Deze witte neushoorns in het Ngorongoro gebied zijn er pas: sinds maart '25 zijn er in totaal 18 witte neushoorns uit een reservaat in Zuid-Afrika gebracht. Voordien waren er enkel nog zwarte neushoorns in de krater. Tijdens onze voormiddag in de krater kregen we zes witte en (van heel ver) twee zwarte neushoorns te zien... en ja, dat verschil is moeilijk te zien, vinden we: het verschil zit in hun lippen. De lippen bij de witte neushoorn zijn breed, terwijl de lippen van de zwarte neushoorn eerder puntig zijn. Deze lippen gebruikt de witte neushoorn om te grazen, terwijl de puntige lip van de zwarte neushoorn hen beter in staat stelt om bladeren en twijgen te plukken.

Momenteel zou er in Tanzania overigens geen stroperij meer zijn vanwege het harde optreden van de overheid ertegen.

Onze chauffeur probeerde steeds andere wegen in de krater te nemen dan de andere jeeps, maar dat verhinderde niet dat ook wij tussen 25 (of meer) jeeps naar wat leeuwen te kijken... Die chauffeurs hebben onderling radiocontact waardoor 'goede' locaties aan elkaar doorgegeven kunnen worden. De kraterbodem is 260 km2 groot, maar bevat veel water waardoor dit gebied ook weer niet heel groot is om zó veel toeristen in rond te rijden. Jammer, wel. De dieren lijken er op zich geen last van te hebben, maar moeten wel tussen de jeeps doorlopen om van locatie te veranderen.

Terwijl we bij een gedode buffel, met leeuwen bij een koel riviertje wat verderop, wachtten tot die leeuwen eindelijk uitgerust en uitgehijgd genoeg waren om te gaan eten, aten wij (in de jeep natuurlijk) ons ontbijt op. Die leeuwen namen al de tijd, dus die zagen we uiteindelijk niet meer die buffel binnensmikkelen. 

Naast die neushoorns en leeuwen zagen we buffels, Grant's en Thomsongazelles, zebra's en gnoes, als ook hyena's, jakhalzen, kraanvogels, een vleermuis-/grootoorvos, secretarisvogels, koritrappen, blauwkopkroonparelhoenen, flamingo's, pelikanen, wrattenzwijnen, struisvogels, gieren en weer heel wat vogels. Tegen de kraterwand, waar er wel bomen en struiken groeien, kregen we nog olifanten en een boomklipdas te zien. Overigens, in het Ngorongorogebied zijn er, ondanks het water en de vele dieren, géén dazen!

Na het Ngorongorogebied te verlaten, sloten we meteen ook weer een safarihoofdstuk af: Dit was immers de allerlaatste gamedrive van onze reis... en wat hadden we wéér veel gezien!

Vanuit het Ngorongorogebied reden we terug de bewoonde wereld in. Bij een grote souvenierswinkel konden we, buiten, aangenaam lunchen.

Vervolgens reden we richting het zuiden, naar het vruchtbare gebied aan het Eyasimeer. We passeerden vele velden met koffie, maïs, uien. In de dorpjes was een mix aan huisjes: van gammele lemen hutjes, beter lemen hutjes met schotelantennes, kleine bakstenen huizen tot de grotere bakstenen soort. In sommige dorpjes was geen verpakking op de grond te zien, in andere lag en hing het overal van de wind.

Onderweg pikten we Samuel op. Samuel werd 's anderendaags onze gids. Hij sprak slecht Engels waardoor onze chauffeur veel moest vertalen. Samuel wilde persé dat we allerlei zinnetjes in de taal van de stammen die we 's anderendaags zouden bezoeken, herhaalden... meteen ontstond enig ongenoegen richting de man...

Omdat we al rond half 3 in onze mooie lodge waren, konden we nog wat vrije tijd nemen, wat ook weer welkom was. We werden gewaarschuwd voor de schorpioenen in de regio. Die zagen we niet. Wat we wel steeds zagen als we naar ons huisje wandelden waren de vrolijk gekleurde Nyasa dwergpapegaaitjes.

19 oktober 2026

Van de Serengeti naar Ngorongoro (18/23)

Vanuit ons tentenkamp in het midden van het Serengeti Nationaal Park vertrokken we op dinsdagochtend 6 oktober '26 voor de laatste keer op gamedrive in de Serengeti. Blijkbaar deden er geruchten over de aanwezigheid van tseetseevliegen de ronde want het dak van de jeep kon pas open van zodra we onder de bomen van de lodge weg waren... maar later stonden we ook stil onder bomen en hadden we wel het dak open... net zoals de malariamuggen, zijn die tseetseevliegen er gewoon in Tanzania (en Afrika), maar geeft niet iedere muggensteek malaria en geeft niet iedere vliegenbeet de slaapziekte... we waren ook steeds goed ingesmeerd met DEET, maar die beestjes vinden toch net het plekje waar je wat miste of minder smeerde... als we het dan toch over bijters hebben: dazen trekken zich helemaal niks aan van DEET!


Enfin, we reden van het midden van de Serengeti richting het zuidoosten, waar de Naabi toegangspoort ligt. We kregen opnieuw weer heel veel te zien, maar hadden niet álle tijd, maar vier uur: twee dagen voordien hadden we immers, om 12:15 uur, een 48 uren toegangsvergunning gekocht... en dit betekende dat we, om geen boete te krijgen, vóór diezelfde tijd het nationaal park buiten gereden moesten zijn.

Tijdens de laatste uren die we in het nationaal park rond reden, kregen we weer veel leeuwen (16) te zien. Daarnaast zagen we buffels, zebra's, gnoes, giraffen, wrattenzwijnen, mangoesten, een klipspringer, thomsongazelles, koritrappen, impala's, topi's, een uil, zes hyena's, een nijlpaard, een rotsklipdas en weer heel veel vogeltjes.

Op twee verschillende plaatsen, leek het erop dat er een dier gedood ging worden door de aanwezige leeuwen. Gezien de tijd, maar zeker ook aangezien het heel lang kan duren vooraleer die leeuwen effectief eens overgaan tot het doden van een dier, reden we er van weg. Ine vraagt zich ook af of ze zo'n slachtpartij eigenlijk wel wil zien... voor ons heeft het in ieder geval geen meerwaarde. Het is voor ons geen gemis dat we, tijdens al onze safari's die we al deden, nog nooit een slachting zagen.

Hoe verder naar het zuiden we reden, hoe vlakker het werd en hoe minder bomen of struiken er stonden. Er stond enkel gras. Het gras was dor en droog, maar tegen dat de gnoes en zebra's terug hierheen gaan komen, na de regen, zal het er volop groen zijn, hebben zij volop uitzicht over de vlaktes om roofdieren goed te zien en zullen die roofdieren, vanwege het hoge gras, hun pasgeboren kalfjes niet eenvoudig zien.

Maar een kwartier voor het aflopen van onze vergunning, dus om 12u, reden we de Naabi poort uit. Deze poort wordt gezien als de hoofdpoort en wordt door de meeste toeristen gebruikt. Dit was meteen duidelijk toen we er waren: de ene safari-jeep na de andere, echt tientallen zowel aan de ene als aan de andere kant. Aan die poort is het de bedoeling dat je meteen ook een toegangsvergunning voor Ngorongoro Conservation Area, dat meteen aansluit op het grondgebied van de Serengeti, aankoopt. Om voor 's anderendaags de geldigheid van de 12uurs-vergunning te 'rekken', sprak onze chauffeur er af na onze lunch terug te komen om die vergunning aan te kopen... weer een klein uurtje gewonnen voor de dag nadien!

Zoals beloofd ging onze chauffeur een vergunning kopen voor het Beschermd gebied Ngorongoro. Het duurde, na het verlaten van die Naabi poort, wel nog enkele kilometers vooraleer de Serengeti effectief overging in het domein van Ngorongoro... en ook daar moest de chauffeur stoppen om zijn vergunning te laten zien.

Naarmate we meer dorre vlaktes voorbijreden, kwam er stilletjes aan toch weer een struik en een acaciaboompje bij. Ook kwamen we, hoe verder we beschermd gebied Ngorongoro inreden, steeds meer Maasai met hun kuddes en meer Maasaidorpen tegen. Onze chauffeur vertelde dat enkel de Maasai stam mag wonen in het Ngorongorogebied.

In de omgeving lagen er steeds meer heuvels en uitgedoofde vulkanen. Wij gingen ook hoger en hoger rijden. Zo kwamen we terecht op de kraterwand van de Ngorongorokrater.

Deze Ngorongorokrater is de grootste intacte caldera (ingestorte vulkaankegel) ter wereld. Hij bevindt zich op 2200 meter boven zeespiegel. Deze vulkaanresten zijn vermoedelijk 2-3 miljoen jaar geleden ontstaan uit een vulkaan die zo'n vijf kilometer hoog geweest moet zijn.
De krater heeft een diameter van 17-21 kilometer en de kraterbodem een oppervlak van ca. 260 vierkante kilometer. De rand van de krater ligt ongeveer 600 meter boven de kraterbodem. Daardoor ontstaan verschillende klimaatzones in de krater. Verder ligt in het midden van de krater een zoutmeer. Ook zijn er zoetwaterstromen en is het gras er best groen.

De hoge kraterwand schermt het gebied in de krater grotendeels af tegen de toevallige migratie van de dieren. Dit maakt het een van de dichtstbevolkte wildgebieden ter wereld... maar giraffen vindt men niet in de krater. Er zijn namelijk geen acacia's beneden, maar ook hun lange nek en lange poten maken dat zij de steile afdaling naar de bodem van de krater niet maken. Ook krokodillen, impala's, topi's en oribi's komen niet voor in de krater.

Boven op de kraterwand, langs een iets minder steile helling, zagen we wel nog drie giraffen eten van een acacia. Doordat er 's morgens steeds, maar vaak de hele dag, vochtige wolken over de kraterrand hangen, is de zonnige kant van de krater erg groen. Het is er een tropisch regenwoud.

Vanuit twee uitkijkpunten keken we de krater in: het leek op een enorme kom met bruin en groen... beetje vreemd zicht, eigenlijk.

Zoals alle lodges en tentenkampen lag dat van ons ook bovenop op de kraterwand. Doordat het aan de hele andere kant lag als waar we de rand op waren gereden, en de weg natuurlijk weer erg slecht was, duurde het lang vooraleer we er waren. 

Het tentenkamp lag ideaal voor de ochtend nadien, als we een gamedrive zouden gaan doen: het lag erg dicht bij een toegangspoort naar beneden, de krater in. Ditmaal had het tentenkamp ook echt tenten. We kregen een tent toegewezen: via een voortent van horrengaas gingen we een grote slaapkamer in en achteraan de tent lag de badkamer met afgescheiden onderdelen voor toilet, douche en wastafel. Op het bed lagen verschillende dikke dekens en de medewerker die ons naar onze tent bracht zei dat er ook nog warmwaterkruiken gebracht zouden worden... het zou inderdaad koud worden die nacht!

18 oktober 2026

Midden-Serengeti NP

Op maandag 5 oktober '26 zaten we al om 6u aan het ontbijt. We wilden namelijk zo vroeg als mogelijk ontbijten (en dat was 6u) en dan nadien aan onze 'gamedrive' starten : het is dan nog koel en de dieren zijn dan nog actief, roofdieren zijn nog 'wakker' en het zonlicht is erg fotogeniek.

Meteen na vertrek stuitten we op een lange sliert van gnoes die de weg overstaken. De chauffeur reageerde enthousiast dat het de "Grote Trek" was. Het zouden gnoes (en zebra's) zijn die ondertussen weer terug vanuit Kenia waren en nu de trektocht maakten naar de eindeloze vlaktes van het zuiden van de Serengeti. De gnoekoeien zouden allemaal drachtig zijn en op die vlaktes gaan bevallen, om dan, van vooraf aan, weer richting het noorden van de Serengeti te trekken. Als ze zich voortbewegen, lopen ze allemaal achter elkaar aan en zijn ze erg alert. Een leider geeft aan tot waar ze lopen en kunnen gaan grazen. Typisch aan de combinatie van deze dieren, gnoe en zebra, is dat gnoes heel goed ruiken, maar niet goed zien. Zebra's kunnen dan weer erg goed zien. Samen kunnen ze dus beter voor hun kuddes zorgen dan afzonderlijk. Zebra's krijgen echter gedurende het hele jaar hun jongen, niet enkel op die grote open vlaktes in het zuiden van het nationaal park. Interessant! We wisten helemaal niet dat ze in zo'n sliert liepen als ze trekken!

Voor de rest van de dag zouden we overigens in het midden van de Serengeti blijven. We gingen niet verder naar het noorden, waar onder andere de Mara-rivier ligt, die de gnoes en zebra's (2x) moeten oversteken. En waar ze hun leven riskeren omdat er krokodillen wachten tot ze voorbij zwemmen... op zich is dit wel jammer omdat dit hét beeld is van de Grote Trek... maar we kregen de rest van de dag méér dan genoeg in de plaats... en of er die dag een oversteek was, was ook maar de vraag. Het hoogtepunt van de Grote Trek op die plek ligt in juli en augustus (en ondertussen was het al oktober)... en of we die gruwelijke, chaotische taferelen persé wilden zien, weten we ook niet... Aangezien de hele Serengeti groter is dan héél België is er ook een grote afstand af te leggen om helemaal tot het noorden te rijden (en terug tot onze lodge)... en dan misten we weer veel van het midden...

We werden deze zeventiende reisdag echt heel erg verwend: we kregen verschillende leeuwen en -groepen te zien. In totaal zagen we er 46! Ook zagen we vijf cheeta's en twee luipaarden en een (overdag moeilijk te spotten) civetkat!

Tussen die katachtigen door spotten we veel olifanten, nijlpaarden, krokodillen, buffels, giraffen, bavianen, dik diks, thomson's en grant's gazelles, dwergmangoesten, wrattenzwijnen, hartenbeesten, topi's, een maraboe, impala's, rotsklipdassen, een arend, blauwkopkroonparelhoenen en weer allerlei vogeltjes... maar die dazen, hè... aaarghhh...

En voor wie denkt dat deze gamedrives (uit het Engels: 'game' slaat op de wilde dieren die voor het plezier, het spel, gedood werden en 'drive' op het rondrijden) gewoon relaxt achteroverleunen is... dat is het dus niet! Het is vermoeiend! We speuren immers steeds mee. Dat betekent urenlang geconcentreerd zijn en in, onder, tussen bomen, struiken en gras kijken (in combinatie met het wegslaan van de dazen).

Rond 16u, 9,5 uur later dus dan het vertrek, stapten we uit de safari-jeep en werd het dak weer afgesloten.

We hadden, net zoals in de meeste overnachtingsplekken, geen wifi op onze kamer/'tent'. Dit maakte dat we voor het eten nog op het terras van de bar gingen zitten om, terwijl we met onze foto's bezig waren, iets dronken... en de gekregen geroosterde noten opsnoepten...

17 oktober 2026

Naar het Serengeti National Park (4-10-'26)

Op onze 16e reisdag door Noord-Tanzania vierden wij ook dierendag. Eerst moesten we wel nog zo'n vier uur rijden/stuiteren vanuit onze lodge bij het Natronmeer naar het volgende nationaal park dat we gingen ontdekken, namelijk Serengeti National Park. De weg naar de minder bekende toegangspoort 'Kleins gate' (op enkele tientallen kilometers van de Keniaanse grens) was opnieuw, op 50 km asfaltweg na, weer vre-se-lijk slecht!

Ook het Serengeti National Park heeft geen omheining. Dit maakt dat de wilde dieren ook buiten het park terecht komen. Zo hadden we, vóór het park, al wild als giraffen en antilopes, gespot... maar het eerste groepje olifanten zagen we pas net toen we het park binnen waren. Gnoes en zebra's kregen we ook al snel te zien. Deze kuddedieren ondernemen in de Serengeti de "Grote Trek". Ze doen dit echter niet allemaal tegelijkertijd. De dieren die wij zagen, moesten er nog mee verder doen. Andere zouden op datzelfde moment alweer terug aan het keren zijn vanuit het stukje Serengeti in Kenia weer terug naar Tanzania.

Verder zagen we leeuwen en welpen, een jachtluipaard met welpen, dik diks, Grant's en Thomson's gazelles, buffels, een secretarisvogel, een hagedis, struisvogels, gieren, impala's, rietbokken, een eland, wrattenzwijnen, rotsklipdassen, blauwkopkroonparelhoenen en topi's.

Overnachten, deden we opnieuw in een 'verstevigd' tentenkamp waar we, in het donker, door een Maasai van en naar onze 'tent' werden begeleid.

16 oktober 2026

Dag 15


 

Op 3 oktober jl. hadden we nog verschillende activiteiten in de omgeving van het Natronmeer kunnen ondernemen. We besloten echter om eens een dagje vrijaf te nemen!

En neen, we zijn toen niet aan het zwembad gaan liggen... maar zijn met lezen, puzzelen, onze foto's en met wat handwasjes bezig geweest.

15 oktober 2026

Lake Natron & Ngare Sero voetafdrukken en waterval (14)

Geen nachtelijke beklimming en afdaling van de ol Dionyo Lengai zoals op de planning stond, maar een nachtje slaap werd de start van onze veertiende dag in Tanzania. Na ons ontbijt reden we, samen met onze Maasai-gids, al vroeg richting het Natronmeer. Het warme zoutmeer wordt gevoed door zoutwater vanuit bronnen uit de ol Dionyo Lengai maar ook door zoetwater vanuit andere bronnen uit de omgeving.

Tijdens de regenmaanden en de tijd nadien is het meer veel groter dan hoe wij het zagen. Dit maakte dat we over een 'knapperig' oppervlakte liepen van gedroogde zoutlagen richting het meer. De rode/roze kleur die het meer en omgeving kan krijgen bij het opdrogen, door het toenemende zoutgehalte, hebben we niet gezien. We kregen wel verschillende vogels te zien die zich voedden met de zoutlievende micro-organismen en -diertjes, zoals flamingo's. Dwergflamingo's hebben aan Lake Natron een van de grootste broedkolonies van de soort. De Grote flamingo's komen er veel voor maar in kleinere aantallen dan de dwergflamingo's. De dwergflamingo's zijn overwegend roze van kleur, de grote overwegend wit. Ondanks dat er, vanwege de te zoute omgeving, geen roofdieren zijn, zijn de flamingo's erg schuw.

Om naar onze volgende bestemming te wandelen, moesten we een kniediep smal riviertje doorwaden en wandelden we terug in de richting van ol Dionyo Lengai. De omgeving van Lake Natron is erg toeristisch en de Maasai proberen op alle mogelijke en onmogelijke plekken hun juwelen te verkopen... ook tijdens onze wandeling gingen vier dames, die in de tegengestelde richting als ons liepen, ineens zitten en werd een 'marktje' uitgerold...
Bij onze volgende bestemming werd ook al een 'marktje' voorzien... die bestemming waren de voet- (en poot-)afdrukken in de donkergrijze Ngare Sero modderstroom die tussen 5.000 en 19.000 jaar geleden door mensen en dieren gezet zijn.

Er werden meer dan 400 versteende voetafdrukken van de mens (Homo sapiens) geteld. De sporen tonen uiteenlopende bewegingen, waaronder mensen die door de modder joggen, een groep van ongeveer twaalf individuen (voornamelijk vrouwen en kinderen) die samen reizen en een individu met een mogelijk gebroken grote teen.

Men vermoedt dat de asrijke modder, waarin de voetafdrukken achterbleven, oorspronkelijk van de flanken van de Ol Doinyo Lengai afspoelde en bergafwaarts stroomde, om daar de moddervlakten te vormen. Binnen enkele uren tot dagen droogde het oppervlak van de modder op, waardoor de afdrukken in een gebarsten korst bewaard bleven. Vervolgens werden de voetafdrukken minstens 10.000 tot 12.000 jaar geleden bedolven onder een nieuwe stroom puin, die ze millennia lang aan het zicht onttrok.

Onze gids wist eigenlijk niks te vertellen over de plek. Hij liet ons het informatiebord dat er staat, lezen en dat was het. Toen we vroegen waar er pootafdrukken (van geit, zebra ed.) waren, zei hij enkel dat deze in het niet omheinde gebied lagen. We denken echter dat we toch ook enkele pootafdrukken gezien hebben tussen de voetstappen... maar dat weten we niet zeker, dus...

We wachtten op onze chauffeur en jeep terwijl we de voetstappen bleven onderzoeken. De gids probeerde ons naar de koopwaar te krijgen, maar gaf dit uiteindelijk, wat slecht gezind, op.

Na onze wandeling, het was rond half 11, werden we naar onze volgende lodge gebracht. Vanwege onze geplande beklimming van de ol Doinyo Lengai hadden we één nacht (van de drie aan het Natronmeer) in een lodge dichter bij de start hiervan doorgebracht. Voor volgende twee nachten verbleven we in een andere lodge, ook een Maasai-lodge. De lodge had zelfs een eigen kudde koeien binnen de omheining van acaciastekels. Het gras was er goed groen omdat er zoetwater rechtstreeks uit het nabijliggend riviertje gebruikt werd om het domein te besproeiien.

We hadden geluk dat we meteen een kamer konden krijgen. Dit maakte dat we op ons terras konden zitten, onze lunchbox konden eten en het rustig aan konden doen tot aan ons volgende onderdeel van onze activiteiten van de dag. Vanwege de heersende hitte in deze regio vertrokken we hier pas rond 14u heen.
Alvorens onze wandeling naar de Ngare Sero waterval te kunnen starten, moesten we weer langs een rij verkopers... en helaas moesten we hierbij onze gids alweer teleurstellen, want neen, we hebben geen interesse in juweeltjes...

Terwijl de vulkaan een kurkdroog, buitenaards en met lavastof bedekt landschap gecreëerd heeft, stroomt de Ngare Sero-rivier door een diepe kloof van vulkanisch gesteente rechtstreeks naar Lake Natron. Het eerste gedeelte van de wandeling ging langs de oevers van de rivier over trapjes. Nadien moesten we het water in, weer uit en over de rand weer verder, regelmatig al klauterend, om vervolgens weer in en uit het riviertje te gaan... onderweg maakte de gids een selfie aan een watervalletje, staken we de rivier weer over door het water, over glibberige stenen en zo kwamen we uiteindelijk (absoluut niet zoals de reviews de wandeling als eenvoudig en maar slechts twintig minuten durend, beschreven) aan de Ngare Sero waterval aan. We waren niet de enigen en er volgden nog meer mensen. Toen we onder de waterval door, om de hoek, gingen piepen, naar een volgende waterval, waren we wel de enigen. We bleven vervolgens nog wat in het water en op enkele rotsen zitten, terwijl onze gids en zijn collega's zich amuseerden als kleine kinderen...

Ine had al bij de heenweg door dat ze dit geklauter en in-en-uit-het-water-ophijsen geen tweede keer zonder 'problemen' kon doen... en bij de terugkeer had ze dan ook twee keer veel geluk dat de gids haar nog net kon tegenhouden, of ze was helemaal kopje onder gegaan doordat ze langs de gladde rivierwanden afgleed... gelukkig ging Johan dit allemaal veel beter af en droeg hij alles van fotomateriaal, gsm's ed. in een rugzak mee...


Terug op onze lodge gingen we wat drinken en naar de activiteiten die de Maasaimorans er aanboden: het speerwerpen en dansen. Het kwaliteitsverschil tussen hetgeen Ine daar zag en ze eerder gezien had, was enorm groot, maar zo kreeg Johan wel een idee over de activiteiten... Dit was echt toeristen-entertainement, waarbij deze meteen betrokken werd bij de activiteit, terwijl Ine eerder echt goed te zien en uitgelegd kreeg wat het speerwerpen en (spring-)dansen voor de Maasaicultuur betekent.