17 maart 2026

Chenini - Guermassa - Ksar Hallouf (3/8)


We hadden weer goed geslapen in onze grotwoning in Chenini. We hadden, in ieder berberdorp waar we overnachtten, een meerpersoonsslaapkamer met dus gedeeld sanitair. Vanwege de zeer rustige toeristische periode hebben we wel steeds met ons tweeën in een kamer kunnen slapen... en was het alsnog een klein beetje luxe... al zouden waarschijnlijk anderen wat problemen hebben met de 0-sterrenverblijven waar we overnachtten.

Na ons ontbijt waren we weer helemaal klaar voor een volgende wandeltocht. Het had die nacht en ochtend van 9 maart '26 geregend en er hing mist tussen de Daharbergen. Het was best frisjes en er vielen af en toe nog druppels, maar tijdens de wandeling kregen we geen regen meer. Het was eigenlijk ideaal wandelweer!

Volgens onze vooraf gekregen reisbeschrijving zouden we via het dal van Chenini naar Guermessa/ Guermassa wandelen. Onze wandelgids had besloten dat we de nabijgelegen berg op gingen en via het bergplateau zouden wandelen, de route die de herders nemen.

Het was half 8 toen we aan onze wandeling startten. Bij het afdalen van het dorpscentrum passeerden we nog verschillende grotwoningen met daarbij hokken met schapen en geiten. De hokken waren een samenraapsel van allerlei platen, houten schutsels en roosters... we gingen terug in de tijd... Op onze weg naar beneden was een berber, in traditionele puntjas, bezig met het scheiden van de olijven van de blaadjes en takken. De olijven waren om te persen, de rest voor de dieren, legde de gids uit.

Onderaan de berg die we op moesten, leek dit een zware beproeving. Onderweg viel dit erg goed mee. Dit kwam voornamelijk door het trage tempo dat de gids aanhield... tja, wij willen waarschijnlijk altijd veel te snel wandelen, terwijl die berbers daar niet mee bezig zijn... Het trage tempo maakte dat zelfs Ine, die niet goed kan 'klimmen', gewoon kon volgen én zelfs nog foto's kon maken van de verschillende bloemetjes die er tegen de helling stonden.

Het pad lag er best goed bij. Er waren maar weinig stukken waar er enkel losse stenen en keien lagen. Eens boven op de berg verliep onze wandeling glooiend. Afhankelijk van welke richting we uitwandelden - en of er hogere bergen lagen - hadden we wat last van windvlagen en -stoten. Dit maakte dat we onze truitjes echt wel nodig hadden bij het wandelen. En voor Ine, tijdens het rusten, was zelfs een extra truitje nodig.

Hetgeen we onderweg zagen, verschilde niet veel van de dag voordien of van de kilometer ervoor, maar bleef interessant en bijzonder. Gaandeweg passeerden we opnieuw deels ommuurde stukken grond met daarin olijfbomen en wat palmbomen. De gids vertelde dat de olijven van deze bergen niet lekker waren om gewoon te eten. Ze zijn kleiner dan die van de grote olijfplantages aan de kust en worden, als ze al zwart zijn, pas geoogst. De olijfjes zitten boordevol olie in plaats van vruchtvlees, konden we zien. 
Hier en daar zagen we ook amandelbomen. Deze hadden in deze periode bloesems. 

Onderweg, aan een waterbron, kwamen we een grote kudde met geiten en schapen tegen. Er waren ook verschillende honden en één ezel met bepakking. De gids zei dat één van de twee herders zijn neef was. We bleven een tijdje bij de kudde staan en zagen de herder water uit de waterput halen en in de waterbakken gooien zodat zijn beesten konden drinken. Nadat we hen verlieten, zagen we ze nog een tijdje over de heuvels lopen... wat een hard leven!

Bovenop het plateau lagen eerst veel zwarte zandstenen. Ze zagen er een beetje uit als aardekluiten, maar het waren echt wel stenen, maar, toch waren er, van wind en water, allerlei inkervingen te zien aan de oppervlakte. Nadat die zwarte stenen wat verdwenen, lagen er meer lichtgekleurde, platte en grote stenen en rotsen. 

Hoe dichter we bij onze eindbestemming Guermassa kwamen hoe vaker we gekraste/geklopte voetstappen / sandalen in het platte gesteente zagen. De gids kon er niet veel over zeggen, enkel dat het een gebruik was dat enkel door mensen van Guermassa gedaan werd maar geen betekenis had... na wat eigen onderzoek, want deze uitleg wilde Ine gewoonweg niet aannemen, is er nog niet veel meer duidelijk geworden, máár het zou om een oud-berber-gebruik gaan dat uitgevoerd werd een week na het huwelijk, als overgangsritueel. Het zou ook niet enkel in Guermassa te zien zijn.

We kregen onderweg weer een veel te uitgebreide maaltijd: brik en sla/tomaat/komkommer/olijven, gekruide rijdt met koude kip en als dessert zalabiya en bambalouni... Ine eet eigenlijk niet vaak vlees en zéker geen koud vlees... De gids vertelde dat Tunesiërs niet dagelijks vlees of vis eten, uitgezonderd tijdens de ramadanperiode... als oplossing at Johan de kip van Ine en at Ine het grootste gedeelte van het dessert...

Na het middagmaal startte de afdaling van het plateau. We kregen ook weer meer van de verschillende dalen in de omgeving te zien... en uiteindelijk, maar enkel als we goed keken, kregen we de ruïnes van het erg grote voormalige ksar Guermassa te zien. Wat was die vesting door de manier van bouwen van de woningen tegen en in de bergen goed weggestopt!

Archeologen schatten dat ook Guermassa in de 12e eeuw werd gesticht. Het dorp is erg groot en spreidt zich uit over twee bergflanken. De woningen die we binnen gingen, waren groot, veel groter dan in de eerdere dorpen van deze soort die we de dagen voordien zagen. Er zijn in het dorp twee (witte) moskeeën. Het berberdorp werd rond de jaren zeventig al verlaten vanwege het opgeraken van het water dicht bij de woningen. Ook hier werd, gaandeweg, een nieuw dorp in het dal gebouwd, maar vele inwoners verhuisden ook naar het noorden van Tunesië.

Na 15 km en zes uur onderweg te zijn geweest, zat onze wandeling van Chenini naar Guermessa er op... en stapten we rond half 2 bij onze chauffeur in de jeep. We reden eerst een half uur terug naar Tataouine om onze wandelgids er weer af te zetten. 
In Tataouine stopte de chauffeur ook bij een patisseriezaak. Hij zei dat het de beste van de streek was en dat hij iedere keer als hij in Tataouine was langs ging om er zoetigheid te halen voor zijn familie in Douz... Ine twijfelde niet... en liep achter de chauffeur aan... zij moest ook van dat lekkers!

Een uur later stopten we aan Ksar Hallouf. Deze ksar / dit versterkt dorp was anders dan de voorgaande die we bezochten. Het dorp werd deels gebouwd in de 13e eeuw en in de 19e eeuw uitgebreid. Aan het begin van de 20e eeuw geraakte het in verval. De site is in 2006 gedeeltelijk gerestaureerd en het dorp doet nu enkel dienst als toeristische attractie. Sommige van de 200 à 500 "ghorfa's" van het dorp zijn gedeeltelijk ingestort. Het Arabische woord ghorfa verwijst naar de individuele kamers van de woningen. Het dorp als geheel wordt ksar genoemd.
Het Ghorfa-type bestaat ​​uit een reeks kamers met tongewelven, elk met een enkele deur, in rijen gebouwd en op elkaar gestapeld om meerdere verdiepingen te vormen. Deze zijn, in het geval van ksar Hallouf, georganiseerd rond een 130 meter lange binnenplaats van waaruit de kamers toegankelijk zijn. De woningen kunnen wel vier of vijf verdiepingen hoog zijn. De kamers werden gebruikt om graan, dadels en ander voedsel of dierlijke producten op te slaan. De kamers op de begane grond zouden ook gebruikt kunnen worden als woonruimte voor bewakers en dieren. De kamers boven de begane grond zijn toegankelijk via externe trappen. Veel van deze bouwwerken zijn gebouwd met losse stenen en klei.
Anakin Skywalker uit de eerste Star Wars woonde in een dergelijke ksar van het ghorfa-type.

Deze ksar ligt bovenop een heuvel boven het huidige dorp Ksar Hallouf, dat in een oase tussen vele palmbomen ligt. In dit dorp overnachtten we die nacht in grothotel Dar Sana. Onze meerpersoonskamer lag weer in een grot met daarvóór ghorfa's. 

16 maart 2026

Dag 2 : Djerba - Douiret - Chenini

Op zondag 8 maart jl. werden we om 8u opgehaald door onze chauffeur. We reden het eiland Djerba af over een brug. Langs de brug loopt een lange pijpleiding, drinkwater vanuit het vastenland voor het eiland, vertelde de chauffeur.

We maakten een fotostop aan Sebkhat el Melah. Dit zoutmeer ligt niet ver van de Middellandse zee. Het is 150 km2 groot en ligt onder zeeniveau. Het meer bevindt zich in een verdampingsbassin. Af en toe infiltreert zeewater het waterbekken, waarbij opgeloste mineralen worden meegevoerd die later achterblijven als het water verdampt. Dit zoutmeer is zeker niet het véél grotere en meer naar het westen liggende Sjott el-Djerid.

Het landschap dat we onderweg te zien kregen, veranderde gaandeweg: van grote weilanden met olijfbomen, over vlakke 'leegtes' met kleine struikjes tot we de bergen van het Dahar-gebergte te zien kregen. In die bergen zouden we de volgende dagen wandelen en verblijven. In deze bergen wonen de Tunesische Berbers.

Berbers zijn de oorspronkelijke, inheemse bevolking van Noord-Afrika, wonend in landen als Marokko, Algerije, Tunesië en Libië, in de Egyptische oases van Siwa en Gara, in Mauritanië en in Mali. Ook de oorspronkelijke bewoners van de Canarische Eilanden, de Guanchen, worden tot de Berbers gerekend. Ze hebben een eigen taal, cultuur en tradities, en een geschiedenis die meer dan 15.000 jaar teruggaat in de regio.

De bergdorpen kennen een prachtige ligging op een bergkam en bieden dan ook een prachtig uitzicht over de omgeving. Traditioneel woonden de Berbers van Tunesië in grotwoningen die strategisch ondergronds waren gebouwd om aan de zomerhitte te ontsnappen. Het is verbazingwekkend hoe deze ondergrondse huizen in de zomer hun eigen natuurlijke airconditioning kunnen creëren en in de winter ook op natuurlijke wijze opwarmen. Voordat men de eigenlijke woning betreedt komt men meestal eerst in een voorportaal waar de lastdieren stonden. Elk dorpje heeft een witte moskee, die sterk afsteekt tegen de aardenkleurige grotwoningen. De meeste Berbers zijn namelijk soennitische moslims. Vóór de islamitische veroveringen van de 7e eeuw waren veel Berbers christelijk, met een joodse minderheid.

De grotwoningen zijn tegenwoordig voornamelijk verlaten en in verval. Toch wonen er nog families. De meesten zijn echter, dichtbij de oude grotdorpen, in de vallei gaan wonen en hebben er nieuwe dorpen gevormd.

In de stad Tataouine ligt in het zuiden van Tunesië. Het ligt in een gouvernement met dezelfde naam. Het is het grootste van Tunesië... en is zelfs iets groter dan België. Hier begint de Sahara. In de stad pikten we onze "wandelgids" op.

Misschien klinkt Tataouine bekend? De stads-/provincienaam was inspiratie voor de planeet waarop Star Wars zich afspeelt, Tatooine. In de omgeving werden vele scènes van de oude films en series opgenomen... toen werd dat nog in 'het echt' opgenomen en nog niet met computeranimatie gemaakt...

Na een half uur rijden vanuit Tataouine kregen we te zien waar we heen reden, (ksar) Douiret. Na een korte fotostop om de hele ksar /vestingstad op één foto te krijgen, konden we uitstappen om aan onze wandeling van de dag te starten.

Douiret ontstond waarschijnlijk zo'n 600 jaar geleden. In 1850 telde het ongeveer 3500 inwoners. Het was een belangrijke karavaanstopplaats tussen Gabès in het noorden en de Libische stad Ghdamès in het zuiden. In 1882 werd Douiret tijdelijk door het koloniale Frankrijk gekozen als het centrum voor zijn administratie in het zuidelijke deel van Tunesië, voordat het kort daarna werd verlaten ten gunste van Tataouine. In de 20e eeuw zag Douiret zijn bevolking geleidelijk afnemen, aangezien veel van zijn inwoners voornamelijk naar de Tunesische hoofdstad Tunis migreerden. Sinds het einde van de 20e eeuw en het begin van de 21e eeuw ligt het oude dorp Douiret vrijwel volledig in puin. Een pad van ongeveer 3 km staat nu vol met verlaten woningen die grotendeels in puin liggen, met uitzondering van de opvallende witte moskee, bekend als 'de palmboommoskee'. Enkele woningen zijn gerestaureerd en omgevormd tot hostel en er werd een campingplaats aangelegd onderaan het oude dorp.

Onze wandelgids nam ons mee doorheen de woningen die allemaal deels in de bergflank gebouwd werden. Hij toonde ons welke techniekjes ze gebruikten om hun voorraden op te slaan, vijanden buiten te houden, de slaapkamers op een constante temperatuur te houden (fris in de zomer en warm in de winter) maar ook, als stad, aan het zicht te ontsnappen doordat de voorgevels bijna volledig dicht waren waardoor van ver niet te zien was dat er een stad tegen een bergflank lag. De moskee lag eerst ook volledig in de bergwand verwerkt. Pas later werd er een minaret gebouwd en werd deze wit. We gingen langs de olijfoliepers en kregen uitleg over hoe een dromedaris gebruikt werd om de maalsteen te bedienen en hoe de olijven in een soort van platte, gesloten manden geplaatst werden en uitlekten in karaffen. Zo goed als het hele dorp had ooit handelgedreven met de reizigers in de karavanen maar waren ook zelfvoorzienend, zei de gids.

Aan het einde van het dorp Douiret startte onze wandeling naar het volgende berberdorp, Chenini. Via een oude handelsroute wandelden we, aan een traag tempo en met verschillende pauzes, tot in Chenini.

Vlak buiten Douiret kwamen we herders met een kudde geiten tegen. Ze werden door de herders, maar ook door honden gestuurd en beschermd. De wandelgids legde uit dat de geiten onderweg grazen en naar een waterbron geleid werden.
We wandelden steeds langs en over de bergflanken met uitzicht op de volgende bergflanken. Naast veel lage, ruwe kruidachtige struikjes stonden er best veel kleine bloemetjes. En op verschillende plekken stonden er olijfbomen en palmbomen. Via muurtjes en wallen wordt het weinige water dat er valt naar lager gelegen 'tuintjes' geleid waardoor deze bomen wel voldoende vocht krijgen. Andere muren werden dan weer gebouwd om, bij hevige regenval, te voorkomen dat er modderstromen ontstaan en stukken berg wegglijden.  

Als lunch had de gids een gedeelte van zijn ramadanmaaltijd meegenomen. Hij noemde het ook een typische berbermaaltijd. We móesten eten, ookal wilden we dit niet persé aangezien de gids aan het vasten was. We kregen een brik, een salade van sla, komkommer, tomaat en olijven, een kruidige pastasalade met kippenworst en kippenblokjes en brood. Als nagerecht kregen we zalabiya, plakkerige zoetigheid... Ine was in haar nopjes!

Het weer was ideaal om te wandelen: niet te warm, niet te koud. Een truitje was, voornamelijk voor de windvlagen, nodig. Het was bewolkt, maar soms priemde de zon door de wolken. Op plaatsen waar we vergezichten hadden, was het wat heiig. Het zou zo'n 23° zijn geweest, maar we denken dat het toch iets frisser was op de bergen.

Toen we het 'nieuwe' Chenini in het dal van het oude Chenini waar wij heen wandelden in zicht kregen, kregen we ook verschillende afgeplatte bergflanken te zien. Volgens de gids werden deze gebruikt voor Star Wars.

Na een best moeilijke afdaling, omdat het pad vol dikke keien lag, kregen we drie waterbronnen in zicht. Enfin, doordat er op een bergflank op drie plaatsen palmbomen stonden, konden we zien dat er daar water was. Deze bronnen werden gebruikt als drinkwater, om kleding te wassen, om vee te laten drinken en om te gebruiken rondom een moskee. Deze moskee zou de 'Moskee van de zeven slapers' zijn. Tijdens onze wandeling wandelden we langs deze 'bijzonder gevormde' moskee: de minaret staat scheef, maar daarnaast zijn alle hoeken afgerond. Het leek alsof een kleuter het uiterlijk van de witte moskee getekend had.

In deze moskee zouden de zeven slapers begraven liggen. De oorsprong hiervan gaat terug tot de christelijke legende van de zeven slapers uit Efeze die, tijdens de vervolging van Romeins keizer Decius, levend werden ommuurd in een grot in het Turkse Efeze. Ze werden na 309 jaar te slapen op wonderbaarlijke wijze bevrijd onder het bewind van keizer Theodos. De legende is ook te lezen in de Koran. Men weet niet precies waar deze zeven begraven liggen... dus zijn er vele plekken als hun (mogelijke) begraafplaats aangeduid... ook deze, dus.

Van aan de moskee moesten we nog een kleine afdaling en klim doen om onze eindbestemming, (ksar) Chenini, te bereiken. We hadden dan negen kilometer gewandeld... en deden er maar liefst vier uur over... inderdaad, dat heeft lang geduurd! De gids wandelde traag en liet ons vaak en vrij lang pauzeren... een les in geduld voor Johan ;-)

Chenini werd op een heuveltop gebouwd tussen twee heuvelruggen. Dit om het te beschermen tegen aanvallende partijen. De oudste bouwwerken op en in de heuvel dateren uit de 12e eeuw. Sommige rotsgebouwen worden nog steeds gebruikt om graan op te slaan voor de dorpelingen die in de vallei beneden wonen., maar toch wonen er in het oude Chenini nog families en zijn er grotwoningen die als hotel Kenza gebruikt worden, waar wij overnachtten.

Aangezien we rond half 4 in het dorp waren en tot 's anderendaags afscheid hadden genomen van onze gids hadden we nog tijd om wat buiten bij onze grotwoning in de zon te zitten, te douchen en te rusten...

's Avonds konden we gaan eten in het restaurant van Kenza, iets lager in het dorp. We kregen brik, soep, couscous met kip en een appelsien en qarn al-ghazal, weer zo'n zoete, plakkerige lekkernij! Óók hier hadden we, net als de avond voordien, het gezelschap van enkele hongerige, miauwende katten onder onze tafel.

Het dorp had tot 2013 geen internettoegang en ook nu moesten we hiervoor naar de kantine bij de moskee gaan. Hier kregen we, bij ons koffietje en citroenlimonade, een zoet gebakje... omdat het iftar was!
De eigenaar had 's middags van onze wandelgids gehoord dat we 's anderendaags naar een volgend berberdorp zouden gaan wandelen. Hij vroeg er ons naar, wat een aanwezige jongere spontaan een bewondering liet uitspreken... we waren al benieuwd!

15 maart 2026

Dag 1: Houmt Souk

Ondertussen zijn we, sinds gisternamiddag, terug thuis, dus moeten we jullie nog helemaal bijpraten over onze afgelopen reis doorheen Zuid-Tunesië :

Zaterdagnacht 7 maart '26 stonden we om 2:15 uur op. We hadden immers al om 6:10 uur onze vlucht vanuit Brussel naar Djerba. We vlogen eens niet met een lijnvlucht, maar met een TUI fly-vlucht. Na zo'n drie uur en een kwartier vliegen, landden we op de luchthaven van Djerba. Vooraleer we uitstapten, moesten we onze boardingpass laten zien om te voorkomen dat er toeristen te vroeg zouden uitstappen... gelukkig dat die check gedaan werd. Of er nu mensen te vroeg wilden afstappen, hebben we niet gezien, maar we hebben in het verleden zo al vrij lang op een idioot-die-blijkbaar-niet-naar-de tientallen-afgeroepen-boodschappen-geluisterd-had moeten wachten...

In de winter is er geen tijdsverschil tussen België en Tunesië, dus dat was fijn gemakkelijk. Het maakte ook dat we dus al vroeg op Djerba waren. Aan de uitgang van de luchthaven stond iemand ons netjes op te wachten met een bordje "ANDERS REIZEN", de reisorganisator die onze reis geregeld had. We vernamen dat we tijdens onze reis steeds dezelfde chauffeur zouden hebben... ook gemakkelijk. De reis werd uitgevoerd door het locale Agence Alyssa... en vanaf dan haalden we onze Franse woordenschat van onder een dikke laag stof.

Al na een kwartiertje rijden, stopten we aan ons hotel, Hotel Touring Club Marhala, in de hoofdstad van Djerba Houmt Souk. Er werd ons geadviseerd om zeker in het stadscentrum rond te wandelen... al moesten we er rekening mee houden dat het er rustig was en dat alle eet- en drankgelegenheden gesloten waren vanwege Ramadan... en dat rond gaan neuzen, waren we sowieso van plan!

Als eerste actie gingen we euro's omwisselen in Tunesische Dinars. We zouden, aangezien alle maaltijden voorzien waren, niet veel uitgaven hebben, maar we moesten natuurlijk wel voldoende fooiengeld voorzien voor al onze begeleiders tijdens onze rondreis.

Het was inderdaad erg rustig in het stadje. Heel veel zaakjes, al-le-maal horecazaakjes, waren dicht. We struinden wat rond door het oude stadscentrum met z'n wirwar aan smalle straatjes, bazaar en soek en wisten, zoals steeds, de verkopers van souvenierswinkeltjes vriendelijk, doch kordaat, van ons weg te houden. We wandelden langs verschillende moskeeën, oude gebouwen en verschillende pleintjes. Onderweg richting de Middellandse Zee stopten we bij een patisserie voor wat Tunesisch zoets en bezochten we een supermarktje. Daar was het érg druk: blijkbaar was het hét moment om alvast inkopen te doen voor iftar 's avonds. De aankopen verschilden van persoon tot persoon, maar iedereen had wel massa's melk, dadels en eieren mee... wij kochten wat water en zachte maanzaadbroodjes... en keken onze ogen uit...

Buiten het centrum, aan de kust, die zo goed als geen strand heeft bij Houmt Souk, staan nog de resten van de vesting Bordj El Kebir (ook Fort Ghazi Mustapha). We zetten ons er wat neer op een muurtje en dronken er stiekem... in het centrum wilden we dat niet doen om de vastende bevolking niet voor de borst te stoten. Het fort is te bezoeken, maar dit deden we niet: het was klein en aangezien we al vele van dit soort forten zagen, konden we ons niet voorstellen dat we er iets zouden zien dat we nog nooit zagen.

Het fort heeft een lange geschiedenis. Het werd gebouwd op de fundamenten van het Romeinse kasteel van het Romeinse dorp Griba. Aan het einde van de 14e eeuw werd het fort gebouwd. Tussen 1450 en 1881 gebeurde er niet veel in het kasteel/fort. In 1881 werd het door de Franse bezetters weer in gebruik genomen. In het begin van de 20e eeuw werd het weer eigendom van de Tunesische overheid. Deze besloten tientallen jaren later het ondertussen vervallen gebouw te restaureren. Ondertussen werden er ook twee mausolea in onder gebracht.

Op onze terugweg naar ons hotel passeerden we ook nog de St.- Jozefkerk. Blijkbaar is het een betoverende bestemming... het laat in ieder geval zien dat er verschillende culturen (hebben) kunnen samenleven in Tunesië. Op zondagochtend zouden er missen in het Engels, Duits, Frans en Italiaans zijn... en moesten we daar al in geïnteresseerd zijn: tegen dan hadden we het eiland Djerba al verlaten.

Nadien namen we een rustperiode op de binnenplaats van ons hotel. Het hotel is een gerenoveerde karavanserai, die ze opnieuw aan het renoveren zijn... mooi en authentiek.

Na het rusten, wandelden we opnieuw het centrum van Houmt Souk uit. Ditmaal wandelden we richting de Joodse wijk, Hara Seghira. Volgens onze reisgids kon een bezoek aan Houmt Souk niet zonder hier heen te gaan... Zoals vaak in Joodse stadsdelen was ook deze wijk verpauperd
De synagoge in de wijk zou de oudste van het Afrikaanse continent zijn en werd al in 586 v.C. geplaatst. Volgens overleveringen vluchtte een groep joden na de verwoesting van de Tempel van Salomo in Jerusalem naar dit eiland, waar ze deze synagoge bouwden.
In 2002 werd er een zelfmoordaanslag door Al Qaida gepleegd en ook in 2018 en 2023 waren er kleine aanslagen.
Als gevolg hiervan zijn er momenteel nog politiecontroleposten rondom en in de wijk. Er zouden nog joden wonen in de wijk maar we zagen ook veel woningen met islamitische symbolen op hun gevel. De synagoge is niet meer in gebruik en is een ruïne geworden. Of er een nieuwe synagoge is, weten we niet.



Vlak na zonsondergang waren we weer terug in het centrum van Houmt Souk... dat was nu he-le-maal uitgestorven: het was namelijk iftar.

Wij kregen een avondmaal in ons hotel. Dit startte met Tunesische bourek (of brik). We leerden later in de week dat dit een typisch ramadangerecht is... We aten het dus ie-de-re avond. Het is een gefrituurd, flinterdun malsouka-deegpakketje, vaak driehoekig, gevuld met ei, tonijn, peterselie, ui en harissa is. Het gerecht wordt meestal gefrituurd tot het goudbruin en knapperig is, waarbij het eiwit gestold is en de dooier nog iets vloeibaar... en gelukkig voor Ine zit er echt niet veel tonijn in... en het was, iedere dag, erg lekker!

Helaas voor Ine was het nagerecht deze avond een bordje met sinaasappel en aardbei...

07 maart 2026

Zuid-Tunesië in al z'n variaties

We zijn weer op weg!


We volgen deze route in de Tunesisiche Sahara. Of we overal wifi gaan hebben, laat staan tijd om berichten te schrijven, is erg twijfelachtig... jullie gaan het zien...

Tot snel!

06 maart 2026

Saharastof


Saharastof in de lucht! ...en zo geraken we, op de dag vóór ons vertrek naar Tunesië, alvast gewoon aan het stof van de Sahara!

Hier het weerbericht voor vrijdag 6 maart '26


Trouwens, wat een geluk dat we in december '25 naar Cyprus gingen.
De huidige oorlog maakt dat immers op dit moment niet mogelijk.

05 maart 2026

Slangen...

We hebben al verschillende slangen "in het wild" gezien. Ine is er bang voor en krijgt een hartverzakking van ieder, groot of klein, exemplaar dat ze, van ver of kortbij, ziet... ze lijkt ze ook steeds eerst, eerder dan Johan, op te merken...
Vanwege de angst gaat ze ook altijd, vóór we ergens naar op reis gaan, na door welk slangenbeest ze de stuipen op het lijf kan gejaagd worden, gewurgd of vergiftigd kan worden... 
en ja, Ine wéét dat de kans om een slang tegen te komen (en dat die dan ook nog eens agressief wordt) érg klein en eigenlijk zelfs uniek is, maar toch...

Tot Ine haar grote schrik leven er 18 slangensoorten in Tunesië en maar liefst 48 soorten slangen in Tanzania

Ine zocht ineens ook al op welke glibberige, enge viezegaarden er op onze andere al geplande reisbestemmingen van 2026 voorkomen: 
Er zijn drie inheemse slangensoorten in Denemarken, namelijk de adder, de ringslang en de gladde slang. Diezelfde drie soorten komen ook in Engeland voor... en die eerste twee zelfs in Londen...
en ook in België komen die drie soorten voor... en blijkbaar, plaatselijk in de buurt van treinsporen in Kuringen, komt ook de exoot de Chinese prachtslang/Taiwanese rattenslang voor (info en bron).
bwêkkus!

Een slangenfobie heet trouwens "ofidiofobie"... maar bij Ine is het lang zo erg niet, hoor, ze zal nooit gebieden of "de natuur" vermijden om de glibberds niet tegen te kunnen komen. Angst voor slangen zou overigens vrij normaal zijn, ook bij primaten... Ine besluit dat het dus terecht is dat ze er bang voor is! ;-)

03 maart 2026

Musjes



Tijdens het afgelopen Grote Vogelweekend bleek dat het aantal van de huismus achteruit blijft gaan (bron)... 

Hoogstwaarschijnlijk komt dit omdat wij niet meegeteld hebben! Aan óns zal die achteruitgang niet liggen. Wij zijn immers ieder jaar verantwoordelijk voor het opgroeien van ver-schil-len-de nestjes huismussen. 


De dakrand van de buurman biedt woon- en nestplekken. Wij bieden in ons tuintje naast gevarieerde voeding ook schuilplaatsen, water en zand.
De werkelijk tientallen mussen jagen en pesten iedere zomer iedere andere vogelsoort, zoals meesjes, weg uit onze tuin. Ieder jaar zijn zij heer en meester over onze verschillende voederplekjes!

De huismus is blijkbaar een honkvast dier dat zich zelden verder dan 500 meter van zijn geboorteplek begeeft... binnen enkele jaren voorspellen we een ferm huisvestingsprobleem!

01 maart 2026

3 Festivals

De afgelopen weken en komende week had en heeft Johan het weer druk. Naast gaan werken, had en heeft hij veel vergaderingen en regelzaken van de drie reggae-festivals waarvoor hij mee de programmatie en boekingen doet, gehad: Wadada Festival, Irie Vibes Roots Festival en (opnieuw) Reggae Geel.

Fijn dat dit tegenwoordig ook meestal via online vergaderingen besproken en geregeld kan worden. Anders zou Johan, naast de concerten waar hij regelmatig heen gaat, de toch ook fysieke vergaderingen en zijn late- en weekenddiensten maar heel weinig samen met Ine thuis zijn

Het Wadada Festival gaat al heel vroeg van het festivalseizoen door, namelijk al op 22 en 23 mei '26. Het gaat door op zo'n 5 km van Geel-centrum.
Ondanks dat de volledige line-up nog maar sinds een dikke week bekend is, is het kleine festival al lang, snel na het vrijgeven van tickets, uitverkocht. 
Johan nam en neemt de organisatie van de 'Fik'iri Forest', het nevenpodium, voor zijn rekening... dergelijke nevenpodia vindt Johan steeds de allerleukste podia omdat hij dan goed 'creatief' kan zijn in wat rond en op deze podia terecht komt

Afgelopen vrijdag werd de volledige line-up van Irie Vibes Roots Festival bekend gemaakt. Dat start op donderdag 23 juli met Kortemark Congé. Van vrijdag 24 tot en met zaterdag 25 juli vindt het festival zelf plaats in Kortemark.

Voor dit festival helpt Johan mee met de programmatie en boekingen en zal hij tijdens de drie festivaldagen ook meewerken om alle artiestenzaken mee te organiseren.

info

Op 13 februari werden de eerste twaalf namen van Reggae Geel 2026 bekend gemaakt. Dit jaar zijn er drie festivaldagen en start Reggae Geel op donderdag 30 juli. Het eindigt op zondagochtend 2 augustus.

Johan zit niet meer in het bestuur van het festival, maar heeft wel meer taken dan vorig jaar. Hij is betrokken bij de programmatie, boekingen, verantwoordelijk voor nevenpodium Yaga Yaga, en stippelt nog steeds mee het veiligheid- en 'welzijnsbeleid' uit.

info

28 februari 2026

Planetenparade

Vandaag, op 28 februari 2026, staan in onze regio tegelijk zes planeten aan de hemel. Deze zijn alle zes 'zichtbaar' van zonsondergang (rond 18:17 uur) tot een uurtje later. De zes planeten zijn Mercurius, Venus, Saturnus, Jupiter, Uranus en Neptunus. Dit wordt "planetenparade" of "planetenconstellatie" genoemd.

Wat er in de lucht daadwerkelijk te zien is, is een zachte boog van planeten langs de ecliptica (een zichtlijn-effect, geen perfect rechte lijn in de ruimte) met vier heldere planeten en twee zwakke als verrekijker/telescoop-uitdaging.

Waar kijken?
Laag west / zuidwest: Mercurius, Venus, Saturnus, Neptunus
Zuidwest (hoger aan de hemel): Uranus
Oost: Jupiter, dicht bij de heldere Maan

Met het blote oog zichtbaar: Mercurius, Venus, Saturnus, Jupiter
Verrekijker of telescoop nodig voor Uranus, Neptunus
Succes!
en hopen dat het niet bewolkt is...

25 februari 2026

Strijd tegen de Aziatische hoornaar

Meestal in maart en april, maar me deze hoge temperaturen nu al, zullen de eerste koninginnen van de invasieve exoot Aziatische hoornaar ontwaken en op zoek gaan naar een plek om een eerste nest te bouwen.

Om dit te voorkomen, kunnen bijvoorbeeld selectieve vallen in de tuin geplaatst worden. Die vallen zijn er in alle soorten, prijzen, diervriendelijk en -onvriendelijk... Wij hebben er (nog) geen. We hebben deze beestjes nog nooit in ons tuintje gezien... en hopen ook dat ze er wegblijven! We hebben immers heel wat planten en bloemetjes om net bijen aan te trekken en deze soort vooruit te helpen. Een aangezien die hoornaars bijen op hun menu hebben, zijn ze dus niet welkom in ons tuintje!

Het advies van onze gemeente om al eens regelmatig rond te kijken in de struiken, onder het afdak, in het tuinhuis, vogelvoederkastjes, houtstapels enz. gaan we dus zeker opvolgen!
 
Als je een Aziatische hoornaarsnest (vergelijking in soorten en grootte) ziet, kan je via de website van je gemeente te weten komen wat je moet doen.