29 maart 2026

(TV)Limburgs mooiste (2)

Zoals beloofd in het bericht van gisteren, komen we terug op... gisteren. Gisteren wandelde Johan "de 60 km" van de "Limburgs Mooiste"... op een bepaald moment werd de tocht ineens omgedoopt tot "TVLimburgs Mooiste", genoemd naar sponsor TV Limburg, en tot "62 km"... De hele route ging doorheen het Nationaal Park Hoge Kempen... en letterlijk naar en over verschillende hoogtepunten ervan... in onze 'buurt' dus... en inderdaad een héél mooi stukje Limburg... en een goede voorbereiding op de 100 km, met veel hoogtemeters, van de Jurassic Coast Challenge.

De start van de langste afstand van dit evenement, 62 km, was gisterochtend om 6u, zowel voor de lopers, wandelaars als voor degenen die beide afwisselen. Starten, deden ze bij De Drieschaar in As, waarna ze meteen richting Terhills in Eisden wandelen. Daar wandelden ze over de Lange Terril én de Tweelingterril, pittige mijnterrils en dat in de regen en met veel modder.

Vlak voordat Johan bij het tweede rustpost, bij Dilserbos (Dilsen-Stokkem) op 18 km en na drie uur, was, stopte het gelukkig met regenen... maar toen was iedereen al helemaal nat. Het warme soepje dat Johan toen dronk, deed 'm goed. Het verdere verloop van de route door het Dilserbos is erg heuvelachtig omdat het bos op een oude zandduin ligt. 

Vanaf dan vielen er nog wat korte buitjes, wat niet zo deprimerend is dan regen. Op 23,7 km lag de derde rustpost. Hier ging Johan een eerste keer, kort, zitten terwijl hij wat at. Na die derde post ging de tocht verder richting het Bergerven en Solterheide. Deze mooie gebieden in Rotem en Opoeteren zijn vrij vlak, maar er lag erg veel modder... wat wandelen zwaar maakte... het is dan ook vennengebied.

Daarna was het de beurt aan de Oudsberg en andere minder hoge landduinen van de mooie Duinengordel (voorbij rustpost n° 4 op 31 km), waar de route over liep... Hierna liep de route doorheen bossen in Oudsbergen en As. De paden waren wat breder dan eerder en de boswegen vrij vlak. Maar hetgeen Johan vooral waardeerde op dat moment was dat er niet te veel modder was. Bij de 5e rustpost op 38,4 km kreeg iedereen warme pasta en bleef Johan eens wat langer (geen kwartier, hoor) zitten. Ine was blij te horen dat de hagelbui, die bij deze rustpost viel terwijl ze er wachtte op Johan, héél plaatselijk was geweest en dat Johan die niet over zich gekregen had!

Na de middagpauze wandelde Johan nog wat verder doorheen een vrij vlak, relatief 'droog' bos naar een rustpost bij het voetbalveld van F.C. Boskop (rustpost n° 6 op 47,7 km), nog steeds in Opglabbeek, maar in de buurt van het Genkse Waterschei.

Na zo'n 50 km stappen, was het dan tijd voor weer wat serieus klimwerk. De zon was er ondertussen helemaal doorgekomen, maar warm werd het niet. Het bleef nog steeds fris en onder 10°C. In Thorpark, de site van de voormalige steenkoolmijn van Waterschei, ging het parcours eerst over de steilste en dan over de andere mijnterril. Gelukkig hoefden de deelnemers daar niet volledig overheen en konden ze eerder dan de top de zandbergen afdalen. Bij die laatste terril waren ze ook weer terug op As' grondgebied.

Al snel na de terrils kwam de zevende en laatste rustpost. Hier hadden de deelnemers al 56,7 km afgelegd en moesten ze nog 5,5 km tot aan de finish. Johan dronk nog een paar glazen fanta en at nog wat sinaasappel om nog wat laatste energie op te doen om naar de finish, terug richting het startpunt, te gaan.

Deze finish / aankomstplaats was eigenlijk nog een beproeving. De laatste tientallen meters moesten ze immers de vele, steile, ijzeren trappen tegen de geologische wand van As afdalen... pijnlijk... om dan over de finishlijn te stappen. Johan deed dit om iets over half 6; 11,5 uur na het vertrek van de zware tocht, dus!

De DJ aan de aankomst, die iedereen persoonlijk begroette, noemde deze eerste 'Limburg Mooiste' ook de zwaarste van de afgelopen evenementen van Vandersanden Limburg Runs... Johan beaamt in ieder geval dat het erg zwaar was, maar ook heel erg mooi. 

De tijdsregistratie, die aan Johan zijn startnummer hing, gaf aan dat hij 11:28:59 uur onderweg is geweest. Onderweg heeft Johan nog geen half uur gerust, wat maakt dat hij effectief zo'n 11 uur gestapt heeft over de tocht. De organisatie gaf aan dat het parcours 62,21 km lang was. Johan zijn sporthorloge legde 61,67 km vast.

De evenementen van Vandensanden Limburg Runs en Go Dare zijn erg gericht op winnen. Johan is hier helemaal niet mee bezig... Zijn zogenaamde 76e plaats, die hij volgens Go Dare gehaald heeft, klopt ook helemaaal niet omdat er er veel deelnemers zijn die zich opgeven als wandelaar, maar ook deels lopen of joggen. Johan wandelt enkel en voor hem zijn deze langeafstandswandelingen vooral een persoonlijke uitdaging en zeker niet om de snelste te zijn.

Wat Johan na deze tocht wel besloten heeft, is dat hij zijn wandelschoenen van Hanwag niet zal dragen om in september de Kilimanjaro te beklimmen. Hij had namelijk een schuurplek op zijn enkel door de, ook zware en stijve, schoenen. Johan had ook een paar ferme blaren... maar of die blaren door de schoenen komt of aan de steunzolen van Runners Lab ligt, gaat hij de komende tochten nog 'onderzoeken'... Het blijft een zoektocht...
Zo, op naar de volgende wandeling!

ineens van 2 naar 3

28 maart 2026

(TV)Limburgs mooiste



Johan wandelt vandaag de 60 km (62,21 exact) van de Limburgs mooiste ultrawalk... als voorbereiding op de 100 km van de Jurassic Coast Ultra Challenge over zeven weken...

Hij start om 6 uur in As en zal daar in de late namiddag, na een heel parcours doorheen het nationaal park Hoge Kempen, weer aankomen. Ine volgt hem weer op aan de rustposten... 

morgen meer!

27 maart 2026

Stop de dure brandstofprijzen, stop de oorlog: teken de petitie


PVDA zegt, "...De brandstofprijzen exploderen en de regering doet er niets aan. Zij zeggen dat ze de prijzen “monitoren". Dat is natuurlijk makkelijk gezegd voor ministers die € 13.000/maand verdienen...
Wij weigeren de rekening te betalen voor het oorlogzuchtige beleid van Trump, Francken, Bouchez en co.
De regering kán ingrijpen. In plaats van de accijnzen te verhogen, moet ze die taksen verlagen. In plaats van de oorlog te rechtvaardigen, moet ze zich daar actief tegen verzetten.
Onze eis is duidelijk: blokkeer de brandstofprijs op maximum 1,6 euro per liter.

Stop de dure brandstofprijzen, stop de oorlog: 
teken de petitie op www.pvda.be/brandstof."

25 maart 2026

24 maart 2026

Beetje meer Tunesië...


Vanuit 'onze' jeep maakte Ine verschillende korte videootjes over het stilgevallen leven in de Tunesische straten tijdens ramadan... maar eigenlijk waren die niet interessant... Volgende twee korte filmpjes vond ze wel nog leuk genoeg om op onze YouTube-pagina te zetten en met jullie te delen. Beide filmpjes zijn tijdens onze tijd in de Tunesische Sahara genomen... mooie herinneringen!

Filmpje "wandeling Sahara", over het bijzondere stappen van de dromedarissen & Filmpje "Pain de sable" 

23 maart 2026

Dag 8/8 : Houmt Souk - Thuis

Op zaterdag 14 maart '26 waren we 's nachts nog wakker geworden door een onweer en een tierende nachtwaker... of er iets ging vliegen, iets onder water liep of ... geen idee, maar we hoorden het donderen, fel regenen en het heen en weer rennen van mensen in het hotel... 

Onze wekker stond om 6:15 uur : om 7u stond ons ontbijt klaar en om half 8 werden we opgehaald door een taxichauffeur om naar de luchthaven van Djerba te rijden. 

Onderweg naar de luchthaven stonden verschillende gedeeltes van de weg onder water... er zal dan ook geen rekening gehouden zijn bij de wegenaanleg met afwatering of dergelijke. Het was wel druk onderweg: op deze zaterdagochtend gingen mensen naar hun werk, boodschappen doen en de kinderen een halve dag naar school... te voet, met de scooter, brommer of auto...

De week voordien, op zaterdag 7 maart, waren we op Djerba aangekomen. Die dag hadden we de hoofdstad van het eiland, Houmt Souk, verkend. In de zes dagen nadien hadden we tijdens wandelingen zo'n 70,5 km gewandeld... en daarnaast nog rondgeslenterd in de bezochte dorpjes... We kijken héél erg tevreden terug op onze afgelopen reis. Het was mooi, bijzonder en weer eens helemaal iets anders dan anders!

... en over tien dagen treinen we weer naar Londen!

22 maart 2026

Sahara - Douz - Houmt Souk (dag 7)

De nacht van 12 op 13 maart was het ietsje frisser geweest in de Sahara dan de nacht voordien, maar we hadden opnieuw goed geslapen. Toen we opstonden was geen wind en het zand was veel vochtiger. Overal rond ons tentje en in ons kamp waren in het vochtige, plakkerige zand sporen van diertjes te zien: de woestijnspringmuis had overal rondgesprongen, allerlei kevers en insecten hadden hun sporen na gelaten en de leeuwerikjes hadden duidelijk hun territorium in onze buurt, zo te zien aan waar ze allemaal rondgetrippeld hadden.

Na het eten werd alles weer opgeruimd. We braken onze tent voor de tweede, maar laatste keer af... en toen zag Ine, van onder het grondzeil van de tent, weer een groenig schorpioentje. Ditmaal zag Johan het ook... en onze kok prikte het beestje meteen met een stokje doormidden... Het ging allemaal zo snel dat we geen foto hebben van dit exemplaar... In onze tent hadden we geen gevaar voor het beestje: het beestje kon niet door het grondzeil en we sliepen op dikke matjes... we hadden er natuurlijk wel 's nachts, met enkel onze hoofdlamp op, mogelijk mee in aanraking kunnen komen... en de steken van deze rakkers zijn, zonder meteen een antigif, dodelijk... maar dat gebeurde niet... en die slang tegenkomen waar Ine op voorhand zo bang voor was, heeft haar ook niet gedood... we hebben er zelfs geen enkele gezien tijdens onze reis... waarschijnlijk was het daar ook net iets te fris voor, al zei de kok dat hij er ééntje gezien had.

Rond 8:45 uur waren we, voor de laatste keer, weer onderweg met 'onze' dromedarissen en begeleiders. Doordat er, anders dan de twee dagen voordien, geen wind was, was het al snel erg warm! en dan zal het waarschijnljk niet eens veel boven 20° geweest zijn... onze begeleiders, die niet zoals ons konden drinken vanwege ramadan, moeten afgezien hebben... al zullen zij het niet bepaald warm gevonden hebben...

Ditmaal zagen we onderweg meer dan zand, woestijnroos, plantjes ed. We zagen, op een honderdtal meters, enkele (plastieken) "tentenkampen" en kuddes van herders die enkele maanden in de woestijn wonen en dan weer een tijdje terug naar vrouw en kinderen gaan in een oase als bv. de stad Douz, kregen we te horen. We kwamen ook één van hen tegen die, zo vermoeden we, aan zijn tas te zien, ging controleren wat er in de gelegde strikken terecht was gekomen... we zagen eerder al zulke strikken ook op verschillende plaatsen, achteloos, liggen... net als lege, uitgebrande, blikken. Etensresten worden voor de dieren achtergelaten en afval wordt opgebrand, maar blik laten ze liggen... terwijl dat helemaal niet vergaat... :-(

We kwamen ook enkele "vrije" dromedarissen tegen. In het Saharamuseum hadden we, twee dagen voordien, gehoord dat dromedarissen niet steeds 'thuis' gehouden werden, maar in de woestijn 'los' worden gelaten. Doordat de dieren gebrandmerkt worden op hun achterbeen, weet men wie de eigenaar is en doordat de dieren na enkele dagen sowieso naar een waterpunt gaan, weet men ook waar ze rondhangen en wat hun gezondheidstoestand is... Rijken hebben meer dan een 500-tal dromedarissen, zei men ons in het museum... 's middags, onderweg terug naar Djerba, kwamen we ook verschillende groepjes en groepen "vrije" dromedarissen tegen langs en op de weg.

Na zo'n 6,5 km wandelen op iets minder dan twee uur tijd zagen we een echte bedoeïenentent liggen. Dit bleek de eindbestemming van onze wandeltocht te zijn. Er werd verteld dat de tent eigendom was van de familie van onze dromedarisdrijver, net als iedereen die in die omgeving woont (van afkomst) Bedoeïene. De tent werd nog door de familie gebruikt voor uitjes en weekendjes-weg. We namen er plaats in, op een kussen op de grond.Het tentzeil was oud en versleten en was op verschillende plaatsen hersteld. Ook van in het Saharamuseum wisten we dat dit tentzeil van banden geweven geitenhaar gemaakt is. Het aantal banden dat een tent groot is, was in het verleden hetzelfde aantal als het aantal gezinsleden. De tenten werden dus groter als het gezin groter werd. Dit soort tentzeilen maken, was specialisten werd en nam veel tijd in beslag. Het feit dat gesponnen geitenhaar gebruikt werd, maakte het waterdicht. Iedere band wordt, met een dikke horizontale tak, strak getrokken en met (nu metalen, vroeger houten) stokken in de woestijngrond vastgezet. Zo'n bedoeïenentent staat dus zeker stevig. Ze werd ook voor enkele maanden / weken opgezet en pas daarna weer afgebroken, om vervolgens weer elders opgezet te worden.

Terwijl onze dromedarisdrijver één van de dromedarissen naar zijn kudde bracht, maakte onze kok ons een laatste lunch. De overgebleven dromedarissen, degene die sowieso een muilkorf tijdens het wandelen droeg, was hoorbaar boos. Hij gromde bijna constant keelgeluiden. Dromedarissen zijn kuddedieren en zijn dus niet graag alleen, maar dit dier wist, doordat de andere weggebracht werd naar de kudde, dat hij nog moest werken... Hij moest wel niet zo veel meer dragen als 's ochtends. Onze chauffeur werd ondertussen gebeld en toen hij er was met zijn jeep, werd deze ingeladen met onze spullen en allerlei spullen die de dromedarissen de dagen voordien steeds gedragen hadden. We namen afscheid van onze dromedarisdrijver en van de Sahara en reden, samen met onze kok (de broer van onze chauffeur) naar het depot van 'Agence Alyssa' waarmee we in Tunesië de hele reis ondernamen... en wat waren we blij dat we, na onze tijd in de woestijn, op de achterbank van de jeep konden zitten... terug zitten met een rugleuning en met onze voeten lager dan de rest van ons lijf... :-D

Alvorens Douz te verlaten ging Ine nog (véél) Tunesisch zoets inslaan... zalabiya's, qarn al-ghazalsmakroudhs en nog iets. Ine had zo veel gekocht dat ze twee bambalouni's gratis kreeg...

Het zou vier uur duren vooraleer we van Douz naar ons hotel in Houmt Souk, op Djerba, gereden waren. Het was een dikke 200 km rijden en we moesten de overzetboot naar het eiland Djerba nemen.

Het eerste dat we deden toen we terug in ons hotel in Houmt Souk, Marhala hotel Djerba, kwamen was al dat zand van ons afdouchen en onze plakkerige haren wassen! Ine ging ook aan de slag met het herorganiseren van onze rugzakken, het enigszins zandvrij maken van schoenen, kleren, beschermdhoezen van onze rugzakken ed. We bleven verder in ons hotel, op de binnenplaats. Houmt Souk hadden we de zaterdag voordien verkend en we hadden geen zin om nog veel te doen... behalve op tijd te gaan slapen...

21 maart 2026

Rondwandeling in de Sahara (6/8)

Op Johan zijn 53e verjaardag, 12 maart '26, werden we wakker in de woestijn in de buurt van Douz in Tunesië. We hadden goed geslapen in ons tentje. Het was eerder warm dan koud geweest, vonden we. De wind was iets gaan liggen, maar was wel nog continu aanwezig die dag.

Nadat we ons opgefrist hadden en ontbeten hadden met vers 'pain de sable' en een omelet was het tijd om heel ons 'kamp' op te breken... en weer alles op de twee dromedarissen te leggen en hangen. Die hadden alweer heel de ochtend staan grazen, dus die waren goed volgegeten... 

Zo'n dromedaris voedt zich met gras en andere planten, ook de taaie, doornige, zoute en uitgedroogde planten die de meeste andere dieren laten staan. Door de gespleten bovenlip is hij in staat doorntakken te eten. Bij een hoge voedselvoorraad eet hij twee tot drie kilogram voedsel per uur. De dromedaris eet slechts een geringe hoeveelheid van dezelfde plant. Ze eten geen struik kaal. De tanden van een dromedaris groeien hun hele leven door. Om ze af te slijten knabbelt hij aan hard materiaal als botten en stukken hout. De dromedaris kan voor langere tijd zonder water. Als hij kan drinken, drinkt hij grote hoeveelheden. Net als bij de kameel maakt de dromedaris gebruik van zijn bult voor de opslag van vet, zodat het dier enige dagen zonder water en voedsel kan overleven, zelfs in de hete woestijn. Het vet in de bult wordt gebruikt voor de productie van energie en vocht. Water wordt niet in de bult opgeslagen, maar wel in de maag. Een goed doorvoede dromedaris heeft een volle, rechtopstaande bult. De bult wordt slapper naarmate de dromedaris gedurende een langere periode zich niet voedt.

Een dromedaris heeft aan iedere voet twee tenen en nagels. De eeltkussens onder de voeten beschermen hem tegen het warme zand. Het dier heeft ook eeltkussens op de knieën, ellebogen en borst omwille van die reden. De neusgaten en oren zijn bedekt met lange haren, die het zand tegenhouden. Om diezelfde reden heeft het dier lange wimpers. Ook kan het dier zijn neusgaten sluiten.

Rond 9u vertrokken we dan op onze dagtocht door de woestijn Sahara. Het woestijnzand vormde niet overal duinen van losse zand. Gelukkig, omdat zo'n duinen moeilijk wandelen omdat je er tot aan je knieën in kan zakken, waren er ook veel 'hardere', vlakke stukken, die begroeid waren met allerlei kleine struikjes, plantjes en bloemetjes... en ook gedeeltes met massa's woestijnrozen in wording door zand, vocht, wind, de mineralen gips en/of bariet in het aanwezige grondwater en verdamping. Al zijn die bijzondere woestijnrozen geen zuiver mineraal, maar in strikte zin ook geen gesteente... en natuurlijk hebben we er wat meegenomen als souvenir... en ja, we hebben eerst opgezocht of dit wel mocht.

We maken tijdens onze reizen dagelijks minstens één selfie. Als we alleen zijn maken we er ook waarop we helemaal, in plaats van enkel ons hoofd, opstaan... die zijn mooier. Tijdens onze reis hadden we er zo nog maar één gemaakt, namelijk tijdens de wandeling die we onder ons tweetjes deden. Ine was dan ook erg blij dat onze kok blijkbaar graag foto's van zijn gasten maakte... en we zo (erg veel) "selfies-met-de-benen", zoals we ze noemen, hebben van de dagen in de woestijn.

Onderweg, zonder echte bestemming, rustten we enkele keren, maar iets voor twaalf uur stopten we langere tijd, voor een middagrustpauze. De dromedarissen werden weer afgeladen en konden weer gaan grazen. We kregen onze slaapmatten om op te rusten en de kok ging aan de slag met onze lunch... weer veel te veel...
Ine houdt van middagdutjes, zeker na wandelingen, maar blijkbaar lukt haar dit enkel als ze hier zelf toe het initiatief neemt. We rustten wel, maar slapen deden we niet. Onze begeleiders deden dit wel.

Wij keken wat rond van op onze matjes, gelukkig enigszins uit de wind... al bleef er veel zand op ons 'liggen'... en wij dat maar wegvegen... een hopeloze missie... Het zand dat op onze gezichten plakte, mede doordat we ons met zonnecrème ingesmeerd hadden, was er zelfs niet af te vegen...


We zagen allerlei vogels vliegen en aan de planten komen pikken en verschillende zandkleurige hagedissen kwamen ineens te voorschijn in onze buurt nadat we daar rustig zaten rond te kijken. Die hagedissen werden gefotografeerd natuurlijk en Johan maakte ook foto's van ofwel de Thekla's leeuwerik of de kuifleeuwerik, dat weten we niet precies.

Iets voor 15u werden de dromedarissen weer opgehaald, volgeladen en gingen we weer op pad. In het dikke uur dat we dan nog wandelden, raakte Ine wat achterop omdat ze vanalles aan het fotograferen was. De drie heren zagen zo de schorpioen die zich, al ronddraaiend, onder het zand aan het ingraven was niet... Ine moest deze natuurlijk óók fotograferen... bijzonder... Om de een of andere reden had Ine verwacht dat de schorpioenen zwart zouden zijn, maar ze waren lichtgroenig

Terwijl Ine bij die schorpioen stond, waren de heren bij één van de verschillende waterputten gestopt. Deze bleek leeg. Onze dromedarissen kregen dus geen water... maar hadden dat ook nog niet nodig.

Na een mooie dagtocht van 14,5 km, waar we effectief vier uur over gewandeld hadden, werd een goede kampplaats gevonden. Er lag zelfs nog hout van een voorganger. Johan hielp onze begeleiders met alle bagage van de dromedarissen af te halen en vervolgens konden zij weer gaan grazen. Wij werden naar de naburige zandduinen 'gestuurd'. Onze begeleiders wilden blijkbaar nog wat rusten alvorens het kamp weer op te zetten.
Door de aanwezige wind waren die duinen erg mooi en bijzonder om te observeren en fotograferen: mooi hoe die wind het zand wegblaast en allerlei bochtjes in het zand maakt. In Namibië (2013) konden we hier ook gefascineerd naar kijken...

Toen we weer in het kamp waren, werd een goede plek, uit de wind, gevonden om ons tentje op te zetten. Terwijl onze begeleiders met de voorbereiding van het avondeten startten, zetten wij onze tent op en werd deze weer 'ingericht' door Ine.
Die avond stond couscous met groenten en kameel, maar ook weer veel meer, op het menu. Er werd ook opnieuw brik en zandbrood gemaakt.


Tijdens het koken, zagen we een woestijnspringmuis die wel veel en terugkerende interesse in onze kampplaats (en het eten) had. Wat een bijzonder en gek diertje! Spijtig dat we er geen foto van hebben kunnen maken. Over foto's maken, gesproken... Ine haar cameraatje, dat al een dag steeds langzamer opende en sloot door het woestijnzand, gaf er die avond definitief de brui aan... Ine was sowieso van plan geweest om, na deze reis, een nieuw cameraatje te kopen, met meer inzoommogelijkheden, voor in Tanzania Het plan was dan dat Johan Ine haar cameraatje mee de Kilimanjaro op zou nemen in plaats van zijn grote camera... tja...

19 maart 2026

Dag 5 : Matmata - te voet van Tamezret naar Zeraoua - Douz - woestijn

Het was nog steeds wat buierig toen we Matmata de ochtend van 11 maart '26 verlieten. We stopten al na tien kilometer, vlak buiten het berberdorp Tamezret. Volgens onze routebeschrijving zouden we in dit dorpje een heemkundigmuseum bezoeken en dan doorrijden naar Douz. Dit deden we echter niet, maar we gingen wandelen naar het volgende dorp Zeraoua / Zraoua. We vonden dit een veel beter plan: we waren immers op wandelreis en waarschijnlijk zouden we in het museum niet heel veel meer leren dan dat we ondertussen al op verschillende plaatsen gezien hebben.

Onze chauffeur stopte, gaf ons onze tussendoortjes (die we steevast bij de fooi van de kamermeisjes achterlieten vanwege véél te veel eten op een dag) en reed verder. We hadden deze wandeling geen begeleider bij ons, maar we moesten gewoon de (slechte) weg door de heuvels volgen tot het volgende dorp. We deden onze regenjasjes nog aan, maar kregen geen regen meer. Maar met de frisse windvlagen was dit ineens ook een 'warme' oplossing.

De weg die we wandelden, kronkelde zich door de heuvels van het Dahargebergte. Dit maakte het nog interessant en mooi. Achter iedere heuveltop dook steeds weer een nieuw panorama op aan volgende heuvels en dalen. De begroeiing bleef identiek als dat we de dagen voordien al zagen.

Op een gegeven moment zagen we de jeep warin we reisden staan op een van de verdere heuvels... maar die reed dan weer verder. En hetzelfde gebeurde toen we het dorp in zicht kregen... we werden dus toch nog in het oog gehouden ;-)

We kregen eerst maar een gedeelte van Zeraoua in zicht. Een bocht verder verbaasden we ons over hoe groot het dorp was! En ook verbaasden we er opnieuw over hoe goed het dorp gecamofleerd lag tegen de berg. Qua bouwstijl was het berberdorp weer anders dan de andere dorpen, eerder dan Toujiane waar we de dag voordien doorreden. De woningen waren groter en léken niet zo zeer in de berg gebouwd te zijn.

Na 7 km en z'n twee uur na vertrek kwamen we bij onze jeep aan, die ondertussen weer wat verder het dorp ingereden was. We stapten nog niet in want de chauffeur zou ons op het einde van het dorp treffen, zei hij. Pas nadat hij verteld had dat er nog maar één familie met hun kudde schapen en geiten in het vervallen dorp woonde, reed hij verder. We zagen in de vervallen huizen ook verschillende geiten, zo van die grote met lange oren en lange haren, staan en in andere huizen, waar wel nog een dak op zat, zagen we de hooivoorraad liggen. Ook zagen we in een ander deel van het grote dorp een herder met een kudde geiten en schapen aan de waterput.

We kwamen al snel weer de jeep tegen. De chauffeur was stenen van de weg aan het gooien en aan het verleggen... Er was een woning ingestort en die was op de weg door het dorp terecht gekomen. Johan ging helpen. Na een tijdje vroeg Johan of een andere weg nemen geen mogelijkheid was. De chauffeur legde uit dat dit kon, maar dat over die wegen rijden veel langer zou duren omdat die slecht waren. Als hij over het ingestorte huis geraakte, zouden we een veel betere en snellere route naar Douz hebben... wat nog, via die route nog 100 km rijden was...

Met het 'herleggen' van de keien en de instructies van Johan slaagde chauffeur er in om over het ingestorte huis te rijden... Dit was al de tweede vakantie op rij dat Johan zulke wegenwerken en hulp moest bieden: In Zuid-Cyprus had hij dit ook voor Ine moeten doen toen we een kerk in de middle of nowhere gingen bezoeken (blogbericht).

Enfin, we verkenden Zeraoua verder. Het was echt een groot dorp! Spijtig dat iedereen er weggetrokken is... maar begrijpelijk ook natuurlijk... maar zo verdwijnt, net als in al de andere dorpen in het Dahargebergte, toch ook veel van de cultuur van de Berbers.

Nadat we terug plaatsnamen in de auto, die enkel een klein deukje opgelopen had volgens de chauffeur, verlieten we stilletjesaan de bergen en lieten we de Berbers achter ons. In eerste instantie reden we nog over een barslechte, kronkelige weg, maar nadien kwamen we op een grote, geasfalteerde weg terecht. De chauffeur reed er goed op door en trok zich niks aan van de verkeersborden met 70 op...

We reden de meest zuidelijke provincie van Tunesië uit en reden naar het noordwesten. Gaandeweg veranderde het landschap : het werd steeds vlakker en zanderiger... en zo kwamen we aan in Douz. Deze stad in een grote oase wordt "de toegangspoort tot de Sahara" genoemd... en in feite is dat ook echt zo want in de wijde omgeving zijn er geen grote steden meer tot aan de grens met Libië en Algerije.

We reden volledig door het centrum van Douz. Net als in alle plaatsen waar we doorreden, lag het er een beetje troosteloos bij aangezien alle horeca-zaken gesloten zijn vanwege Ramadan. We stopten, vlka buiten het centrum, aan het Sahara Museum. In het museum werden we rondgeleid door een gids. Hij gaf ons uitleg over de cultuur van de Tunesische Bedoeïenen en het leven in de Tunesische woestijn. We kregen uitleg over de verschillende Bedoeïenenstammen, de dromedarissen, geneeskrachtige kruiden uit de woestijn, traditionele klederdracht, de bedeïenetenten enz. Interessant!

Om half 12 had de chauffeur ons al gevraagd of we honger hadden, maar toen hadden we gezegd van niet. Na het museumbezoek hadden we eigenlijk ook geen honger, maar we moesten nog eten, vond de chauffeur. Dat deden we op het vertrekpunt van onze tocht naar de woestijn. Onderweg er heen waren we onze kok en dromedarisdrijver met twee dromedarissen al tegengekomen. Zij waren ook al onderweg naar de vertrekplaats. De kok bleek de broer van onze chauffeur te zijn...

Tegen dat we opnieuw overvol eten zaten, kwamen onze wandelgidsen van de komende drie dagen en twee nachten er ook aan. De drommedarissen hadden allebei al veel op hun rug geladen. Onze rugzakken gingen er nog bij op. We namen afscheid van onze chauffeur, die nu anderhalve dag vrijaf had, en gingen op pad in onze mini-karavaan steeds verder de woestijn in.

Het was een flink tempo dat onze dromedarissen en begeleiders aanhielden! We konden maar net volgen in de soms 'diepe' zandduinen. Bij een eerste rustpauze, Ine zal een rood hoofd gehad hebben, vroegen de begeleiders of ze geen sjaal had. En ja, die had Ine, voor het geval ze moskeeën binnen zou gaan. Omdat Ine totaal niet wist hoe ze de sjaal over haar hoofd en mond moest doen, kreeg ze hulp. De sjaal was veel te kort, maar de heren slaagden er toch in om een Bedoeïene van Ine te maken. Dat was best warm, maar de zand werd zo wel minder in haar mond geblazen... en uit beleefdheid hield Ine de doek nog op haar hoofd. Drinken deden we steeds stiekem zodat onze begeleiders het niet zouden zien... zij mochten immers niet drinken... en met die waaiende zand en het knarsentanden daardoor moet dat heel vervelend geweest zijn!

Bij een tweede rustpauze bleek dat de heren onder de indruk van ons tempo waren! We hadden dus beter een beetje minder ons best gedaan om te volgen! Hahahaha... Ze gaven aan dat ze, na deze stop, nog maar een klein beetje zouden wandelen en dan op zoek zouden gaan naar een slaapplek.

Na in totaal twee uur en 8 km wandelen in de winderige woestijn was er een plek gevonden voor de nacht. De dromedarissen werden bevrijd van hun balast. De dromedaris die als tweede gelopen had, werd bevrijd van zijn muilkorf. Er werd uitgelegd dat deze nog vrij jong was en de andere zou bijten als hij de muilkorf niet droeg. Op zich leek hij er geen last van te hebben. Hij kon natuurlijk onderweg, zoals de eerste wel steeds deed, niet grazen. Vooraleer de dromedarissen losgelaten werden, kregen ze een touw rond hun twee voorste poten gebonden. Op deze manier konden ze nog wel langzaam rondstappen, maar konden ze niet weglopen. Tot vlak voor het avondeten konden de dieren zo grazen en hun eigen plan trekken, dan werden ze gehaald en gingen ze rusten.

Ondertussen zetten we ons iglotentje op en terwijl de heren aan de voorbereidingen van het avondeten startten, eerst door droge takken te gaan sprokkelen, richtte Ine de tent in. We hadden ieders een dikke mat gekregen en vier dikke, zware dekens. Die hadden ook op de dromedarissen gelegen en zaten dus onder het zand doordat het zo waaide... meteen lag er dus overal zand. Zelf hadden we, gelukkig, dunne thermische slaapzakjes bij. Dat maakte dat we toch niet rechtstreeks tussen die dekens met zand lagen.

Toen Ine zich bij de anderen voegde, stond al een soepje te pruttelen op een vuurtje en gingen de groenten en het lamsvlees er in een stoompot bovenop. Terwijl Johan gevraagd werd het vuur gaande te houden, werd nog meer hout gesprokkeld en werden de dromedarissen teruggehaald. De touw rond hun voorpoten werd strakker aangespannen, ze gingen zitten en bleven zitten... na eventjes ;-)

Om 18:31 uur was de zon onder en was het iftar. Onze begeleiders waren zo gelukkig als kleine kinderen dat ze konden eten! Ze startten met (een oneven aantal) dadels en karnemelk met water. Ook wij deden mee. Daarna gingen ze verder met koken, wat vanwege de primitieve omstandigheden en het slechts éne vuurtje in episodes ging... alhoewel... terwijl de kok bezig was met het verder bereiden van het hoofdgerecht en nadien het voorgerecht, maakte de dromedarisbegeleider / kokhulpje het deeg voor het brood klaar. We hadden tijdens onze reis al gehoord over het "pain de sable", het zandbrood, maar zagen het nu echt: het deeg werd op een handdoek over een hoopje zand gelegd om het rond van vorm te maken maar door er ook een bolle/holle kant aan te maken. Er werden houtskooltjes van onder het kookvuur plat verspreid over het zand en daar werd het deeg opgelegd. Het deeg werd vervolgens ook bedekt met deze houtskooltjes. De warmte van het zand en de kooltjes maakte vervolgens dat het brood bakte. Door op het brood te tikken, hoorden ze of het al goed genoeg gebakken was om het brood om te draaien. Ook na het draaien gingen er weer warme houtskooltjes op het brood. Toen het brood overal "goed klonk" als er op getikt werd, werden de kooltjes en het zand er afgeklopt en was het brood klaar!


Ondertussen was de kok bezig geweest met de voorbereidingen voor het maken van ieders een "brik". Hiervoor had hij olie in een koekenpan gedaan en op het vuur gezet en een papje gemaakt van eieren, peterselie, een blikje tonijn, harissa en een gekookte aardappel. Een blad filodeeg plooide hij half en vervolgens in drie om middenin het 'papje' te doen. Dit legde hij in de hete olie en hij duwde de kantjes van het pakketje in de pan aan... heel eenvoudig en héél lekker... maar veel werk!
Nadat we onze brik en brood ophadden, was het tijd voor de soep en de hoofdmaaltijd, de gestoomde groenten, aardappelen en het lams... bwôôhhh, lekker maar veel!

Al snel na het eten, gingen we in onze tent lezen en slapen... wat een dag!

18 maart 2026

Afgelopen 10 maart

Op onze vierde vakantiedag in het zuiden van Tunesië werden we wakker in het berberdorp Ksar Hallouf. Sinds de avond voordien waren er veel felle buien gevallen. Het druppelde nog steeds terwijl we ontbeten. De mensen van het hotel hadden dat, vanwege Ramadan, al vóór dageraad (of voor de allereerste straaltjes zon) al gedaan... dat was al voor 5u. Zonsopgang was rond 6:15 uur.

We spraken af dat we om half 8 klaar zouden staan om op onze dagelijkse wandeling te vertrekken. Een medewerker van het hotel zou ons meenemen doorheen de bergen rondom Ksar Hallouf. 
Om half 8 was het net weer gaan regenen... onze wandelgids wilde weten of we wel zouden gaan wandelen, gezien de regen? Natuurlijk!, zeiden wij... duidelijk niet met de zin van de wandelgids... hahahaha...

Vanaf het hotel stapten we zo de oase, die het huidige dorp is, in. De gids legde uit dat het een geheim ramadan-gebruik was dat tijdens de vastenmaand sap uit de palmbomen afgetapt werd. Nu de vastenmaand in maart viel en het nog niet warm was, was het palmsap lekker zoet. Als de vastenmaand in een warme of hete periode valt, wordt het sap alcohol, vertelde hij verder met glinsterende oogjes... ineens werd duidelijk waarom hij het een geheim gebruik noemde: in feite drinken de Tunesische moslims geen alcohol ;-) Hij wees aan op de stammen van de palmbomen dat goed te zien was, door plaatselijk stukken dunnere stam waar er 'afgetapt' werd. Hoe het proces precies ging, werd ons toen niet duidelijk. Het leek alsof de palmboom bijna volledig ontdaan werd van zijn kroon, maar hoe het sap opgevangen werd, zagen we niet. We lazen ondertussen dat men in de boom klimt en bovenop de siroop die door de 'wonde' van het weghalen van de boomtop ontstaat, dagelijks afgeschraapt wordt. Als de siroop fermenteert, wordt het "palmwijn" genoemd.

Vanuit de oase stapten we de bergen in. Hier vertelde de gids dat de dorpsnaam 'Hallouf' varken betekende. Dat die beesten er zitten, zagen we aan verschillende pootafdrukken onderweg. Er zitten ook stekelvarkens in de Daharbergen. De dag voordien en ook tijdens deze wandeling vonden we verschillende afgevallen stekels van deze dieren. De diertjes zelf kregen we niet te zien.

De bergen/heuvels van dit gedeelte van het Dahargebergte waren wat steiler dan die van de dagen voordien... en deze wandelgids stapte ook beter door dan de eerdere. Bovenop de eerste top was niet veel te zien van de omgeving door de mist / lage wolken die er hingen. Het ging er ook ineens hard waaien en hagelen, dus we daalden al snel af naar één van de vele dalen. In deze dalen lagen ook van die zelf aangelegde 'tuintjes' door het water slim af te leiden met muurtjes. Door de vele regen die op korte tijd gevallen was, stonden er nu verschillende onder water. De gids vertelde dat de regen in deze periode niet normaal was. Hij vulde aan dat zijn ouders (zestigers?) wel steeds zegden dat het 'in hun tijd' veel natter was in deze periode. De gids was niet blij met de regen, maar de vegetatie en de grondwaterreserves zeker wel. 

Doordat we steeds heuvelpop, heuvelaf wandelden en draaiden en keerden, wisten we al snel niet meer waar we waren. Doordat er geen oriëntatiepunten leken te zijn, was het voor ons moeilijk om ons te oriënteren... en alles leek op elkaar. Ine dacht op een gegeven moment zelfs dat ze bepaalde plaatsen herkende van eerder op de tocht, wat niet zo was natuurlijk... Die gids leek gelukkig wel te weten waar naar toe... 

We wandelden langs een grot in de heuvelwand. Ze grot was maar klein en had maar één kamer. De gids legde uit dat er niemand in woonde, maar dat ze gebruikt werd als overnachting- of schuilplek. Er lagen nog houtskool in een hoekje van de grot, dus waarschijnlijk had er nog niet lang geleden iemand gekookt en waarschijnlijk overnacht, besloten we. Toch bijzonder dat iets dergelijks, in onze westerse ogen, zo primitief, nog zo gewoon is voor deze Berbers. Wat zijn wij 'verwend' of waarom moet het voor ons allemaal zo luxueus en moeilijk!?

Zoals wel vaker, vanwege de zwakke enkelbanden en artrose van Ine haar linkerenkel, sloeg Ine haar voet nog om en viel ze hierdoor op het losse-keien-pad. Ze stapte daar gewoon op verder omdat ze weet dat, doordat ze ook een enkelbrace draagt bij het wandelen, dit nooit echt erg is. Als ze maar gewoon blijft doorstappen, wandelt ze de pijn er steeds uit. Gelukkig kreeg ze dit wel op die plek want nadien begonnen we aan een erg steile afdaling met veel steenslag, terug naar de oase. Daar zou vallen een verdere rol van de heuvel zijn geworden.

Tijdens die steile afdaling kregen we nog, door de erosie van de bergwand, veel kleuren aan zandsteen te zien. Het meest bijzondere was wel de barbie-roze-verkleuring!

Verschillende regenbuien en 11,5 km verder, kwamen vijf uur later weer aan in het grothotel. We kregen even tijd om ons op te frissen en dan kregen we een veel te groot middagmaal voorgezet... pfff... wat hebben we veel gegeten op deze reis!

Na het eten, namen we afscheid van Ksar Hallouf. Na drie kwartiers rijden, onderweg naar onze volgende overnachtingsplek, reden we, in de gietende regen, door het berberdorp Toujiane. Dit dorp is vooral bekend vanwege zijn tapijten... en aangezien wij geen tapijt wilden, stopten we er niet. We stopten wel op een mooie plek voor een foto van het dorpje te maken. Er zijn grotwoningen in Touijane maar, net als steeds, zijn die niet zichtbaar aan de buitenkant. De gebouwde (vervallen) huizen zijn wel groter dan dat we in andere berberdorpen al zagen... toch wéér een beetje anders dan de andere berberdorpen.

75 km en anderhalf uur nadat we in Ksar Hallouf vertrokken waren, draaiden we de oprit van onze  eindbestemming van die vierde reisdag op, Touring Club Marhala in Matmata... een volgend grothotel in weer een ander en verschillend berberdorp.

We werden in het hotel meegenomen naar een mooie binnenplaats met kamers op twee verdiepingen, de twee verdiepingen vertikaal onder de grond. Mooi! Ine, door de hoteleigenaar omgedoopt tot Fatima, kreeg de keuze uit vier verschillende meerpersoonskamers... Ze koos de 'kleinste'. Hier stonden twee grote tweepersoonsbedden en er was rondom in de grot veel plaats om onze spullen te zetten en leggen. Het gedeelde sanitair lag wat verder van de binnenplaats. Het enige 'nadeel' van de kamer was dat er maar één stopcontact was. Over de volgorde van het opladen van de powerbanks, camerabatterijen en gsm's werd goed nagedacht.
Het was rond drieën, wat maakte dat we nog voldoende tijd hadden voor het donker werd om het stadje te ontdekken. We hadden een kopietje uit onze reisgids bij met het stadsplannetje van Matmata op zodat we dat allemaal slim konden aanpakken... niet dat er heel veel te zien was, maar we wilden niks missen.

Matmata is de belangrijkste stad in het Daharberggebied. De manier van wonen, is net weer anders dan in de eerdere berberdorpen waar we voordien waren. In eerste instantie zie je alleen de hoofdstraat en enkele stenen huizen midden in een heuvelachtig maanlandschap met verspreide witte marabouts grafhuisjes. Pas als je wat beter en langer kijkt, zie je gelijkmatig ronde kraters in het midden van kleine terpen aarde : de grotten van de Berber-families. Ze zijn naar beneden toe gebouwd in plaats van tegen en in een bergflank. Van bovenaf kijk je uit op een schachtachtige binnenplaats, van waaruit meerdere kamers uitkomen en in het midden een waterput. Een tunnel leidt naar buiten, de ingang is meestal mooi ommuurd.
Eke getrouwde zoon heeft zijn eigen kamer in deze familiegrotten. Er is ook een keuken en bergruimten. De muren zijn, net als in de eerdere grotten waarin we verbleven, bedekt met gips en zijn witgekalkt. Ieder jaar, vlak voor de zomer, worden kalk en gips weggehaald en wordt weer een nieuwe laag aangebracht. In die laag vermengt men kruiden om allerlei beestjes, ongedierte en muffe geuren buiten te houden.

Vanuit ons grothotel wandelden we eerst van het nieuwe dorpscentrum weg. Al snel wandelden we langs een locatie met verlaten grotwoningen. Het interessante hieraan was dat we er, zonder iemand te storen, 'erop' konden. Dit maakte dat we ín een binnenplaats van een grotwoning konden kijken, in plaats van er enkel in binnen te gaan en op die manier te bekijken.

Ondertussen waren we al twee keer aangesproken. In andere dorpen was dit niet. Matmata was duidelijk wat meer toeristen gewoon. Als we gewild hadden, waren we naar een restaurant gebracht en waren we naar het museum ksar Matmata begeleid... maar naar dat laatste waren we sowieso onderweg en lag echt niet ver weg... Toen we aan het museum aankwamen, stapte een kerel van zijn brommertje en liep met ons mee naar binnen. Hij gaf wat uitleg over wat we zagen in de lange inkomgang. De inkomprijs, TND 10 (= € 2,95) moesten we betalen aan een dame die binnen zat... we hadden het kereltje dus meteen door... hij was geen 'gids'. Hij bleef praten, maar was even van zijn melk toen Ine vroeg of zijn diensten inbegrepen waren in de inkomprijs. Hij ontkende het niet, maar daarna probeerde hij ons een avondeten, of een tour voor de dag nadien aan te smeren... en uiteindelijk droop hij, zonder fooi, af... Hij had ons toch helemaal verkeerd ingeschat! Wij zijn geen domme toeristjes die overal zomaar intrappen! Hahahaha...

Het museum is een oude typische grotwoning van de regio. Vanuit een binnenkoer met waterput is toegang tot verschillende kamers. Er was één kamer die via een stenen trap te bereiken was. De verschillende (grote) kamers waren allemaal ingericht naar de functie die ze ooit hadden en met materiaal dat gebruikt werd. Zeker ook de olijfolie-opslagplaats met verschillende aarden karaffen en de gebruikte materialen van de deuren en deurstijlen (deels palmboomhout, deels olijfboomhout) waren interessant om zien. Toen we in de ontmoetingsruimte van de woning kwamen, kwam de dame van het museum ons thee en brood brengen... lekker!

Vervolgens liepen we wel richting het stadscentrum, maar namen we een afslag eerder om bij het Sidi Idriss Hotel te geraken... toch wel een plek die je in Matmata gezien moet hebben... ook zoals wij, als niet Star Wars-fans. 

In dit grothotel werden immers opnames gedraaid voor deze films en series. Een binnenplein van dit grothotel was namelijk de woonplek van (o.a.) Luke Skywalker, de ondergrondse boerderij "Lars Homestead" op de planeet Tatooine (filmlocatie in 1977 en 2002)... en eigenlijk is het er nog steeds op dezelfde manier ingericht... en is het een grote toeristische trekpleister.
Een grote groep vertrok net toen wij binnengingen. Waarschijnlijk was aan ons te zien dat we geen fans zijn want de speciale souveniersshop werd gewoon gesloten terwijl wij er nog rondliepen :-D

Na ons Star Warsbezoek wandelden we nog door het centrum van Matmata. De mensen waren er super vriendelijk, geen gezeur... mogelijk dat slechts weinig toeristen zich laten zien in het stadscentrum. In het centrum stonden rechthoekige huizen. Of zij ook nog een verdieping (of meer) onder de grond hebben, kregen we niet te zien, maar dat kan haast niet anders, al kan het misschien enkel voor hun voorraad zijn... maar onze kelders liggen ook onder de grond...

Na ons bezoek aan oud en nieuw Matmata gingen we even in de hotelreceptie zitten. Dat was de enige plaats in het hotel met internet. Op dat moment was de verbinding van goede kwaliteit. Toen we er, na het avondeten, met meerdere mensen zaten, was die kwaliteit slecht... maar erg was dat niet. Johan had overigens ook een eSIM geregeld. Hierdoor had hij, zonder de hoge roamingkosten, steeds toegang tot het Tunesische netwerk... en dat had hij, gezien wat regelzaken voor de festivals waarbij hij betrokken is, toch ook nodig...

17 maart 2026

Chenini - Guermassa - Ksar Hallouf (3/8)


We hadden weer goed geslapen in onze grotwoning in Chenini. We hadden, in ieder berberdorp waar we overnachtten, een meerpersoonsslaapkamer met dus gedeeld sanitair. Vanwege de zeer rustige toeristische periode hebben we wel steeds met ons tweeën in een kamer kunnen slapen... en was het alsnog een klein beetje luxe... al zouden waarschijnlijk anderen wat problemen hebben met de 0-sterrenverblijven waar we overnachtten.

Na ons ontbijt waren we weer helemaal klaar voor een volgende wandeltocht. Het had die nacht en ochtend van 9 maart '26 geregend en er hing mist tussen de Daharbergen. Het was best frisjes en er vielen af en toe nog druppels, maar tijdens de wandeling kregen we geen regen meer. Het was eigenlijk ideaal wandelweer!

Volgens onze vooraf gekregen reisbeschrijving zouden we via het dal van Chenini naar Guermessa/ Guermassa wandelen. Onze wandelgids had besloten dat we de nabijgelegen berg op gingen en via het bergplateau zouden wandelen, de route die de herders nemen.

Het was half 8 toen we aan onze wandeling startten. Bij het afdalen van het dorpscentrum passeerden we nog verschillende grotwoningen met daarbij hokken met schapen en geiten. De hokken waren een samenraapsel van allerlei platen, houten schutsels en roosters... we gingen terug in de tijd... Op onze weg naar beneden was een berber, in traditionele puntjas, bezig met het scheiden van de olijven van de blaadjes en takken. De olijven waren om te persen, de rest voor de dieren, legde de gids uit.

Onderaan de berg die we op moesten, leek dit een zware beproeving. Onderweg viel dit erg goed mee. Dit kwam voornamelijk door het trage tempo dat de gids aanhield... tja, wij willen waarschijnlijk altijd veel te snel wandelen, terwijl die berbers daar niet mee bezig zijn... Het trage tempo maakte dat zelfs Ine, die niet goed kan 'klimmen', gewoon kon volgen én zelfs nog foto's kon maken van de verschillende bloemetjes die er tegen de helling stonden.

Het pad lag er best goed bij. Er waren maar weinig stukken waar er enkel losse stenen en keien lagen. Eens boven op de berg verliep onze wandeling glooiend. Afhankelijk van welke richting we uitwandelden - en of er hogere bergen lagen - hadden we wat last van windvlagen en -stoten. Dit maakte dat we onze truitjes echt wel nodig hadden bij het wandelen. En voor Ine, tijdens het rusten, was zelfs een extra truitje nodig.

Hetgeen we onderweg zagen, verschilde niet veel van de dag voordien of van de kilometer ervoor, maar bleef interessant en bijzonder. Gaandeweg passeerden we opnieuw deels ommuurde stukken grond met daarin olijfbomen en wat palmbomen. De gids vertelde dat de olijven van deze bergen niet lekker waren om gewoon te eten. Ze zijn kleiner dan die van de grote olijfplantages aan de kust en worden, als ze al zwart zijn, pas geoogst. De olijfjes zitten boordevol olie in plaats van vruchtvlees, konden we zien. 
Hier en daar zagen we ook amandelbomen. Deze hadden in deze periode bloesems. 

Onderweg, aan een waterbron, kwamen we een grote kudde met geiten en schapen tegen. Er waren ook verschillende honden en één ezel met bepakking. De gids zei dat één van de twee herders zijn neef was. We bleven een tijdje bij de kudde staan en zagen de herder water uit de waterput halen en in de waterbakken gooien zodat zijn beesten konden drinken. Nadat we hen verlieten, zagen we ze nog een tijdje over de heuvels lopen... wat een hard leven!

Bovenop het plateau lagen eerst veel zwarte zandstenen. Ze zagen er een beetje uit als aardekluiten, maar het waren echt wel stenen, maar, toch waren er, van wind en water, allerlei inkervingen te zien aan de oppervlakte. Nadat die zwarte stenen wat verdwenen, lagen er meer lichtgekleurde, platte en grote stenen en rotsen. 

Hoe dichter we bij onze eindbestemming Guermassa kwamen hoe vaker we gekraste/geklopte voetstappen / sandalen in het platte gesteente zagen. De gids kon er niet veel over zeggen, enkel dat het een gebruik was dat enkel door mensen van Guermassa gedaan werd maar geen betekenis had... na wat eigen onderzoek, want deze uitleg wilde Ine gewoonweg niet aannemen, is er nog niet veel meer duidelijk geworden, máár het zou om een oud-berber-gebruik gaan dat uitgevoerd werd een week na het huwelijk, als overgangsritueel. Het zou ook niet enkel in Guermassa te zien zijn.

We kregen onderweg weer een veel te uitgebreide maaltijd: brik en sla/tomaat/komkommer/olijven, gekruide rijdt met koude kip en als dessert zalabiya en bambalouni... Ine eet eigenlijk niet vaak vlees en zéker geen koud vlees... De gids vertelde dat Tunesiërs niet dagelijks vlees of vis eten, uitgezonderd tijdens de ramadanperiode... als oplossing at Johan de kip van Ine en at Ine het grootste gedeelte van het dessert...

Na het middagmaal startte de afdaling van het plateau. We kregen ook weer meer van de verschillende dalen in de omgeving te zien... en uiteindelijk, maar enkel als we goed keken, kregen we de ruïnes van het erg grote voormalige ksar Guermassa te zien. Wat was die vesting door de manier van bouwen van de woningen tegen en in de bergen goed weggestopt!

Archeologen schatten dat ook Guermassa in de 12e eeuw werd gesticht. Het dorp is erg groot en spreidt zich uit over twee bergflanken. De woningen die we binnen gingen, waren groot, veel groter dan in de eerdere dorpen van deze soort die we de dagen voordien zagen. Er zijn in het dorp twee (witte) moskeeën. Het berberdorp werd rond de jaren zeventig al verlaten vanwege het opgeraken van het water dicht bij de woningen. Ook hier werd, gaandeweg, een nieuw dorp in het dal gebouwd, maar vele inwoners verhuisden ook naar het noorden van Tunesië.

Na 15 km en zes uur onderweg te zijn geweest, zat onze wandeling van Chenini naar Guermessa er op... en stapten we rond half 2 bij onze chauffeur in de jeep. We reden eerst een half uur terug naar Tataouine om onze wandelgids er weer af te zetten. 
In Tataouine stopte de chauffeur ook bij een patisseriezaak. Hij zei dat het de beste van de streek was en dat hij iedere keer als hij in Tataouine was langs ging om er zoetigheid te halen voor zijn familie in Douz... Ine twijfelde niet... en liep achter de chauffeur aan... zij moest ook van dat lekkers!

Een uur later stopten we aan Ksar Hallouf. Deze ksar / dit versterkt dorp was anders dan de voorgaande die we bezochten. Het dorp werd deels gebouwd in de 13e eeuw en in de 19e eeuw uitgebreid. Aan het begin van de 20e eeuw geraakte het in verval. De site is in 2006 gedeeltelijk gerestaureerd en het dorp doet nu enkel dienst als toeristische attractie. Sommige van de 200 à 500 "ghorfa's" van het dorp zijn gedeeltelijk ingestort. Het Arabische woord ghorfa verwijst naar de individuele kamers van de woningen. Het dorp als geheel wordt ksar genoemd.
Het Ghorfa-type bestaat ​​uit een reeks kamers met tongewelven, elk met een enkele deur, in rijen gebouwd en op elkaar gestapeld om meerdere verdiepingen te vormen. Deze zijn, in het geval van ksar Hallouf, georganiseerd rond een 130 meter lange binnenplaats van waaruit de kamers toegankelijk zijn. De woningen kunnen wel vier of vijf verdiepingen hoog zijn. De kamers werden gebruikt om graan, dadels en ander voedsel of dierlijke producten op te slaan. De kamers op de begane grond zouden ook gebruikt kunnen worden als woonruimte voor bewakers en dieren. De kamers boven de begane grond zijn toegankelijk via externe trappen. Veel van deze bouwwerken zijn gebouwd met losse stenen en klei.
Anakin Skywalker uit de eerste Star Wars woonde in een dergelijke ksar van het ghorfa-type.

Deze ksar ligt bovenop een heuvel boven het huidige dorp Ksar Hallouf, dat in een oase tussen vele palmbomen ligt. In dit dorp overnachtten we die nacht in grothotel Dar Sana. Onze meerpersoonskamer lag weer in een grot met daarvóór ghorfa's.