02 juli 2026

Dag 5 van 10 van de junireis van 2026

Dinsdag 23 juni '26 was alweer onze vijfde reisdag van onze junireis van '26. We waren ondertussen op het Deens eiland Fyn aangekomen. Tijdens deze dag verkenden we de oostkant van het eiland. Toen we, rond half 9, vertrokken gaf de autothermometer aan dat het 17°C was... maar in Denemarken voelt dit niet zoals bij ons: de temperatuur was, in korte broek en met korte mouw, al erg aangenaam, zélfs in de schaduw.

Na een dik half uur rijden, parkeerden we in het oost-Fynse Assens. We gingen opnieuw een "klaverroute" wandelen. Deze mooie klaverroute bracht ons in het groen rondom het dorpscentrum. In dat dorpscentrum zelf was weinig tot niks te zien. We pikten er wel een terrasje mee. Terug aan de auto hadden we 6 km gestapt volgens Johan zijn sporthorloge. Ondertussen was het 20° geworden en behoorlijk warm.

Onze volgende bestemming lag weer op een half uur meer naar het zuiden rijden. Nadat we picknickten startten we aan een érg mooie wandeling in "Svanninge Bakker". Svanninge Bakker wordt ook wel de “Alpen van Fyn” genoemd, niet vanwege de hoogte, maar vanwege het reliëf. 'Bakker' is Deens voor 'heuvels'. Het gebied wordt gezien als een van de mooiste natuurgebieden van Denemarken. Er zijn glooiende heuvels, dichte bossen, open graslanden en de natuur is ongerept omdat ze hier zoveel mogelijk haar gang mag gaan. Op die heuvels zijn weidse uitzichten met allerlei schakeringen van groen.

Het landschap van Svanninge Bakker is gevormd tijdens de laatste ijstijd. Smeltwater en gletsjers hebben heuvels, dalen en diepe kloven achtergelaten. Dat zorgt voor steeds wisselende uitzichten en een grote variatie aan natuur op relatief kleine afstand. Het wandelingetje dat we maakten was ook maar 2,5 km, maar héél divers... en warm... Het was ondertussen opgewarmd tot zo'n 23°.

Na vijf minuten verder zuidelijk rijden, stopten we opnieuw, ditmaal niet voor een natuurwandeling maar voor een stadswandeling door het havenstadje Faaborg. Ook dit stadje heeft oude vakwerkhuizen, kleurrijke panden en een gezellig marktplein. Het symbool van de stad is een oude, gele klokkentoren. De klokkentoren bleef als enige onderdeel overeind toen de St. Nikolajkerk in 1550 werd afgebroken om het nieuwe stadhuis te bouwen. Toevallig, omdat we naar de bakker (die met brood, niet weer van die heuvels) moesten, kwamen we ook bij een oude stadspoort uit.

In het infocentrum van Faaborg hadden we een brochure over "Pipstorn Skov" gevonden. Eigenlijk had Johan een wandeling terug meer noordwaarts in de planning gezet, maar we besloten om nog een tiental minuutjes verder naar het zuiden te rijden voor het bos van Pipstorn. 

Vóór Pipstorn Skov een bos was, was het een gigantische begraafplaats. Verspreid over het bos liggen er 42 verschillende hunebedden en grafheuvels uit de Bronstijd (2.000 voor Chr.). Op het wandelpad dat we uitkozen kwamen we langs verschillende grafheuvels van allerlei formaat en enkele grote hunebedden, maar alle 42 zagen we niet... 42 dazen- en muggenbeten kregen we er wel.

Nadien was het tijd om weer terug naar onze paardenstalstudio in het noorden van Fyn te rijden. Omdat het "Sankt Hans" was, had Johan vrij van zijn kookkunsten. We hadden al voor onze reis gezien dat er in Middelfart, waar we dichtbij logeerden, een Sankt Hans-viering was en dat wilden we ook wel eens meemaken. "Sankt Hans" is de traditionele Deense viering van midzomer (Sint-Jansavond), die elk jaar op 23 juni wordt gehouden. Het feest combineert oude heidense zonnewende-rituelen met christelijke tradities en staat bekend om grote vreugdevuren, livemuziek, gezelligheid en de bekende 'heksenverbranding'.

Oorspronkelijk vierden de Vikingen de langste dag van het jaar en werd het vuur gebruikt om boze geesten af te weren. Na de kerstening werd het feest vernoemd naar Johannes de Doper ("Hans"), wiens geboortedag op 24 juni valt. Een typisch Deens gebruik is om een pop van stro, aangekleed als heks, op de top van het vuur te plaatsen. Dit herinnert aan de heksenvervolgingen in de 16e en 17e eeuw, maar staat ook voor de boze geesten die dan verbrand worden. 

Toen wij bij de locatie van het vreugdevuur aankwamen, was er al aardig wat volk toegekomen. Er was een zangeres allerlei Engelse covers aan het zingen. Op een vlot naast de jachthaven lag een hoop hout en takken opgestapeld met daarop een lappenpop (: de heks). De brandweerwagens stonden klaar en foldertjes, zoals wij die kennen van tijdens speciale misvieringen, werden aan geïnteresseerden uitgedeeld. We hadden gehoopt om op de locatie te kunnen eten, maar naast een Deense hotdog was er, op drank na, niks te koop. We besloten om ietsje verder in de haven in een restaurant te gaan eten en verwachtten dat we nadien nog wel wat konden meepikken van het vuur en de 'viering'.

Op weg naar het restaurant bleef het volk toestromen. In de clubgebouwen van zeil- en andere watersportverenigingen was het ook druk. Aangekomen bij het restaurant bleek al snel dat hetgeen het restaurant als menukaart op zijn website had staan, niet overeenkwam met de echte menukaart: we hadden de keuze tussen vis-, schelpdier- en lamsgerechten... en laat dat nu nét hetgeen zijn dat Ine niet eet... maar omdat de vertaalapp vertaalde dat een pastagerecht garnalen bevatte, besloot Ine dat te bestellen. Johan ging voor een lokaal biertje, wat Carlsberg bleek te zijn, en voor de 'moules frites', omdat hij al even geen mosselen met friet meer at.
Die 'garnalen' van Ine bleken heel grote gamba's te zijn... maar gelukkig lagen ze gewoon óp de pasta met asperges, spinazie en roomsaus die verder geen enkel stukje gamba bevatte en lekker was. Johan kreeg dus, naast zijn hele pot mosselen, ook een zestal grote gamba's te eten. Johan vond zijn mosselen zeker wel lekker, maar Zeeuwse mosselen blijven toch beter (en groter), vindt hij.

Terwijl we zaten te eten, steeg ineens een rookpluim op vanuit de buurt waar het vreugdevuur lag. We hadden het aansteken van de brandstapel dus gemist... en toen we, niet zo heel veel later, klaar waren met eten en bij het vlot kwamen, bleek dit al volledig weggebrand te zijn en de meesten ook al vertrokken te zijn, zelfs de brandweer... helaas hebben we de Sankt Hans-viering dus alsnog gemist, maar hebben we wel een goed idee gekregen hoe het eraan toe gaat...

In Denemarken wordt het overigens nog wel gewoon donker in de zomer, hoor. Het is er zo'n vijf uur donker dan, wat toch al een paar uur minder donker is dan het in België is.

01 juli 2026

Afgelopen maandag 22 juni '26


Opnieuw waren we vroeg uit de veren. Dit maakte dat we, ondanks dat we alles weer moesten inladen in de auto, vroeg op weg waren om Rømø verder te verkennen. 

Halverwege het eiland, op geen tien minuten rijden van onze camping, parkeerden we aan het gebied dat bekend staat als "Tvismark Plantage". Dit is een gebied van ongeveer 1,5 km² met dennenbos, heide, zandduinen en oorlogsresten. De hoogste duin van Rømø, Høstbjerg, ligt er. Deze is 19 meter hoog en ligt op de grens tussen het bos en de duinheide. We gingen er op en hadden een mooi uitzicht over... héél het eiland...-je.

Nadien wandelden we verder door de heide en duinen van Tvismark Plantage. Hierin liggen nog 15 van de oorspronkelijk 50 bunkers die op Rømø zijn overgebleven uit de Duitse bezetting van 1940-1945. De Duitsers hadden er hun grootste radarstellingen. Het opblazen van de bunkers na de oorlog was een enorme klus daarom werden ze, in de plaats, min of meer onder het zand bedolven. Deze betonnen constructies maakten ooit deel uit van de Atlantikwall van Nazi-Duitsland. Rømø was van strategisch belang tijdens de oorlog. 

Op Johan zijn planning van de dag stond een bezoekje aan een patisserie, maar helaas was die zon- en maandag gesloten. Op die Høstbjerg zagen we het hele eiland... letterlijk heel het eiland... dus was het ook tijd om het eilandje te verlaten. Over de 9 km lange dam, de "Rømødæmingen", reden we naar het Deense vasteland, Zuid-Jutland in/op. 


We reden van de westkust van Zuid-Jutland naar de oostkust en bezochten het stadje Kolding. Andere stadjes in de omgeving hadden we tijdens onze junireis van 2017 al bezocht. Zoals in de meeste Deense stadjes, waarvan vele in de dertiende eeuw gesticht werden, was er niet heel veel te zien: wel waren er de gebruikelijke, mooie, kleurige en eeuwenoude vakwerkhuizen en was er een fort/kasteel. In Kolding is dit het "Koldinghus".

Na een (duur) terrasje om middag te eten, reden we "Den Nye Lillebæltsbro", de brug tussen Zuid-Jutland en Fyn/Funen, over... Op Fyn zouden we de daarna volgende vijf nachten overnachten, verspreid over twee locaties.

Vlak na die brug stopten we in het dorpje Middelfart. Als eerste stond een bezoek aan het infocentrum op ons 'programma'. We gingen er buiten met vele, gratis, kaartjes met wandelroutes over heel Fyn en de eilandjes daarrond: wat een service! Als je bij ons, bijvoorbeeld van het Nationaal Park Hoge Kempen, wandelkaartjes wil, moet je er flink voor betalen (€ 2,50/stuk) én zijn ze al snel weer gedateerd omdat de routes steeds veranderen.
Van aan het infocentrum startte ook onze wandeling in Middelfart. In verschillende stadjes en dorpjes over heel Denemarken zijn zogenaamde 'klaverroutes' uitgezet. Deze, steeds vier verschillende, routes starten op een centraal punt in een stadje en hebben vier verschillende lengtes. Ze 'loodsen' je langs bezienswaardigheden en natuurplekjes in en buiten de stad. In Middelfart deden we een dergelijke route. De bewegwijzering was er niet altijd even 'geweldig', maar zo kwamen we wel langs verschillende plekjes in de stad, waar we waarschijnlijk anders niet gekomen waren. Zo wandelden we langs de (deels) oude scheepswerf, een stukje bos, het 'klei'-museum, mooie huizen, straten en pleinen.

Omdat we nog wat te vroeg waren om te kunnen incheken in onze studio reden we vanuit Middelfart wat verder naar het noorden, op zoek naar een picknickplekje om nog een koffie te drinken... ah ja, we hadden onze thermos bij! Dit picknicken, vinden we leuk, maar spaart ook enorm veel geld uit als je in Denemarken op reis bent, waar een terrasje doen, met enkel drank, al snel tussen € 13 en € 15 kost...
Toevallig kwamen we zo aan een stukje strand van een deelgemeente van Middelfart, Strib, terecht. Er stonden niet enkel picknickbanken, maar er lag ook een voormalig torpedobunker uit WOII in de kliffen ingewerkt.


Iets na vieren reden we dan naar de voormalige paardenboerderij waar we twee nachten zouden verblijven in een voormalige paardenstal. Na wat uitgepakt te hebben, gingen we wat op ons terras vóór de studio zitten... fijn in de zon dachten we... maar die 22° die het was, was véél te warm! Gelukkig hadden we áchteraan de studio ook een terras, dat in de schaduw lag... We prezen ons gelukkig dat we in Denemarken zaten en niet in België, waarvoor de weersverwachtingen extreem heet waren... maar ook de temperatuursvoorspellingen voor Denemarken lagen hoog, heel hoog voor het land...

30 juni 2026

Dag 3: van Sylt naar Rømø

Onze wekker liep op zondag 21 juni '26, als op een gewone werkdag, af om 7:40 uur. We hadden namelijk niet alle tijd, maar vooral: we zouden veel tijd nodig hebben om weg te geraken van de camping: we moesten ontbijt maken, afwassen, alles weer opruimen en inpakken, maar vooral moesten we ook die waterbakken van de keuken en van de WC/wasbakje aan de heel andere kant van de camping leeg gaan maken… Johan had al, toen we uiteindelijk van de camping afreden, 4.000 stappen op zijn stappenteller staan. Het was toen zo’n 18° die al snel 20° was. Het was wel, anders dan de dag eerder, erg bewolkt.

Vanuit Hörnum reden we naar Keitum. Keitum ligt ten noordoosten van Hörnum. Aan de chique winkels, hotels en gastenhuizen te zien is dit een plek waar wij, moesten we niet op weg zijn naar “Harhoog”, nooit terecht zijn gekomen en/of nooit gestopt zijn. “Harhoog” is een hunebed van 32 meter lang uit de vroege ijzertijd. Hij ligt erg mooi, namelijk met zicht op het wad.

In Wenningstedt, meer naar het noorden van het bizargevormde eilandje, wilden we twee vliegen in één klap slaan: we wandelden er naar de “Rotes Kliff” en we maakten kennis met verschillende “Alltagsmenschen” van Christel en Laura Lechner. Vóór naar de rode klif te wandelen, hadden we, puur toeval, al twee van die “gewone mensen” gezien: eentje zat wat in een duin te zitten, een andere stond op een uitkijkplek over zee door zijn verrekijker te turen… Ine houdt van dit soort kunst, die het alledaagse zo mooi en eerlijk, zonder pracht-en-praal, laat zien.

Tijdens onze wandeling wandelden we eerst bovenop de kliffen. Op deze plaats waren er ook verschillende duinen onbegroeid… losse, mulle zand om door te ploeteren en te klefferen. Via een trap daalden we daarna af naar het strand om die ‘rode kliffen’ te bekijken. Heel erg rood waren ze niet, heel erg bijzonder ook niet. We wandelden nog wat verder naar het noorden om vervolgens, volledig over het strand terug te wandelen.

Terug naar het dorpje, weer via een hoge houten trap, passeerden we twee ‘gewone mensen’ onder de stranddouche, een paar die aan het stretchen waren, een man en vrouw rustend tussen de duinen en nog een drietal op weg naar het strand… grappig…

De temperatuur werd zo’n 22° en bleef dat ook, maar afhankelijk of de zon voor of achter de wolken kwam, was het wat frisjes of zweterig heet.
We namen nog een koffietje en gebak en gingen terug naar de auto.

In Kampen, nog verder noordelijk op Sylt, maakten we een korte wandeling naar “Steingrab 2”, een klein hünebed net in de duinen. Omdat we een ommetje wilden wandelen, kwamen we ook door het centrum van het dorpje. Blijkbaar was het er “Kampen Classics” waarbij allerlei oldtimers van dure merken tentoon stonden. Ons interesseren auto's weinig, zéker van die veel te dure merken, dus meer dan langs lopen, deden we niet.

In het meest noordelijke dorpje van Sylt, Slit, reden we eerst nog helemaal naar het noorden. Dit is ook het meest noordelijke punt van Duitsland. Dit natuurgebied worden de "Ellenbogen" genoemd. De Ellenbogen steekt als een landtong – een langgerekt schiereiland – de Noordzee in en varieert in breedte van 330 tot 1200 meter. Met zicht op deze Ellenbogen aten we onze sandwiches op.
Tijd om er te gaan wandelen, hadden we niet, maar we waren tevreden met een mooie autoroute, vlak langs het natuurgebied, door de duinen. 

Bij de haven van Slit slenterden we nog even wat rond om nog een beetje tijd te doden. Om 14u moesten we er bij de ferryterminal zijn om de ferry van 14:30 uur tussen Sylt en het Deense Waddeneiland Rømø te nemen.
Tijdens het wachten, hield Ine een tafereel tussen een meeuw en haar kuiken op een dak van een gebouw in het oog. Het kuiken was van het nest gegaan en was op het dak gaan rondlopen. De meeuw en het kuiken waren steeds luid naar elkaar aan het ‘roepen’, alsof het kuiken z’n zin deed en moeder-/vadermeeuw het hier niet mee eens was... grappig!… om uit te vliegen, was het kuiken nog véél te donzig.
Iets voor half 3 konden we de ferry op, die meteen richting Rømø vertrok. Sylt en Rømø liggen drie à vier kilometer van elkaar. De havens van Slit en Havneby liggen op zo'n 40 minuten varen van elkaar. Rømø heeft grote stukken strand waar auto's over kunnen en mogen rijden en parkeren. Wij reden naar de Sint-Clemenskerk, een typisch Deense, Lutherse kerk met een grote/brede toren, en parkeerden er. Aan die kerk startten we onze derde wandeling van de dag. 

We wandelden eerst naar een oud gebouwtje dat nog steeds dienst doet als brandweerkazerne, maar ook een 'reddingsmuseum' werd. We waren niet van zin om het museum te bezoeken, maar het was ook niet open. Van daar wandelden we een bos van dennenbomen, -struiken in. Dit gaf meteen een heel ander uitzicht aan dit waddeneiland dan hoe het er op Sylt uitzag. Dat is overal zo smal dat er, als gevolg van de wind, nauwelijks bomen staan.
Onze eindbestemming, waarna we dezelfde weg terug wandelden, was de duin "Spidsbjerg", die midden in duin- en heidegebied ligt. De duin is 19 meter hoog. Op het eiland zijn er maar twee die hoger zijn.

Op Sylt was het bewolkt geweest en afhankelijk van de wind voelde het er warm of fris aan. Op Rømø was er zon en een volledig blauwe, heldere lucht en was het er zo'n 23°... wat het, waarschijnlijk omdat Rømø toch al veel noordelijker ligt dan thuis, er behoorlijk warm maakte.

We overnachtten op Rømø in een Zweeds-uitziend-rood- houten-huisje op een camping. We hadden een keukentje, een stapelbed, een zetelbed en een terrasje, maar geen eigen sanitair... prima overnachtingsplek!

23 juni 2026

Dag 1 & 2 Denemarkenreis 2026 : Duitsland

Vrijdag 19 juni '26 rond 17:40 uur reden we thuis weg, richting Duitsland. Onderweg stopten we nog voor avondeten. Op de hitte na, verliep alles goed. Toen we thuis wegreden, bij 33°C, was al duidelijk dat een onweer daar niet lang zou uitblijven. In Duitsland bleef de lucht blauw en rustig, maar was het om 22u nog steeds 28°C! Iets na tienen kwamen we aan in het hotel dat we in Bremen, dicht bij de snelweg, geboekt hadden. Buiten gaan slapen, deden we niks in Bremen. Het ging al snel waaien en het koelde snel af, wat slapen mogelijk maakte! Het duurde tot rond half 7, zaterdagochtend, dat het pas flink begon te regenen.

Toen we, na een goed ontbijt, rond 8u het hotel verlieten, was het 20° en regende het nog steeds een beetje. Gaandeweg klaarde het op en werd het warmer, tot ’s middags zo’n 24°C.

Even voordat we op onze bestemming, een treinstation, aankwamen, stopten we nog om boodschappen te doen en om te tanken... omdat dat op een eiland altijd duurder is...

Vanuit het Duitse Niebüll namen we de trein via de Hindenburgdamm naar Westerland op het Duitse Waddeneiland Sylt. Het was de bedoeling dat we om 12:35 uur vertrokken, maar pas rond 13:00 uur reden we “Der Blaue Autozug” op. We moesten 11 km afleggen. Normaal gezien duurt dat 35 minuten, wij deden er 40 over omdat we onderweg even halt moesten houden. Het was onze eerste keer dat we met de auto een trein op reden: als instructies kregen we mee dat we de motor stil moesten leggen, de handrem op moesten trekken en we in de auto moesten blijven zitten met de gordels aan. We schrokken ons half dood toen bleek dat die instructies ook nog eens, enkel in het Duits, door een microfoon galmde… vlak langs Johan zijn raam, dat we open hadden laten staan omdat het behoorlijk warm werd in de auto tijdens het wachten. Onderweg passeerden ons enkele andere treinen en reden we langs diverse, maar erg vlakke landschappen. Toen we de Hindenburgdamm overgingen, leek het laagwater… De hele tocht was best bijzonder… ook bijzonder was dat we ons, bij de tweede en derde boodschap door de geluidsspreker, zo hard verschoten!

Eens van de trein af, op Sylt, reden we meteen naar het zuiden van het eilandje, naar Hörnum. We moesten inchecken bij onze overnachtingsplek tussen 14 en 16u, waardoor we dit eerst wilden gaan doen alvorens iets anders. Toen Johan ons, om 14:15 uur, via een elektronische check-in, wilde aanmelden, bleek dat onze caravan nog niet klaar was… Pvdkke, waren we speciaal… enfin, we besloten niet meer veel te ver van Hörnum te gaan omdat wij wel nog op tijd (dus voor 16u) wilden zijn.

We reden daarom iets terug naar het noorden, naar Rantum. We hadden er vooraf een wandeling gevonden die ons door de duinen zou leiden. Tijdens een korte wandeling van zo’n drie kilometers, bij een fijn windje en 24°, wandelden we door de mooi begroeide duinen, piepten we even hoe het strand en de zee er uitzag en wandelden we het laatste stuk lang de typische woningen van het dorp: witte of rode woningen met veel ronde bogen en een groot rieten dak… niet voor armoedezaaiers… maar dat is dit hele waddeneiland niet!

Toen we terug aan die self-check-in waren rond iets voor 16u, konden we wel naar binnen. We hadden een bijna-volledig uitgeruste caravan met voortent tussen de duinen gehuurd voor één nacht. Er was een keukentje geïnstalleerd in de voortent, in zowel de tent als caravan was er een eethoek en in de caravan waren een 2-persoonsbed en een stapelbed. Er was een toilet en een wastafeltje… dus als we wilden douchen, moesten we naar het sanitairblok. We konden wel niet dichtbij de caravan parkeren, gelukkig konden we wel tot bijna aan de caravan rijden om alles uit te laden… en dat was veel omdat we zelf voor het eten zorgden, maar ook voor het beddengoed ed.

Nadat we alles een plek hadden gegeven, sloten we de caravan weer af en wandelden we naar het dorpje waar de camping in lag, Hörnum. In het dorpje was weinig te zien. Aan de haven lagen wat horecazaakjes… ideaal voor Ine om nog een laat-tussendoortje te nemen en voor Johan om een biertje te drinken. Hierna wandelden we van de haven weg, langs het strand. Hörnum heeft veel strand. Het vormt namelijk de meest zuidelijke punt van het smalle eiland. Net zoals we in Rantum gezien hadden, kan je er op verschillende plekken op het strand typische tweepersoons rieten, strandzitjes huren.

Een gedeelte van het strand- en duinengebied is afgesloten omdat het natuurgebied is. We dachten via de duinen terug naar onze camping te wandelden, maar dat ging blijkbaar enkel vanop het strand… en in losse zand gaan wandelen, hadden we geen zin, dus moesten we op een gegeven moment via een voet-fietspad terugwandelen… maar ook hier bleek dat Sylt een mooi eilandje is! Onze tweede wandeling bleek achteraf zo’n 5,5 km lang. Terug op de camping was het tijd om te koken, de afwas te doen en foto’s uit te zoeken.

19 juni 2026

Vandaag: werken... en vertrekken





Vandaag gaan we nog allebei werken en nadien start onze "junivakantie"... en meteen ook onze 10-daagse "junireis".

Vanavond rijden we, met de Kangoo, van thuis tot aan een hotel bij het Noord-Duitse Bremen... om te slapen en om dan morgenvroeg fris richting ons eerste (van twee) waddeneiland van onze reis, Sylt, te vertrekken.

17 juni 2026

Weer

Terwijl deze week de temperaturen hier oplopen en ook volgende week waarschijnlijk nog vlotjes over 25°C gaan, gaan wij het veel aangenamer hebben op de eilanden Sylt, Rømø en Fyn

Wij zullen hoogstwaarschijnlijk fijne wandeltemperaturen van net boven 20° krijgen! Dat zal dan een groot verschil zijn met onze junivakantie van 2017... toen hadden we veel regen.

weersvoorspellingen

 
   
 

15 juni 2026

14 weken tot...

Over precies 14 weken, op maandag 21 september '26, start Johan zijn klim op de Kilimanjaro. Hij wandelt de "Lemosho Route". Dit zou de mooiste zijn. Deze route duurt een dag langer dan de andere, en zorgt er zo ook voor dat wennen aan de hoogte wat langer kan. Voor die hoogte kan je niet trainen. Maar dat betekent niet dat Johan geen voorzorgen kan nemen. Hij heeft ondertussen de medicatie voor hoogteziekte, een vochtafdrijver, al in huis.

Hieronder zie je een filmpje van een kerel die de Lemosho Route wandelde... en zie je ook hoe divers de omgeving is waar Johan in zal gaan wandelen.


Totale afstand Lemosho Route: 64,1 kilometer
Stijging: 4.430 meter
Daling: 5.230 meter 
Hoogte Kilimanjaro: 5895 m

Dag-tot-dag afstand op een 8-daagse beklimming
Dag 1: 8,5 kilometer
Dag 2: 6,4 kilometer
Dag 3: 6,5 kilometer
Dag 4: 9,6 kilometer
Dag 5: 4,5 kilometer
Dag 6: 3,5 kilometer
Dag 7: 16,6 kilometer (met de tocht naar de top erbij en afdaling)
Dag 8: 8,7 kilometer

13 juni 2026

Cardiologie


Afgelopen woensdag bezocht Johan een cardioloog. Nadat hij een fietstest deed en een echocardio kreeg, besloot de cardioloog dat Johan geen cardiale problemen heeft... het zo ziek worden tijdens de Jurassic Coast Ultra Challenge (blogbericht) lag dus daar niet aan. Eind juli heeft Johan wel ook nog een afspraak staan voor een CT-scan van het hart en de vaten daarop en -rond. De cardioloog verwacht hier eigenlijk niks slechts op te vinden, maar wil voor de zekerheid, vernauwingen van de bloedvaten rondom het hart uitsluiten...

...maar in feite kan Johan met een gerust en gezond hart in september de Kilimanjaro beklimmen!

11 juni 2026

100 dagen

Het is 11 juni '26. 
Dat is precies 100 dagen verwijderd van 19 september... 
en dat betekent dat we over 100 dagen naar Tanzania zullen reizen!


maar véél sneller zullen we nog in Duitsland, Denemarken, wat plekjes in Vlaanderen en in Londen terecht komen!