Het heeft even geduurd vooraleer we bestemmingen hadden voor onze verjaardagsreizen in 2027, maar ondertussen is dat probleem opgelost!
Onze maartreis houden we op Kreta en onze junireis brengen we door op de Eolische Eilanden (bij Sicilië)!
... wat ons bezig houdt, verbaast en blij verrast, wat we doen en misschien ook wat we laten ...
Het heeft even geduurd vooraleer we bestemmingen hadden voor onze verjaardagsreizen in 2027, maar ondertussen is dat probleem opgelost!
Onze maartreis houden we op Kreta en onze junireis brengen we door op de Eolische Eilanden (bij Sicilië)!
De luchthaven vanwaar we 's avonds een vlucht naar Brussel (via Naïrobi) zouden nemen, Kilimanjaro airport, lag op zo'n 190 km... vier uur rijden van die laatste lodge. Gelukkig konden we heel die weg over asfalt rijden!
Omdat we liever ruim op tijd op de luchthaven waren dan te laat, dat we door het grote en drukke Arusha moesten en er op de heenweg files door wegenwerken waren geweest, hadden we afgesproken met onze chauffeur dat we rond 11u zouden vertrekken.
We hadden afgesproken dat we onderweg enkele keren zouden stoppen om koffie te drinken en een keer om ook te lunchen. Een eerste dergelijke stop maakten we bij een museum over tanzaniet... tegenwoordig behoort dit mineraal tot de geliefdste edelstenen.
Tanzaniet is een zeldzame en kostbare edelsteen die exclusief gevonden wordt in Tanzania, nabij de Kilimanjaro. De steen staat bekend om zijn unieke blauwpaarse kleur, die varieert van lichtblauw tot diep indigoblauw met paarse tinten afhankelijk van de kijkhoek. Ontdekt in 1967, is tanzaniet relatief nieuw in de wereld van edelstenen.
Zoals verwacht waren we veel te vroeg op de luchthaven. We moesten ook nog wachten vooraleer we konden inchecken. Gelukkig hadden wij wel een paar zitjes weten te bemachtigen. Vele toeristen die er waren, moesten op de grond zitten.
Doordat er verschillende passagiers van onze vlucht lang aan de balies moesten staan vooraleer ze hun bagage konden afgeven, het aanschuiven was bij de douane en er een lange rij bij de security stond, duurde het anderhalf uur eer we aan onze gate konden wachten... maar nadien verliep eigenlijk alles verder in orde... en stapten we zondagmiddag 11 oktober '26 weer thuis binnen.
Met dit bericht over de laatste reisdag(en) is ons verhaal echter nog niet uitverteld! We hebben het immers nog niet gehad over Johan zijn eerste week in Tanzania, tijdens zijn klim van de Kilimanjaro.
We hadden er nog voor kunnen kiezen om de ochtend van onze 21e reisdag een activiteit in de buurt van het Eyasimeer te doen. Omdat we dan weer gids Samuel zouden krijgen, wilden we dit niet. We hadden daarom besloten om wat uit te slapen en met tussenstops naar onze volgende lodge te gaan. En dan daar te vragen wat we daar zouden kunnen doen.
Nadat we naar onze "tent" gebracht werden, aten we op het terras van de "tent" uit onze lunchbox. Het is ons tijdens de hele reis niet één keer gelukt om hier alles uit op te eten!
Erg warm was het die dag niet, maar we zaten ook terug best 'hoog', daar tussen die heuvels. Het bleef die dag ook steeds zwaar bewolkt... eigenlijk ideaal weer om ons bezig te houden met hetgeen ook moest gebeuren...: de koffers/tassen weer maken.
De dagen voordien hadden we steeds één tas in de jeep gelaten waarin spullen zaten die we tijdens safari's zeker niet nodig zouden hebben. Nu was het tijd om onze twee tassen weer ongeveer evenveel te doen wegen.
Op de volgende heuvel dan de lodge ligt het Rhotia Valley Children's Home. Wat meteen opviel aan het kinderhuis was de mooie toegangspoort met olifanten! Rondom een grasveld met speeltuigen liggen verschillende gebouwen. Een verlegen meisje van 14 kreeg de opdracht om ons een rondleiding te geven. Ze vertelde dat de jongens en meisjes, per leeftijdscategorie, apart sliepen. Hoe ouder je bent, hoe meer je zelf moet doen, vertelde ze. Een groepje jongens was op het grasveld hun was aan het doen. Toen we in het studielokaal waren, kwamen de jongens binnengelopen. Zij hadden verschillende raadsels voor ons... of wij er ook één hadden voor hen... oei, die hadden we niet voelen aankomen...
Er werd ons bevestigd dat niet ieder kind dat in Rhotia Valley Children's Home woont wees is, maar dat er ook kinderen wonen van een alleenstaande moeder of uit een gezin met alcoholisme, werd ons verteld... een mooi initiatief!
Terwijl we terug naar de lodge wandelden, vertelde het meisje die ons naar en van het weeshuis wandelde dat ze 's ochtends nog een hyena had gezien. Ze vertelde dat ze blij was dat het droneproject er was.
Na het avondeten zouden we eindelijk te weten komen wat dat "droneproject" was! Er waren twee dronepiloten mét hun drone langsgekomen om alles uit te leggen en te laten zien. Het droneproject van Rhotia Valley Tented Lodge heet "Kazi ya Tembo” (KYT) of "Human-Elephant Conflict-project" (HEC). De drone zorgt ervoor dat olifanten veilig weg geleid worden van landbouwgebieden en boerderijen in de buurt, zonder schade aan mens of dier.
De lodge de landbouwgrond in de buurt liggen tegen het Ngorongorobos, wat al onderdeel is van het beschermd natuurgebied Ngorongoro en dus vol wilde dieren zit... en aangezien deze gebieden niet omheind zijn, lopen die dieren gewoon waar ze willen... en olifanten weten (en onthouden) dat er water te vinden is en dat er velden vol lekkere gewassen liggen, met alle gevolgen van dien...Op 8 oktober '26, onze 20e reisdag in Tanzania, stonden het bezoek aan twee stammen op het programma. Toen we onze reiswensen i.v.m. Tanzania waren gaan bespreken, hadden we aangegeven dat we geen stammen wilden gaan bezoeken. We werden toen eigenlijk omgepraat doordat beloofd werd dat de manier waarop deze bezoeken zouden verlopen helemaal anders zouden zijn dan anders. Onze twijfels bleven. Eerder hebben we er, in Gambia en Namibië, slechte ervaringen mee gehad: in Gambia was het puur geldgewin, in Namibië voelde het als een mensenzoo…
Onze ervaring met de eerste stam van de dag, de Hadzabe, was mogelijk nog erger dan eerdere! In onze reisbeschrijving staat dat we met de Hadzabe-mannen op jacht zouden gaan. De stam is nomadisch en leeft van de jacht, honing en fruit dat ze vinden. De Hadzabe staan bekend als een van de laatste nog bestaande jager-verzamelaarsgemeenschappen in Afrika. Ze blijven ongeveer drie weken op dezelfde plek en trekken dan, in hetzelfde gebied, verder. Ze maken geen woningen, maar zoeken beschutting onder struiken om te slapen. In het regenseizoen slapen ze onder rotsen en in uitgeholde baobabbomen. Er zouden momenteel nog zo'n 700 à 800 Hadzabe zijn. Degenen die nog nomadisch leven, leven in kleine familiegemeenschappen van 20-25. Hun levensverwachting is erg laag, maar zo'n 33 jaar.We verwachtten dus volwassenen om mee op jacht te gaan. We hebben in hun kamp enkel, heel kort, één volwassen man en drie volwassen vrouwen gezien. De rest wordt er uitgevoerd door de kinderen! De kinderen staan er in voor het 'onthaal' van de toeristen, het tonen van hoe ze op jacht gaan en hoe dansen is in hun cultuur. En naast ons zagen we dat er nog verschillende jeeps met toeristen waren en aankwamen... we hebben hierover al ons beklag gedaan bij onze Tanzaniaanse en Vlaamse reisorganisatie... die beloofd hebben actie te ondernemen...
Nadat we uitleg kregen over alle verschillende pijlen ze mee op jacht nemen, waren we op weg, op jacht: twee +/- 14 à 15-jarigen, een +/- 10-jarige, lokale gids Samuel, onze chauffeur Godsilent en wij... Doordat die kinderen, Samuel en Johan er dusdanig snel van door gingen, konden we samen niet overleggen... maar beiden hadden we hetzelfde gevoel... : Het zijn kinderen!Ine sprak onderweg met Godsilent over de leeftijd van de kinderen, maar omdat de Hadzabe niet aan 'verjaardagen' doen, blijft het een schatting. Ine vroeg of de kinderen niet naar school gingen. Het was immers donderdagochtend. Dat bleek niet het geval. Bij de Hadzabe gaat geen enkel kind naar school, zei Samuel aan Godsilent. Samuel zei dat dit niet mogelijk was vanwege de nomadische levensstijl... wat we quatsch vinden omdat de Maasaikinderen, ook nomadisch, wél naar school gaan... Ine haar kritische vragen aan Godsilent deed hem beseffen dat de kinderen heel wat geholpen zouden zijn als ze, naast hun kliktaal die eigen aan hun stam is, ook Swahili zouden spreken, de gemeenschappelijke taal tussen alle verschillende Tanzaniaanse stammen. Onderwijs is het recht van ieder kind én er is leerplicht in Tanzania!
Met het toelaten van toeristen zijn de Hadzabe tientallen jaren geleden begonnen onder het mom van het laten kennismaken met hun cultuur en deze te bewaren... wat prima is... maar nu laten ze hun kinderen voor hen werken!? Laat die mannen dat tonen! en de kinderen naar school gaan! Hetgeen die kinderen ons lieten zien, lijkt waarschijnlijk niets meer op hun cultuur!
Vooral het feit dat we ons al in een heel andere, erg primitieve, cultuur dan de onze bevonden en we sowieso sterke principes hebben over kinderarbeid, uitbuiting ed. maakte het moeilijk... eigenlijk wilden we meteen met de activiteit stoppen... maar alle aanwezigen hadden er nog nooit op deze manier over nagedacht. Godsilent kregen we aan het denken, maar Samuel sprak te weinig Engels en was (doordat hij half-Hadzabe is) te verweven met de gang van zaken... en die kinderen hadden honger...Tijdens de drie uur dat we met de kinderen op jacht waren, waren de kinderen heel serieus bezig met het vinden van vogeltjes om dood te schieten, als ontbijt. Toen ze eekhoorns vonden, begon de pret: de jongens leken ineens gewone kinderen die wat eekhoorns volgden in verschillende struiken en bomen. Ook Samuel en Godsilent gingen meedoen om de eekhoorns een bepaalde richting uit te sturen door er stenen naar te gooien... dolle pret... en wij wilden dat het zo snel mogelijk eindigde...
De kinderen slaagden er in om een tiental vogeltjes en twee eekhoorns aan hun pijl te rijgen... niet altijd even dood zoals wij gewild hadden... Trots werden de diertjes getoond en werd, in de kliktaal, verteld hoe de vangst ging. Eén jongere was heel goed in het levendig beschrijven van alles, best grappig en vreemd genoeg begreep je steeds wat hij vertelde.Deze witte neushoorns in het Ngorongoro gebied zijn er pas: sinds maart '25 zijn er in totaal 18 witte neushoorns uit een reservaat in Zuid-Afrika gebracht. Voordien waren er enkel nog zwarte neushoorns in de krater. Tijdens onze voormiddag in de krater kregen we zes witte en (van heel ver) twee zwarte neushoorns te zien... en ja, dat verschil is moeilijk te zien, vinden we: het verschil zit in hun lippen. De lippen bij de witte neushoorn zijn breed, terwijl de lippen van de zwarte neushoorn eerder puntig zijn. Deze lippen gebruikt de witte neushoorn om te grazen, terwijl de puntige lip van de zwarte neushoorn hen beter in staat stelt om bladeren en twijgen te plukken.
Momenteel zou er in Tanzania overigens geen stroperij meer zijn vanwege het harde optreden van de overheid ertegen.Onze chauffeur probeerde steeds andere wegen in de krater te nemen dan de andere jeeps, maar dat verhinderde niet dat ook wij tussen 25 (of meer) jeeps naar wat leeuwen te kijken... Die chauffeurs hebben onderling radiocontact waardoor 'goede' locaties aan elkaar doorgegeven kunnen worden. De kraterbodem is 260 km2 groot, maar bevat veel water waardoor dit gebied ook weer niet heel groot is om zó veel toeristen in rond te rijden. Jammer, wel. De dieren lijken er op zich geen last van te hebben, maar moeten wel tussen de jeeps doorlopen om van locatie te veranderen.
Terwijl we bij een gedode buffel, met leeuwen bij een koel riviertje wat verderop, wachtten tot die leeuwen eindelijk uitgerust en uitgehijgd genoeg waren om te gaan eten, aten wij (in de jeep natuurlijk) ons ontbijt op. Die leeuwen namen al de tijd, dus die zagen we uiteindelijk niet meer die buffel binnensmikkelen.
Naast die neushoorns en leeuwen zagen we buffels, Grant's en Thomsongazelles, zebra's en gnoes, als ook hyena's, jakhalzen, kraanvogels, een vleermuis-/grootoorvos, secretarisvogels, koritrappen, blauwkopkroonparelhoenen, flamingo's, pelikanen, wrattenzwijnen, struisvogels, gieren en weer heel wat vogels. Tegen de kraterwand, waar er wel bomen en struiken groeien, kregen we nog olifanten en een boomklipdas te zien. Overigens, in het Ngorongorogebied zijn er, ondanks het water en de vele dieren, géén dazen!Vanuit het Ngorongorogebied reden we terug de bewoonde wereld in. Bij een grote souvenierswinkel konden we, buiten, aangenaam lunchen.
Vervolgens reden we richting het zuiden, naar het vruchtbare gebied aan het Eyasimeer. We passeerden vele velden met koffie, maïs, uien. In de dorpjes was een mix aan huisjes: van gammele lemen hutjes, beter lemen hutjes met schotelantennes, kleine bakstenen huizen tot de grotere bakstenen soort. In sommige dorpjes was geen verpakking op de grond te zien, in andere lag en hing het overal van de wind.Onderweg pikten we Samuel op. Samuel werd 's anderendaags onze gids. Hij sprak slecht Engels waardoor onze chauffeur veel moest vertalen. Samuel wilde persé dat we allerlei zinnetjes in de taal van de stammen die we 's anderendaags zouden bezoeken, herhaalden... meteen ontstond enig ongenoegen richting de man...
Omdat we al rond half 3 in onze mooie lodge waren, konden we nog wat vrije tijd nemen, wat ook weer welkom was. We werden gewaarschuwd voor de schorpioenen in de regio. Die zagen we niet. Wat we wel steeds zagen als we naar ons huisje wandelden waren de vrolijk gekleurde Nyasa dwergpapegaaitjes.
Vanuit ons tentenkamp in het midden van het Serengeti Nationaal Park vertrokken we op dinsdagochtend 6 oktober '26 voor de laatste keer op gamedrive in de Serengeti. Blijkbaar deden er geruchten over de aanwezigheid van tseetseevliegen de ronde want het dak van de jeep kon pas open van zodra we onder de bomen van de lodge weg waren... maar later stonden we ook stil onder bomen en hadden we wel het dak open... net zoals de malariamuggen, zijn die tseetseevliegen er gewoon in Tanzania (en Afrika), maar geeft niet iedere muggensteek malaria en geeft niet iedere vliegenbeet de slaapziekte... we waren ook steeds goed ingesmeerd met DEET, maar die beestjes vinden toch net het plekje waar je wat miste of minder smeerde... als we het dan toch over bijters hebben: dazen trekken zich helemaal niks aan van DEET!
Tijdens de laatste uren die we in het nationaal park rond reden, kregen we weer veel leeuwen (16) te zien. Daarnaast zagen we buffels, zebra's, gnoes, giraffen, wrattenzwijnen, mangoesten, een klipspringer, thomsongazelles, koritrappen, impala's, topi's, een uil, zes hyena's, een nijlpaard, een rotsklipdas en weer heel veel vogeltjes.
Op twee verschillende plaatsen, leek het erop dat er een dier gedood ging worden door de aanwezige leeuwen. Gezien de tijd, maar zeker ook aangezien het heel lang kan duren vooraleer die leeuwen effectief eens overgaan tot het doden van een dier, reden we er van weg. Ine vraagt zich ook af of ze zo'n slachtpartij eigenlijk wel wil zien... voor ons heeft het in ieder geval geen meerwaarde. Het is voor ons geen gemis dat we, tijdens al onze safari's die we al deden, nog nooit een slachting zagen.Hoe verder naar het zuiden we reden, hoe vlakker het werd en hoe minder bomen of struiken er stonden. Er stond enkel gras. Het gras was dor en droog, maar tegen dat de gnoes en zebra's terug hierheen gaan komen, na de regen, zal het er volop groen zijn, hebben zij volop uitzicht over de vlaktes om roofdieren goed te zien en zullen die roofdieren, vanwege het hoge gras, hun pasgeboren kalfjes niet eenvoudig zien.
Maar een kwartier voor het aflopen van onze vergunning, dus om 12u, reden we de Naabi poort uit. Deze poort wordt gezien als de hoofdpoort en wordt door de meeste toeristen gebruikt. Dit was meteen duidelijk toen we er waren: de ene safari-jeep na de andere, echt tientallen zowel aan de ene als aan de andere kant. Aan die poort is het de bedoeling dat je meteen ook een toegangsvergunning voor Ngorongoro Conservation Area, dat meteen aansluit op het grondgebied van de Serengeti, aankoopt. Om voor 's anderendaags de geldigheid van de 12uurs-vergunning te 'rekken', sprak onze chauffeur er af na onze lunch terug te komen om die vergunning aan te kopen... weer een klein uurtje gewonnen voor de dag nadien!
Zoals beloofd ging onze chauffeur een vergunning kopen voor het Beschermd gebied Ngorongoro. Het duurde, na het verlaten van die Naabi poort, wel nog enkele kilometers vooraleer de Serengeti effectief overging in het domein van Ngorongoro... en ook daar moest de chauffeur stoppen om zijn vergunning te laten zien.Naarmate we meer dorre vlaktes voorbijreden, kwam er stilletjes aan toch weer een struik en een acaciaboompje bij. Ook kwamen we, hoe verder we beschermd gebied Ngorongoro inreden, steeds meer Maasai met hun kuddes en meer Maasaidorpen tegen. Onze chauffeur vertelde dat enkel de Maasai stam mag wonen in het Ngorongorogebied.
In de omgeving lagen er steeds meer heuvels en uitgedoofde vulkanen. Wij gingen ook hoger en hoger rijden. Zo kwamen we terecht op de kraterwand van de Ngorongorokrater.
Deze Ngorongorokrater is de grootste intacte caldera (ingestorte vulkaankegel) ter wereld. Hij bevindt zich op 2200 meter boven zeespiegel. Deze vulkaanresten zijn vermoedelijk 2-3 miljoen jaar geleden ontstaan uit een vulkaan die zo'n vijf kilometer hoog geweest moet zijn.Vanuit twee uitkijkpunten keken we de krater in: het leek op een enorme kom met bruin en groen... beetje vreemd zicht, eigenlijk.
Zoals alle lodges en tentenkampen lag dat van ons ook bovenop op de kraterwand. Doordat het aan de hele andere kant lag als waar we de rand op waren gereden, en de weg natuurlijk weer erg slecht was, duurde het lang vooraleer we er waren.
Het tentenkamp lag ideaal voor de ochtend nadien, als we een gamedrive zouden gaan doen: het lag erg dicht bij een toegangspoort naar beneden, de krater in. Ditmaal had het tentenkamp ook echt tenten. We kregen een tent toegewezen: via een voortent van horrengaas gingen we een grote slaapkamer in en achteraan de tent lag de badkamer met afgescheiden onderdelen voor toilet, douche en wastafel. Op het bed lagen verschillende dikke dekens en de medewerker die ons naar onze tent bracht zei dat er ook nog warmwaterkruiken gebracht zouden worden... het zou inderdaad koud worden die nacht!
Meteen na vertrek stuitten we op een lange sliert van gnoes die de weg overstaken. De chauffeur reageerde enthousiast dat het de "Grote Trek" was. Het zouden gnoes (en zebra's) zijn die ondertussen weer terug vanuit Kenia waren en nu de trektocht maakten naar de eindeloze vlaktes van het zuiden van de Serengeti. De gnoekoeien zouden allemaal drachtig zijn en op die vlaktes gaan bevallen, om dan, van vooraf aan, weer richting het noorden van de Serengeti te trekken. Als ze zich voortbewegen, lopen ze allemaal achter elkaar aan en zijn ze erg alert. Een leider geeft aan tot waar ze lopen en kunnen gaan grazen. Typisch aan de combinatie van deze dieren, gnoe en zebra, is dat gnoes heel goed ruiken, maar niet goed zien. Zebra's kunnen dan weer erg goed zien. Samen kunnen ze dus beter voor hun kuddes zorgen dan afzonderlijk. Zebra's krijgen echter gedurende het hele jaar hun jongen, niet enkel op die grote open vlaktes in het zuiden van het nationaal park. Interessant! We wisten helemaal niet dat ze in zo'n sliert liepen als ze trekken!
We werden deze zeventiende reisdag echt heel erg verwend: we kregen verschillende leeuwen en -groepen te zien. In totaal zagen we er 46! Ook zagen we vijf cheeta's en twee luipaarden en een (overdag moeilijk te spotten) civetkat!
Tussen die katachtigen door spotten we veel olifanten, nijlpaarden, krokodillen, buffels, giraffen, bavianen, dik diks, thomson's en grant's gazelles, dwergmangoesten, wrattenzwijnen, hartenbeesten, topi's, een maraboe, impala's, rotsklipdassen, een arend, blauwkopkroonparelhoenen en weer allerlei vogeltjes... maar die dazen, hè... aaarghhh...
Rond 16u, 9,5 uur later dus dan het vertrek, stapten we uit de safari-jeep en werd het dak weer afgesloten.
We hadden, net zoals in de meeste overnachtingsplekken, geen wifi op onze kamer/'tent'. Dit maakte dat we voor het eten nog op het terras van de bar gingen zitten om, terwijl we met onze foto's bezig waren, iets dronken... en de gekregen geroosterde noten opsnoepten...
Op onze 16e reisdag door Noord-Tanzania vierden wij ook dierendag. Eerst moesten we wel nog zo'n vier uur rijden/stuiteren vanuit onze lodge bij het Natronmeer naar het volgende nationaal park dat we gingen ontdekken, namelijk Serengeti National Park. De weg naar de minder bekende toegangspoort 'Kleins gate' (op enkele tientallen kilometers van de Keniaanse grens) was opnieuw, op 50 km asfaltweg na, weer vre-se-lijk slecht!
Ook het Serengeti National Park heeft geen omheining. Dit maakt dat de wilde dieren ook buiten het park terecht komen. Zo hadden we, vóór het park, al wild als giraffen en antilopes, gespot... maar het eerste groepje olifanten zagen we pas net toen we het park binnen waren. Gnoes en zebra's kregen we ook al snel te zien. Deze kuddedieren ondernemen in de Serengeti de "Grote Trek". Ze doen dit echter niet allemaal tegelijkertijd. De dieren die wij zagen, moesten er nog mee verder doen. Andere zouden op datzelfde moment alweer terug aan het keren zijn vanuit het stukje Serengeti in Kenia weer terug naar Tanzania.
Op 3 oktober jl. hadden we nog verschillende activiteiten in de omgeving van het Natronmeer kunnen ondernemen. We besloten echter om eens een dagje vrijaf te nemen!
En neen, we zijn toen niet aan het zwembad gaan liggen... maar zijn met lezen, puzzelen, onze foto's en met wat handwasjes bezig geweest.
Nadat we uitgewuifd werden, reden we een twintigtal kilometers verder, tot in het stadje Mto wa Mbu. Mto wa Mbu is Swahili voor 'rivier van muggen'. Gelukkig hebben we er daar, de ochtend dat wij er waren, niet veel van gemerkt. Het plaatsje is groot geworden door de toeristen die er, tussen verschillende safariregio's reizen, stoppen en/of overnachten. Mto wa Mbu is een smeltkroes van culturen: Er wonen mensen van vrijwel alle 120 verschillende etnische stammen van Tanzania door elkaar.
Door de vruchtbare grond wordt er volop geoogst, waaronder meer dan 30 soorten bananen, rijst en diverse groenten. Het dorp staat verder bekend om zijn markten.
Wij gingen in Mto wa Mbu met een gids van het ene naar het andere fietsen. Voor Ine was het al sinds China (2011) dat ze nog gefietst had op een gewone fiets. Voor Johan was het nog niet zo lang geleden omdat hij voor het werk nog gefietst had.
We stopten een eerste keer bij een kleine kudde zebra's en gnoes. De dieren stonden op het domein van de plaatselijke school te grazen. De jonge gids vertelde dat het wilde dieren waren. Ze zijn afkomstig van een park in de buurt (die niet omheind zijn), maar zijn na een regenperiode niet terug naar het park gegaan. De kudde is in Mto wa Mbu gebleven... en is er nog steeds... vreemd om deze dieren zo in een bewoond gebied te zien.
Vervolgens fietsten we door een wijkje. onze gids legde uit dat er in de loop der tijd anders gebouwd wordt: eerst gebruikten alle stammen leem en takken bij het bouwen van hun woningen, maar dit werden, bij de meeste stammen, gaandeweg zelfgemaakte en later gefabriceerde bakstenen. Er werd ook uitgelegd waarom de oude, vervallen bouwsels steeds blijven staan. De oudere woningen worden niet afgebroken en opgeruimd om de aanwezige zielen van de voorouders die in die eerdere huizen gewoond hebben niet te verstoren... alweer een vraagstuk van ons, over het waarom er zoveel bouwsels op een stuk grond blijven staan, opgelost.
De vruchtbare streek heeft grote rijstvelden die goed geïrrigeerd kunnen worden door het vele rivierwater vanuit de riftvallei, die in de buurt ligt. Er worden diverse soorten rijst gekweekt in Tanzania, maar in deze regio wordt enkel witte rijst verbouwd. We reden tussen de rijstvelden en zagen vele boeren en boerinnen er hard werken, voor vaak magere inkomsten, werd ons verteld.
In de omgeving worden verder verschillende soorten groenten en fruit verbouwd. Deze wordt verkocht op verschillende marktplaatsen. We bezochten één markt, waar we uitleg kregen over verschillende zaken. We liepen er ook door de slagersgang. In heel Afrika (maar ook in andere warme landen) zagen we slagers al hun vleeswaar buiten hebben hangen. Het verschil met deze slagersgang was dat er geen stoffige weg langsliep en dat de prijzen vastgesteld waren. De klanten betaalden dus overal hetzelfde. Er werd ons bevestigd dat er geen koelcellen zijn voor het vlees. Onze gids zei dat het vlees er dagelijks volledig verkocht was en dat daardoor een koeling ook niet nodig was... tja... het vlees moet natuurlijk 'rijpen' alvorens het gegeten wordt...Na het marktbezoek fietsten we naar een bananenbierbrouwerij. Het bier werd op dezelfde manier als Ine een week eerder zag, gemaakt, maar was afgeschermd van de toeristen. Ook Johan kon nu het bier proeven. Onze gids legde uit dat het geen goed bier was omdat het, bij het maken, te veel rook opgenomen had... en inderdaad, hetgeen we te proven kregen, smaakte vooral naar rook. Onze gids vertelde nog het verschil tussen bananenbier en -wijn. In feite is het net hetzelfde, maar heeft de wijn een hoger alcoholpercentage, als wijn in plaats van als bier. Het is ook helderder en duurder.
Als afsluiter van onze fietstocht bezochten we nog een bananenplantage. Hier zagen we enkele soorten bananenbomen en hun bloei. Bizar eigenlijk hoeveel soorten bananen er zijn... en hoe weinig wij er maar kennen!
Nadat we hetgeen aten dat we op konden uit onze, opnieuw overvolle, lunchbox (en de overschot aan anderen weggaven) reden we richting onze volgende bestemming. Over een barslechte gravel-/steenslag-"weg" reden we drie uur tot we aan het Natronmeer aankwamen. Onderweg reden we de Grote Riftvallei in door een hoge heuvelrij over te rijden. Nadien werd de omgeving vulkanisch: er lagen veel vulkanische assen, oude lavavelden en oude en slapende vulkanen. We zagen ook verschillende windhozen ontstaan, voorbij kolken en weer 'oplossen'... bijzondere omgeving!Normaal gezien zouden we die nacht richting de top van vulkaan ol Doinyo Lengai, die we ook voorbijreden, wandelen. Deze vulkaan heeft aan de top een actief geothermisch veld met unieke lava. De lava die de vulkaan uitstoot heeft een hoog gehalte aan natrium- en kaliumcarbonaten. Daardoor is de temperatuur van de lava lager dan bij andere vulkanen, zo'n 500-600 graden Celsius (elders veelal 800-900 °C). In zonlicht lijkt deze lava een zwarte kleur te hebben in plaats van een rode. Ze is ook minder vloeibaar dan lava met veel silicaten... en dit was hetgeen, vooral Ine, persé wilde zien... maar gedurende wandeltochten die Ine tijdens haar week alleen deed, besefte ze dat ze te veel klachten, van o.a. hoogte, had om deze enorm steile berg van 2.960 meter te beklimmen. Tijdens de kennismaking met onze chauffeur Godsilent hadden we al doorgegeven deze tocht niet zouden gaan doen, maar andere activiteiten te willen gaan ondernemen.
... aan de oude lavavelden zag je trouwens dat die lava van de ol Doinyo Lengai anders is dan andere: het stollingsgesteente wordt carbonatiet genoemd. Nadat de lava gestold is, blijft deze niet zwart, maar kleurt ze grijs. Het lavagesteente verweert ook sneller dan bij andere vulkanen. Dit maakt dat de lavavelden veel 'gladder' zijn...Alvorens naar onze lodge te rijden, maakten we kennis met onze plaatselijke gids. Hij zou ons, in plaats van het beklimmen van de vulkaan, 's anderendaags meenemen naar het Natronmeer, naar historische voetafdrukken en een waterval.
Onze lodge, voor één nacht, had zowel uitzicht op de ol Dionyo Lengai als op het zoute Natronmeer. Onze kamer was opnieuw vrij luxueus en groot met een grote badkamer. Omdat het echt wel erg warm was in deze regio gingen we eerst douchen. En terwijl Ine onder de douche stond, viel de stroom uit... en die bleef een hele poos weg... gelukkig was er een zaklamp om in het donker naar en van het restaurant te gaan.
Dat er véél olifanten in dit nationaal park leven, werd nu wel duidelijk. We zagen er echt veel, maar allemaal maar in kleine groepjes van vrouwtjes met jongen of solitaire stieren. Verder zagen we (als we niks vergeten zijn) gnoes, dikdiks, leeuwen en welpen, zebra's, waterbokken, reigers, buffels, bavianen, vervetaapjes, hoornvogels, ibissen, flamingo's, giraffen, impala's, hyena's, wrattenzwijnen, hartenbeesten, thomsongazelles, pelikanen, dwergmangoesten, koedoes, struisvogels, zeearenden, een maraboe, vele vogeltjes en een jachtluipaard (met enorm veel safari-jeeps).
Nog even voor de zon effectief onderging, bereikten we de top van een heuveltje. Dit had een erg mooi en panoramisch uitzicht over het Manyara-meer en de bergen van de nabijgelegen riftvallei/Grote Slenk. Tijdens een hapje en een drankje vertelde de Maasaikrijger (= Moran) dat hij op school veel geleerd had over duurzaamheid. Hij vertelde dat hij in zijn gemeenschap ijvert om, zonder verlies van hun cultuur, grasvelden aan te leggen om hun kuddes koeien, schapen en geiten te laten grazen, maar ook om minder dieren te kopen, maar net dierenrassen aan te schaffen die meer melk en vlees opbrachten. Hij had immers geleerd dat je beter goed gevoede, gezonde dieren hebt, dan grote hoeveelheden uitgemergelde dieren... interessant gesprek!