Johan en Ine
... wat ons bezig houdt, verbaast en blij verrast, wat we doen en misschien ook wat we laten ...
20 maart 2026
19 maart 2026
Dag 5 : Matmata - te voet van Tamezret naar Zeraoua - Douz - woestijn
Onze chauffeur stopte, gaf ons onze tussendoortjes (die we steevast bij de fooi van de kamermeisjes achterlieten vanwege véél te veel eten op een dag) en reed verder. We hadden deze wandeling geen begeleider bij ons, maar we moesten gewoon de (slechte) weg door de heuvels volgen tot het volgende dorp. We deden onze regenjasjes nog aan, maar kregen geen regen meer. Maar met de frisse windvlagen was dit ineens ook een 'warme' oplossing.
De weg die we wandelden, kronkelde zich door de heuvels van het Dahargebergte. Dit maakte het nog interessant en mooi. Achter iedere heuveltop dook steeds weer een nieuw panorama op aan volgende heuvels en dalen. De begroeiing bleef identiek als dat we de dagen voordien al zagen.Op een gegeven moment zagen we de jeep warin we reisden staan op een van de verdere heuvels... maar die reed dan weer verder. En hetzelfde gebeurde toen we het dorp in zicht kregen... we werden dus toch nog in het oog gehouden ;-)
We kregen eerst maar een gedeelte van Zeraoua in zicht. Een bocht verder verbaasden we ons over hoe groot het dorp was! En ook verbaasden we er opnieuw over hoe goed het dorp gecamofleerd lag tegen de berg. Qua bouwstijl was het berberdorp weer anders dan de andere dorpen, eerder dan Toujiane waar we de dag voordien doorreden. De woningen waren groter en léken niet zo zeer in de berg gebouwd te zijn.
Na 7 km en z'n twee uur na vertrek kwamen we bij onze jeep aan, die ondertussen weer wat verder het dorp ingereden was. We stapten nog niet in want de chauffeur zou ons op het einde van het dorp treffen, zei hij. Pas nadat hij verteld had dat er nog maar één familie met hun kudde schapen en geiten in het vervallen dorp woonde, reed hij verder. We zagen in de vervallen huizen ook verschillende geiten, zo van die grote met lange oren en lange haren, staan en in andere huizen, waar wel nog een dak op zat, zagen we de hooivoorraad liggen. Ook zagen we in een ander deel van het grote dorp een herder met een kudde geiten en schapen aan de waterput.We kwamen al snel weer de jeep tegen. De chauffeur was stenen van de weg aan het gooien en aan het verleggen... Er was een woning ingestort en die was op de weg door het dorp terecht gekomen. Johan ging helpen. Na een tijdje vroeg Johan of een andere weg nemen geen mogelijkheid was. De chauffeur legde uit dat dit kon, maar dat over die wegen rijden veel langer zou duren omdat die slecht waren. Als hij over het ingestorte huis geraakte, zouden we een veel betere en snellere route naar Douz hebben... wat nog, via die route nog 100 km rijden was...
Met het 'herleggen' van de keien en de instructies van Johan slaagde chauffeur er in om over het ingestorte huis te rijden... Dit was al de tweede vakantie op rij dat Johan zulke wegenwerken en hulp moest bieden: In Zuid-Cyprus had hij dit ook voor Ine moeten doen toen we een kerk in de middle of nowhere gingen bezoeken (blogbericht).Enfin, we verkenden Zeraoua verder. Het was echt een groot dorp! Spijtig dat iedereen er weggetrokken is... maar begrijpelijk ook natuurlijk... maar zo verdwijnt, net als in al de andere dorpen in het Dahargebergte, toch ook veel van de cultuur van de Berbers.
Nadat we terug plaatsnamen in de auto, die enkel een klein deukje opgelopen had volgens de chauffeur, verlieten we stilletjesaan de bergen en lieten we de Berbers achter ons. In eerste instantie reden we nog over een barslechte, kronkelige weg, maar nadien kwamen we op een grote, geasfalteerde weg terecht. De chauffeur reed er goed op door en trok zich niks aan van de verkeersborden met 70 op...
We reden de meest zuidelijke provincie van Tunesië uit en reden naar het noordwesten. Gaandeweg veranderde het landschap : het werd steeds vlakker en zanderiger... en zo kwamen we aan in Douz. Deze stad in een grote oase wordt "de toegangspoort tot de Sahara" genoemd... en in feite is dat ook echt zo want in de wijde omgeving zijn er geen grote steden meer tot aan de grens met Libië en Algerije.We reden volledig door het centrum van Douz. Net als in alle plaatsen waar we doorreden, lag het er een beetje troosteloos bij aangezien alle horeca-zaken gesloten zijn vanwege Ramadan. We stopten, vlka buiten het centrum, aan het Sahara Museum. In het museum werden we rondgeleid door een gids. Hij gaf ons uitleg over de cultuur van de Tunesische Bedoeïenen en het leven in de Tunesische woestijn. We kregen uitleg over de verschillende Bedoeïenenstammen, de dromedarissen, geneeskrachtige kruiden uit de woestijn, traditionele klederdracht, de bedeïenetenten enz. Interessant!
Om half 12 had de chauffeur ons al gevraagd of we honger hadden, maar toen hadden we gezegd van niet. Na het museumbezoek hadden we eigenlijk ook geen honger, maar we moesten nog eten, vond de chauffeur. Dat deden we op het vertrekpunt van onze tocht naar de woestijn. Onderweg er heen waren we onze kok en dromedarisdrijver met twee dromedarissen al tegengekomen. Zij waren ook al onderweg naar de vertrekplaats. De kok bleek de broer van onze chauffeur te zijn...Tegen dat we opnieuw overvol eten zaten, kwamen onze wandelgidsen van de komende drie dagen en twee nachten er ook aan. De drommedarissen hadden allebei al veel op hun rug geladen. Onze rugzakken gingen er nog bij op. We namen afscheid van onze chauffeur, die nu anderhalve dag vrijaf had, en gingen op pad in onze mini-karavaan steeds verder de woestijn in.
Het was een flink tempo dat onze dromedarissen en begeleiders aanhielden! We konden maar net volgen in de soms 'diepe' zandduinen. Bij een eerste rustpauze, Ine zal een rood hoofd gehad hebben, vroegen de begeleiders of ze geen sjaal had. En ja, die had Ine, voor het geval ze moskeeën binnen zou gaan. Omdat Ine totaal niet wist hoe ze de sjaal over haar hoofd en mond moest doen, kreeg ze hulp. De sjaal was veel te kort, maar de heren slaagden er toch in om een Bedoeïene van Ine te maken. Dat was best warm, maar de zand werd zo wel minder in haar mond geblazen... en uit beleefdheid hield Ine de doek nog op haar hoofd. Drinken deden we steeds stiekem zodat onze begeleiders het niet zouden zien... zij mochten immers niet drinken... en met die waaiende zand en het knarsentanden daardoor moet dat heel vervelend geweest zijn!
Bij een tweede rustpauze bleek dat de heren onder de indruk van ons tempo waren! We hadden dus beter een beetje minder ons best gedaan om te volgen! Hahahaha... Ze gaven aan dat ze, na deze stop, nog maar een klein beetje zouden wandelen en dan op zoek zouden gaan naar een slaapplek.Na in totaal twee uur en 8 km wandelen in de winderige woestijn was er een plek gevonden voor de nacht. De dromedarissen werden bevrijd van hun balast. De dromedaris die als tweede gelopen had, werd bevrijd van zijn muilkorf. Er werd uitgelegd dat deze nog vrij jong was en de andere zou bijten als hij de muilkorf niet droeg. Op zich leek hij er geen last van te hebben. Hij kon natuurlijk onderweg, zoals de eerste wel steeds deed, niet grazen. Vooraleer de dromedarissen losgelaten werden, kregen ze een touw rond hun twee voorste poten gebonden. Op deze manier konden ze nog wel langzaam rondstappen, maar konden ze niet weglopen. Tot vlak voor het avondeten konden de dieren zo grazen en hun eigen plan trekken, dan werden ze gehaald en gingen ze rusten.
Ondertussen zetten we ons iglotentje op en terwijl de heren aan de voorbereidingen van het avondeten startten, eerst door droge takken te gaan sprokkelen, richtte Ine de tent in. We hadden ieders een dikke mat gekregen en vier dikke, zware dekens. Die hadden ook op de dromedarissen gelegen en zaten dus onder het zand doordat het zo waaide... meteen lag er dus overal zand. Zelf hadden we, gelukkig, dunne thermische slaapzakjes bij. Dat maakte dat we toch niet rechtstreeks tussen die dekens met zand lagen.
Toen Ine zich bij de anderen voegde, stond al een soepje te pruttelen op een vuurtje en gingen de groenten en het lamsvlees er in een stoompot bovenop. Terwijl Johan gevraagd werd het vuur gaande te houden, werd nog meer hout gesprokkeld en werden de dromedarissen teruggehaald. De touw rond hun voorpoten werd strakker aangespannen, ze gingen zitten en bleven zitten... na eventjes ;-)Om 18:31 uur was de zon onder en was het iftar. Onze begeleiders waren zo gelukkig als kleine kinderen dat ze konden eten! Ze startten met (een oneven aantal) dadels en karnemelk met water. Ook wij deden mee. Daarna gingen ze verder met koken, wat vanwege de primitieve omstandigheden en het slechts éne vuurtje in episodes ging... alhoewel... terwijl de kok bezig was met het verder bereiden van het hoofdgerecht en nadien het voorgerecht, maakte de dromedarisbegeleider / kokhulpje het deeg voor het brood klaar. We hadden tijdens onze reis al gehoord over het "pain de sable", het zandbrood, maar zagen het nu echt: het deeg werd op een handdoek over een hoopje zand gelegd om het rond van vorm te maken maar door er ook een bolle/holle kant aan te maken. Er werden houtskooltjes van onder het kookvuur plat verspreid over het zand en daar werd het deeg opgelegd. Het deeg werd vervolgens ook bedekt met deze houtskooltjes. De warmte van het zand en de kooltjes maakte vervolgens dat het brood bakte. Door op het brood te tikken, hoorden ze of het al goed genoeg gebakken was om het brood om te draaien. Ook na het draaien gingen er weer warme houtskooltjes op het brood. Toen het brood overal "goed klonk" als er op getikt werd, werden de kooltjes en het zand er afgeklopt en was het brood klaar!
Ondertussen was de kok bezig geweest met de voorbereidingen voor het maken van ieders een "brik". Hiervoor had hij olie in een koekenpan gedaan en op het vuur gezet en een papje gemaakt van eieren, peterselie, een blikje tonijn, harissa en een gekookte aardappel. Een blad filodeeg plooide hij half en vervolgens in drie om middenin het 'papje' te doen. Dit legde hij in de hete olie en hij duwde de kantjes van het pakketje in de pan aan... heel eenvoudig en héél lekker... maar veel werk!
Nadat we onze brik en brood ophadden, was het tijd voor de soep en de hoofdmaaltijd, de gestoomde groenten, aardappelen en het lams... bwôôhhh, lekker maar veel!
Al snel na het eten, gingen we in onze tent lezen en slapen... wat een dag!
18 maart 2026
Afgelopen 10 maart
Vanuit ons grothotel wandelden we eerst van het nieuwe dorpscentrum weg. Al snel wandelden we langs een locatie met verlaten grotwoningen. Het interessante hieraan was dat we er, zonder iemand te storen, 'erop' konden. Dit maakte dat we ín een binnenplaats van een grotwoning konden kijken, in plaats van er enkel in binnen te gaan en op die manier te bekijken.
Ondertussen waren we al twee keer aangesproken. In andere dorpen was dit niet. Matmata was duidelijk wat meer toeristen gewoon. Als we gewild hadden, waren we naar een restaurant gebracht en waren we naar het museum ksar Matmata begeleid... maar naar dat laatste waren we sowieso onderweg en lag echt niet ver weg... Toen we aan het museum aankwamen, stapte een kerel van zijn brommertje en liep met ons mee naar binnen. Hij gaf wat uitleg over wat we zagen in de lange inkomgang. De inkomprijs, TND 10 (= € 2,95) moesten we betalen aan een dame die binnen zat... we hadden het kereltje dus meteen door... hij was geen 'gids'. Hij bleef praten, maar was even van zijn melk toen Ine vroeg of zijn diensten inbegrepen waren in de inkomprijs. Hij ontkende het niet, maar daarna probeerde hij ons een avondeten, of een tour voor de dag nadien aan te smeren... en uiteindelijk droop hij, zonder fooi, af... Hij had ons toch helemaal verkeerd ingeschat! Wij zijn geen domme toeristjes die overal zomaar intrappen! Hahahaha...
Het museum is een oude typische grotwoning van de regio. Vanuit een binnenkoer met waterput is toegang tot verschillende kamers. Er was één kamer die via een stenen trap te bereiken was. De verschillende (grote) kamers waren allemaal ingericht naar de functie die ze ooit hadden en met materiaal dat gebruikt werd. Zeker ook de olijfolie-opslagplaats met verschillende aarden karaffen en de gebruikte materialen van de deuren en deurstijlen (deels palmboomhout, deels olijfboomhout) waren interessant om zien. Toen we in de ontmoetingsruimte van de woning kwamen, kwam de dame van het museum ons thee en brood brengen... lekker!Vervolgens liepen we wel richting het stadscentrum, maar namen we een afslag eerder om bij het Sidi Idriss Hotel te geraken... toch wel een plek die je in Matmata gezien moet hebben... ook zoals wij, als niet Star Wars-fans.
17 maart 2026
Chenini - Guermassa - Ksar Hallouf (3/8)
Na ons ontbijt waren we weer helemaal klaar voor een volgende wandeltocht. Het had die nacht en ochtend van 9 maart '26 geregend en er hing mist tussen de Daharbergen. Het was best frisjes en er vielen af en toe nog druppels, maar tijdens de wandeling kregen we geen regen meer. Het was eigenlijk ideaal wandelweer!
Volgens onze vooraf gekregen reisbeschrijving zouden we via het dal van Chenini naar Guermessa/ Guermassa wandelen. Onze wandelgids had besloten dat we de nabijgelegen berg op gingen en via het bergplateau zouden wandelen, de route die de herders nemen.
Het was half 8 toen we aan onze wandeling startten. Bij het afdalen van het dorpscentrum passeerden we nog verschillende grotwoningen met daarbij hokken met schapen en geiten. De hokken waren een samenraapsel van allerlei platen, houten schutsels en roosters... we gingen terug in de tijd... Op onze weg naar beneden was een berber, in traditionele puntjas, bezig met het scheiden van de olijven van de blaadjes en takken. De olijven waren om te persen, de rest voor de dieren, legde de gids uit.Onderaan de berg die we op moesten, leek dit een zware beproeving. Onderweg viel dit erg goed mee. Dit kwam voornamelijk door het trage tempo dat de gids aanhield... tja, wij willen waarschijnlijk altijd veel te snel wandelen, terwijl die berbers daar niet mee bezig zijn... Het trage tempo maakte dat zelfs Ine, die niet goed kan 'klimmen', gewoon kon volgen én zelfs nog foto's kon maken van de verschillende bloemetjes die er tegen de helling stonden.
Het pad lag er best goed bij. Er waren maar weinig stukken waar er enkel losse stenen en keien lagen. Eens boven op de berg verliep onze wandeling glooiend. Afhankelijk van welke richting we uitwandelden - en of er hogere bergen lagen - hadden we wat last van windvlagen en -stoten. Dit maakte dat we onze truitjes echt wel nodig hadden bij het wandelen. En voor Ine, tijdens het rusten, was zelfs een extra truitje nodig.Hetgeen we onderweg zagen, verschilde niet veel van de dag voordien of van de kilometer ervoor, maar bleef interessant en bijzonder. Gaandeweg passeerden we opnieuw deels ommuurde stukken grond met daarin olijfbomen en wat palmbomen. De gids vertelde dat de olijven van deze bergen niet lekker waren om gewoon te eten. Ze zijn kleiner dan die van de grote olijfplantages aan de kust en worden, als ze al zwart zijn, pas geoogst. De olijfjes zitten boordevol olie in plaats van vruchtvlees, konden we zien.Deze ksar ligt bovenop een heuvel boven het huidige dorp Ksar Hallouf, dat in een oase tussen vele palmbomen ligt. In dit dorp overnachtten we die nacht in grothotel Dar Sana. Onze meerpersoonskamer lag weer in een grot met daarvóór ghorfa's.
16 maart 2026
Dag 2 : Djerba - Douiret - Chenini
We maakten een fotostop aan Sebkhat el Melah. Dit zoutmeer ligt niet ver van de Middellandse zee. Het is 150 km2 groot en ligt onder zeeniveau. Het meer bevindt zich in een verdampingsbassin. Af en toe infiltreert zeewater het waterbekken, waarbij opgeloste mineralen worden meegevoerd die later achterblijven als het water verdampt. Dit zoutmeer is zeker niet het véél grotere en meer naar het westen liggende Sjott el-Djerid.
Het landschap dat we onderweg te zien kregen, veranderde gaandeweg: van grote weilanden met olijfbomen, over vlakke 'leegtes' met kleine struikjes tot we de bergen van het Dahar-gebergte te zien kregen. In die bergen zouden we de volgende dagen wandelen en verblijven. In deze bergen wonen de Tunesische Berbers.
Berbers zijn de oorspronkelijke, inheemse bevolking van Noord-Afrika, wonend in landen als Marokko, Algerije, Tunesië en Libië, in de Egyptische oases van Siwa en Gara, in Mauritanië en in Mali. Ook de oorspronkelijke bewoners van de Canarische Eilanden, de Guanchen, worden tot de Berbers gerekend. Ze hebben een eigen taal, cultuur en tradities, en een geschiedenis die meer dan 15.000 jaar teruggaat in de regio.
Van aan de moskee moesten we nog een kleine afdaling en klim doen om onze eindbestemming, (ksar) Chenini, te bereiken. We hadden dan negen kilometer gewandeld... en deden er maar liefst vier uur over... inderdaad, dat heeft lang geduurd! De gids wandelde traag en liet ons vaak en vrij lang pauzeren... een les in geduld voor Johan ;-)
's Avonds konden we gaan eten in het restaurant van Kenza, iets lager in het dorp. We kregen brik, soep, couscous met kip en een appelsien en qarn al-ghazal, weer zo'n zoete, plakkerige lekkernij! Óók hier hadden we, net als de avond voordien, het gezelschap van enkele hongerige, miauwende katten onder onze tafel.
15 maart 2026
Dag 1: Houmt Souk
Zaterdagnacht 7 maart '26 stonden we om 2:15 uur op. We hadden immers al om 6:10 uur onze vlucht vanuit Brussel naar Djerba. We vlogen eens niet met een lijnvlucht, maar met een TUI fly-vlucht. Na zo'n drie uur en een kwartier vliegen, landden we op de luchthaven van Djerba. Vooraleer we uitstapten, moesten we onze boardingpass laten zien om te voorkomen dat er toeristen te vroeg zouden uitstappen... gelukkig dat die check gedaan werd. Of er nu mensen te vroeg wilden afstappen, hebben we niet gezien, maar we hebben in het verleden zo al vrij lang op een idioot-die-blijkbaar-niet-naar-de tientallen-afgeroepen-boodschappen-geluisterd-had moeten wachten...
In de winter is er geen tijdsverschil tussen België en Tunesië, dus dat was fijn gemakkelijk. Het maakte ook dat we dus al vroeg op Djerba waren. Aan de uitgang van de luchthaven stond iemand ons netjes op te wachten met een bordje "ANDERS REIZEN", de reisorganisator die onze reis geregeld had. We vernamen dat we tijdens onze reis steeds dezelfde chauffeur zouden hebben... ook gemakkelijk. De reis werd uitgevoerd door het locale Agence Alyssa... en vanaf dan haalden we onze Franse woordenschat van onder een dikke laag stof.Al na een kwartiertje rijden, stopten we aan ons hotel, Hotel Touring Club Marhala, in de hoofdstad van Djerba Houmt Souk. Er werd ons geadviseerd om zeker in het stadscentrum rond te wandelen... al moesten we er rekening mee houden dat het er rustig was en dat alle eet- en drankgelegenheden gesloten waren vanwege Ramadan... en dat rond gaan neuzen, waren we sowieso van plan!
Als eerste actie gingen we euro's omwisselen in Tunesische Dinars. We zouden, aangezien alle maaltijden voorzien waren, niet veel uitgaven hebben, maar we moesten natuurlijk wel voldoende fooiengeld voorzien voor al onze begeleiders tijdens onze rondreis.
Het was inderdaad erg rustig in het stadje. Heel veel zaakjes, al-le-maal horecazaakjes, waren dicht. We struinden wat rond door het oude stadscentrum met z'n wirwar aan smalle straatjes, bazaar en soek en wisten, zoals steeds, de verkopers van souvenierswinkeltjes vriendelijk, doch kordaat, van ons weg te houden. We wandelden langs verschillende moskeeën, oude gebouwen en verschillende pleintjes. Onderweg richting de Middellandse Zee stopten we bij een patisserie voor wat Tunesisch zoets en bezochten we een supermarktje. Daar was het érg druk: blijkbaar was het hét moment om alvast inkopen te doen voor iftar 's avonds. De aankopen verschilden van persoon tot persoon, maar iedereen had wel massa's melk, dadels en eieren mee... wij kochten wat water en zachte maanzaadbroodjes... en keken onze ogen uit...Buiten het centrum, aan de kust, die zo goed als geen strand heeft bij Houmt Souk, staan nog de resten van de vesting Bordj El Kebir (ook Fort Ghazi Mustapha). We zetten ons er wat neer op een muurtje en dronken er stiekem... in het centrum wilden we dat niet doen om de vastende bevolking niet voor de borst te stoten. Het fort is te bezoeken, maar dit deden we niet: het was klein en aangezien we al vele van dit soort forten zagen, konden we ons niet voorstellen dat we er iets zouden zien dat we nog nooit zagen.
Het fort heeft een lange geschiedenis. Het werd gebouwd op de fundamenten van het Romeinse kasteel van het Romeinse dorp Griba. Aan het einde van de 14e eeuw werd het fort gebouwd. Tussen 1450 en 1881 gebeurde er niet veel in het kasteel/fort. In 1881 werd het door de Franse bezetters weer in gebruik genomen. In het begin van de 20e eeuw werd het weer eigendom van de Tunesische overheid. Deze besloten tientallen jaren later het ondertussen vervallen gebouw te restaureren. Ondertussen werden er ook twee mausolea in onder gebracht.Op onze terugweg naar ons hotel passeerden we ook nog de St.- Jozefkerk. Blijkbaar is het een betoverende bestemming... het laat in ieder geval zien dat er verschillende culturen (hebben) kunnen samenleven in Tunesië. Op zondagochtend zouden er missen in het Engels, Duits, Frans en Italiaans zijn... en moesten we daar al in geïnteresseerd zijn: tegen dan hadden we het eiland Djerba al verlaten.
Nadien namen we een rustperiode op de binnenplaats van ons hotel. Het hotel is een gerenoveerde karavanserai, die ze opnieuw aan het renoveren zijn... mooi en authentiek.
07 maart 2026
Zuid-Tunesië in al z'n variaties
We zijn weer op weg!
Tot snel!
06 maart 2026
Saharastof
Saharastof in de lucht! ...en zo geraken we, op de dag vóór ons vertrek naar Tunesië, alvast gewoon aan het stof van de Sahara!
Hier het weerbericht voor vrijdag 6 maart '26
05 maart 2026
Slangen...
Ine zocht ineens ook al op welke glibberige, enge viezegaarden er op onze andere al geplande reisbestemmingen van 2026 voorkomen:
04 maart 2026
03 maart 2026
Musjes
02 maart 2026
01 maart 2026
3 Festivals
De afgelopen weken en komende week had en heeft Johan het weer druk. Naast gaan werken, had en heeft hij veel vergaderingen en regelzaken van de drie reggae-festivals waarvoor hij mee de programmatie en boekingen doet, gehad: Wadada Festival, Irie Vibes Roots Festival en (opnieuw) Reggae Geel.
Fijn dat dit tegenwoordig ook meestal via online vergaderingen besproken en geregeld kan worden. Anders zou Johan, naast de concerten waar hij regelmatig heen gaat, de toch ook fysieke vergaderingen en zijn late- en weekenddiensten maar heel weinig samen met Ine thuis zijn
Het Wadada Festival gaat al heel vroeg van het festivalseizoen door, namelijk al op 22 en 23 mei '26. Het gaat door op zo'n 5 km van Geel-centrum.Afgelopen vrijdag werd de volledige line-up van Irie Vibes Roots Festival bekend gemaakt. Dat start op donderdag 23 juli met Kortemark Congé. Van vrijdag 24 tot en met zaterdag 25 juli vindt het festival zelf plaats in Kortemark.
Voor dit festival helpt Johan mee met de programmatie en boekingen en zal hij tijdens de drie festivaldagen ook meewerken om alle artiestenzaken mee te organiseren.









