Johan en Ine
... wat ons bezig houdt, verbaast en blij verrast, wat we doen en misschien ook wat we laten ...
08 juli 2026
07 juli 2026
Visbeker Braut, Bräutigam u.a.
Na anderhalf uur rijden, we waren toen al voorbij Bremen, reden we de snelweg af. Johan had de avond voordien nog een interessante wandeling in 'Natuurpark Wildeshauser Geest' bij Ahlhorn gevonden, namelijk de "Brautweg" (bruidsweg)... een wandeling langs/naar hunebedden.
We wandelden eerst naar de wegwijzer naar de 'Ahlhorner Kellersteine I'... en dan 60 meter verder naar de 'Ahlhorner Kellersteine II', twee hunebedden met grote dek-, draag en sluitstenen, maar zonder daarrond geplaatste zwerfkeien.
In het bosje waarin dit grote hunebed ligt, liggen er nog andere hunebedden. Wat hier interessant aan was, is dat ze allemaal anders van vorm waren, maar wel allemaal gediend hebben als grafplaats. Er ligt een lange rij van tegen elkaar geplaatste zeer grote stenen. Volgens de legende van de Visbeker Braut is het de bruidswagen... Er ligt ook nog een grafheuvel met daarop enkele stenen. En er ligt een schipvormig hunebed. Tenminste, de zwerfstenen rondom de eigenlijke grafstenen staan in de vorm van een schip. Achteraf bleek dat er nog een hunebed ligt, maar dat is ons niet opgevallen.
Nadat ook Johan de hunebedden bekeken en gefotografeerd had, wandelden we samen naar het restaurant... en waar Ine heel de vakantie voor uitgekeken had, gebeurde toen : een slang! Doordat Johan eerst wandelde, schrok deze een ringslangetje op, dat Ine dan zag wegglippen... er stierf niemand...
06 juli 2026
Dag 9/10: Zuid-Fyn en verder (terug)
Onze eerste plek waar we die dag stopten was Broholm slot. Ook dit kasteel werd een hotel-restaurant met zalen voor evenementen, maar het was zo'n 7 eeuwen een onderkomen van vele Deense koningen en koninginnen. De parkeerplaats is vrij toegankelijk, dus wij konden er wat rondneuzen en zoeken naar vanuit welke plek de mooiste foto gemaakt kon worden. Op die parkeerplaats starten ook enkele wandelingen. Het grote kasteel is idyllisch gelegen met een prachtig park, meer, grachten en een historische watermolen... maar wandelen deden we er niet.
Wandelen deden we wel in het gebied "Rødme Svinehave", in het zuiden van het eiland Fyn. Het heuvelachtige gebied is gevormd door het wegtrekken van een gletsjer. Er liggen veel zwerfstenen die bij dat wegtrekken van die gletsjer zijn achtergebleven. Sinds boeren enkele eeuwen geleden het bos rooiden, worden de heuvels gebruikt als graasgebied. Het gebied kreeg in 1939 de status van beschermd natuurgebied waardoor er verschillende zeldzame plantensoorten zijn gaan groeien.
Het hele jaar door grazen er koeien op het gebied. In natuurlijke poelen en beekjes vinden zij overal water. Vrij in het begin van de wandeling was er een opgedroogde modderpoel waar de dieren blijkbaar vaak langskwamen. Wij moesten er ook langs, dus over/door die droge modder... althans deze modder léék opgedroogd... Johan ontdekte dat ze dat niet overal was: met één been zakte hij diep in de modder. Wijselijk koos Ine de andere kant van de doorgang...De wandeling bracht ons doorheen weien, door bossen, over heuvels en moerassig gebied. Het was een mooie route, maar we werden meermaals door dazen en muggen gestoken en ook netelden we ons doordat die op verschillende plaatsen van het pad niet te ontwijken waren... zeker niet met onze korte broek en rok...Aangekomen bij het bekende Egeskov Slot was het 31° geworden. Foto's van dit prachtige, grote kasteel wordt vaak gebruikt bij toeristische informatie. Onderweg er heen hadden we al besproken dat we, als we niet lang bij het kasteel zouden blijven, de ferry van 13u nog zouden halen, ofwel die van 15u zouden moeten nemen.
We reden door naar Sønderborg, de 'hoofdstad' van het eiland Als. Deze plaats ligt deels op Als, deels in Jutland dat via een brug te bereiken is. Wij bezochten het oude stadsgedeelte. Dat ligt nog op Als.
Al van het moment dat we Sønderborg ingingen, namen de wolken toe. Op een gegeven moment was het zelfs bewolkt. Veel wilden we niet doen in het stadje. Er bleek ook niet veel te doen of te zien te zijn. We gingen daarom op zoek naar een zaakje waar Ine een verjaardagsgebakje (of zo) kon uitzoeken.We zetten ons op een terras. Naast iets te drinken bestelde Ine pannenkoeken met fruit en ijs. Terwijl Ine hiervan aan het smullen was, werd het steeds donkerder. Het werd duidelijk dat het ging regenen... nadat het wel héél donker werd en er windstoten kwamen, werd duidelijk dat er een hitte-onweer zou komen. Dit is een weerfenomeen dat (nog) helemaal niet zo vaak voorkomt in Denemarken. Het wordt er immers niet vaak zo heet. Dat de Denen niet vaak te maken krijgen met een onweer was duidelijk aan hun nerveuze, bijna hysterisch gedrag. Uiteindelijk werden de gasten die op het terras zaten, wij dus, naar binnen 'geëvacueerd' voor hetgeen komen zou... en oké, het ging flink regenen en waaien. En het onweer situeerde zich erg dichtbij. We bleven nog even in de zaak zitten tot de regen wat minder was en wandelden toen terug naar onze auto. Het was door het onweer afgekoeld van 31 à 32° tot 22°.
Verder naar het zuiden, Denemarken uit en Duitsland in, warmde het weer op tot boven 30°. We hadden een hotelkamer (met een flinke korting) geboekt in Harsefeld, voorbij Hamburg. Onderweg, net op het moment dat we van de autostrade af moesten en richting Harsefeld reden, viel Johan zijn gsm uit van de hitte... weg gps... Doordat Johan het geweldige idee kreeg om zijn telefoon even in de frigobox, die nog koelde, te leggen, was dat euvel snel verholpen, werkte Johan zijn gsm weer snel en waren we weer snel op weg.
Toen we even voor 19u in Harsefeld bij Kino Hotel Meyers aankwamen, was het nog steeds 32° en laf. De reden dat we die nacht op hotel gingen en niet weer een vakantiehuisje of zo namen, was de airco en het restaurant in het hotel... alleen... er was geen kamer meer met airco... en het restaurant was afgehuurd... zucht... omdat nog op zoek gaan naar een ander hotel gedoe was, vroegen we of we een ventilator konden krijgen. We gingen nog snel onder de douche alvorens we, gelukkig op wandelafstand van het hotel, naar een taverne gingen om te eten... bwôh, het was warm in Duitsland!Na het eten maakten we nog een wandeling door het centrum van Harsefeld. En toen we weer op onze hotelkamer waren, stond er een ventilator fijn koud te blazen... we zouden goed kunnen slapen!
05 juli 2026
Dag 8: Langeland
Ook in Denemarken werd het warmer en warmer. Dit maakte dat het 's nachts niet meer zo heel goed afkoelde... Wanneer zouden ze in Denemarken eigenlijk spreken over een hittegolf?
Vrijdag 26 juni jl. maakten we een dagtocht vanuit het eiland Fyn naar het eilandje Langeland... en zoals de naam zegt: het is vooral een lang (ei)land(je).
Voor we op onze eerste bestemming waren, was het best een flink stuk rijden, tenminste, in vergelijking met de eerdere reisdagen. We reden anderhalf uur van ons huisje op onze camping naar het zuidelijkste puntje van Langeland, de kliffen Dovns Klint en Gulstav Klint.
04 juli 2026
Noord-Oost-Fyn
Overal wordt geschreven dat op Fyns Hoved de zon wat vaker schijnt dan in de rest van Denemarken. Het gebied maakt ook deel uit van een regio die bekendstaat om de laagste neerslaghoeveelheid van het land. Dit zorgt voor meer zonneschijn, waardoor er planten en zeldzame diersoorten voorkomen die normaal gesproken een landklimaat vereisen. Historisch gezien was het gebied al vroeg bewoond door mensen, wat blijkt uit vondsten. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was het gebied van strategisch belang: er bevonden zich Duitse radar- en verdedigingsinstallaties.
Het gebied rond Fyns Hoved bestaat uit kleine en landtongen met onregelmatige vormen. Er zijn stukken bos, weilanden en gebieden met ruig grasland. Fyns Hoved zelf heeft steile morenekliffen, een rotsachtige kustlijn en een heuvelachtig terrein dat bezaaid is met kleine poelen. Het gebied wordt begraasd door schapen en runderen.
Onze volgende bestemming lag al op een zevental minuten rijden van Kerteminde. We reden naar "Vikingemuseet Ladby". Toen we uitstapten, was het 15u en 28° geworden. We vonden het echt wat te warm, maar in België was het op dat moment 35° en zou het nog warmer worden, waardoor we de Deense warmte toch konden relativeren.
In het jaar 925 stierf een vikingkoning. Zoals toen gebruikelijk was, werd deze koning begraven in een vikingschip/langschip. De koning werd opgebaard op een bed en in het schip geplaatst. Verder werden allerlei gebruiksvoorwerpen, sieraden en andere voorwerpen die de koning na zijn dood mogelijk nog nodig had in zijn volgende leven, in de boot gelegd. Er werden ook, om dezelfde reden, verschillende paarden en honden in de boot gelegd. Dit schip werd vervolgens volledig onder een grafheuvel begraven.
Nyborg was ooit een belangrijke stad vanwege zijn gunstige ligging. Het ligt namelijk in het midden van Denemarken en aan de bootroute van de eilanden Seeland en Fyn. Dit maakte Nyborg tot een geschikte locatie voor het jaarlijkse "Danehof", een soort parlement waar koning en edelen bijeenkwamen om te vergaderen over nieuwe wetgeving. Van 1284 tot 1413 vonden deze vergaderingen plaats in Nyborg Slot.
03 juli 2026
Bogense, Glavendrup & Odense (6/10)
Toch reden we eerst nog wat meer noordoostelijk, naar het kuststadje Bogense. Op zoek naar het startpunt van onze wandeling stuitten we op een optocht. In die optocht liep eerst een (kleine) fanfare, twee mannen met een buks, dan wat kinderen en daarna allemaal mannen met een kostuumjas, wandelstok en hoed. Ook het Manneken Pis van Bogense, een exacte kopie van die van Brussel, droeg deze kledij.
We hadden géén idee wat voor optocht het was. Ine vroeg het aan een Deense, maar die kon ook niet zoveel vertellen, behalve dat het een jaarlijkse traditie was dat de mannen van Bogense een optocht hielden, gingen schieten en drinken. Achteraf vond Ine op internet dat het om een gebruik gaat dat ook nog in Nederland en Belgisch Limburg (en elders) bestaat: het was het "koningschieten" waarbij een schutterskoning uitgeroepen wordt. In Bogense stond het als het "Skyttefest" op de jaaragenda.
Na de optocht wandelden we een stukje terug en vonden we het pijltje van de blauwe klaverroute die we gingen wandelen. Deze 'blauwe route' bracht ons langs de kustlijn, door de velden, door het golfterrein en uiteindelijk in het centrum van Bogense. Mooi!Aan Manneken Pis startten we met een gedeelte van de groene klaverroute. Waarom er een exacte replica van dit Brussels standbeeldje in Bogense staat, vinden we nergens. Er wordt wel steeds geschreven over een naakt vondelingetje die in Bogense terecht kwam en dan, als hij later rijk is, dit standbeeldje aan de stad schenkt... maar waarom dat dan persé die replica is en geen ander naakt manneke is, weten we niet...
Enfin, het gedeelte van die groene route bracht ons nog in elke straatjes in Bogense waar we nog niet geweest waren. Terug aan de auto hadden we 8,6 km gewandeld (zonder de afstand die we aflegden als zoektocht naar het eerste blauwe klavertje).
Een volgende plek waar we heen reden was "Glavendruplunden". Op deze plek ligt een schipvormig hunebed met daarin, als laatste steen en op een heuveltje, de runensteen "Glavendrupstenen". Deze runesteen uit de tiende eeuw bevat inscripties met tekstbanden met rechte uiteinden die geen slangen of beestenkoppen bevatten. De steen staat volledig vol met runetekens. In het schipvormige hunebed werden negen graven gevonden, maar omdat die al eerder leeggehaald werden, is daar niets over bekend.Nadat we picknickten reden we weer verder. Het was ondertussen 28° en 'laf' geworden toen we in de stad Odense aankwamen. Odense is best een grote stad. In heel Denemarken zijn er maar twee grotere.
In 1988 bestond de stad 1.000 jaar, wat het een van de oudste plaatsen van Denemarken maakt.
Odense is de geboorteplaats van Hans Christian Andersen, de sprookjesschrijver. Hij schreef onder andere 'De prinses op de erwt', 'De nieuwe kleren van de keizer' en 'Het meisje met de zwavelstokjes'. Er is een museum aan hem geweid. Wij gingen enkel even naar (de gevel van) zijn geboortehuis, aan de andere kant van de stad, de oude kant, kijken. Wij bezochten enkel dat oude stadsgedeelte, maar dat viel eigenlijk tegen, vonden we. Waren we fervente museumgangers, dan hadden we in Odense ons hartje kunnen ophalen, maar ja.
Vanuit Odense was het nog drie kwartier rijden tot de camping waar we een huisje voor drie nachten huurden... daar gingen meteen, ondanks de warmte buiten, alle ramen en deuren open want binnen was het ver-schrik-ke-lijk warm. Het koelde gelukkig wel goed af.
02 juli 2026
Dag 5 van 10 van de junireis van 2026
Na een dik half uur rijden, parkeerden we in het oost-Fynse Assens. We gingen opnieuw een "klaverroute" wandelen. Deze mooie klaverroute bracht ons in het groen rondom het dorpscentrum. In dat dorpscentrum zelf was weinig tot niks te zien. We pikten er wel een terrasje mee. Terug aan de auto hadden we 6 km gestapt volgens Johan zijn sporthorloge. Ondertussen was het 20° geworden en behoorlijk warm.
Onze volgende bestemming lag weer op een half uur meer naar het zuiden rijden. Nadat we picknickten startten we aan een érg mooie wandeling in "Svanninge Bakker". Svanninge Bakker wordt ook wel de “Alpen van Fyn” genoemd, niet vanwege de hoogte, maar vanwege het reliëf. 'Bakker' is Deens voor 'heuvels'. Het gebied wordt gezien als een van de mooiste natuurgebieden van Denemarken. Er zijn glooiende heuvels, dichte bossen, open graslanden en de natuur is ongerept omdat ze hier zoveel mogelijk haar gang mag gaan. Op die heuvels zijn weidse uitzichten met allerlei schakeringen van groen.Het landschap van Svanninge Bakker is gevormd tijdens de laatste ijstijd. Smeltwater en gletsjers hebben heuvels, dalen en diepe kloven achtergelaten. Dat zorgt voor steeds wisselende uitzichten en een grote variatie aan natuur op relatief kleine afstand. Het wandelingetje dat we maakten was ook maar 2,5 km, maar héél divers... en warm... Het was ondertussen opgewarmd tot zo'n 23°.
In het infocentrum van Faaborg hadden we een brochure over "Pipstorn Skov" gevonden. Eigenlijk had Johan een wandeling terug meer noordwaarts in de planning gezet, maar we besloten om nog een tiental minuutjes verder naar het zuiden te rijden voor het bos van Pipstorn.
Vóór Pipstorn Skov een bos was, was het een gigantische begraafplaats. Verspreid over het bos liggen er 42 verschillende hunebedden en grafheuvels uit de Bronstijd (2.000 voor Chr.). Op het wandelpad dat we uitkozen kwamen we langs verschillende grafheuvels van allerlei formaat en enkele grote hunebedden, maar alle 42 zagen we niet... 42 dazen- en muggenbeten kregen we er wel.Nadien was het tijd om weer terug naar onze paardenstalstudio in het noorden van Fyn te rijden. Omdat het "Sankt Hans" was, had Johan vrij van zijn kookkunsten. We hadden al voor onze reis gezien dat er in Middelfart, waar we dichtbij logeerden, een Sankt Hans-viering was en dat wilden we ook wel eens meemaken. "Sankt Hans" is de traditionele Deense viering van midzomer (Sint-Jansavond), die elk jaar op 23 juni wordt gehouden. Het feest combineert oude heidense zonnewende-rituelen met christelijke tradities en staat bekend om grote vreugdevuren, livemuziek, gezelligheid en de bekende 'heksenverbranding'.
Oorspronkelijk vierden de Vikingen de langste dag van het jaar en werd het vuur gebruikt om boze geesten af te weren. Na de kerstening werd het feest vernoemd naar Johannes de Doper ("Hans"), wiens geboortedag op 24 juni valt. Een typisch Deens gebruik is om een pop van stro, aangekleed als heks, op de top van het vuur te plaatsen. Dit herinnert aan de heksenvervolgingen in de 16e en 17e eeuw, maar staat ook voor de boze geesten die dan verbrand worden.
01 juli 2026
Afgelopen maandag 22 juni '26
Opnieuw waren we vroeg uit de veren. Dit maakte dat we, ondanks dat we alles weer moesten inladen in de auto, vroeg op weg waren om Rømø verder te verkennen.
Halverwege het eiland, op geen tien minuten rijden van onze camping, parkeerden we aan het gebied dat bekend staat als "Tvismark Plantage". Dit is een gebied van ongeveer 1,5 km² met dennenbos, heide, zandduinen en oorlogsresten. De hoogste duin van Rømø, Høstbjerg, ligt er. Deze is 19 meter hoog en ligt op de grens tussen het bos en de duinheide. We gingen er op en hadden een mooi uitzicht over... héél het eiland...-je.Op Johan zijn planning van de dag stond een bezoekje aan een patisserie, maar helaas was die zon- en maandag gesloten. Op die Høstbjerg zagen we het hele eiland... letterlijk heel het eiland... dus was het ook tijd om het eilandje te verlaten. Over de 9 km lange dam, de "Rømødæmingen", reden we naar het Deense vasteland, Zuid-Jutland in/op.
We reden van de westkust van Zuid-Jutland naar de oostkust en bezochten het stadje Kolding. Andere stadjes in de omgeving hadden we tijdens onze junireis van 2017 al bezocht. Zoals in de meeste Deense stadjes, waarvan vele in de dertiende eeuw gesticht werden, was er niet heel veel te zien: wel waren er de gebruikelijke, mooie, kleurige en eeuwenoude vakwerkhuizen en was er een fort/kasteel. In Kolding is dit het "Koldinghus".
Toevallig kwamen we zo aan een stukje strand van een deelgemeente van Middelfart, Strib, terecht. Er stonden niet enkel picknickbanken, maar er lag ook een voormalig torpedobunker uit WOII in de kliffen ingewerkt.
Iets na vieren reden we dan naar de voormalige paardenboerderij waar we twee nachten zouden verblijven in een voormalige paardenstal. Na wat uitgepakt te hebben, gingen we wat op ons terras vóór de studio zitten... fijn in de zon dachten we... maar die 22° die het was, was véél te warm! Gelukkig hadden we áchteraan de studio ook een terras, dat in de schaduw lag... We prezen ons gelukkig dat we in Denemarken zaten en niet in België, waarvoor de weersverwachtingen extreem heet waren... maar ook de temperatuursvoorspellingen voor Denemarken lagen hoog, heel hoog voor het land...
30 juni 2026
Dag 3: van Sylt naar Rømø
Vanuit Hörnum reden we naar Keitum. Keitum ligt ten noordoosten van Hörnum. Aan de chique winkels, hotels en gastenhuizen te zien is dit een plek waar wij, moesten we niet op weg zijn naar “Harhoog”, nooit terecht zijn gekomen en/of nooit gestopt zijn. “Harhoog” is een hunebed van 32 meter lang uit de vroege ijzertijd. Hij ligt erg mooi, namelijk met zicht op het wad.
In Wenningstedt, meer naar het noorden van het bizargevormde eilandje, wilden we twee vliegen in één klap slaan: we wandelden er naar de “Rotes Kliff” en we maakten kennis met verschillende “Alltagsmenschen” van Christel en Laura Lechner. Vóór naar de rode klif te wandelen, hadden we, puur toeval, al twee van die “gewone mensen” gezien: eentje zat wat in een duin te zitten, een andere stond op een uitkijkplek over zee door zijn verrekijker te turen… Ine houdt van dit soort kunst, die het alledaagse zo mooi en eerlijk, zonder pracht-en-praal, laat zien.
Tijdens onze wandeling wandelden we eerst bovenop de kliffen. Op deze plaats waren er ook verschillende duinen onbegroeid… losse, mulle zand om door te ploeteren en te klefferen. Via een trap daalden we daarna af naar het strand om die ‘rode kliffen’ te bekijken. Heel erg rood waren ze niet, heel erg bijzonder ook niet. We wandelden nog wat verder naar het noorden om vervolgens, volledig over het strand terug te wandelen.
Terug naar het dorpje, weer via een hoge houten trap, passeerden we twee ‘gewone mensen’ onder de stranddouche, een paar die aan het stretchen waren, een man en vrouw rustend tussen de duinen en nog een drietal op weg naar het strand… grappig…
De temperatuur werd zo’n 22° en bleef dat ook, maar afhankelijk of de zon voor of achter de wolken kwam, was het wat frisjes of zweterig heet.
We namen nog een koffietje en gebak en gingen terug naar de auto.
In Kampen, nog verder noordelijk op Sylt, maakten we een korte wandeling naar “Steingrab 2”, een klein hünebed net in de duinen. Omdat we een ommetje wilden wandelen, kwamen we ook door het centrum van het dorpje. Blijkbaar was het er “Kampen Classics” waarbij allerlei oldtimers van dure merken tentoon stonden. Ons interesseren auto's weinig, zéker van die veel te dure merken, dus meer dan langs lopen, deden we niet.
In het meest noordelijke dorpje van Sylt, Slit, reden we eerst nog helemaal naar het noorden. Dit is ook het meest noordelijke punt van Duitsland. Dit natuurgebied worden de "Ellenbogen" genoemd. De Ellenbogen steekt als een landtong – een langgerekt schiereiland – de Noordzee in en varieert in breedte van 330 tot 1200 meter. Met zicht op deze Ellenbogen aten we onze sandwiches op.
Tijd om er te gaan wandelen, hadden we niet, maar we waren tevreden met een mooie autoroute, vlak langs het natuurgebied, door de duinen.
Bij de haven van Slit slenterden we nog even wat rond om nog een beetje tijd te doden. Om 14u moesten we er bij de ferryterminal zijn om de ferry van 14:30 uur tussen Sylt en het Deense Waddeneiland Rømø te nemen.
Tijdens het wachten, hield Ine een tafereel tussen een meeuw en haar kuiken op een dak van een gebouw in het oog. Het kuiken was van het nest gegaan en was op het dak gaan rondlopen. De meeuw en het kuiken waren steeds luid naar elkaar aan het ‘roepen’, alsof het kuiken z’n zin deed en moeder-/vadermeeuw het hier niet mee eens was... grappig!… om uit te vliegen, was het kuiken nog véél te donzig.
Iets voor half 3 konden we de ferry op, die meteen richting Rømø vertrok. Sylt en Rømø liggen drie à vier kilometer van elkaar. De havens van Slit en Havneby liggen op zo'n 40 minuten varen van elkaar. Rømø heeft grote stukken strand waar auto's over kunnen en mogen rijden en parkeren. Wij reden naar de Sint-Clemenskerk, een typisch Deense, Lutherse kerk met een grote/brede toren, en parkeerden er. Aan die kerk startten we onze derde wandeling van de dag.
23 juni 2026
Dag 1 & 2 Denemarkenreis 2026 : Duitsland
Toen we, na een goed ontbijt, rond 8u het hotel verlieten, was het 20° en regende het nog steeds een beetje. Gaandeweg klaarde het op en werd het warmer, tot ’s middags zo’n 24°C.
Even voordat we op onze bestemming, een treinstation, aankwamen, stopten we nog om boodschappen te doen en om te tanken... omdat dat op een eiland altijd duurder is...
Vanuit het Duitse Niebüll namen we de trein via de Hindenburgdamm naar Westerland op het Duitse Waddeneiland Sylt. Het was de bedoeling dat we om 12:35 uur vertrokken, maar pas rond 13:00 uur reden we “Der Blaue Autozug” op. We moesten 11 km afleggen. Normaal gezien duurt dat 35 minuten, wij deden er 40 over omdat we onderweg even halt moesten houden. Het was onze eerste keer dat we met de auto een trein op reden: als instructies kregen we mee dat we de motor stil moesten leggen, de handrem op moesten trekken en we in de auto moesten blijven zitten met de gordels aan. We schrokken ons half dood toen bleek dat die instructies ook nog eens, enkel in het Duits, door een microfoon galmde… vlak langs Johan zijn raam, dat we open hadden laten staan omdat het behoorlijk warm werd in de auto tijdens het wachten. Onderweg passeerden ons enkele andere treinen en reden we langs diverse, maar erg vlakke landschappen. Toen we de Hindenburgdamm overgingen, leek het laagwater… De hele tocht was best bijzonder… ook bijzonder was dat we ons, bij de tweede en derde boodschap door de geluidsspreker, zo hard verschoten!
Eens van de trein af, op Sylt, reden we meteen naar het zuiden van het eilandje, naar Hörnum. We moesten inchecken bij onze overnachtingsplek tussen 14 en 16u, waardoor we dit eerst wilden gaan doen alvorens iets anders. Toen Johan ons, om 14:15 uur, via een elektronische check-in, wilde aanmelden, bleek dat onze caravan nog niet klaar was… Pvdkke, waren we speciaal… enfin, we besloten niet meer veel te ver van Hörnum te gaan omdat wij wel nog op tijd (dus voor 16u) wilden zijn.
We reden daarom iets terug naar het noorden, naar Rantum. We hadden er vooraf een wandeling gevonden die ons door de duinen zou leiden. Tijdens een korte wandeling van zo’n drie kilometers, bij een fijn windje en 24°, wandelden we door de mooi begroeide duinen, piepten we even hoe het strand en de zee er uitzag en wandelden we het laatste stuk lang de typische woningen van het dorp: witte of rode woningen met veel ronde bogen en een groot rieten dak… niet voor armoedezaaiers… maar dat is dit hele waddeneiland niet!
Toen we terug aan die self-check-in waren rond iets voor 16u, konden we wel naar binnen. We hadden een bijna-volledig uitgeruste caravan met voortent tussen de duinen gehuurd voor één nacht. Er was een keukentje geïnstalleerd in de voortent, in zowel de tent als caravan was er een eethoek en in de caravan waren een 2-persoonsbed en een stapelbed. Er was een toilet en een wastafeltje… dus als we wilden douchen, moesten we naar het sanitairblok. We konden wel niet dichtbij de caravan parkeren, gelukkig konden we wel tot bijna aan de caravan rijden om alles uit te laden… en dat was veel omdat we zelf voor het eten zorgden, maar ook voor het beddengoed ed.
Nadat we alles een plek hadden gegeven, sloten we de caravan weer af en wandelden we naar het dorpje waar de camping in lag, Hörnum. In het dorpje was weinig te zien. Aan de haven lagen wat horecazaakjes… ideaal voor Ine om nog een laat-tussendoortje te nemen en voor Johan om een biertje te drinken. Hierna wandelden we van de haven weg, langs het strand. Hörnum heeft veel strand. Het vormt namelijk de meest zuidelijke punt van het smalle eiland. Net zoals we in Rantum gezien hadden, kan je er op verschillende plekken op het strand typische tweepersoons rieten, strandzitjes huren.
Een gedeelte van het strand- en duinengebied is afgesloten omdat het natuurgebied is. We dachten via de duinen terug naar onze camping te wandelden, maar dat ging blijkbaar enkel vanop het strand… en in losse zand gaan wandelen, hadden we geen zin, dus moesten we op een gegeven moment via een voet-fietspad terugwandelen… maar ook hier bleek dat Sylt een mooi eilandje is! Onze tweede wandeling bleek achteraf zo’n 5,5 km lang. Terug op de camping was het tijd om te koken, de afwas te doen en foto’s uit te zoeken.