Afgelopen vrijdag werden we na onze eerste nacht in Drenthe wakker... met buiten nog meer sneeuw. Op onze planning stond als eerste
Kamp WesterborkDit voormalige Kamp Westerbork lag niet in het dorp Westerbork, maar in Hooghalen. Beide liggen ondertussen wel in dezelfde gemeente, namelijk Midden-Drenthe, net zoals Spier waar we overnachtten. Midden-Drenthe heeft in totaal zo 22 dorpskernen, heeft een erg grote oppervlakte, maar telt geen 35.000 inwoners. Heel veel van de oppervlakte is natuur.
Net als Kazerne Dossin in Mechelen, was Kamp Westerbork, maar dan voor Nederland, een verzamel- en doorgangskamp tijdens WOII. Meer dan 102.000 Joden, Sinti, Roma en verzetstrijders werden van hieruit gedeporteerd naar concentratiekampen en vernietigingskampen in Duitsland, Polen en Tsjechië.
In het kamp probeerden de nazi's een gemoedelijke en gewone dorpsfeer te creëren: er was een bioscoop, een ziekenhuis enz. Dit deed men om de sfeer er goed te houden en vooral om te voorkomen dat men achter de waarheid kwam, dat ze, eens de trein op, de dood te wachten stond. Meestal verbleef men hier maar enkele dagen of enkele weken en werd men op transport gezet. Enkel diegenen die er werk kregen (houthakkers, naaisters ed.) bleven langer.
Eerst bezochten we het
Herinneringscentrum Kamp Westerbork, het museum. Dit ligt zo'n drie kilometer van het voormalig kampterrein. Bij het voormalig kamp is vanwege de ondertussen opgestelde
radiotelescopen geen gemotoriseerd verkeer en bebouwing toegestaan. Er rijdt een pendelbus tussen het bezoekerscentrum en het kampterrein en er is een educatieve wandelroute aangebracht tussen de locaties.
In het museum leerden we dat het kamp al in februari 1939 door de Nederlandse overheid opgezet werd als vluchtelingenkamp in Nederland aanwezige Duitse en Oostenrijkse Joodse vluchtelingen aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog, die op 10 mei 1940 in Nederland (en België) startte. Na de Duitse bezetting werd het door de Nazi's in 1942 overgenomen en omgevormd tot het Doorgangskamp Westerbork.
We leerden er ook dat 34.313 Nederlanders naar vernietigingskamp Sobibór (nu Oost-Polen) gebracht werden. Dit kenden we nog niet. Het merendeel van de gedeporteerden werd nog op de dag van aankomst in de gaskamers vermoord. In totaal zijn ongeveer duizend mensen direct na aankomst doorgestuurd naar werkkampen. Uit de transporten vanuit Kamp Westerbork hebben slechts negentien mensen de oorlog overleefd... We vonden ondertussen ook dat er een klein aantal Belgen in Sobibór terecht zijn gekomen... en gebleven...

...en nadat de nazi's weg waren, namen de Nederlanders het kamp weer over: De eerste jaren na de oorlog werden deserteurs en oorlogsmisdadigers er gevangen gehouden. Nadien werd Kamp Westerbork, met zo'n 100 gebouwen en barakken, omgedoopt tot "Woonoord Schattenberg"... en werden in diezelfde gebouwen en barakken als eerder, gebruikt om achtergebleven militairen van Zuid-Molukse afkomst en hun gezinnen te huisvesten. Later werden er ook andere Molukse gezinnen die in Nederland aangekomen waren, ondergebracht. Dit waren Indonesische mensen met Nederlands bloed of zij die tijdens de kolonisatie iets voor de Nederlandse betekend hadden. Zij waren, na de onafhankelijkheid van Indonesië van Nederland, niet veilig en kozen ervoor om naar Nederland te reizen. In 1971 kregen ze een ander onderkomen in Assen. Daarna werd het kamp helemaal, op slechts één woning na, afgebroken.
Na een uurtje in het museum doorgebracht te hebben, namen we de bus naar het oorspronkelijke kamp. Ja, we hadden te voet kunnen gaan, maar omdat we geen wandeldag gepland hadden, had vooral Ine geen geschikte schoenen aan om te wandelen, zeker niet in de sneeuw.
In de bus werd een bandje afgespeeld met informatie van hetgeen we onderweg zagen... of net niet. De spoorlijn waarover het spoorverkeer liep, is weg. En blijkbaar was ten tijde van de bouw van het kamp het hele terrein en omgeving kaal en desolaat. Nu, na een intensief bebossingsproject, is het een dicht en groot bos onderweg naar het oude kamp. De buschauffeur vertelde ook nog, voor we uitstapten, dat, ten tijde van Kamp Westerbork, het beste ziekenhuis van Nederland in het kamp lag. De Joodse artsen waren erg goed opgeleid. Er werden vele gevangenen opgelapt om nadien weer te kunnen werken, óf om het idee te laten leven dat, als je uit het ziekenhuis kwam en op transport gezet werd, je naar een betere plek zou gaan... maar zij werden evengoed ook vermoord... alles schijn...

We wandelden vervolgens rond in het spierwit besneeuwde open landschap. Er staat eigenlijk niks meer recht van het kamp. Er is nog één woning, nog vanuit de beginperiode, langer in gebruik geweest. Een Moluks gezin waarvan de vader één of andere functie had in 'Woonoord Schattenberg', had het vruchtgebruik gekregen tot aan hun dood. De dochter des huizes heeft er nog tot aan haar dood geleefd.
Er staan twee treinwagons van waaruit continu alle namen van de 107.000 mensen die gedeporteerd werden klinken, de buitenkant van barak 56 staat er nog, er zijn nog plaatsen aangeduid, gedenktekens geplaatst, informatieborden, waar het strafkamp lag werden de omheiningen die errond stonden nagebouwd ed. Er zijn twee erg bekende en symbolische plekken in het voormalige kamp:
- één is een herinneringsmonument op de voormalige appelplaats. Er zijn 102.000 stenen geplaatst. De achterliggende gedachte van het monument is om duidelijk te maken hoeveel mensen hvermoord zijn. Maar naast deze massaliteit wordt ook de individualiteit duidelijk: de stenen zijn willekeurig in hoogte gestraat om het individu te benadrukken. De stenen zijn op een gelijkmatige manier geplaatst binnen de kaart van Nederland. De meeste Nederlandse gemeenten hadden voor de oorlog Joodse inwoners, waardoor de vervolging van de Joden dan ook de gehele samenleving aanging. Op de kop van de stenen is een davidster aangebracht. 213 stenen zijn met een vlam uitgevoerd: deze symboliseren de Sinti en Roma die niet terugkeerden naar huis. Honderd stenen hebben geen symbool en staan voor de verzetsstrijders die in kamp Westerbork gevangen zaten om weggevoerd te worden... door de sneeuw op de stenen hebben we enkel davidsterren gezien, geen lege en vlammetjes.
- Het Nationaal Monument Westerbork : De omhoog gekrulde rails drukken de wanhoop uit, ze zijn bewerkt alsof er op geschoten is. De spoorbielzen laten de vernietiging zien. Hoe dichter bij het eind, hoe meer ze versplinterd zijn... maar niets van het Monument is afkomstig uit het kamp zelf, ook de rails niet. Dit wilde kunstenaar niet.
Als er geen sneeuw geweest zou zijn, was alles beter te zien geweest, maar die sneeuw en de koude zette wel nog eens extra de vreselijke omstandigheden waarin de mensen hier moesten verblijven in die houten barakken...
Nadat de bus ons weer terug aan het museum afzette, stapten we onze auto in om naar
Assen te rijden. Assen ligt in het noorden van Drenthe en is de provinciehoofdstad. We wilden, voordat we gingen eten, langs het toeristisch inforkantoor zodat we aan tafel konden uitstippelen wat we zouden gaan doen in de stad... maar op de deur van het VVV hing een briefje dat het wegens omstandigheden niet open was. We gingen dan maar op zoek naar een plekje om te eten en kwamen zo bij
Brownies & downieS terecht, een Nederlandse keten waar mensen met een verstandelijke beperking tewerkgesteld worden. De bediening was goed maar héél erg stilletjes en we aten er goed.
Omdat het na ons stadsbezoek aan Assen nog te vroeg was om alweer naar Spier te rijden, reden naar het "
brinkdorp"
Zuidlaren, met ook daar een
brink, zelfs zeven... die open pleinen, ruimte met groen zijn steeds wel mooi en geven een dorps en gezellige sfeer.
In Zuidlaren gingen we nog voor een vieruurtje. We namen, om te delen, een "verwenmomentje" en een punt van een Zuidlarense bol. Dat bleek een stuk van een grote krenten- en kruidenkoek, lekker!
Nadien deden we nog wat boodschapjes en reden we weer naar Spier, wat om een dik half uur rijden van Zuidlaren afligt.