Opnieuw waren we vroeg uit de veren. Dit maakte dat we, ondanks dat we alles weer moesten inladen in de auto, vroeg op weg waren om Rømø verder te verkennen.
Halverwege het eiland, op geen tien minuten rijden van onze camping, parkeerden we aan het gebied dat bekend staat als "Tvismark Plantage". Dit is een gebied van ongeveer 1,5 km² met dennenbos, heide, zandduinen en oorlogsresten. De hoogste duin van Rømø, Høstbjerg, ligt er. Deze is 19 meter hoog en ligt op de grens tussen het bos en de duinheide. We gingen er op en hadden een mooi uitzicht over... héél het eiland...-je.Nadien wandelden we verder door de heide en duinen van Tvismark Plantage. Hierin liggen nog 15 van de oorspronkelijk 50 bunkers die op Rømø zijn overgebleven uit de Duitse bezetting van 1940-1945. De Duitsers hadden er hun grootste radarstellingen. Het opblazen van de bunkers na de oorlog was een enorme klus daarom werden ze, in de plaats, min of meer onder het zand bedolven. Deze betonnen constructies maakten ooit deel uit van de Atlantikwall van Nazi-Duitsland. Rømø was van strategisch belang tijdens de oorlog.
Op Johan zijn planning van de dag stond een bezoekje aan een patisserie, maar helaas was die zon- en maandag gesloten. Op die Høstbjerg zagen we het hele eiland... letterlijk heel het eiland... dus was het ook tijd om het eilandje te verlaten. Over de 9 km lange dam, de "Rømødæmingen", reden we naar het Deense vasteland, Zuid-Jutland in/op.
We reden van de westkust van Zuid-Jutland naar de oostkust en bezochten het stadje Kolding. Andere stadjes in de omgeving hadden we tijdens onze junireis van 2017 al bezocht. Zoals in de meeste Deense stadjes, waarvan vele in de dertiende eeuw gesticht werden, was er niet heel veel te zien: wel waren er de gebruikelijke, mooie, kleurige en eeuwenoude vakwerkhuizen en was er een fort/kasteel. In Kolding is dit het "Koldinghus".
Na een (duur) terrasje om middag te eten, reden we "Den Nye Lillebæltsbro", de brug tussen Zuid-Jutland en Fyn/Funen, over... Op Fyn zouden we de daarna volgende vijf nachten overnachten, verspreid over twee locaties.
Omdat we nog wat te vroeg waren om te kunnen incheken in onze studio reden we vanuit Middelfart wat verder naar het noorden, op zoek naar een picknickplekje om nog een koffie te drinken... ah ja, we hadden onze thermos bij! Dit picknicken, vinden we leuk, maar spaart ook enorm veel geld uit als je in Denemarken op reis bent, waar een terrasje doen, met enkel drank, al snel tussen € 13 en € 15 kost...
Toevallig kwamen we zo aan een stukje strand van een deelgemeente van Middelfart, Strib, terecht. Er stonden niet enkel picknickbanken, maar er lag ook een voormalig torpedobunker uit WOII in de kliffen ingewerkt.
Op Johan zijn planning van de dag stond een bezoekje aan een patisserie, maar helaas was die zon- en maandag gesloten. Op die Høstbjerg zagen we het hele eiland... letterlijk heel het eiland... dus was het ook tijd om het eilandje te verlaten. Over de 9 km lange dam, de "Rømødæmingen", reden we naar het Deense vasteland, Zuid-Jutland in/op.
We reden van de westkust van Zuid-Jutland naar de oostkust en bezochten het stadje Kolding. Andere stadjes in de omgeving hadden we tijdens onze junireis van 2017 al bezocht. Zoals in de meeste Deense stadjes, waarvan vele in de dertiende eeuw gesticht werden, was er niet heel veel te zien: wel waren er de gebruikelijke, mooie, kleurige en eeuwenoude vakwerkhuizen en was er een fort/kasteel. In Kolding is dit het "Koldinghus".
Vlak na die brug stopten we in het dorpje Middelfart. Als eerste stond een bezoek aan het infocentrum op ons 'programma'. We gingen er buiten met vele, gratis, kaartjes met wandelroutes over heel Fyn en de eilandjes daarrond: wat een service! Als je bij ons, bijvoorbeeld van het Nationaal Park Hoge Kempen, wandelkaartjes wil, moet je er flink voor betalen (€ 2,50/stuk) én zijn ze al snel weer gedateerd omdat de routes steeds veranderen.
Van aan het infocentrum startte ook onze wandeling in Middelfart. In verschillende stadjes en dorpjes over heel Denemarken zijn zogenaamde 'klaverroutes' uitgezet. Deze, steeds vier verschillende, routes starten op een centraal punt in een stadje en hebben vier verschillende lengtes. Ze 'loodsen' je langs bezienswaardigheden en natuurplekjes in en buiten de stad. In Middelfart deden we een dergelijke route. De bewegwijzering was er niet altijd even 'geweldig', maar zo kwamen we wel langs verschillende plekjes in de stad, waar we waarschijnlijk anders niet gekomen waren. Zo wandelden we langs de (deels) oude scheepswerf, een stukje bos, het 'klei'-museum, mooie huizen, straten en pleinen.
Toevallig kwamen we zo aan een stukje strand van een deelgemeente van Middelfart, Strib, terecht. Er stonden niet enkel picknickbanken, maar er lag ook een voormalig torpedobunker uit WOII in de kliffen ingewerkt.
Iets na vieren reden we dan naar de voormalige paardenboerderij waar we twee nachten zouden verblijven in een voormalige paardenstal. Na wat uitgepakt te hebben, gingen we wat op ons terras vóór de studio zitten... fijn in de zon dachten we... maar die 22° die het was, was véél te warm! Gelukkig hadden we áchteraan de studio ook een terras, dat in de schaduw lag... We prezen ons gelukkig dat we in Denemarken zaten en niet in België, waarvoor de weersverwachtingen extreem heet waren... maar ook de temperatuursvoorspellingen voor Denemarken lagen hoog, heel hoog voor het land...




