Na de wandeling van bijna twee uur was het tijd om uit de Original Maasai lodge te vertrekken. De Maasai lieten dit niet zonder afscheidslied gebeuren. Vlak voor we wegreden, kwamen er langs alle kanten enkele Maasai aangerend die als afscheid voor Ine zongen… bijzonder… en ook weer ongemakkelijk… maar wat een ervaring was deze locatie geweest: zonder dat het gecommercialiseerd en onecht leek, had Ine het gevoel even een andere cultuur mee te maken. En het feit dat de opbrengsten naar ngo Africa Amini Amala gaan en zij die weer aan de omgeving teruggeeft via onderwijs, structurele medische en sociale ondersteuning in de Kilimanjaroregio, één van de armste regio’s van Afrika, is erg bijzonder.
Ditmaal moesten we weer over de barslechte weg terug, maar reden we op een gegeven moment de andere kant op. We staken een riviertje en verschillende irrigatiekanaaltjes over. Dit was dus de plek waar de Maasai hun drinkwater haalden… in bidons, door ezels vervoerd. Voor het hotel was er stromend water aangelegd, maar dat is, ook niet voor de Maasai, niet drinkbaar.
Deze richting uit zag het er, door verschillende riviertjes, steeds groener uit. Er doken steeds meer velden met gewassen op en er liepen steeds meer mensen in gewone kleding (en niet de Maasaigewaden, rond. Ine leerde van haar chauffeur dat hier de Wamerustam woont. Deze stam is minder traditioneel dan de Maasai. Ze leven al eeuwen letterlijk langs elkaar: de Maasai in de droogte en de Wameru rond de riviertjes, gevormd door bronnen in de berg Meru. Ze drijven al even lang handel met elkaar. Ine vind het vooral verrassend dat, op een kwartier rijden, de omgeving er zo groen uitzag! We reden verder langs velden en enkele dorpjes. Op verschillende plaatsen was ook duidelijk te zien dat het overstromingsgebied is in regentijd. De chauffeur vertelde aan Ine dat niet iedere rivier voor de mens drinkbaar water had en dat dit op deze plaatsen zichtbaar was waarom: er lag hier wit sediment op de grond. Het water kan wel gebruikt worden voor de irrigatie van velden en als drinkwater voor dieren maar bevat zout en mineralen die vulkanisch van oorsprong zijn en vanuit vulkaan Meru naar boven komt en naar beneden loopt.
Na, in totaal 45 minuten rijden, kwamen we in het dorp Momella aan. Dit is de thuisbasis van de ngo Africa Amini Amala en heeft één van de toegangspoorten van Nationaal Park Arusha. We reden meteen naar Ine haar volgende verblijfsplek voor drie nachten: Hillside Retreat, ook een lodge van Africa Amini Amala… en ook deze weg was barslecht. Ine werd ditmaal niet al zingend ontvangen, maar wel erg hartelijk. Ze kreeg thee en kreeg uitleg over hoe de lodge, en andere projecten van de ngo, ontstaan waren: doordat de regio arm is, kan niet ieder gezin voor zichzelf instaan. Vooral moeders zonder echtgenoot hebben het moeilijk, werd verteld: zij kunnen immers niet zomaar voor de kinderen zorgen én een voldoende goed inkomen regelen. Africa Amini Amala heeft daarom projecten die moeders helpt kleine bedrijfjes op te starten, scholen ondersteunt waar kinderen gratis heen kunnen en er gratis lunchen en ze hebben een polikliniek waar de hele omgeving gratis preventieve en kleine behandelingen kunnen krijgen.
Er werd met Ine besproken wat haar programma van de drie dagen dat ze er was, zou gaan zijn: deze dag zou ze nog een natuurwandeling maken, ’s anderendaags het nationaal park verkennen en op vrijdag de projecten bezoeken.
Ine kreeg geen kamer maar een soort gastenhuis om in te verblijven: er waren geen echte aparte kamers, maar er stonden wel, verspreid van elkaar en met wanden gescheiden, drie tweepersoonsbedden en er waren twee badkamers met douche en WC, een eenvoudige keuken en twee terrassen… Nadat Ine beslist had welk bed en welke badkamer ze zou gaan gebruiken, ging ze zich installeren. De wifi in huis was goed, dus kon Ine ook bezig zijn met haar foto’s en de blog. Dit deed ze tot het tijd was om te lunchen. Aan deze lodge was geen restaurant, enkel maar een bar. Bij ieder huis was op het overdekt terras een eethoek voorzien. Dit maakte dat Ine er steeds zonder anderen om zich heen moest eten… dit voelde de eerste twee keer wat eenzaam, maar uiteindelijk stelde Ine deze rust ook wel erg op prijs.
Na het lunchen, deed Ine al een paar kleine handwasjes en ging Ine wat dutten. Om vervolgens tegen 16u klaar te staan voor haar natuurwandeling. Een gedeelte van deze wandeling liep langs de grens met National Park Arusha. Enkel voor auto’s is er een afsluiting, dieren (en mensen) kunnen gewoon van NP naar het dorp of van het dorp naar het NP. We bleven echter aan de kant van het dorp omdat je anders inkomgeld moet betalen. Vaak zie je vanaf die grenswandelpaden al wilde dieren lopen, maar Ine had geen geluk. Het grenspad liep verder langs een rivier. De rivieren in de omgeving bevatten geen vis. Moesten inwoners vis willen eten, moeten ze dat bij het Victoriameer halen. Dit ligt zo’n 600 km verderop, wat maakt dat er niet gemakkelijk aan vis te geraken is en dat het duur is. Bijna ieder gezin heeft hier een paar kippen, geiten, schapen en/of runderen om in melk, eieren en vlees te voorzien. Dieren naar sappige grasgebieden gebracht om te grazen en staan thuis in een met accaciatakken afgezet gebied. Door de lange, scherpe doorns komt er niets en niemand bij de dieren op die manier.
Daarna wandelen we langs en over verschillende erven terug naar boven naar Hillside Lodge. Het was wat laf geworden, wat de klim naar boven niet gemakkelijker maakte voor Ine.
Ine kreeg ’s avonds weer haar avondeten op haar terras en ging opnieuw vrij vroeg slapen omdat ze ’s anderendaags weer vroeg op moest.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten