24 september 2026

Als een Maasai

Op dinsdag 22-9 was het, na twee nachten, weer tijd om de Simba Farm Lodge te verlaten. We waren al vroeg, vóór half 9, op weg. We lieten de Kilimanjaro wat meer achter ons en reden richting Meru, ook zo’n oude, slapende en gigantische vulkaan. We reden eens door een klein gebied waar, vanwege de vele acacia’s, regelmatig giraffen te zien waren. Die kregen we niet te zien. We zagen wel verschillende kleurige vogels, een paar vervetaapjes, enkele herders onderweg met hun vee (een klein aantal koeien, geiten en schapen) én we zagen Kilimanjaro zonder wolken bovenop! Ine dacht dat ze de berg de dag voordien maar half gezien had en dat wolken veel van de top bedelen, maar eigenlijk had ze hem al bijna helemaal gezien: een grote, hoge en vooral brede berg. Meru kregen we ook goed te zien, maar die is kegelvormig en 4.566 m hoog, dus nog 1329 meter lager dan Kilimanjaro (5.895 m).

Het was na een tijdje duidelijk te zien dat we Maasaigebied inreden: er liepen steeds meer mannen en vrouwen in traditionele klederdracht en we kwamen steeds meer herders meer kleine kuddes tegen. Over het algemeen gaan kinderen al jong naar school, maar op vrije dagen moeten Maasai-jongens vanaf 4 jaar een kleine kudde leren controleren.

Er doken ook meer en meer kleien huizen op en weien, met rondom takken en doornen, om de kudde te beschermen tegen roofdieren… die er in dat gebied eigenlijk niet zijn.

Toen we de asfaltweg moesten verlaten, was het nog een lang stuk rijden over heel slechte keien- en zandweg.
Aangekomen bij Original Maasai Lodge stond een groep van Maasaimensen ons op te wachten en zongen ze ons toe… beetje ongemakkelijk om daar zo alleen naar te staan kijken, maar enfin. Na de zang, kregen we doekjes om onze handen te wassen en kregen we een welkomstdrank. Traditioneel zou dit koeienbloed zijn, maar gelukkig kiezen ze voor toeristen voor een lekker (donkerrood) drankje met hibiscus, gember en limoen. Er werd door een Maasaiman verteld dat de drank in, door vrouwen, uitgeholde calabassen bewaard worden. Omdat er ook één Maasaivrouw bijstond, vroeg Ine haar iets over het uithollen van de calabas. Ze bleef heel serieus kijken en de Maasaiman antwoordde… later zou Ine leren dat, als er mannen bij zijn, deze altijd voor de vrouw(en) spreken… tja, traditie en cultuur…

De Original Maasai Lodge wordt volledig uitgebaat door de Maasaistam van dat gebied, maar is eigendom van een ngo van twee Oostenrijkse dames, ‘Africa Amini Alama’. Deze ngo staat voor duurzaam toerisme en wil met verschillende projecten, waaronder scholen en lodges, de levensstandaard van de Maasai- en Wameru-stammen verhogen en vooral de tradities bewaren.

Nadat Ine rondgeleid was in de gemeenschappelijke gebouwen van de lodge, nam ze plaats op het terras met zicht op Kilimanjaro… maar die lag volledig in de wolken. Ine kreeg thee en kreeg uitleg over het programma. In het reisschema dat we ontvangen hadden, stond dat Ine moest kiezen uit drie activiteiten, maar alle activiteiten waren gewoon inbegrepen… wat maakte dat Ine nog een drukke namiddag tegemoet ging: 13u: lunch, 15u: schoolbezoek, 17:30u: speerwerpen met aaneensluitend traditionele zang en dans, verhalen over tradities aan het kampvuur en avondeten.

Doordat Ine een hut had dicht bij het zwembad had ze ook wifi op haar kamer. Die was er eigenlijk enkel in gemeenschappelijke ruimten. Wat wél alle kamers hadden, was zicht op Kilimanjaro… maar die bleef gedurende Ine haar hele verblijf verstopt achter wolken.

Ine was de enige geïnteresseerde voor het schoolbezoek. Het was een stukje wandelen naar de school waardoor Ine vanalles kon vragen aan de gids die Ine mee naar de school nam: over zijn schoenen die van motorbanden gemaakt waren, over schoolverzuim, over de projecten van de ngo die ervoor zorgden dat jongere mensen in de buurt bleven en niet naar de steden trokken voor geld enz.

Aan het schooltje werd Ine opgewacht door een leerkracht. Hij was niet van de omgeving maar was met zijn hele gezin naar de school verhuisd waar hij kon inwonen om het lerarentekort op te lossen. We zagen de iets oudere lagere schoolkinderen, enfin, de meisjes, de klaslokalen poetsen. De leraar legde uit dat dit onderdeel van hun scholing was. Eén klas was na schooltijd nog even gebleven om voor Ine Engelse liedjes te zingen, haar vragen te laten beantwoorden én ook vragen aan haar te stellen. Voor één keer loog Ine niet over haar leeftijd en zorgde dit voor een héél verbaasde blik van de kinderen… ja, dat vonden ze oud! De gemiddelde levensverwachting in Tanzania is dan ook maar 67 jaar, en nog lager in de gebieden als degene waar Ine was.

In de Tanzaniaanse scholen zijn er ook verschillende leerjaren, maar stroom je sowieso in in de eerste klas, hoe oud je ook bent als je start. De kinderen hebben daardoor heel verschillende leeftijden in één klas.

Ine bezocht ook de eerste klas (kleuterklassen). Daar draaide alles vooral om spelenderwijs leren. De continenten lagen er bijvoorbeeld als puzzels… maar tussen Frankrijk en Denemarken lag enkel Duitsland… van de BeNeLux was er geen sprake ;-)

Voor het speerwerpen en alle activiteiten nadien waren er (gelukkig) veel meer geïnteresseerden. We kregen eerst uitleg over waarom speerwerpen zo belangrijk is voor de Maasai: het is het enige verdedigingsmiddel dat ze hebben om vrouw(en), kinderen en kudde te beschermen. Ze moeten dus “een leeuw kunnen doden met hun speer”. Dit oefenen de “morans” regelmatig. Deze morans zijn de Maasai-krijgers.

Jongens worden in hun vroege tienerjaren ingewijd tot moran na een besnijdenisritueel. Als ze dan één krimp laten of laten zien, worden ze verbannen, want dat betekent zwakte. Als krijger leven ze, in groep, een aantal jaren afgezonderd in de bosrijke omgeving om te trainen. Als ze sterkt genoeg zijn om hun familie te beschermen, kunnen ze naar de stam terugkeren.

Dat speerwerpen moet dus blijvend getraind worden, maar dient ook om de andere morans te laten zien hoeveel kracht ze hebben.

Er werd in eerste instantie, vanop verschillende afstanden, met de speer naar een hangende rotsblok geworpen. Iedereen zat steeds goed in de buurt, maar als iemand in de rotsblok gooide werd dit op veel gejuich en ontzag onthaald. Het leken net kleine kinderen hoe ze daar zaten spelen met die speren onder elkaar.

En dan waren natuurlijk de toeristen aan de beurt… niemand kon het natuurlijk, ook niet vanop korte afstand. Ine hield zich stil en ging niet gooien… waarom?

Het speerwerpen duurde tot tegen zonsondergang (18:20u). Iedereen ‘verhuisde’ toen naar een heuveltje waar een grote oppervlakte was vrijgehouden om te dansen. Erg veel nummers werd gezongen, ingeleid door steeds andere mannen; Gaandeweg werd het steeds ‘doller’ en werd overgegaan tot de “adumu”, de springdans. Hierbij springen de krijgers recht omhoog om hun kracht, moed en uithoudingsvermogen te tonen. Degenen die het hoogst en het langst na elkaar kunnen springen worden met veel lof bezongen. In eerste instantie zongen de dames ter plekke steeds mee, maar toen er begonnen werd met het springen en naar de dames toestappen, gingen zij schoudertrekkende bewegingen maken terwijl ook zij voor de groep gingen staan… best interessant en leuk om te zien. Het duurde wel lang. Naar de fitness hoeven die krijgers in ieder geval niet meer te doen als die iedere avond voor een hoop toeristen moeten speerwerpen en dansen.

Toen het al helemaal donker was, gingen we allemaal rond een kampvuur zitten. Daar vertelde één Maasai-krijger allerlei tradities. Ine kon niet alles horen, maar enkele zaken waren dat de mannen verantwoordelijk zijn voor hun familie en voor een inkomen. Daarom trekken ze van graasplaats naar graasplaats met hun kuddes om deze in leven te houden, te kweken en te kunnen verkopen. De vrouwen zijn verantwoordelijk voor de rest: de kinderen, het naar markten gaan voor groenten (want Maasai telen niets), koken, poetsen enz. Ze zijn zelfs verantwoordelijk voor het bouwen van de kleien woningen.

Hij vertelde ook dat vroeger Maasaikrijgers dierenvellen droegen die met het bloed van dieren rood geverfd werd. Sinds gekleurde katoenen stoffen ook toegankelijk werden tot de Maasai gebruiken ze gewoon stof in plaats van dierenhuiden. Hun favoriete kleur blijft rood omdat dit kracht uitstraalt en anderen en dieren afschrikt, vinden ze.Tegenwoordig hebben ook andere kleuren succes. Ze droegen verschillende, wat oudere mannen, blauwen gewaden… De dames zijn heel kleurig gekleed. Zowel mannen als vrouwen dragen verschillende juwelen met vaak witte met kleurige kraaltjes rondom polsen, enkels en hals en ook dragen ze allen metalen heupkettingen.

Vanaf 40 ben je bij de Maasai ‘oud en wijs’. Je taak binnen de familie is dan voornamelijk nog het zorgen dat de familieband harmonieus blijft bestaan en dat ze adviseren bij problemen.

Na het weer lekkere avondeten werd Ine naar haar hut gebracht. Er leven geen roofdieren in de buurt, maar omdat er geen goed aangelegde en verlichte paden zijn, gaat een krijger mee met een pitslamp.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten