We hadden weer goed geslapen in onze grotwoning in
Chenini. We hadden, in ieder
berberdorp waar we overnachtten, een meerpersoonsslaapkamer met dus gedeeld sanitair. Vanwege de zeer rustige toeristische periode hebben we wel steeds met ons tweeën in een kamer kunnen slapen... en was het alsnog een klein beetje luxe... al zouden waarschijnlijk anderen wat problemen hebben met de 0-sterrenverblijven waar we overnachtten.
Na ons ontbijt waren we weer helemaal klaar voor een volgende wandeltocht. Het had die nacht en ochtend van 9 maart '26 geregend en er hing mist tussen de Daharbergen. Het was best frisjes en er vielen af en toe nog druppels, maar tijdens de wandeling kregen we geen regen meer. Het was eigenlijk ideaal wandelweer!
Volgens onze vooraf gekregen reisbeschrijving zouden we via het dal van Chenini naar Guermessa/ Guermassa wandelen. Onze wandelgids had besloten dat we de nabijgelegen berg op gingen en via het bergplateau zouden wandelen, de route die de herders nemen.
Het was half 8 toen we aan onze wandeling startten. Bij het afdalen van het dorpscentrum passeerden we nog verschillende grotwoningen met daarbij hokken met schapen en geiten. De hokken waren een samenraapsel van allerlei platen, houten schutsels en roosters... we gingen terug in de tijd... Op onze weg naar beneden was een berber, in traditionele puntjas, bezig met het scheiden van de olijven van de blaadjes en takken. De olijven waren om te persen, de rest voor de dieren, legde de gids uit.
Onderaan de berg die we op moesten, leek dit een zware beproeving. Onderweg viel dit erg goed mee. Dit kwam voornamelijk door het trage tempo dat de gids aanhield... tja, wij willen waarschijnlijk altijd veel te snel wandelen, terwijl die berbers daar niet mee bezig zijn... Het trage tempo maakte dat zelfs Ine, die niet goed kan 'klimmen', gewoon kon volgen én zelfs nog foto's kon maken van de verschillende bloemetjes die er tegen de helling stonden.
Het pad lag er best goed bij. Er waren maar weinig stukken waar er enkel losse stenen en keien lagen. Eens boven op de berg verliep onze wandeling glooiend. Afhankelijk van welke richting we uitwandelden - en of er hogere bergen lagen - hadden we wat last van windvlagen en -stoten. Dit maakte dat we onze truitjes echt wel nodig hadden bij het wandelen. En voor Ine, tijdens het rusten, was zelfs een extra truitje nodig.
Hetgeen we onderweg zagen, verschilde niet veel van de dag voordien of van de kilometer ervoor, maar bleef interessant en bijzonder. Gaandeweg passeerden we opnieuw deels ommuurde stukken grond met daarin olijfbomen en wat palmbomen. De gids vertelde dat de olijven van deze bergen niet lekker waren om gewoon te eten. Ze zijn kleiner dan die van de grote olijfplantages aan de kust en worden, als ze al zwart zijn, pas geoogst. De olijfjes zitten boordevol olie in plaats van vruchtvlees, konden we zien.
Hier en daar zagen we ook amandelbomen. Deze hadden in deze periode bloesems.
Onderweg, aan een waterbron, kwamen we een grote kudde met geiten en schapen tegen. Er waren ook verschillende honden en één ezel met bepakking. De gids zei dat één van de twee herders zijn neef was. We bleven een tijdje bij de kudde staan en zagen de herder water uit de waterput halen en in de waterbakken gooien zodat zijn beesten konden drinken. Nadat we hen verlieten, zagen we ze nog een tijdje over de heuvels lopen... wat een hard leven!
Bovenop het plateau lagen eerst veel zwarte zandstenen. Ze zagen er een beetje uit als aardekluiten, maar het waren echt wel stenen, maar, toch waren er, van wind en water, allerlei inkervingen te zien aan de oppervlakte. Nadat die zwarte stenen wat verdwenen, lagen er meer lichtgekleurde, platte en grote stenen en rotsen.
Hoe dichter we bij onze eindbestemming Guermassa kwamen hoe vaker we gekraste/geklopte voetstappen / sandalen in het platte gesteente zagen. De gids kon er niet veel over zeggen, enkel dat het een gebruik was dat enkel door mensen van Guermassa gedaan werd maar geen betekenis had... na wat eigen onderzoek, want deze uitleg wilde Ine gewoonweg niet aannemen, is er nog niet veel meer duidelijk geworden, máár het zou om een oud-berber-gebruik gaan dat uitgevoerd werd een week na het huwelijk, als overgangsritueel. Het zou ook niet enkel in Guermassa te zien zijn.
We kregen onderweg weer een veel te uitgebreide maaltijd: brik en sla/tomaat/komkommer/olijven, gekruide rijdt met koude kip en als dessert
zalabiya en
bambalouni... Ine eet eigenlijk niet vaak vlees en zéker geen koud vlees... De gids vertelde dat Tunesiërs niet dagelijks vlees of vis eten, uitgezonderd tijdens de ramadanperiode... als oplossing at Johan de kip van Ine en at Ine het grootste gedeelte van het dessert...
Na het middagmaal startte de afdaling van het plateau. We kregen ook weer meer van de verschillende dalen in de omgeving te zien... en uiteindelijk, maar enkel als we goed keken, kregen we de ruïnes van het erg grote voormalige
ksar Guermassa te zien. Wat was die vesting door de manier van bouwen van de woningen tegen en in de bergen goed weggestopt!
Archeologen schatten dat ook Guermassa in de 12e eeuw werd gesticht. Het dorp is erg groot en spreidt zich uit over twee bergflanken. De woningen die we binnen gingen, waren groot, veel groter dan in de eerdere dorpen van deze soort die we de dagen voordien zagen. Er zijn in het dorp twee (witte) moskeeën. Het berberdorp werd rond de jaren zeventig al verlaten vanwege het opgeraken van het water dicht bij de woningen. Ook hier werd, gaandeweg, een nieuw dorp in het dal gebouwd, maar vele inwoners verhuisden ook naar het noorden van Tunesië.
Na 15 km en zes uur onderweg te zijn geweest, zat onze wandeling van Chenini naar Guermessa er op... en stapten we rond half 2 bij onze chauffeur in de jeep. We reden eerst een half uur terug naar
Tataouine om onze wandelgids er weer af te zetten.
In Tataouine stopte de chauffeur ook bij een patisseriezaak. Hij zei dat het de beste van de streek was en dat hij iedere keer als hij in Tataouine was langs ging om er zoetigheid te halen voor zijn familie in Douz... Ine twijfelde niet... en liep achter de chauffeur aan... zij moest ook van dat lekkers!
Een uur later stopten we aan Ksar Hallouf. Deze ksar / dit versterkt dorp was anders dan de voorgaande die we bezochten. Het dorp werd deels gebouwd in de 13e eeuw en in de 19e eeuw uitgebreid. Aan het begin van de 20e eeuw geraakte het in verval. De site is in 2006 gedeeltelijk gerestaureerd en het dorp doet nu enkel dienst als toeristische attractie. Sommige van de 200 à 500 "ghorfa's" van het dorp zijn gedeeltelijk ingestort. Het Arabische woord ghorfa verwijst naar de individuele kamers van de woningen. Het dorp als geheel wordt ksar genoemd. Het Ghorfa-type bestaat uit een reeks kamers met tongewelven, elk met een enkele deur, in rijen gebouwd en op elkaar gestapeld om meerdere verdiepingen te vormen. Deze zijn, in het geval van ksar Hallouf, georganiseerd rond een 130 meter lange binnenplaats van waaruit de kamers toegankelijk zijn. De woningen kunnen wel vier of vijf verdiepingen hoog zijn. De kamers werden gebruikt om graan, dadels en ander voedsel of dierlijke producten op te slaan. De kamers op de begane grond zouden ook gebruikt kunnen worden als woonruimte voor bewakers en dieren. De kamers boven de begane grond zijn toegankelijk via externe trappen. Veel van deze bouwwerken zijn gebouwd met losse stenen en klei. Deze ksar ligt bovenop een heuvel boven het huidige dorp Ksar Hallouf, dat in een oase tussen vele palmbomen ligt. In dit dorp overnachtten we die nacht in grothotel Dar Sana. Onze meerpersoonskamer lag weer in een grot met daarvóór ghorfa's.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten