16 maart 2026

Dag 2 : Djerba - Douiret - Chenini

Op zondag 8 maart jl. werden we om 8u opgehaald door onze chauffeur. We reden het eiland Djerba af over een brug. Langs de brug loopt een lange pijpleiding, drinkwater vanuit het vastenland voor het eiland, vertelde de chauffeur.

We maakten een fotostop aan Sebkhat el Melah. Dit zoutmeer ligt niet ver van de Middellandse zee. Het is 150 km2 groot en ligt onder zeeniveau. Het meer bevindt zich in een verdampingsbassin. Af en toe infiltreert zeewater het waterbekken, waarbij opgeloste mineralen worden meegevoerd die later achterblijven als het water verdampt. Dit zoutmeer is zeker niet het véél grotere en meer naar het westen liggende Sjott el-Djerid.

Het landschap dat we onderweg te zien kregen, veranderde gaandeweg: van grote weilanden met olijfbomen, over vlakke 'leegtes' met kleine struikjes tot we de bergen van het Dahar-gebergte te zien kregen. In die bergen zouden we de volgende dagen wandelen en verblijven. In deze bergen wonen de Tunesische Berbers.

Berbers zijn de oorspronkelijke, inheemse bevolking van Noord-Afrika, wonend in landen als Marokko, Algerije, Tunesië en Libië, in de Egyptische oases van Siwa en Gara, in Mauritanië en in Mali. Ook de oorspronkelijke bewoners van de Canarische Eilanden, de Guanchen, worden tot de Berbers gerekend. Ze hebben een eigen taal, cultuur en tradities, en een geschiedenis die meer dan 15.000 jaar teruggaat in de regio.

De bergdorpen kennen een prachtige ligging op een bergkam en bieden dan ook een prachtig uitzicht over de omgeving. Traditioneel woonden de Berbers van Tunesië in grotwoningen die strategisch ondergronds waren gebouwd om aan de zomerhitte te ontsnappen. Het is verbazingwekkend hoe deze ondergrondse huizen in de zomer hun eigen natuurlijke airconditioning kunnen creëren en in de winter ook op natuurlijke wijze opwarmen. Voordat men de eigenlijke woning betreedt komt men meestal eerst in een voorportaal waar de lastdieren stonden. Elk dorpje heeft een witte moskee, die sterk afsteekt tegen de aardenkleurige grotwoningen. De meeste Berbers zijn namelijk soennitische moslims. Vóór de islamitische veroveringen van de 7e eeuw waren veel Berbers christelijk, met een joodse minderheid.

De grotwoningen zijn tegenwoordig voornamelijk verlaten en in verval. Toch wonen er nog families. De meesten zijn echter, dichtbij de oude grotdorpen, in de vallei gaan wonen en hebben er nieuwe dorpen gevormd.

In de stad Tataouine ligt in het zuiden van Tunesië. Het ligt in een gouvernement met dezelfde naam. Het is het grootste van Tunesië... en is zelfs iets groter dan België. Hier begint de Sahara. In de stad pikten we onze "wandelgids" op.

Misschien klinkt Tataouine bekend? De stads-/provincienaam was inspiratie voor de planeet waarop Star Wars zich afspeelt, Tatooine. In de omgeving werden vele scènes van de oude films en series opgenomen... toen werd dat nog in 'het echt' opgenomen en nog niet met computeranimatie gemaakt...

Na een half uur rijden vanuit Tataouine kregen we te zien waar we heen reden, (ksar) Douiret. Na een korte fotostop om de hele ksar /vestingstad op één foto te krijgen, konden we uitstappen om aan onze wandeling van de dag te starten.

Douiret ontstond waarschijnlijk zo'n 600 jaar geleden. In 1850 telde het ongeveer 3500 inwoners. Het was een belangrijke karavaanstopplaats tussen Gabès in het noorden en de Libische stad Ghdamès in het zuiden. In 1882 werd Douiret tijdelijk door het koloniale Frankrijk gekozen als het centrum voor zijn administratie in het zuidelijke deel van Tunesië, voordat het kort daarna werd verlaten ten gunste van Tataouine. In de 20e eeuw zag Douiret zijn bevolking geleidelijk afnemen, aangezien veel van zijn inwoners voornamelijk naar de Tunesische hoofdstad Tunis migreerden. Sinds het einde van de 20e eeuw en het begin van de 21e eeuw ligt het oude dorp Douiret vrijwel volledig in puin. Een pad van ongeveer 3 km staat nu vol met verlaten woningen die grotendeels in puin liggen, met uitzondering van de opvallende witte moskee, bekend als 'de palmboommoskee'. Enkele woningen zijn gerestaureerd en omgevormd tot hostel en er werd een campingplaats aangelegd onderaan het oude dorp.

Onze wandelgids nam ons mee doorheen de woningen die allemaal deels in de bergflank gebouwd werden. Hij toonde ons welke techniekjes ze gebruikten om hun voorraden op te slaan, vijanden buiten te houden, de slaapkamers op een constante temperatuur te houden (fris in de zomer en warm in de winter) maar ook, als stad, aan het zicht te ontsnappen doordat de voorgevels bijna volledig dicht waren waardoor van ver niet te zien was dat er een stad tegen een bergflank lag. De moskee lag eerst ook volledig in de bergwand verwerkt. Pas later werd er een minaret gebouwd en werd deze wit. We gingen langs de olijfoliepers en kregen uitleg over hoe een dromedaris gebruikt werd om de maalsteen te bedienen en hoe de olijven in een soort van platte, gesloten manden geplaatst werden en uitlekten in karaffen. Zo goed als het hele dorp had ooit handelgedreven met de reizigers in de karavanen maar waren ook zelfvoorzienend, zei de gids.

Aan het einde van het dorp Douiret startte onze wandeling naar het volgende berberdorp, Chenini. Via een oude handelsroute wandelden we, aan een traag tempo en met verschillende pauzes, tot in Chenini.

Vlak buiten Douiret kwamen we herders met een kudde geiten tegen. Ze werden door de herders, maar ook door honden gestuurd en beschermd. De wandelgids legde uit dat de geiten onderweg grazen en naar een waterbron geleid werden.
We wandelden steeds langs en over de bergflanken met uitzicht op de volgende bergflanken. Naast veel lage, ruwe kruidachtige struikjes stonden er best veel kleine bloemetjes. En op verschillende plekken stonden er olijfbomen en palmbomen. Via muurtjes en wallen wordt het weinige water dat er valt naar lager gelegen 'tuintjes' geleid waardoor deze bomen wel voldoende vocht krijgen. Andere muren werden dan weer gebouwd om, bij hevige regenval, te voorkomen dat er modderstromen ontstaan en stukken berg wegglijden.  

Als lunch had de gids een gedeelte van zijn ramadanmaaltijd meegenomen. Hij noemde het ook een typische berbermaaltijd. We móesten eten, ookal wilden we dit niet persé aangezien de gids aan het vasten was. We kregen een brik, een salade van sla, komkommer, tomaat en olijven, een kruidige pastasalade met kippenworst en kippenblokjes en brood. Als nagerecht kregen we zalabiya, plakkerige zoetigheid... Ine was in haar nopjes!

Het weer was ideaal om te wandelen: niet te warm, niet te koud. Een truitje was, voornamelijk voor de windvlagen, nodig. Het was bewolkt, maar soms priemde de zon door de wolken. Op plaatsen waar we vergezichten hadden, was het wat heiig. Het zou zo'n 23° zijn geweest, maar we denken dat het toch iets frisser was op de bergen.

Toen we het 'nieuwe' Chenini in het dal van het oude Chenini waar wij heen wandelden in zicht kregen, kregen we ook verschillende afgeplatte bergflanken te zien. Volgens de gids werden deze gebruikt voor Star Wars.

Na een best moeilijke afdaling, omdat het pad vol dikke keien lag, kregen we drie waterbronnen in zicht. Enfin, doordat er op een bergflank op drie plaatsen palmbomen stonden, konden we zien dat er daar water was. Deze bronnen werden gebruikt als drinkwater, om kleding te wassen, om vee te laten drinken en om te gebruiken rondom een moskee. Deze moskee zou de 'Moskee van de zeven slapers' zijn. Tijdens onze wandeling wandelden we langs deze 'bijzonder gevormde' moskee: de minaret staat scheef, maar daarnaast zijn alle hoeken afgerond. Het leek alsof een kleuter het uiterlijk van de witte moskee getekend had.

In deze moskee zouden de zeven slapers begraven liggen. De oorsprong hiervan gaat terug tot de christelijke legende van de zeven slapers uit Efeze die, tijdens de vervolging van Romeins keizer Decius, levend werden ommuurd in een grot in het Turkse Efeze. Ze werden na 309 jaar te slapen op wonderbaarlijke wijze bevrijd onder het bewind van keizer Theodos. De legende is ook te lezen in de Koran. Men weet niet precies waar deze zeven begraven liggen... dus zijn er vele plekken als hun (mogelijke) begraafplaats aangeduid... ook deze, dus.

Van aan de moskee moesten we nog een kleine afdaling en klim doen om onze eindbestemming, (ksar) Chenini, te bereiken. We hadden dan negen kilometer gewandeld... en deden er maar liefst vier uur over... inderdaad, dat heeft lang geduurd! De gids wandelde traag en liet ons vaak en vrij lang pauzeren... een les in geduld voor Johan ;-)

Chenini werd op een heuveltop gebouwd tussen twee heuvelruggen. Dit om het te beschermen tegen aanvallende partijen. De oudste bouwwerken op en in de heuvel dateren uit de 12e eeuw. Sommige rotsgebouwen worden nog steeds gebruikt om graan op te slaan voor de dorpelingen die in de vallei beneden wonen., maar toch wonen er in het oude Chenini nog families en zijn er grotwoningen die als hotel Kenza gebruikt worden, waar wij overnachtten.

Aangezien we rond half 4 in het dorp waren en tot 's anderendaags afscheid hadden genomen van onze gids hadden we nog tijd om wat buiten bij onze grotwoning in de zon te zitten, te douchen en te rusten...

's Avonds konden we gaan eten in het restaurant van Kenza, iets lager in het dorp. We kregen brik, soep, couscous met kip en een appelsien en qarn al-ghazal, weer zo'n zoete, plakkerige lekkernij! Óók hier hadden we, net als de avond voordien, het gezelschap van enkele hongerige, miauwende katten onder onze tafel.

Het dorp had tot 2013 geen internettoegang en ook nu moesten we hiervoor naar de kantine bij de moskee gaan. Hier kregen we, bij ons koffietje en citroenlimonade, een zoet gebakje... omdat het iftar was!
De eigenaar had 's middags van onze wandelgids gehoord dat we 's anderendaags naar een volgend berberdorp zouden gaan wandelen. Hij vroeg er ons naar, wat een aanwezige jongere spontaan een bewondering liet uitspreken... we waren al benieuwd!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten