18 maart 2026

Afgelopen 10 maart

Op onze vierde vakantiedag in het zuiden van Tunesië werden we wakker in het berberdorp Ksar Hallouf. Sinds de avond voordien waren er veel felle buien gevallen. Het druppelde nog steeds terwijl we ontbeten. De mensen van het hotel hadden dat, vanwege Ramadan, al vóór dageraad (of voor de allereerste straaltjes zon) al gedaan... dat was al voor 5u. Zonsopgang was rond 6:15 uur.

We spraken af dat we om half 8 klaar zouden staan om op onze dagelijkse wandeling te vertrekken. Een medewerker van het hotel zou ons meenemen doorheen de bergen rondom Ksar Hallouf. 
Om half 8 was het net weer gaan regenen... onze wandelgids wilde weten of we wel zouden gaan wandelen, gezien de regen? Natuurlijk!, zeiden wij... duidelijk niet met de zin van de wandelgids... hahahaha...

Vanaf het hotel stapten we zo de oase, die het huidige dorp is, in. De gids legde uit dat het een geheim ramadan-gebruik was dat tijdens de vastenmaand sap uit de palmbomen afgetapt werd. Nu de vastenmaand in maart viel en het nog niet warm was, was het palmsap lekker zoet. Als de vastenmaand in een warme of hete periode valt, wordt het sap alcohol, vertelde hij verder met glinsterende oogjes... ineens werd duidelijk waarom hij het een geheim gebruik noemde: in feite drinken de Tunesische moslims geen alcohol ;-) Hij wees aan op de stammen van de palmbomen dat goed te zien was, door plaatselijk stukken dunnere stam waar er 'afgetapt' werd. Hoe het proces precies ging, werd ons toen niet duidelijk. Het leek alsof de palmboom bijna volledig ontdaan werd van zijn kroon, maar hoe het sap opgevangen werd, zagen we niet. We lazen ondertussen dat men in de boom klimt en bovenop de siroop die door de 'wonde' van het weghalen van de boomtop ontstaat, dagelijks afgeschraapt wordt. Als de siroop fermenteert, wordt het "palmwijn" genoemd.

Vanuit de oase stapten we de bergen in. Hier vertelde de gids dat de dorpsnaam 'Hallouf' varken betekende. Dat die beesten er zitten, zagen we aan verschillende pootafdrukken onderweg. Er zitten ook stekelvarkens in de Daharbergen. De dag voordien en ook tijdens deze wandeling vonden we verschillende afgevallen stekels van deze dieren. De diertjes zelf kregen we niet te zien.

De bergen/heuvels van dit gedeelte van het Dahargebergte waren wat steiler dan die van de dagen voordien... en deze wandelgids stapte ook beter door dan de eerdere. Bovenop de eerste top was niet veel te zien van de omgeving door de mist / lage wolken die er hingen. Het ging er ook ineens hard waaien en hagelen, dus we daalden al snel af naar één van de vele dalen. In deze dalen lagen ook van die zelf aangelegde 'tuintjes' door het water slim af te leiden met muurtjes. Door de vele regen die op korte tijd gevallen was, stonden er nu verschillende onder water. De gids vertelde dat de regen in deze periode niet normaal was. Hij vulde aan dat zijn ouders (zestigers?) wel steeds zegden dat het 'in hun tijd' veel natter was in deze periode. De gids was niet blij met de regen, maar de vegetatie en de grondwaterreserves zeker wel. 

Doordat we steeds heuvelpop, heuvelaf wandelden en draaiden en keerden, wisten we al snel niet meer waar we waren. Doordat er geen oriëntatiepunten leken te zijn, was het voor ons moeilijk om ons te oriënteren... en alles leek op elkaar. Ine dacht op een gegeven moment zelfs dat ze bepaalde plaatsen herkende van eerder op de tocht, wat niet zo was natuurlijk... Die gids leek gelukkig wel te weten waar naar toe... 

We wandelden langs een grot in de heuvelwand. Ze grot was maar klein en had maar één kamer. De gids legde uit dat er niemand in woonde, maar dat ze gebruikt werd als overnachting- of schuilplek. Er lagen nog houtskool in een hoekje van de grot, dus waarschijnlijk had er nog niet lang geleden iemand gekookt en waarschijnlijk overnacht, besloten we. Toch bijzonder dat iets dergelijks, in onze westerse ogen, zo primitief, nog zo gewoon is voor deze Berbers. Wat zijn wij 'verwend' of waarom moet het voor ons allemaal zo luxueus en moeilijk!?

Zoals wel vaker, vanwege de zwakke enkelbanden en artrose van Ine haar linkerenkel, sloeg Ine haar voet nog om en viel ze hierdoor op het losse-keien-pad. Ze stapte daar gewoon op verder omdat ze weet dat, doordat ze ook een enkelbrace draagt bij het wandelen, dit nooit echt erg is. Als ze maar gewoon blijft doorstappen, wandelt ze de pijn er steeds uit. Gelukkig kreeg ze dit wel op die plek want nadien begonnen we aan een erg steile afdaling met veel steenslag, terug naar de oase. Daar zou vallen een verdere rol van de heuvel zijn geworden.

Tijdens die steile afdaling kregen we nog, door de erosie van de bergwand, veel kleuren aan zandsteen te zien. Het meest bijzondere was wel de barbie-roze-verkleuring!

Verschillende regenbuien en 11,5 km verder, kwamen vijf uur later weer aan in het grothotel. We kregen even tijd om ons op te frissen en dan kregen we een veel te groot middagmaal voorgezet... pfff... wat hebben we veel gegeten op deze reis!

Na het eten, namen we afscheid van Ksar Hallouf. Na drie kwartiers rijden, onderweg naar onze volgende overnachtingsplek, reden we, in de gietende regen, door het berberdorp Toujiane. Dit dorp is vooral bekend vanwege zijn tapijten... en aangezien wij geen tapijt wilden, stopten we er niet. We stopten wel op een mooie plek voor een foto van het dorpje te maken. Er zijn grotwoningen in Touijane maar, net als steeds, zijn die niet zichtbaar aan de buitenkant. De gebouwde (vervallen) huizen zijn wel groter dan dat we in andere berberdorpen al zagen... toch wéér een beetje anders dan de andere berberdorpen.

75 km en anderhalf uur nadat we in Ksar Hallouf vertrokken waren, draaiden we de oprit van onze  eindbestemming van die vierde reisdag op, Touring Club Marhala in Matmata... een volgend grothotel in weer een ander en verschillend berberdorp.

We werden in het hotel meegenomen naar een mooie binnenplaats met kamers op twee verdiepingen, de twee verdiepingen vertikaal onder de grond. Mooi! Ine, door de hoteleigenaar omgedoopt tot Fatima, kreeg de keuze uit vier verschillende meerpersoonskamers... Ze koos de 'kleinste'. Hier stonden twee grote tweepersoonsbedden en er was rondom in de grot veel plaats om onze spullen te zetten en leggen. Het gedeelde sanitair lag wat verder van de binnenplaats. Het enige 'nadeel' van de kamer was dat er maar één stopcontact was. Over de volgorde van het opladen van de powerbanks, camerabatterijen en gsm's werd goed nagedacht.
Het was rond drieën, wat maakte dat we nog voldoende tijd hadden voor het donker werd om het stadje te ontdekken. We hadden een kopietje uit onze reisgids bij met het stadsplannetje van Matmata op zodat we dat allemaal slim konden aanpakken... niet dat er heel veel te zien was, maar we wilden niks missen.

Matmata is de belangrijkste stad in het Daharberggebied. De manier van wonen, is net weer anders dan in de eerdere berberdorpen waar we voordien waren. In eerste instantie zie je alleen de hoofdstraat en enkele stenen huizen midden in een heuvelachtig maanlandschap met verspreide witte marabouts grafhuisjes. Pas als je wat beter en langer kijkt, zie je gelijkmatig ronde kraters in het midden van kleine terpen aarde : de grotten van de Berber-families. Ze zijn naar beneden toe gebouwd in plaats van tegen en in een bergflank. Van bovenaf kijk je uit op een schachtachtige binnenplaats, van waaruit meerdere kamers uitkomen en in het midden een waterput. Een tunnel leidt naar buiten, de ingang is meestal mooi ommuurd.
Eke getrouwde zoon heeft zijn eigen kamer in deze familiegrotten. Er is ook een keuken en bergruimten. De muren zijn, net als in de eerdere grotten waarin we verbleven, bedekt met gips en zijn witgekalkt. Ieder jaar, vlak voor de zomer, worden kalk en gips weggehaald en wordt weer een nieuwe laag aangebracht. In die laag vermengt men kruiden om allerlei beestjes, ongedierte en muffe geuren buiten te houden.

Vanuit ons grothotel wandelden we eerst van het nieuwe dorpscentrum weg. Al snel wandelden we langs een locatie met verlaten grotwoningen. Het interessante hieraan was dat we er, zonder iemand te storen, 'erop' konden. Dit maakte dat we ín een binnenplaats van een grotwoning konden kijken, in plaats van er enkel in binnen te gaan en op die manier te bekijken.

Ondertussen waren we al twee keer aangesproken. In andere dorpen was dit niet. Matmata was duidelijk wat meer toeristen gewoon. Als we gewild hadden, waren we naar een restaurant gebracht en waren we naar het museum ksar Matmata begeleid... maar naar dat laatste waren we sowieso onderweg en lag echt niet ver weg... Toen we aan het museum aankwamen, stapte een kerel van zijn brommertje en liep met ons mee naar binnen. Hij gaf wat uitleg over wat we zagen in de lange inkomgang. De inkomprijs, TND 10 (= € 2,95) moesten we betalen aan een dame die binnen zat... we hadden het kereltje dus meteen door... hij was geen 'gids'. Hij bleef praten, maar was even van zijn melk toen Ine vroeg of zijn diensten inbegrepen waren in de inkomprijs. Hij ontkende het niet, maar daarna probeerde hij ons een avondeten, of een tour voor de dag nadien aan te smeren... en uiteindelijk droop hij, zonder fooi, af... Hij had ons toch helemaal verkeerd ingeschat! Wij zijn geen domme toeristjes die overal zomaar intrappen! Hahahaha...

Het museum is een oude typische grotwoning van de regio. Vanuit een binnenkoer met waterput is toegang tot verschillende kamers. Er was één kamer die via een stenen trap te bereiken was. De verschillende (grote) kamers waren allemaal ingericht naar de functie die ze ooit hadden en met materiaal dat gebruikt werd. Zeker ook de olijfolie-opslagplaats met verschillende aarden karaffen en de gebruikte materialen van de deuren en deurstijlen (deels palmboomhout, deels olijfboomhout) waren interessant om zien. Toen we in de ontmoetingsruimte van de woning kwamen, kwam de dame van het museum ons thee en brood brengen... lekker!

Vervolgens liepen we wel richting het stadscentrum, maar namen we een afslag eerder om bij het Sidi Idriss Hotel te geraken... toch wel een plek die je in Matmata gezien moet hebben... ook zoals wij, als niet Star Wars-fans. 

In dit grothotel werden immers opnames gedraaid voor deze films en series. Een binnenplein van dit grothotel was namelijk de woonplek van (o.a.) Luke Skywalker, de ondergrondse boerderij "Lars Homestead" op de planeet Tatooine (filmlocatie in 1977 en 2002)... en eigenlijk is het er nog steeds op dezelfde manier ingericht... en is het een grote toeristische trekpleister.
Een grote groep vertrok net toen wij binnengingen. Waarschijnlijk was aan ons te zien dat we geen fans zijn want de speciale souveniersshop werd gewoon gesloten terwijl wij er nog rondliepen :-D

Na ons Star Warsbezoek wandelden we nog door het centrum van Matmata. De mensen waren er super vriendelijk, geen gezeur... mogelijk dat slechts weinig toeristen zich laten zien in het stadscentrum. In het centrum stonden rechthoekige huizen. Of zij ook nog een verdieping (of meer) onder de grond hebben, kregen we niet te zien, maar dat kan haast niet anders, al kan het misschien enkel voor hun voorraad zijn... maar onze kelders liggen ook onder de grond...

Na ons bezoek aan oud en nieuw Matmata gingen we even in de hotelreceptie zitten. Dat was de enige plaats in het hotel met internet. Op dat moment was de verbinding van goede kwaliteit. Toen we er, na het avondeten, met meerdere mensen zaten, was die kwaliteit slecht... maar erg was dat niet. Johan had overigens ook een eSIM geregeld. Hierdoor had hij, zonder de hoge roamingkosten, steeds toegang tot het Tunesische netwerk... en dat had hij, gezien wat regelzaken voor de festivals waarbij hij betrokken is, toch ook nodig...

Geen opmerkingen:

Een reactie posten