Dit gebied is een zeldzaam beekdallandschap omdat de mens, op andere plaatsen, vaak ingegrepen heeft op het stroomgebied van beken. Bij de Drentsche Aa is dit nauwelijks gebeurd. Zo bleven van de eeuwenoude landschapsindeling ook veel karakteristieke houtwallen op de essen (velden) bewaard. Enkele heidevelden, waaronder het voormalig militair oefenterrein Balloërveld, bleven gespaard van ontginning als landbouwgrond of bebossing, zoals elders in Drenthe veel gebeurd is.
Toch is verscheidene malen geprobeerd grote delen van de Drentsche Aa in Drenthe te kanaliseren, teneinde de waterbeheersing van het stroomgebied te verbeteren. De eerste pogingen daartoe strandden doordat boeren niet wilden bijdragen aan de benodigde investeringen. Later poogden natuurbeschermers het stroomgebied van de beek te beschermen tegen de effecten van ruilverkavelingen en waterstaatkundige ingrepen. Uiteindelijk leidde dit tot de oprichting van het 'nationaal beek- en esdorpenlandschap Drentsche Aa' (2002), dat vanaf 2013 nagenoeg het volledige stroomgebied omvatte. In 2019 besloot het Overlegorgaan Drentsche Aa deze lange naam niet meer te gebruiken en voortaan alleen nog de naam Nationaal Park Drentsche Aa te gebruiken voor het gehele gebied.
Naast natuur en landschap zijn ook landbouw en leefbaarheid in de dorpen belangrijke thema's. Hierdoor was het niet mogelijk een standaard Nationaal Park in te richten en werd lang getwijfeld of de instelling van een nationaal park wel de juiste manier was om het gebied te beschermen. Vanwege het unieke karakter van het landschap heeft men toch besloten het gebied als Nationaal Park te beschermen maar heeft het een speciaal beschermingsmodel gekregen, waarin natuur- en cultuurlandschap evenveel aandacht krijgen.
Al met al is het Drentsche Aa-gebied het best bewaarde beek- en esdorpenlandschap van West-Europa. Men kan er nog goed het oude landschap van Drenthe herkennen, dat de zandgronden in de provincie tot eind negentiende eeuw kenmerkte.
We startten met de langste wandeling, eentje van 6,5 km. Deze wandeling bracht ons op het Balloërveld, zoals hierboven als stond, een oud militair oefenveld. Het ligt tussen de dorpen Gasteren, Rolde en Loon.
Over het Balloërveld lazen en zagen we dat de overwegende heide- en vergraste heidebegroeiing spaarzaam afgewisseld wordt met veenmeertjes, wat plukjes dennenbos en kleine zandverstuivingen her en der. Het veld wordt doorkruist met een netwerk van zandwegen en karrensporen die deels nog dateren van voor de middeleeuwen. Archeologisch onderzoek heeft er grafheuvels, een urnenveld en resten van akkerbouw uit de ijzertijd, alsook vondsten die duiden op steentijdbewoning aan het licht gebracht.
We startten er op een vlonderpad. Dat was spekglad... doordat het de dag voordien aan het dooien was gegaan, maar de nacht voordien flink had gevroren, was de gesmolten-sneeuw-pretsch weer bevroren en in een harde, gladde glibberbaan veranderd. Gelukkig werd het al snel zandgrond waar we over moesten, al lag daarop ook bevroren sneeuw op de meeste plaatsen... de felle, strakke wind en de lichte vriestemperatuur maakte het érg koud. De wandeling was wel mooi. Naar het einde toe verlieten we de heide en liepen we langs akkers die deels onder (bevroren) water stonden, eigen dus aan het nationaal park.
Toen we alweer bijna terug aan de auto waren, kregen we nog even een beproeving: we moesten een watertje over via boomtakken en stenen... wat hier vooral bijzonder aan was, was de kleur van dit water: roestbruin/-rood. Samen met bodemwater welt er ook ijzeroxide op op die plek, waardoor water en bodem roestrood kleurt... en allebei geraakten we er zonder natte voeten over!
We wisten dat het niet gemakkelijk zou zijn om op maandagmiddag te gaan uiteten... maar nadat we wat rondreden, vonden we een lunchroom in Rolde... en dan nog eentje dat een dagbestedingsplek was voor mensen met een verstandelijke beperking... al leken die er niet in de bediening en bereiding te staan.
Voor onze tweede wandeling moesten we, niet ver uit de buurt, bij de Gasterse Duinen en het stroomgebied van beekje Anlooër diepje, ook in Gasteren, zijn.
Deze wandeling was 5,5 km lang. De Gasterse Duinen bestaan uit een golvend heidelandschap. Forse stuifduinen en schilderachtige vennen bepalen grotendeels het aanzicht van het terrein. In een ver Middeleeuws verleden liep door de Gasterse Duinen de belangrijkste handelsroute van Groningen naar Coevorden. Deze route liep vanuit Zuidlaren via de Gasterse Duinen en het Balloërveld naar Rolde en verder.
Verder bracht ons deze wandeling langs hooigrasgebied en begrazingsgebied waar natuurherstel en de boerenstiel toch blijken samen te gaan. Sommige wandelpaden liepen letterlijk dwars door weien. Schapen en konikpaarden zagen we staan grazen, de runderen niet.
Helemaal op het einde van de wandeling liep de tocht nog langs hunebed D10, dat er al 3000 jaar oud ligt, maar toen waarschijnlijk meer in een kuil lag dan nu.
In de literatuur wordt naar dit hunebed verwezen als "Duyffelskutte". In 1547 vermeldt een kanunnik van Brugge het hunebed als een steenhoop met stenen die zo groot zijn dat ze niet met wagens of schepen aangevoerd kunnen zijn. Steengroeven ontbreken daar, onderbouwt hij zijn verbazing. Zijn verklaring is dat het hunebed niet anders dan door demonen gebouwd kan zijn. Op de stenen zouden levende mensen geofferd worden, denk hij, nadat ze door de smalle gang onder de altaarstenen moesten kruipen en met mest bekogeld werden.
's Avonds wilden we in het Grand Café van Dwingeloo gaan eten wánt daar hebben ze sticky toffee pudding als dessert, Ines favoriet! Helaas klopte de info op de website niet dat ze op maandagavond open zouden zijn... en kwamen we in Hotel/Restaurant Wesseling, aan dezelfde Brink terecht... en daar aten we óók goed, maar Ine at er geen dessert omdat die haar niet zo aanstonden... ze zal waarschijnlijk moeten wachten tot met Pasen, in Londen, voor een sticky toffee pudding...
Geen opmerkingen:
Een reactie posten