07 juli 2026

Visbeker Braut, Bräutigam u.a.

Op de laatste dag, de tiende, van onze junireis van 2026, hadden we nog een stevig en erg goed ontbijt in ons hotel in het Duitse Harsefeld. Nadien gingen we op weg richting België... maar we gingen onderweg nog een wandeling maken in plaats van de vijf uur in één keer te doen.

Na anderhalf uur rijden, we waren toen al voorbij Bremen, reden we de snelweg af. Johan had de avond voordien nog een interessante wandeling in 'Natuurpark Wildeshauser Geest' bij Ahlhorn gevonden, namelijk de "Brautweg" (bruidsweg)... een wandeling langs/naar hunebedden. 

Onze wandeling startte bij de "Visbeker braut" (bruid). Dit hunebed is, door de zwerfstenen rondom het eigenlijke graf, rechthoekig en 80 bij 7 meter. Het is het op één na grootste monument in zijn soort in Nedersaksen... en dat is ook de reden waarom het zijn naam heeft... maar er is natuurlijk ook een lokale legende. Volgens die legende koos een jonge vrouw ervoor om in steen te veranderen in plaats van te trouwen met een man van wie ze niet hield... 
Aan deze plek stond het eerste en meteen laatste pijltje dat we tegenkwamen dat verwees naar de 'Brautsweg'...

Via de info die Johan had, wandelden we verder langs en door een bos. Langs het wandelpad zouden nog twee hunebedden gelegen hebben, maar daarvan zagen we niks. Wel zagen we twee herten. Pas toen we op een fietspad terecht kwamen, kwamen we pijltjes naar hunebedden tegen.

We wandelden eerst naar de wegwijzer naar de 'Ahlhorner Kellersteine I'... en dan 60 meter verder naar de 'Ahlhorner Kellersteine II', twee hunebedden met grote dek-, draag en sluitstenen, maar zonder daarrond geplaatste zwerfkeien. 
De misleidende naam, kelderstenen, komt voort uit de misvatting dat hier massieve stenen op een kelder lagen... wat het natuurlijk niet was... maar er is, over deze hunebedden, nog een andere legende, namelijk die van ‘De Wunnersteen’, de wonderstenen. Hieruit blijkt vooral dat de plaatselijke bevolking niet wisten wat de 'opgestapelde stenen' waren, maar dat het hen wel bezig hield... ze speculeerden eeuwenlang over deze mysterieuze stenen, maar niemand durfde de sluitsteen te verplaatsen. 

Nadat we er een selfie bij maakten, besloten we het anders aan te gaan pakken: Ine was moe gewandeld, maar we moesten nog verder én terug wandelen... Blijkbaar lagen de volgende hunebedden in de buurt van een restaurant/eetzaak. Johan besloot terug te wandelen, met de auto naar dat restaurant te rijden en dan van daaruit naar de hunebedden te wandelen. Ine wandelde verder over het fietspad in de richting van de andere wegwijzer die er naast het fietspad stond. We spraken af dat Ine sowieso bij het hunebed zou blijven zitten... zo gezegd en zo gedaan...

Op ongeveer anderhalve kilometer van die Kellersteinen kwam Ine bij de 'Visbeker 'Bräutigam' terecht... de versteende bruidegom uit de legende van de versteende bruid. Zoals we hierboven schreven, is die bruid de op één na grootste in zijn soort in de regio... inderdaad, die bruidegom is dé grootste. Dit hunebed is, door de zwerfkeien die mee het hunebed vormen, maar liefst 104 x 8,5 meter: gigantisch! Ooit waren er rondom het graf 170 zwerfkeien. Hiervan staan er nu nog 130.

In het bosje waarin dit grote hunebed ligt, liggen er nog andere hunebedden. Wat hier interessant aan was, is dat ze allemaal anders van vorm waren, maar wel allemaal gediend hebben als grafplaats. Er ligt een lange rij van tegen elkaar geplaatste zeer grote stenen. Volgens de legende van de Visbeker Braut is het de bruidswagen... Er ligt ook nog een grafheuvel met daarop enkele stenen. En er ligt een schipvormig hunebed. Tenminste, de zwerfstenen rondom de eigenlijke grafstenen staan in de vorm van een schip. Achteraf bleek dat er nog een hunebed ligt, maar dat is ons niet opgevallen.

Ine wachtte op een picknickbank die fijn in de schaduw stond van het bos op Johan. Doordat deze eerst naar de auto wandelde, dan nog een eindje moest rijden en dan weer moest wandelen, duurde dat een hele poos.

Nadat ook Johan de hunebedden bekeken en gefotografeerd had, wandelden we samen naar het restaurant... en waar Ine heel de vakantie voor uitgekeken had, gebeurde toen : een slang! Doordat Johan eerst wandelde, schrok deze een ringslangetje op, dat Ine dan zag wegglippen... er stierf niemand... 

Toen we op het terras kwamen, was het eerste dat we bestelden "een grote cola". Daar hadden we blijkbaar allebei zin in. We bestelden ook nog lunch. We genoten nog na van een mooie wandeling. Het thema paste ook perfect bij hetgeen we in Denemarken tijdens wandelingen bezochten. Het cirkeltje was rond. We hadden een mooie reis gehad!

Eens terug in de auto was het nog 3,5 uur rijden tot we weer terug thuis zouden zijn. Tijdens een rustpauze aten we ieders nog een ijsje en gingen vervolgens weer op weg... en zo waren we rond 19u weer thuis.

Omdat er heel heet weer maar ook veel onweders voorspeld waren voordat we op reis vertrokken waren, hadden we alle deuren en zelfs alle verluchtingsstroken dichtgelaten. Dit maakte dat het binnen 29° was... Bwôh, dat was warm! Nadat we buiten waren gaan kijken of er niks stuk was en hoeveel water er in onze lege bloempot stond, besloten we dat het thuis niet veel geregend had. Gelukkig hadden we wel een bewateringssysteem met een timer geïnstalleerd: al onze planten in pot hadden het gered en waren nog mooi groen! Dat is ook al vaak anders geweest...

en zo is ook onze hele tiendaagse reis in Duitsland en Denemarken verteld.

06 juli 2026

Dag 9/10: Zuid-Fyn en verder (terug)

De nacht van vrijdag 26 op zaterdag 27 juni '26 bleef het vrij warm in Denemarken. Met alle ramen en deuren van het huisje waar we de laatste keer overnachtten tegen elkaar open, lukte het toch nog om wat te slapen. Toen we rond 9 uur klaar waren om te vertrekken, was het al 25°: het beloofde warm te worden in Denemarken... maar aangezien we die dag al een eindje op weg naar huis zouden rijden, naar Duitsland, zou het nóg warmer worden want in Duitsland haalden ze de dagen voordien al vlot temperaturen van ruim boven 30°.

Onze eerste plek waar we die dag stopten was Broholm slot. Ook dit kasteel werd een hotel-restaurant met zalen voor evenementen, maar het was zo'n 7 eeuwen een onderkomen van vele Deense koningen en koninginnen. De parkeerplaats is vrij toegankelijk, dus wij konden er wat rondneuzen en zoeken naar vanuit welke plek de mooiste foto gemaakt kon worden. Op die parkeerplaats starten ook enkele wandelingen. Het grote kasteel is idyllisch gelegen met een prachtig park, meer, grachten en een historische watermolen... maar wandelen deden we er niet.

Wandelen deden we wel in het gebied "Rødme Svinehave", in het zuiden van het eiland Fyn. Het heuvelachtige gebied is gevormd door het wegtrekken van een gletsjer. Er liggen veel zwerfstenen die bij dat wegtrekken van die gletsjer zijn achtergebleven. Sinds boeren enkele eeuwen geleden het bos rooiden, worden de heuvels gebruikt als graasgebied. Het gebied kreeg in 1939 de status van beschermd natuurgebied waardoor er verschillende zeldzame plantensoorten zijn gaan groeien.

Het hele jaar door grazen er koeien op het gebied. In natuurlijke poelen en beekjes vinden zij overal water. Vrij in het begin van de wandeling was er een opgedroogde modderpoel waar de dieren blijkbaar vaak langskwamen. Wij moesten er ook langs, dus over/door die droge modder... althans deze modder léék opgedroogd... Johan ontdekte dat ze dat niet overal was: met één been zakte hij diep in de modder. Wijselijk koos Ine de andere kant van de doorgang...

De wandeling bracht ons doorheen weien, door bossen, over heuvels en moerassig gebied. Het was een mooie route, maar we werden meermaals door dazen en muggen gestoken en ook netelden we ons doordat die op verschillende plaatsen van het pad niet te ontwijken waren... zeker niet met onze korte broek en rok... 

Aangekomen bij het bekende Egeskov Slot was het 31° geworden. Foto's van dit prachtige, grote kasteel wordt vaak gebruikt bij toeristische informatie. Onderweg er heen hadden we al besproken dat we, als we niet lang bij het kasteel zouden blijven, de ferry van 13u nog zouden halen, ofwel die van 15u zouden moeten nemen.
We hadden gehoopt om meer van het kasteel te kunnen zien vanaf de parkeerplaats, maar alles was met hekwerk afgesloten en met grote bomen 'verstopt'. Iedereen moest, om het domein te bezoeken, via een gebouwtje naar binnen... en ja, daar moest flink wat inkomgeld betaald worden. Dat wilden we sowieso niet doen vanwege de beperkte tijd, ook als we de ferry pas om 15u zouden nemen. Achteraf keken we het na: voor een bezoek aan de kasteeltuinen met goed zicht op het kasteel tel je € 22 neer, als je daarnaast ook nog eens het kasteel binnen wilde, betaal je € 24... afzetters!

Na onze best mogelijke foto van Egeskov Slot vanaf het parkeerterrein gemaakt te hebben, reden we naar de terminal van de ferrylijn Alslinjen. We kwamen er rond 12:15 uur aan en konden nog een plek bemachtigen op de ferry van Bøjden naar Fynshavn van 13:00 uur. Praktisch als we zijn, gebruikten we het half uur wachten, om te lunchen in de auto. 
De tocht van het eiland Fyn naar het eiland Als duurde 45 minuten en was op een verrassend grote en best drukke ferryboot. Blijkbaar vaart de ferry 'even' door internationale wateren tussen de Deense en Duitse wateren waardoor bepaalde winkeltjes aan boord van de boot voordelige prijzen kunnen aanbieden terwijl door die wateren gevaren wordt...

We reden door naar Sønderborg, de 'hoofdstad' van het eiland Als. Deze plaats ligt deels op Als, deels in Jutland dat via een brug te bereiken is. Wij bezochten het oude stadsgedeelte. Dat ligt nog op Als.

Al van het moment dat we Sønderborg ingingen, namen de wolken toe. Op een gegeven moment was het zelfs bewolkt. Veel wilden we niet doen in het stadje. Er bleek ook niet veel te doen of te zien te zijn. We gingen daarom op zoek naar een zaakje waar Ine een verjaardagsgebakje (of zo) kon uitzoeken.

We zetten ons op een terras. Naast iets te drinken bestelde Ine pannenkoeken met fruit en ijs. Terwijl Ine hiervan aan het smullen was, werd het steeds donkerder. Het werd duidelijk dat het ging regenen... nadat het wel héél donker werd en er windstoten kwamen, werd duidelijk dat er een hitte-onweer zou komen. Dit is een weerfenomeen dat (nog) helemaal niet zo vaak voorkomt in Denemarken. Het wordt er immers niet vaak zo heet. Dat de Denen niet vaak te maken krijgen met een onweer was duidelijk aan hun nerveuze, bijna hysterisch gedrag. Uiteindelijk werden de gasten die op het terras zaten, wij dus, naar binnen 'geëvacueerd' voor hetgeen komen zou... en oké, het ging flink regenen en waaien. En het onweer situeerde zich erg dichtbij. We bleven nog even in de zaak zitten tot de regen wat minder was en wandelden toen terug naar onze auto. Het was door het onweer afgekoeld van 31 à 32° tot 22°.

Verder naar het zuiden, Denemarken uit en Duitsland in, warmde het weer op tot boven 30°. We hadden een hotelkamer (met een flinke korting) geboekt in Harsefeld, voorbij Hamburg. Onderweg, net op het  moment dat we van de autostrade af moesten en richting Harsefeld reden, viel Johan zijn gsm uit van de hitte... weg gps... Doordat Johan het geweldige idee kreeg om zijn telefoon even in de frigobox, die nog koelde, te leggen, was dat euvel snel verholpen, werkte Johan zijn gsm weer snel en waren we weer snel op weg.

Toen we even voor 19u in Harsefeld bij Kino Hotel Meyers aankwamen, was het nog steeds 32° en laf. De reden dat we die nacht op hotel gingen en niet weer een vakantiehuisje of zo namen, was de airco en het restaurant in het hotel... alleen... er was geen kamer meer met airco... en het restaurant was afgehuurd... zucht... omdat nog op zoek gaan naar een ander hotel gedoe was, vroegen we of we een ventilator konden krijgen. We gingen nog snel onder de douche alvorens we, gelukkig op wandelafstand van het hotel, naar een taverne gingen om te eten... bwôh, het was warm in Duitsland!

Na het eten maakten we nog een wandeling door het centrum van Harsefeld. En toen we weer op onze hotelkamer waren, stond er een ventilator fijn koud te blazen... we zouden goed kunnen slapen!

05 juli 2026

Dag 8: Langeland

Ook in Denemarken werd het warmer en warmer. Dit maakte dat het 's nachts niet meer zo heel goed afkoelde... Wanneer zouden ze in Denemarken eigenlijk spreken over een hittegolf?

Vrijdag 26 juni jl. maakten we een dagtocht vanuit het eiland Fyn naar het eilandje Langeland... en zoals de naam zegt: het is vooral een lang (ei)land(je).

Voor we op onze eerste bestemming waren, was het best een flink stuk rijden, tenminste, in vergelijking met de eerdere reisdagen. We reden anderhalf uur van ons huisje op onze camping naar het zuidelijkste puntje van Langeland, de kliffen Dovns Klint en Gulstav Klint.

Op een kaartje van Langeland, dat we op dag 4 in Middelfart konden meenemen, stonden enkele uitgestippelde wandelingen in deze regio. We combineerden er twee.

We startten, met 23°, een volledig blauwe lucht maar nauwelijks wind, bij de genoemde kliffen aan de Oostzee. Anders dan de dag voordien, in Fyns Hoved, konden we op bepaalde plaatsen tegen de kliffen aankijken. Dit maakte dat we de nesten van oeverzwaluwen zagen en hun goed konden observeren... én fotograferen! Johan maakte enkele pareltjes!


We bleven een eindje langs de kust wandelden, tot we een bos inwandelden. Hier, en op andere grote afgezette plaatsen, konden we 'wilde' paarden tegenkomen... maar we zagen er geen enkele... Aangezien het zo warm was, zullen de dieren vast ook dieper in de bossen gestaan hebben, dan waar wij wandelden.

De wandeling bracht ons ook langs en dwars door velden en langs verschillende waterpoelen. We konden onderweg ook goed zien waarvoor deze regio 'bekend' is: rijen van kleine op-elkaar-volgende 'bolhoedvormige' heuvels. Deze mooi gevormde 'ronde' heuveltjes (en elders op het eiland grotere heuvels, in totaal een tiental parallel liggende rijen) zijn gevormd door het ontstaan, voortbewegen en wegtrekken van een gletsjer in de laatste ijstijd. Het zijn geen duinen, zoals op andere plaatsen waar we tijdens onze reis wandelden... en wat waren die heuveltjes in onze wandeling kuitenbijters om er op te geraken!

Na onze mooie en afwisselende wandeling was het tijd om te lunchen. We deden dit, omdat we echt wel schaduw wilden, bij een parkeerplaats met overdekte picknickplekken met daarbij allerlei informatie over die 'wilde' paarden... en met daarbij, als speelplek, houten paardjes... en toen waren we even terug kind... en was onze dagelijkse vakantieselfie eens iets anders dan anders...



Een vijftal kilometer noordelijker stopten we bij het gebiedje wat op ons kaartje "Klise Nor" genoemd werd. Ook dit is een beschermd natuurgebied waar 'wilde' paarden rondlopen. Ditmaal zagen we wél paarden, een zevental. Die dieren hadden het blijkbaar ook warm, want ze stonden ofwel met hun poten in de modderige oever ofwel in het water van de brakke meertjes.
Het natuurgebied is ontstaan doordat de zee er op een gegeven moment steeds meer land is gaan innemen. Ooit lag er, op die plek, het vissersdorpje Sandhagen. Eeuwen geleden al moesten de dorpelingen hun, in totaal 18, huizen en ander bezit achterlaten en verhuizen naar hogergelegen terrein. In 1953 werden de resten van dit dorp gevonden en onderzocht door archeologen. Deze restanten zijn enkel nog met een gids te bezichtigen. Onze wandelroute liep niet door, maar eerder rond het voormalige dorp.



Ristinge Klint was onze volgende bestemming. Deze kliffen vormen een klein schiereilandje in het noordwesten van het eiland Langeland. De 30 meter hoge kliffen interesseerden ons hier eigenlijk niet, al moesten we er, tussen heel veel kleurige bloemen- en plantensoorten, over wandelen om tot onze bestemming te geraken: een hunebed... Op Langeland liggen er veel... en wij blijven ze interessant vinden... en deze staat beschreven als een van de mooiste. Het is een kleintje, met maar enkele grote stenen, maar het is inderdaad een erg mooie. Net als de meeste hunebedden in de regio zijn ze er "gezet" rond 3500 en 2800 voor Christus. Het zijn dus prehistorische bouwwerken uit de Trechterbekercultuur. 

"Kong Humbles Grav", op een kwartiertje rijden van de vorige stopplek, is ook zo'n bouwwerk uit die Trechterbekercultuur. Dit 'graf van de koning van Humble' is een langgraf op een grafheuvel. Het is een van de grootste stenen monumenten van dit type in de regio. De grafheuvel is ongeveer 48 meter lang, 8 meter breed en wordt omgeven door zo'n 77 randstenen die een ondergrondse grafkamer omhullen.



Wat dit hunebed bijzonder maakte, was de locatie... namelijk middenin een graanveld. Via de 'paadjes' die onstaan zijn bij het inzaaien van het graan op het veld, konden we, tussen het graan, het hunebed bereiken. Bijzonder!

Alvorens Langeland te verlaten, reden we naar Tranekær, in het noordelijke deel van Langeland. Tranekær is maar een kleine gemeente, maar het heeft een groot kasteel, Tranekær slot. Dit kasteel is het oudste nog bewoonde, niet religieuze "huis" in Denemarken. Het bestaat sinds 1160.
Zoals vele van die grote, chique kastelen in de regio is een deel van het kasteel ook hier omgevormd tot hotel met conferentie- en evenementenzalen en horeca. 
Het grote, rode kasteel zelf, ligt op zo'n (grote) boelhoedvromige heuvel met een bos errond. Het kasteel is drie verdiepingen hoog en is L-vormig. 

Onderaan de heuvel ligt een grote tuin, landgoed en bos. Ook liggen er twee grote, gele bijgebouwen aan de slotgracht. In die gebouwen zijn het hotel (14 kamers), een restaurant/taverne, de vergaderzalen en nog andere horeca ondergebracht. Eén van de twee gebouwen stond, typisch, in stellingen. De taverne die net in dat gebouw ligt, was dicht... even dacht Ine geen gebak te kunnen eten die dag... maar gelukkig had Johan gezien dat een hotel-taverne, niet ver van het kasteel, open was ;-)
We waren rechtsreeks naar het terras gegaan, wat maakte dat we niet opgemerkt waren als gast. Ine ging daarom op zoek naar iemand om koffie en gebak te regelen. Terwijl Johan ging afrekenen, kwam ter sprake dat de eigenares afkomstig was van een klein Tanzaniaans dorpje onderaan de Kilimanjaro... wat is de wereld eigenlijk toch klein...

04 juli 2026

Noord-Oost-Fyn

Op donderdag 25 juni jl. was het 'dag 7' van onze junireis. De wekker stond alweer om 7 uur zodat we op tijd op weg zouden zijn en zo veel mogelijk van onze dag konden maken. Het noordoosten van Fyn stond die dag op ons programma. We reden eerst over schiereiland Hindsholm naar het meest noordoostelijk punt waar we die dag heen wilden gaan, naar Fyns Hoved. Dit is ook het meest noordelijke punt van het eiland Fyn.

Ondanks de volledig blauwe lucht en 19° deed Ine toch maar een truitje aan: er stond immers een flinke wind vanuit de Oostzee.

Overal wordt geschreven dat op Fyns Hoved de zon wat vaker schijnt dan in de rest van Denemarken. Het gebied maakt ook deel uit van een regio die bekendstaat om de laagste neerslaghoeveelheid van het land. Dit zorgt voor meer zonneschijn, waardoor er planten en zeldzame diersoorten voorkomen die normaal gesproken een landklimaat vereisen. Historisch gezien was het gebied al vroeg bewoond door mensen, wat blijkt uit vondsten. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was het gebied van strategisch belang: er bevonden zich Duitse radar- en verdedigingsinstallaties.

Het gebied rond Fyns Hoved bestaat uit kleine en landtongen met onregelmatige vormen. Er zijn stukken bos, weilanden en gebieden met ruig grasland. Fyns Hoved zelf heeft steile morenekliffen, een rotsachtige kustlijn en een heuvelachtig terrein dat bezaaid is met kleine poelen. Het gebied wordt begraasd door schapen en runderen. 

We wandelden het schiereilandje rond. Bij de kliffen op het meest noordelijke punt rustten we even. Johan probeerde er ook foto's te maken van de oeverzwaluwen die nesten hebben in de kliffen. Die oeverzwaluwen zijn ijverige beestjes en vlogen af en aan hun nesten... maar de felle wind maakte hun vlucht nogal onvoorspelbaar om de vogeltjes te fotograferen... uiteindelijk gaf fotograaf Johan het op...
Eens voorbij dit noordelijkste punt, een beetje beschut door de heuvel midden op het schiereilandje was de wind niet meer zo aanwezig en was dat truitje van Ine absoluut niet meer nodig.


Terug bij de auto gekomen wandelde Johan verder naar hetgeen Horseklint op een kaartje genoemd wordt. Het hele gebied is de belangrijkste plek op Fyn voor de vogeltrek in het voorjaar. Het heeft belangrijke rustgebieden voor steltlopers en watervogels. En er broeden veel vogels. Een gedeelte is ook een vogelreservaat. Tijdens zijn wandeling kon Johan, anders dan die oeverzwaluwen, wel nog wat andere vogels fotograferen.

Ine was ondertussen naar een andere parkeerplaats, tussen de bomen, gereden, waar Johan heen ging wandelen. Ine had wat last van haar gewrichten en spieren op deze zevende dag van wandelen en actief zijn. Terwijl ze op Johan wachtte, deed ze een klein dutje in de auto om weer wat energie op te doen. Toen Johan weer terug was, namen we de picknickspullen en lunchten we op een picknickbank in de zon. Onze Kangoo gaf aan dat het er 22°C was (in de schaduw).

Johan wandelde nadien weer verder en Ine reed naar een haventje dicht in de buurt. Hier zagen we de Kerteminde Fjord overgaan in zee.

Vervolgens reden we, weer samen, terug naar het zuiden, Hindsholm af. Het schiereiland Hindsholm ligt volledig langs de Kerteminde Fjord. Deze fjord is gevormd door een grote gletsjer die zich tijdens de laatste ijstijd vormde. Toen die gletsjer verdween bleven langgerekte heuvels, die overal op het schiereiland te zien zijn, achter. 


Onze reisgids beschreef het vissersplaatsje Kerteminde als een leuke stopplaats. De plaats ligt aan weerszijden van de monding van de Kerteminde Fjord... we wandelden er wat rond. In het haventje en op en aan het strand was het best druk, zeker voor op een donderdag, vonden we... maar er was niks te zien.

Onze volgende bestemming lag al op een zevental minuten rijden van Kerteminde. We reden naar "Vikingemuseet Ladby". Toen we uitstapten, was het 15u en 28° geworden. We vonden het echt wat te warm, maar in België was het op dat moment 35° en zou het nog warmer worden, waardoor we de Deense warmte toch konden relativeren.

Was Vikingemuseet Ladby een gewoon museum over vikings geweest, dan waren we er niet heen gegaan. Dat soort musea hebben we al vaak bezocht. We bezochten dit museum wél omdat er een scheepsgraf van de Vikingen, Ladbyskibet, ligt... en dat hadden we nog nooit gezien.

Ons bezoek in het museum startte in het hoofdgebouw. Hier was een verdieping geweid aan het leven van vikingvrouwen. Deze tijdelijke tentoonstelling liet alles zien over het spinnen van wol, het weven van textiel en het maken van tapijten. We gingen er snel doorheen omdat we dit al vaak gezien hebben.
De andere verdieping van dit gebouw vonden we al veel interessanter. Daar ging het namelijk over dat Vikingscheepsgraf.

In het jaar 925 stierf een vikingkoning. Zoals toen gebruikelijk was, werd deze koning begraven in een vikingschip/langschip. De koning werd opgebaard op een bed en in het schip geplaatst. Verder werden allerlei gebruiksvoorwerpen, sieraden en andere voorwerpen die de koning na zijn dood mogelijk nog nodig had in zijn volgende leven, in de boot gelegd. Er werden ook, om dezelfde reden, verschillende paarden en honden in de boot gelegd. Dit schip werd vervolgens volledig onder een grafheuvel begraven. 
In het museum is een reconstructie te zien van het schip, met alle voorwerpen en dieren erin, zoals dat ten tijde van de begrafenis van de gestorven Viking eruit heeft gezien. 

Voor het vervolg van het museum moesten we naar buiten, naar een aanlegkade. Het begraven schip werd namelijk nagebouwd en ligt in de fjord vlak bij het museum. Het is 22 meter lang en heeft één zeil van 65 m2. Een dergelijk schip zou door 32 roeiers voortbewogen worden.

De volgende stap in het museum was het originele scheepsgraf in de originele grafheuvel zelf. Dit is overigens het enige overgebleven scheepsgraf van de Vikingen in Denemarken. 
De ruimte die in de grafheuvel gecreeërd werd, wordt continu gekoeld om het schip zo goed mogelijk te bewaren. Hetgeen nog in het graf / het schip gevonden werd, ligt in een museum in Kopenhagen, maar doordat we eerder de reconstructie zagen, konden we ons goed voorstellen waar alles in de romp van het schip zijn plaats gehad had. Bijzonder.

Tijdens de toeristische periode zijn er verder op het terrein van Vikingemuseet Ladby nog allerlei activiteiten uit de vikingtijd te zien en te doen. Op het moment dat wij er waren, was dit niet zo. Wel liepen we nog door een tuin waarin alle typische gewassen uit de vikingtijd geplant/gezaaid waren. Ook zijn er twee typische vikingwoningen gereconstrueerd, ook hierin en hierrond wordt, in de toeristische periode, het leven van een viking nagebootst/nagespeeld.

Terug richting onze camping stopten we in Nyborg. Dit stadje bestond al in de 12e eeuw en is genoemd naar 'Nyborg Slot'. Dit kasteel - waarvan een gedeelte bewaard is gebleven - is rond 1170 gebouwd. Het stond tijdens ons bezoek bijna volledig in steigers en rondom was het een grote bouwwerf... die we op onze foto's bijna vakkundig hebben kunnen laten verdwijnen achter allerlei groen bij een vijver.

Nyborg was ooit een belangrijke stad vanwege zijn gunstige ligging. Het ligt namelijk in het midden van Denemarken en aan de bootroute van de eilanden Seeland en Fyn. Dit maakte Nyborg tot een geschikte locatie voor het jaarlijkse "Danehof", een soort parlement waar koning en edelen bijeenkwamen om te vergaderen over nieuwe wetgeving. Van 1284 tot 1413 vonden deze vergaderingen plaats in Nyborg Slot.

We wandelden er zomaar wat rond en kwamen zo voorbij het stadhuis en vele verschillende typische, kleurige huisjes. We pikten er nog een terrasje mee.

Op de weg naar onze camping, op zo'n half uurtje verder noordelijk van Nyborg, stopten we nog even bij kasteel Holckenhavn voor een foto. Bij kasteel Glorup lukte dit niet omdat er geen parkeerplaats is... Die kastelen uit de 16e-17e eeuw zijn niet enkel fotogeniek, maar zijn ook typisch voor deze regio... Je zal het kasteel en de tuinen errond maar moeten onderhouden, denken wij dan...

03 juli 2026

Bogense, Glavendrup & Odense (6/10)

Woensdagochtend 24 juni '26 was het weer tijd om alles in onze Kangoo te laden en om onze studio in Noord-Fyn te verlaten. De daaropvolgende drie nachten sliepen we immer in het oosten van Fyn.

Toch reden we eerst nog wat meer noordoostelijk, naar het kuststadje Bogense. Op zoek naar het startpunt van onze wandeling stuitten we op een optocht. In die optocht liep eerst een (kleine) fanfare, twee mannen met een buks, dan wat kinderen en daarna allemaal mannen met een kostuumjas, wandelstok en hoed. Ook het Manneken Pis van Bogense, een exacte kopie van die van Brussel, droeg deze kledij.

We hadden géén idee wat voor optocht het was. Ine vroeg het aan een Deense, maar die kon ook niet zoveel vertellen, behalve dat het een jaarlijkse traditie was dat de mannen van Bogense een optocht hielden, gingen schieten en drinken. Achteraf vond Ine op internet dat het om een gebruik gaat dat ook nog in Nederland en Belgisch Limburg (en elders) bestaat: het was het "koningschieten" waarbij een schutterskoning uitgeroepen wordt. In Bogense stond het als het "Skyttefest" op de jaaragenda.

Na de optocht wandelden we een stukje terug en vonden we het pijltje van de blauwe klaverroute die we gingen wandelen. Deze 'blauwe route' bracht ons langs de kustlijn, door de velden, door het golfterrein en uiteindelijk in het centrum van Bogense. Mooi!

Aan Manneken Pis startten we met een gedeelte van de groene klaverroute. Waarom er een exacte replica van dit Brussels standbeeldje in Bogense staat, vinden we nergens. Er wordt wel steeds geschreven over een naakt vondelingetje die in Bogense terecht kwam en dan, als hij later rijk is, dit standbeeldje aan de stad schenkt... maar waarom dat dan persé die replica is en geen ander naakt manneke is, weten we niet...

Enfin, het gedeelte van die groene route bracht ons nog in elke straatjes in Bogense waar we nog niet geweest waren. Terug aan de auto hadden we 8,6 km gewandeld (zonder de afstand die we aflegden als zoektocht naar het eerste blauwe klavertje).

Een volgende plek waar we heen reden was "Glavendruplunden". Op deze plek ligt een schipvormig hunebed met daarin, als laatste steen en op een heuveltje, de runensteen "Glavendrupstenen". Deze runesteen uit de tiende eeuw bevat inscripties met tekstbanden met rechte uiteinden die geen slangen of beestenkoppen bevatten. De steen staat volledig vol met runetekens. In het schipvormige hunebed werden negen graven gevonden, maar omdat die al eerder leeggehaald werden, is daar niets over bekend.

Nadat we picknickten reden we weer verder. Het was ondertussen 28° en 'laf' geworden toen we in de stad Odense aankwamen. Odense is best een grote stad. In heel Denemarken zijn er maar twee grotere. 
In 1988 bestond de stad 1.000 jaar, wat het een van de oudste plaatsen van Denemarken maakt.

Odense is de geboorteplaats van Hans Christian Andersen, de sprookjesschrijver. Hij schreef onder andere 'De prinses op de erwt', 'De nieuwe kleren van de keizer' en 'Het meisje met de zwavelstokjes'. Er is een museum aan hem geweid. Wij gingen enkel even naar (de gevel van) zijn geboortehuis, aan de andere kant van de stad, de oude kant, kijken. Wij bezochten enkel dat oude stadsgedeelte, maar dat viel eigenlijk tegen, vonden we. Waren we fervente museumgangers, dan hadden we in Odense ons hartje kunnen ophalen, maar ja. 

Vanuit Odense was het nog drie kwartier rijden tot de camping waar we een huisje voor drie nachten huurden... daar gingen meteen, ondanks de warmte buiten, alle ramen en deuren open want binnen was het ver-schrik-ke-lijk warm. Het koelde gelukkig wel goed af.

02 juli 2026

Dag 5 van 10 van de junireis van 2026

Dinsdag 23 juni '26 was alweer onze vijfde reisdag van onze junireis van '26. We waren ondertussen op het Deens eiland Fyn aangekomen. Tijdens deze dag verkenden we de oostkant van het eiland. Toen we, rond half 9, vertrokken gaf de autothermometer aan dat het 17°C was... maar in Denemarken voelt dit niet zoals bij ons: de temperatuur was, in korte broek en met korte mouw, al erg aangenaam, zélfs in de schaduw.

Na een dik half uur rijden, parkeerden we in het oost-Fynse Assens. We gingen opnieuw een "klaverroute" wandelen. Deze mooie klaverroute bracht ons in het groen rondom het dorpscentrum. In dat dorpscentrum zelf was weinig tot niks te zien. We pikten er wel een terrasje mee. Terug aan de auto hadden we 6 km gestapt volgens Johan zijn sporthorloge. Ondertussen was het 20° geworden en behoorlijk warm.

Onze volgende bestemming lag weer op een half uur meer naar het zuiden rijden. Nadat we picknickten startten we aan een érg mooie wandeling in "Svanninge Bakker". Svanninge Bakker wordt ook wel de “Alpen van Fyn” genoemd, niet vanwege de hoogte, maar vanwege het reliëf. 'Bakker' is Deens voor 'heuvels'. Het gebied wordt gezien als een van de mooiste natuurgebieden van Denemarken. Er zijn glooiende heuvels, dichte bossen, open graslanden en de natuur is ongerept omdat ze hier zoveel mogelijk haar gang mag gaan. Op die heuvels zijn weidse uitzichten met allerlei schakeringen van groen.

Het landschap van Svanninge Bakker is gevormd tijdens de laatste ijstijd. Smeltwater en gletsjers hebben heuvels, dalen en diepe kloven achtergelaten. Dat zorgt voor steeds wisselende uitzichten en een grote variatie aan natuur op relatief kleine afstand. Het wandelingetje dat we maakten was ook maar 2,5 km, maar héél divers... en warm... Het was ondertussen opgewarmd tot zo'n 23°.

Na vijf minuten verder zuidelijk rijden, stopten we opnieuw, ditmaal niet voor een natuurwandeling maar voor een stadswandeling door het havenstadje Faaborg. Ook dit stadje heeft oude vakwerkhuizen, kleurrijke panden en een gezellig marktplein. Het symbool van de stad is een oude, gele klokkentoren. De klokkentoren bleef als enige onderdeel overeind toen de St. Nikolajkerk in 1550 werd afgebroken om het nieuwe stadhuis te bouwen. Toevallig, omdat we naar de bakker (die met brood, niet weer van die heuvels) moesten, kwamen we ook bij een oude stadspoort uit.

In het infocentrum van Faaborg hadden we een brochure over "Pipstorn Skov" gevonden. Eigenlijk had Johan een wandeling terug meer noordwaarts in de planning gezet, maar we besloten om nog een tiental minuutjes verder naar het zuiden te rijden voor het bos van Pipstorn. 

Vóór Pipstorn Skov een bos was, was het een gigantische begraafplaats. Verspreid over het bos liggen er 42 verschillende hunebedden en grafheuvels uit de Bronstijd (2.000 voor Chr.). Op het wandelpad dat we uitkozen kwamen we langs verschillende grafheuvels van allerlei formaat en enkele grote hunebedden, maar alle 42 zagen we niet... 42 dazen- en muggenbeten kregen we er wel.

Nadien was het tijd om weer terug naar onze paardenstalstudio in het noorden van Fyn te rijden. Omdat het "Sankt Hans" was, had Johan vrij van zijn kookkunsten. We hadden al voor onze reis gezien dat er in Middelfart, waar we dichtbij logeerden, een Sankt Hans-viering was en dat wilden we ook wel eens meemaken. "Sankt Hans" is de traditionele Deense viering van midzomer (Sint-Jansavond), die elk jaar op 23 juni wordt gehouden. Het feest combineert oude heidense zonnewende-rituelen met christelijke tradities en staat bekend om grote vreugdevuren, livemuziek, gezelligheid en de bekende 'heksenverbranding'.

Oorspronkelijk vierden de Vikingen de langste dag van het jaar en werd het vuur gebruikt om boze geesten af te weren. Na de kerstening werd het feest vernoemd naar Johannes de Doper ("Hans"), wiens geboortedag op 24 juni valt. Een typisch Deens gebruik is om een pop van stro, aangekleed als heks, op de top van het vuur te plaatsen. Dit herinnert aan de heksenvervolgingen in de 16e en 17e eeuw, maar staat ook voor de boze geesten die dan verbrand worden. 

Toen wij bij de locatie van het vreugdevuur aankwamen, was er al aardig wat volk toegekomen. Er was een zangeres allerlei Engelse covers aan het zingen. Op een vlot naast de jachthaven lag een hoop hout en takken opgestapeld met daarop een lappenpop (: de heks). De brandweerwagens stonden klaar en foldertjes, zoals wij die kennen van tijdens speciale misvieringen, werden aan geïnteresseerden uitgedeeld. We hadden gehoopt om op de locatie te kunnen eten, maar naast een Deense hotdog was er, op drank na, niks te koop. We besloten om ietsje verder in de haven in een restaurant te gaan eten en verwachtten dat we nadien nog wel wat konden meepikken van het vuur en de 'viering'.

Op weg naar het restaurant bleef het volk toestromen. In de clubgebouwen van zeil- en andere watersportverenigingen was het ook druk. Aangekomen bij het restaurant bleek al snel dat hetgeen het restaurant als menukaart op zijn website had staan, niet overeenkwam met de echte menukaart: we hadden de keuze tussen vis-, schelpdier- en lamsgerechten... en laat dat nu nét hetgeen zijn dat Ine niet eet... maar omdat de vertaalapp vertaalde dat een pastagerecht garnalen bevatte, besloot Ine dat te bestellen. Johan ging voor een lokaal biertje, wat Carlsberg bleek te zijn, en voor de 'moules frites', omdat hij al even geen mosselen met friet meer at.
Die 'garnalen' van Ine bleken heel grote gamba's te zijn... maar gelukkig lagen ze gewoon óp de pasta met asperges, spinazie en roomsaus die verder geen enkel stukje gamba bevatte en lekker was. Johan kreeg dus, naast zijn hele pot mosselen, ook een zestal grote gamba's te eten. Johan vond zijn mosselen zeker wel lekker, maar Zeeuwse mosselen blijven toch beter (en groter), vindt hij.

Terwijl we zaten te eten, steeg ineens een rookpluim op vanuit de buurt waar het vreugdevuur lag. We hadden het aansteken van de brandstapel dus gemist... en toen we, niet zo heel veel later, klaar waren met eten en bij het vlot kwamen, bleek dit al volledig weggebrand te zijn en de meesten ook al vertrokken te zijn, zelfs de brandweer... helaas hebben we de Sankt Hans-viering dus alsnog gemist, maar hebben we wel een goed idee gekregen hoe het eraan toe gaat...

In Denemarken wordt het overigens nog wel gewoon donker in de zomer, hoor. Het is er zo'n vijf uur donker dan, wat toch al een paar uur minder donker is dan het in België is.

01 juli 2026

Afgelopen maandag 22 juni '26


Opnieuw waren we vroeg uit de veren. Dit maakte dat we, ondanks dat we alles weer moesten inladen in de auto, vroeg op weg waren om Rømø verder te verkennen. 

Halverwege het eiland, op geen tien minuten rijden van onze camping, parkeerden we aan het gebied dat bekend staat als "Tvismark Plantage". Dit is een gebied van ongeveer 1,5 km² met dennenbos, heide, zandduinen en oorlogsresten. De hoogste duin van Rømø, Høstbjerg, ligt er. Deze is 19 meter hoog en ligt op de grens tussen het bos en de duinheide. We gingen er op en hadden een mooi uitzicht over... héél het eiland...-je.

Nadien wandelden we verder door de heide en duinen van Tvismark Plantage. Hierin liggen nog 15 van de oorspronkelijk 50 bunkers die op Rømø zijn overgebleven uit de Duitse bezetting van 1940-1945. De Duitsers hadden er hun grootste radarstellingen. Het opblazen van de bunkers na de oorlog was een enorme klus daarom werden ze, in de plaats, min of meer onder het zand bedolven. Deze betonnen constructies maakten ooit deel uit van de Atlantikwall van Nazi-Duitsland. Rømø was van strategisch belang tijdens de oorlog. 

Op Johan zijn planning van de dag stond een bezoekje aan een patisserie, maar helaas was die zon- en maandag gesloten. Op die Høstbjerg zagen we het hele eiland... letterlijk heel het eiland... dus was het ook tijd om het eilandje te verlaten. Over de 9 km lange dam, de "Rømødæmingen", reden we naar het Deense vasteland, Zuid-Jutland in/op. 


We reden van de westkust van Zuid-Jutland naar de oostkust en bezochten het stadje Kolding. Andere stadjes in de omgeving hadden we tijdens onze junireis van 2017 al bezocht. Zoals in de meeste Deense stadjes, waarvan vele in de dertiende eeuw gesticht werden, was er niet heel veel te zien: wel waren er de gebruikelijke, mooie, kleurige en eeuwenoude vakwerkhuizen en was er een fort/kasteel. In Kolding is dit het "Koldinghus".

Na een (duur) terrasje om middag te eten, reden we "Den Nye Lillebæltsbro", de brug tussen Zuid-Jutland en Fyn/Funen, over... Op Fyn zouden we de daarna volgende vijf nachten overnachten, verspreid over twee locaties.

Vlak na die brug stopten we in het dorpje Middelfart. Als eerste stond een bezoek aan het infocentrum op ons 'programma'. We gingen er buiten met vele, gratis, kaartjes met wandelroutes over heel Fyn en de eilandjes daarrond: wat een service! Als je bij ons, bijvoorbeeld van het Nationaal Park Hoge Kempen, wandelkaartjes wil, moet je er flink voor betalen (€ 2,50/stuk) én zijn ze al snel weer gedateerd omdat de routes steeds veranderen.
Van aan het infocentrum startte ook onze wandeling in Middelfart. In verschillende stadjes en dorpjes over heel Denemarken zijn zogenaamde 'klaverroutes' uitgezet. Deze, steeds vier verschillende, routes starten op een centraal punt in een stadje en hebben vier verschillende lengtes. Ze 'loodsen' je langs bezienswaardigheden en natuurplekjes in en buiten de stad. In Middelfart deden we een dergelijke route. De bewegwijzering was er niet altijd even 'geweldig', maar zo kwamen we wel langs verschillende plekjes in de stad, waar we waarschijnlijk anders niet gekomen waren. Zo wandelden we langs de (deels) oude scheepswerf, een stukje bos, het 'klei'-museum, mooie huizen, straten en pleinen.

Omdat we nog wat te vroeg waren om te kunnen incheken in onze studio reden we vanuit Middelfart wat verder naar het noorden, op zoek naar een picknickplekje om nog een koffie te drinken... ah ja, we hadden onze thermos bij! Dit picknicken, vinden we leuk, maar spaart ook enorm veel geld uit als je in Denemarken op reis bent, waar een terrasje doen, met enkel drank, al snel tussen € 13 en € 15 kost...
Toevallig kwamen we zo aan een stukje strand van een deelgemeente van Middelfart, Strib, terecht. Er stonden niet enkel picknickbanken, maar er lag ook een voormalig torpedobunker uit WOII in de kliffen ingewerkt.


Iets na vieren reden we dan naar de voormalige paardenboerderij waar we twee nachten zouden verblijven in een voormalige paardenstal. Na wat uitgepakt te hebben, gingen we wat op ons terras vóór de studio zitten... fijn in de zon dachten we... maar die 22° die het was, was véél te warm! Gelukkig hadden we áchteraan de studio ook een terras, dat in de schaduw lag... We prezen ons gelukkig dat we in Denemarken zaten en niet in België, waarvoor de weersverwachtingen extreem heet waren... maar ook de temperatuursvoorspellingen voor Denemarken lagen hoog, heel hoog voor het land...

30 juni 2026

Dag 3: van Sylt naar Rømø

Onze wekker liep op zondag 21 juni '26, als op een gewone werkdag, af om 7:40 uur. We hadden namelijk niet alle tijd, maar vooral: we zouden veel tijd nodig hebben om weg te geraken van de camping: we moesten ontbijt maken, afwassen, alles weer opruimen en inpakken, maar vooral moesten we ook die waterbakken van de keuken en van de WC/wasbakje aan de heel andere kant van de camping leeg gaan maken… Johan had al, toen we uiteindelijk van de camping afreden, 4.000 stappen op zijn stappenteller staan. Het was toen zo’n 18° die al snel 20° was. Het was wel, anders dan de dag eerder, erg bewolkt.

Vanuit Hörnum reden we naar Keitum. Keitum ligt ten noordoosten van Hörnum. Aan de chique winkels, hotels en gastenhuizen te zien is dit een plek waar wij, moesten we niet op weg zijn naar “Harhoog”, nooit terecht zijn gekomen en/of nooit gestopt zijn. “Harhoog” is een hunebed van 32 meter lang uit de vroege ijzertijd. Hij ligt erg mooi, namelijk met zicht op het wad.

In Wenningstedt, meer naar het noorden van het bizargevormde eilandje, wilden we twee vliegen in één klap slaan: we wandelden er naar de “Rotes Kliff” en we maakten kennis met verschillende “Alltagsmenschen” van Christel en Laura Lechner. Vóór naar de rode klif te wandelen, hadden we, puur toeval, al twee van die “gewone mensen” gezien: eentje zat wat in een duin te zitten, een andere stond op een uitkijkplek over zee door zijn verrekijker te turen… Ine houdt van dit soort kunst, die het alledaagse zo mooi en eerlijk, zonder pracht-en-praal, laat zien.

Tijdens onze wandeling wandelden we eerst bovenop de kliffen. Op deze plaats waren er ook verschillende duinen onbegroeid… losse, mulle zand om door te ploeteren en te klefferen. Via een trap daalden we daarna af naar het strand om die ‘rode kliffen’ te bekijken. Heel erg rood waren ze niet, heel erg bijzonder ook niet. We wandelden nog wat verder naar het noorden om vervolgens, volledig over het strand terug te wandelen.

Terug naar het dorpje, weer via een hoge houten trap, passeerden we twee ‘gewone mensen’ onder de stranddouche, een paar die aan het stretchen waren, een man en vrouw rustend tussen de duinen en nog een drietal op weg naar het strand… grappig…

De temperatuur werd zo’n 22° en bleef dat ook, maar afhankelijk of de zon voor of achter de wolken kwam, was het wat frisjes of zweterig heet.
We namen nog een koffietje en gebak en gingen terug naar de auto.

In Kampen, nog verder noordelijk op Sylt, maakten we een korte wandeling naar “Steingrab 2”, een klein hünebed net in de duinen. Omdat we een ommetje wilden wandelen, kwamen we ook door het centrum van het dorpje. Blijkbaar was het er “Kampen Classics” waarbij allerlei oldtimers van dure merken tentoon stonden. Ons interesseren auto's weinig, zéker van die veel te dure merken, dus meer dan langs lopen, deden we niet.

In het meest noordelijke dorpje van Sylt, Slit, reden we eerst nog helemaal naar het noorden. Dit is ook het meest noordelijke punt van Duitsland. Dit natuurgebied worden de "Ellenbogen" genoemd. De Ellenbogen steekt als een landtong – een langgerekt schiereiland – de Noordzee in en varieert in breedte van 330 tot 1200 meter. Met zicht op deze Ellenbogen aten we onze sandwiches op.
Tijd om er te gaan wandelen, hadden we niet, maar we waren tevreden met een mooie autoroute, vlak langs het natuurgebied, door de duinen. 

Bij de haven van Slit slenterden we nog even wat rond om nog een beetje tijd te doden. Om 14u moesten we er bij de ferryterminal zijn om de ferry van 14:30 uur tussen Sylt en het Deense Waddeneiland Rømø te nemen.
Tijdens het wachten, hield Ine een tafereel tussen een meeuw en haar kuiken op een dak van een gebouw in het oog. Het kuiken was van het nest gegaan en was op het dak gaan rondlopen. De meeuw en het kuiken waren steeds luid naar elkaar aan het ‘roepen’, alsof het kuiken z’n zin deed en moeder-/vadermeeuw het hier niet mee eens was... grappig!… om uit te vliegen, was het kuiken nog véél te donzig.
Iets voor half 3 konden we de ferry op, die meteen richting Rømø vertrok. Sylt en Rømø liggen drie à vier kilometer van elkaar. De havens van Slit en Havneby liggen op zo'n 40 minuten varen van elkaar. Rømø heeft grote stukken strand waar auto's over kunnen en mogen rijden en parkeren. Wij reden naar de Sint-Clemenskerk, een typisch Deense, Lutherse kerk met een grote/brede toren, en parkeerden er. Aan die kerk startten we onze derde wandeling van de dag. 

We wandelden eerst naar een oud gebouwtje dat nog steeds dienst doet als brandweerkazerne, maar ook een 'reddingsmuseum' werd. We waren niet van zin om het museum te bezoeken, maar het was ook niet open. Van daar wandelden we een bos van dennenbomen, -struiken in. Dit gaf meteen een heel ander uitzicht aan dit waddeneiland dan hoe het er op Sylt uitzag. Dat is overal zo smal dat er, als gevolg van de wind, nauwelijks bomen staan.
Onze eindbestemming, waarna we dezelfde weg terug wandelden, was de duin "Spidsbjerg", die midden in duin- en heidegebied ligt. De duin is 19 meter hoog. Op het eiland zijn er maar twee die hoger zijn.

Op Sylt was het bewolkt geweest en afhankelijk van de wind voelde het er warm of fris aan. Op Rømø was er zon en een volledig blauwe, heldere lucht en was het er zo'n 23°... wat het, waarschijnlijk omdat Rømø toch al veel noordelijker ligt dan thuis, er behoorlijk warm maakte.

We overnachtten op Rømø in een Zweeds-uitziend-rood- houten-huisje op een camping. We hadden een keukentje, een stapelbed, een zetelbed en een terrasje, maar geen eigen sanitair... prima overnachtingsplek!

23 juni 2026

Dag 1 & 2 Denemarkenreis 2026 : Duitsland

Vrijdag 19 juni '26 rond 17:40 uur reden we thuis weg, richting Duitsland. Onderweg stopten we nog voor avondeten. Op de hitte na, verliep alles goed. Toen we thuis wegreden, bij 33°C, was al duidelijk dat een onweer daar niet lang zou uitblijven. In Duitsland bleef de lucht blauw en rustig, maar was het om 22u nog steeds 28°C! Iets na tienen kwamen we aan in het hotel dat we in Bremen, dicht bij de snelweg, geboekt hadden. Buiten gaan slapen, deden we niks in Bremen. Het ging al snel waaien en het koelde snel af, wat slapen mogelijk maakte! Het duurde tot rond half 7, zaterdagochtend, dat het pas flink begon te regenen.

Toen we, na een goed ontbijt, rond 8u het hotel verlieten, was het 20° en regende het nog steeds een beetje. Gaandeweg klaarde het op en werd het warmer, tot ’s middags zo’n 24°C.

Even voordat we op onze bestemming, een treinstation, aankwamen, stopten we nog om boodschappen te doen en om te tanken... omdat dat op een eiland altijd duurder is...

Vanuit het Duitse Niebüll namen we de trein via de Hindenburgdamm naar Westerland op het Duitse Waddeneiland Sylt. Het was de bedoeling dat we om 12:35 uur vertrokken, maar pas rond 13:00 uur reden we “Der Blaue Autozug” op. We moesten 11 km afleggen. Normaal gezien duurt dat 35 minuten, wij deden er 40 over omdat we onderweg even halt moesten houden. Het was onze eerste keer dat we met de auto een trein op reden: als instructies kregen we mee dat we de motor stil moesten leggen, de handrem op moesten trekken en we in de auto moesten blijven zitten met de gordels aan. We schrokken ons half dood toen bleek dat die instructies ook nog eens, enkel in het Duits, door een microfoon galmde… vlak langs Johan zijn raam, dat we open hadden laten staan omdat het behoorlijk warm werd in de auto tijdens het wachten. Onderweg passeerden ons enkele andere treinen en reden we langs diverse, maar erg vlakke landschappen. Toen we de Hindenburgdamm overgingen, leek het laagwater… De hele tocht was best bijzonder… ook bijzonder was dat we ons, bij de tweede en derde boodschap door de geluidsspreker, zo hard verschoten!

Eens van de trein af, op Sylt, reden we meteen naar het zuiden van het eilandje, naar Hörnum. We moesten inchecken bij onze overnachtingsplek tussen 14 en 16u, waardoor we dit eerst wilden gaan doen alvorens iets anders. Toen Johan ons, om 14:15 uur, via een elektronische check-in, wilde aanmelden, bleek dat onze caravan nog niet klaar was… Pvdkke, waren we speciaal… enfin, we besloten niet meer veel te ver van Hörnum te gaan omdat wij wel nog op tijd (dus voor 16u) wilden zijn.

We reden daarom iets terug naar het noorden, naar Rantum. We hadden er vooraf een wandeling gevonden die ons door de duinen zou leiden. Tijdens een korte wandeling van zo’n drie kilometers, bij een fijn windje en 24°, wandelden we door de mooi begroeide duinen, piepten we even hoe het strand en de zee er uitzag en wandelden we het laatste stuk lang de typische woningen van het dorp: witte of rode woningen met veel ronde bogen en een groot rieten dak… niet voor armoedezaaiers… maar dat is dit hele waddeneiland niet!

Toen we terug aan die self-check-in waren rond iets voor 16u, konden we wel naar binnen. We hadden een bijna-volledig uitgeruste caravan met voortent tussen de duinen gehuurd voor één nacht. Er was een keukentje geïnstalleerd in de voortent, in zowel de tent als caravan was er een eethoek en in de caravan waren een 2-persoonsbed en een stapelbed. Er was een toilet en een wastafeltje… dus als we wilden douchen, moesten we naar het sanitairblok. We konden wel niet dichtbij de caravan parkeren, gelukkig konden we wel tot bijna aan de caravan rijden om alles uit te laden… en dat was veel omdat we zelf voor het eten zorgden, maar ook voor het beddengoed ed.

Nadat we alles een plek hadden gegeven, sloten we de caravan weer af en wandelden we naar het dorpje waar de camping in lag, Hörnum. In het dorpje was weinig te zien. Aan de haven lagen wat horecazaakjes… ideaal voor Ine om nog een laat-tussendoortje te nemen en voor Johan om een biertje te drinken. Hierna wandelden we van de haven weg, langs het strand. Hörnum heeft veel strand. Het vormt namelijk de meest zuidelijke punt van het smalle eiland. Net zoals we in Rantum gezien hadden, kan je er op verschillende plekken op het strand typische tweepersoons rieten, strandzitjes huren.

Een gedeelte van het strand- en duinengebied is afgesloten omdat het natuurgebied is. We dachten via de duinen terug naar onze camping te wandelden, maar dat ging blijkbaar enkel vanop het strand… en in losse zand gaan wandelen, hadden we geen zin, dus moesten we op een gegeven moment via een voet-fietspad terugwandelen… maar ook hier bleek dat Sylt een mooi eilandje is! Onze tweede wandeling bleek achteraf zo’n 5,5 km lang. Terug op de camping was het tijd om te koken, de afwas te doen en foto’s uit te zoeken.