22 oktober 2026

Rhotia Valley projecten

We hadden er nog voor kunnen kiezen om de ochtend van onze 21e reisdag een activiteit in de buurt van het Eyasimeer te doen. Omdat we dan weer gids Samuel zouden krijgen, wilden we dit niet. We hadden daarom besloten om wat uit te slapen en met tussenstops naar onze volgende lodge te gaan. En dan daar te vragen wat we daar zouden kunnen doen.

Rond de middag kwamen we aan bij de Rhotia Valley Tented Lodge, meteen ook onze allerlaatste slaapplek van onze Tanzaniareis (het vliegtuig tijdens de terugreis niet meegeteld). Deze lodge ligt op de top van een heuvel met een weids uitzicht over omliggende plantages en de rand van het Ngorongoro-bos: prachtig! De omgeving is erg groen, net als de tuin en moestuin van de lodge... er zomaar wat gaan rondwandelen, konden we echter opnieuw niet doen vanwege de mogelijke wilde dieren, als olifant, luipaard, hyena ed. die in het Ngorongorobos leven.

Er waren geen activiteiten te boeken in deze lodge, maar we spraken wel af dat we, na schooltijd, een bezoek zouden gaan brengen aan het kinder- en weeshuis en dat we 's avonds naar het informatiemoment over het "droneproject" zouden gaan.

Nadat we naar onze "tent" gebracht werden, aten we op het terras van de "tent" uit onze lunchbox. Het is ons tijdens de hele reis niet één keer gelukt om hier alles uit op te eten! 

Erg warm was het die dag niet, maar we zaten ook terug best 'hoog', daar tussen die heuvels. Het bleef die dag ook steeds zwaar bewolkt... eigenlijk ideaal weer om ons bezig te houden met hetgeen ook moest gebeuren...: de koffers/tassen weer maken.
De dagen voordien hadden we steeds één tas in de jeep gelaten waarin spullen zaten die we tijdens safari's zeker niet nodig zouden hebben. Nu was het tijd om onze twee tassen weer ongeveer evenveel te doen wegen. 

Nadat we een tijdje op het terras van de bar hadden gezeten, was het tijd om naar het Rhotia Valley Children's Home, het kinder- en weeshuis waarmee de lodge nauw verbonden is te gaan. Een verblijf in de lodge draagt sowieso direct bij aan de zorg en opvang van lokale weeskinderen, maar wij wilden er ook graag een bezoekje aan brengen.

Op de volgende heuvel dan de lodge ligt het Rhotia Valley Children's Home. Wat meteen opviel aan het kinderhuis was de mooie toegangspoort met olifanten! Rondom een grasveld met speeltuigen liggen verschillende gebouwen. Een verlegen meisje van 14 kreeg de opdracht om ons een rondleiding te geven. Ze vertelde dat de jongens en meisjes, per leeftijdscategorie, apart sliepen. Hoe ouder je bent, hoe meer je zelf moet doen, vertelde ze. Een groepje jongens was op het grasveld hun was aan het doen. Toen we in het studielokaal waren, kwamen de jongens binnengelopen. Zij hadden verschillende raadsels voor ons... of wij er ook één hadden voor hen... oei, die hadden we niet voelen aankomen... 

Er werd ons bevestigd dat niet ieder kind dat in Rhotia Valley Children's Home woont wees is, maar dat er ook kinderen wonen van een alleenstaande moeder of uit een gezin met alcoholisme, werd ons verteld... een mooi initiatief!

Terwijl we terug naar de lodge wandelden, vertelde het meisje die ons naar en van het weeshuis wandelde dat ze 's ochtends nog een hyena had gezien. Ze vertelde dat ze blij was dat het droneproject er was.

Na het avondeten zouden we eindelijk te weten komen wat dat "droneproject" was! Er waren twee dronepiloten mét hun drone langsgekomen om alles uit te leggen en te laten zien. Het droneproject van Rhotia Valley Tented Lodge heet "Kazi ya Tembo” (KYT) of "Human-Elephant Conflict-project" (HEC). De drone zorgt ervoor dat olifanten veilig weg geleid worden van landbouwgebieden en boerderijen in de buurt, zonder schade aan mens of dier. 

De lodge de landbouwgrond in de buurt liggen tegen het Ngorongorobos, wat al onderdeel is van het beschermd natuurgebied Ngorongoro en dus vol wilde dieren zit... en aangezien deze gebieden niet omheind zijn, lopen die dieren gewoon waar ze willen... en olifanten weten (en onthouden) dat er water te vinden is en dat er velden vol lekkere gewassen liggen, met alle gevolgen van dien... 

Elke nacht verkennen de dronepiloten een gebied van ongeveer 20 km². Bijna elke nacht begeleiden ze olifanten terug naar Ngorongoro. Met de drone verloopt dit proces vredig. De drones bezorgen de olifanten geen stress. Ze helpen simpelweg hun gedrag en richting te veranderen... en hoe dit komt, is heel eenvoudig: Olifanten zijn doodsbang voor bijen en doen er alles aan om ze te ontwijken. Het gezoem van een drone – dat doet denken aan een zwerm bijen – speelt in op die angst, waardoor de olifanten zich gaan verplaatsen. 

Tijdens de demonstratie kregen we uitleg en konden we meteen ook zien hoe de drones werken en wat zo'n dronepiloot kan zien op en schermpje en kan doen met de drone. Dankzij de warmtebeeldcamera's op de drones zijn dieren gemakkelijk op te sporen, zelfs wanneer ze zich verschuilen in dicht maïsland (een delicatesse volgens olifanten). De dieren worden vervolgens opgeschrikt door licht en geluid uit de drone waardoor ze terug naar het bos 'gestuurd' worden. Groepen met jongen reageren doorgaans snel om hun nageslacht te beschermen. Groepen met alleen mannelijke olifanten – zeker als ze worden geleid door een dominant mannetje – kunnen hardnekkiger zijn, blijkt. In die gevallen kunnen de piloten via de luidspreker van de drone luidere afschrikkende geluiden laten horen om een ​​vluchtreactie uit te lokken. Er werd verder verteld dat de olifanten absoluut snel bijleren. Ze herkennen de drone en snappen dat er eigenlijk niks gebeuren zal. 

Tijdens de demonstratie konden we enkele waterbokken zien teruggestuurd worden naar het bos en ook, op twee afzonderlijke locaties, twee olifantenstieren. Bij de eerste stier verteld de piloot dat hij, het uur nadien, met de drone terug op diezelfde plek zou gaan kijken om te zien of de olifant weg was. De tweede olifant bevond zich onderaan de lodge. Hij werkte niet zo goed mee als die eerste. Er werd heel wat licht en lawaai naar het dier gestuurd... en dat duurde nog een tijdje.
De piloot had voordien al verteld dat, als het echt niet lukte, ze ook steeds de rangers van Ngorongoro konden bellen. Zij konden ook ter plekke komen om het dier, met hun jeep, weg te jagen...

De demonstratie was echt erg interessant! En het ging eens over het positief gebruik van drones! Het was erg knap hoe die drone bestuurd werd en hoe goed je alles op dat schermpje van die piloot kon zien! Dit project is voor de buurt en voor de boeren echt een grote meerwaarde!

Nadat we terug naar onze 'tent' gebracht werden, vonden we warme waterkruiken in ons bed want daar op die heuvel was het best fris 's nachts.

21 oktober 2026

De Hadzabe, Datoga (en Iraqw)

Op 8 oktober '26, onze 20e reisdag in Tanzania, stonden het bezoek aan twee stammen op het programma. Toen we onze reiswensen i.v.m. Tanzania waren gaan bespreken, hadden we aangegeven dat we geen stammen wilden gaan bezoeken. We werden toen eigenlijk omgepraat doordat beloofd werd dat de manier waarop deze bezoeken zouden verlopen helemaal anders zouden zijn dan anders. Onze twijfels bleven. Eerder hebben we er, in Gambia en Namibië, slechte ervaringen mee gehad: in Gambia was het puur geldgewin, in Namibië voelde het als een mensenzoo… 

Onze ervaring met de eerste stam van de dag, de Hadzabe, was mogelijk nog erger dan eerdere! In onze reisbeschrijving staat dat we met de Hadzabe-mannen op jacht zouden gaan. De stam is nomadisch en leeft van de jacht, honing en fruit dat ze vinden. De Hadzabe staan bekend als een van de laatste nog bestaande jager-verzamelaarsgemeenschappen in Afrika. Ze blijven ongeveer drie weken op dezelfde plek en trekken dan, in hetzelfde gebied, verder. Ze maken geen woningen, maar zoeken beschutting onder struiken om te slapen. In het regenseizoen slapen ze onder rotsen en in uitgeholde baobabbomen. Er zouden momenteel nog zo'n 700 à 800 Hadzabe zijn. Degenen die nog nomadisch leven, leven in kleine familiegemeenschappen van 20-25. Hun levensverwachting is erg laag, maar zo'n 33 jaar.

We verwachtten dus volwassenen om mee op jacht te gaan. We hebben in hun kamp enkel, heel kort, één volwassen man en drie volwassen vrouwen gezien. De rest wordt er uitgevoerd door de kinderen! De kinderen staan er in voor het 'onthaal' van de toeristen, het tonen van hoe ze op jacht gaan en hoe dansen is in hun cultuur. En naast ons zagen we dat er nog verschillende jeeps met toeristen waren en aankwamen... we hebben hierover al ons beklag gedaan bij onze Tanzaniaanse en Vlaamse reisorganisatie... die beloofd hebben actie te ondernemen... 

Nadat we uitleg kregen over alle verschillende pijlen ze mee op jacht nemen, waren we op weg, op jacht: twee +/- 14 à 15-jarigen, een +/- 10-jarige, lokale gids Samuel, onze chauffeur Godsilent en wij... Doordat die kinderen, Samuel en Johan er dusdanig snel van door gingen, konden we samen niet overleggen... maar beiden hadden we hetzelfde gevoel... : Het zijn kinderen!

Ine sprak onderweg met Godsilent over de leeftijd van de kinderen, maar omdat de Hadzabe niet aan 'verjaardagen' doen, blijft het een schatting. Ine vroeg of de kinderen niet naar school gingen. Het was immers donderdagochtend. Dat bleek niet het geval. Bij de Hadzabe gaat geen enkel kind naar school, zei Samuel aan Godsilent. Samuel zei dat dit niet mogelijk was vanwege de nomadische levensstijl... wat we quatsch vinden omdat de Maasaikinderen, ook nomadisch, wél naar school gaan... Ine haar kritische vragen aan Godsilent deed hem beseffen dat de kinderen heel wat geholpen zouden zijn als ze, naast hun kliktaal die eigen aan hun stam is, ook Swahili zouden spreken, de gemeenschappelijke taal tussen alle verschillende Tanzaniaanse stammen. Onderwijs is het recht van ieder kind én er is leerplicht in Tanzania! 

Met het toelaten van toeristen zijn de Hadzabe tientallen jaren geleden begonnen onder het mom van het laten kennismaken met hun cultuur en deze te bewaren... wat prima is... maar nu laten ze hun kinderen voor hen werken!? Laat die mannen dat tonen! en de kinderen naar school gaan! Hetgeen die kinderen ons lieten zien, lijkt waarschijnlijk niets meer op hun cultuur!

Vooral het feit dat we ons al in een heel andere, erg primitieve, cultuur dan de onze bevonden en we sowieso sterke principes hebben over kinderarbeid, uitbuiting ed. maakte het moeilijk... eigenlijk wilden we meteen met de activiteit stoppen... maar alle aanwezigen hadden er nog nooit op deze manier over nagedacht. Godsilent kregen we aan het denken, maar Samuel sprak te weinig Engels en was (doordat hij half-Hadzabe is) te verweven met de gang van zaken... en die kinderen hadden honger...

Tijdens de drie uur dat we met de kinderen op jacht waren, waren de kinderen heel serieus bezig met het vinden van vogeltjes om dood te schieten, als ontbijt. Toen ze eekhoorns vonden, begon de pret: de jongens leken ineens gewone kinderen die wat eekhoorns volgden in verschillende struiken en bomen. Ook Samuel en Godsilent gingen meedoen om de eekhoorns een bepaalde richting uit te sturen door er stenen naar te gooien... dolle pret... en wij wilden dat het zo snel mogelijk eindigde...

De kinderen slaagden er in om een tiental vogeltjes en twee eekhoorns aan hun pijl te rijgen... niet altijd even dood zoals wij gewild hadden... Trots werden de diertjes getoond en werd, in de kliktaal, verteld hoe de vangst ging. Eén jongere was heel goed in het levendig beschrijven van alles, best grappig en vreemd genoeg begreep je steeds wat hij vertelde.
Het was daarna tijd om terug te wandelen en onderweg een vuurtje te maken, de beestjes te ontdoen van hun pluimen en vacht en ze te bakken in een open vuurtje dat ze, met droge gevonden uitwerpselen en dorre takjes en bladeren, zelf maakten door wrijving met een stok. De staarten van de eekhoorns werden aan hun omgeslagen bavianenvel gehangen als trofee en ze smikkelden hongerig van de diertjes... en neen, we hebben niet geproefd... Samuel wilde persé dat er nog filmpjes en foto's gemaakt werden, waarna we verder wandelden. Onderweg wandelden we langs woningen en erven van de Datoga- en Iraqw stam, die wel een vaste woonplek hebben. De Hadzabe hebben contact met de andere stammen doordat ze, van de Datoga, pijlpunten kopen of ruilen met vlees. Hun kleding en schoenen kopen ze ook van deze andere stammen... we hopen dan ook dat daar onze fooi heen zal gaan...

Toen we terug in hun kamp waren, moest Johan nog even zijn pijl-en-boog-kunsten laten zien... die natuurlijk niet goed waren ;-) en werd er een soort van rondedansje gemaakt met alle aanwezige kinderen. We kregen een rondleiding in het kamp en zagen waar gekookt en geslapen werd... en dan namen we afscheid.

De volgende plek waar we stopten, bracht ons bij de Datogastam. De Datoga is een erg oude stam uit de omgeving van het Eyasimeer met weinig historische inmenging vanuit andere stammen. Voor de Maasai zijn het lang hun 'gerespecteerde vijanden' geweest. De stam is steeds uit de handen van de kolonisatie weten te blijven, wordt gezegd. Momenteel zijn ze nog met meer dan 80.000 en hebben ze hun semi-nomadische leefstijl opgegeven.
De Datoga zijn een herdersvolk en hecht een enorme culturele waarde aan runderen. Binnen de Datoga bestaan ​​kuddes uit geiten, schapen en ezels, maar runderen zijn veruit het belangrijkste huisdier. Het vlees, vet, bloed, de melk, huid, hoorns, pezen en mest van elk dier hebben praktische of rituele functies. Daarnaast leven ze van landbouw, smeden, handel op markten en tegenwoordig ook van loonarbeid.

Datogavrouwen dragen vaak karakteristieke roodbruin gekleurde lederen kleding (vaak van geitenleer), opvallende koperen sieraden, hebben grote gaten in hun oorlellen en ouderen hebben vaak nog ronde litteken-tatoeages rond hun ogen... maar tegenwoordig worden er ook gewone, kleurige stoffen gedragen over 'gewone' kleding. Een traditioneel geitenlederen vel met pareltjes wordt wel nog steeds omgebonden door de dames als teken van hun cultuur.

Gelukkig was er, bij de smederij die we bezochten, een gids van een ander koppel die wel goed Engels sprak en ons uitlegde hoe de Datoga te werk gaan bij het smeden. De Datoga staan bekend als bekwame traditionele smeden die schroot omvormen en omsmelten tot speerpunten, pijlen en sieraden. Er werd ons getoond hoe van een grote kepernagel, door er op te blijven kloppen, een speerpunt met weerhaken gemaakt wordt. De Hadzabe gebruiken deze bijvoorbeeld om op bavianen te jagen. Deze dieren zijn, zonder die weerhaken, immers moeilijk te bejagen omdat ze slim zijn om een gewone speer gewoon uit te trekken en verder te lopen, zonder veel lichamelijke schade.
Verder werd getoond hoe oud-ijzer en koperafval (bv. van waterleidingen) weer gesmolten wordt en er bijvoorbeeld armbanden van gemaakt worden... en dat allemaal zonder machines of elektriciteit...

Door verschillende Datogavrouwen werd ons getoond hoe zij, traditioneel, leefden. Hun woningen worden, zoals bij vele stammen, gemaakt van houten takken en klei.
Ook worden er 'gebouwen' zonder die klei, dus enkel met takken, gemaakt om bijeenkomsten in te houden. Dan wordt er ook een dak op gemaakt. Om de dieren in onder te brengen, dus als stal, komt er niet altijd een dak op. Rondom deze verschillende woningen worden taken met doornen gelegd om indringers buiten te houden.
De woning die wij te zien kregen, had twee vertrekken. In één kamer wordt gekookt en geslapen. Slapen doet men op dierenvellen, ofwel op de grond gelegd, ofwel op een primitief bed. De andere kamer kan ook dienen als slaapkamer, maar wordt overdag ook gebruikt door de vrouwen om in te leven, maïs te vermalen tot polentameel enz. Ditmaal mocht Ine laten zien wat ze kon... en die maïs met een zware steen op een andere steen vermalen, was nog zo gemakkelijk niet... zeker niet omdat ze hiervoor op de grond en op haar knieën moest zitten. Tijdens Ine haar werk zongen de dames om het ritme te houden en het werk wat minder saai te maken... Ine kon het ritme niet echt houden... maar de dames bedankten haar hartelijk...
... en de kinderen!? die waren naar school!

We bezochten de Iraqwstam niet, maar we kwamen ze wel regelmatig tegen in die regio van het Eyasimeer. We kwamen ze onderweg tegen terwijl ze, met (o.a.) grote tonnen op een koets, getrokken door ezels of koeien, water gingen halen. En wandelden langs hun woning tijdens 'onze' jacht. 
We vonden, op internet want aan die Samuel kon je niks vragen en die zei uit zichzelf niks, dat ze met zo'n 600.000 zijn. Ze combineren veeteelt en akkerbouw om voor hun zelfonderhoud te zorgen. Ze verbouwen maïs, bonen, gierst en tarwe, en houden runderen, geiten en schapen. Ze verkopen hun oogst of dieren echter alleen als dat strikt noodzakelijk is. De Iraqw gebruiken nog steeds historische landbouwpraktijken en vertrouwen op inheemse kennissystemen voor landbouw en geneeskunde. Ze maken ook nog steeds gebruik van oude irrigatiesystemen die hun landbouw succesvol maakt.
Hun koeien, kippen, schapen en geiten trainen ze tot gehoorzaamheid. Ze hebben er een groot scala van speciale woorden, klanken en 'kliks' voor.
Ze zouden bekend staan ​​om hun statige, roerloze houding en scherp afgetekende gelaatstrekken. Het zou een teruggetrokken volk zijn. De woningen die wij van hen zagen, leken op die van de Datoga: van takken en klei gemaakte huizen. We lazen dat hun woningen echter, traditioneel, ondergronds of half-ondergrondse liggen en dat ze gebruik maken van tunnels...

Na de bezoeken aan de Hadzabe en Datoga was het tijd voor de lunch. Hiervoor werden we terug naar onze lodge gebracht. Tot 16u, totdat de grootste warmte voorbij was, bleven we daar.

Nadien reed onze chauffeur ons en Samuel naar de velden in de omgeving. De regio staat bekend om zijn (rode) uienteelt. Door de warmte en de mogelijkheid tot goede irrigatie van de velden groeien er veel, goede, pittige en lang bewarende donkerrode uien. Er zijn enkele grootgrondbezitters die velen uit de regio, van verschillende stammen, op die manier aan een inkomen helpen. Het werk is zwaar omdat alles handenarbeid is. De meeste uien worden naar Kenia uitgevoerd. Er werd ons uitgelegd dat momenteel de prijs van de uien erg laag was. Om deze reden, werden de uien die niet voor Kenia bestemd waren, verder gedroogd en opgeslagen tot de prijs hoger wordt. We liepen wat over het veld waar Samuel opnieuw geen uitleg uit zichzelf gaf of enig idee had wat hij er precies wilde doen...

Eerder toevallig reden we voorbij bomen waaronder veel bijenkasten hingen. Deze zien er heel anders uit dan in Europa had Ine tijdens haar eerste week in Tanzania al gezien: in uitgeholde stukken boomstam of langwerpige houten bakjes gaan wilde bijen zich nestelen en voor honing zorgen... die worden overigens vaak ook gehangen vlak buiten dorpen om bijen te krijgen en zo olifanten uit dorpen te houden omdat ze bang zijn van bijen... 

Vervolgens reden we naar het zouten Eyasimeer. Aangezien we er op het einde van het droogseizoen waren, was er al veel van het meer opgedroogd. We reden met de jeep, over de achtergebleven zoutplaten naar de oever. Eens aan die oever zagen we goed dat het meer deels omgeven is door de steile wanden van de Grote Slenk en de kraters van natuurgebied Ngorongoro.


"Gids" Samuel wist eigenlijk niet goed wat hij daar aan dat meer verder moest doen... Toen we, vanop afstand, naar een aantal vissers stonden te kijken, besloot hij er naar toe te wandelen. Van op een soort pier haalden vissers net hun netten op. Ze lieten zien wat ze gevangen hadden: twee soorten erg kleine visjes... magere vangst... De vissers hadden een soort tentenkamp opgebouwd nu het meer zo ver weggetrokken was van de oorspronkelijke oever... 
Er stond continu een stevige wind over de grote vlakte. Het moet een zwaar leven zijn als visser, zéker in droge tijden. Er zou dit jaar een extreme el niño aankomen. Dit betekent ook hier veel meer regen dan normaal met overstromingen als gevolg.

Vervolgens reden we terug naar onze lodge en waren we blij dat we afscheid konden nemen van Samuel...

20 oktober 2026

Ngorongoro gebied & verder

Om 5:15 uur hadden we een 'emmerdouche' gekregen in onze tent bovenop de kraterwand van het Ngorongoro gebied. En aangezien we om 6u op gamedrive zouden vertrekken en het ontbijt pas om datzelfde uur startte, kregen we zowel een ontbijt- als lunchbox mee. Als één van de eerste jeeps (wat er later echt overdreven veel te veel werden) reden we de Ngorongorokrater in. Halverwege de heuvel lieten Maasai hun kuddes al uit, maar echt beneden in de krater waren ook zij niet meer te zien... en was het rijk helemaal voor de wilde dieren... (en de toersistenjeeps)... Daarbeneden in die krater kregen we al snel enkele witte neushorens te zien... dit maakte meteen dat we ook tijdens deze reis de volledige 'big five' (olifant, leeuw, buffel, luipaard en neushoorn) gezien hadden.

Deze witte neushoorns in het Ngorongoro gebied zijn er pas: sinds maart '25 zijn er in totaal 18 witte neushoorns uit een reservaat in Zuid-Afrika gebracht. Voordien waren er enkel nog zwarte neushoorns in de krater. Tijdens onze voormiddag in de krater kregen we zes witte en (van heel ver) twee zwarte neushoorns te zien... en ja, dat verschil is moeilijk te zien, vinden we: het verschil zit in hun lippen. De lippen bij de witte neushoorn zijn breed, terwijl de lippen van de zwarte neushoorn eerder puntig zijn. Deze lippen gebruikt de witte neushoorn om te grazen, terwijl de puntige lip van de zwarte neushoorn hen beter in staat stelt om bladeren en twijgen te plukken.

Momenteel zou er in Tanzania overigens geen stroperij meer zijn vanwege het harde optreden van de overheid ertegen.

Onze chauffeur probeerde steeds andere wegen in de krater te nemen dan de andere jeeps, maar dat verhinderde niet dat ook wij tussen 25 (of meer) jeeps naar wat leeuwen te kijken... Die chauffeurs hebben onderling radiocontact waardoor 'goede' locaties aan elkaar doorgegeven kunnen worden. De kraterbodem is 260 km2 groot, maar bevat veel water waardoor dit gebied ook weer niet heel groot is om zó veel toeristen in rond te rijden. Jammer, wel. De dieren lijken er op zich geen last van te hebben, maar moeten wel tussen de jeeps doorlopen om van locatie te veranderen.

Terwijl we bij een gedode buffel, met leeuwen bij een koel riviertje wat verderop, wachtten tot die leeuwen eindelijk uitgerust en uitgehijgd genoeg waren om te gaan eten, aten wij (in de jeep natuurlijk) ons ontbijt op. Die leeuwen namen al de tijd, dus die zagen we uiteindelijk niet meer die buffel binnensmikkelen. 

Naast die neushoorns en leeuwen zagen we buffels, Grant's en Thomsongazelles, zebra's en gnoes, als ook hyena's, jakhalzen, kraanvogels, een vleermuis-/grootoorvos, secretarisvogels, koritrappen, blauwkopkroonparelhoenen, flamingo's, pelikanen, wrattenzwijnen, struisvogels, gieren en weer heel wat vogels. Tegen de kraterwand, waar er wel bomen en struiken groeien, kregen we nog olifanten en een boomklipdas te zien. Overigens, in het Ngorongorogebied zijn er, ondanks het water en de vele dieren, géén dazen!

Na het Ngorongorogebied te verlaten, sloten we meteen ook weer een safarihoofdstuk af: Dit was immers de allerlaatste gamedrive van onze reis... en wat hadden we wéér veel gezien!

Vanuit het Ngorongorogebied reden we terug de bewoonde wereld in. Bij een grote souvenierswinkel konden we, buiten, aangenaam lunchen.

Vervolgens reden we richting het zuiden, naar het vruchtbare gebied aan het Eyasimeer. We passeerden vele velden met koffie, maïs, uien. In de dorpjes was een mix aan huisjes: van gammele lemen hutjes, beter lemen hutjes met schotelantennes, kleine bakstenen huizen tot de grotere bakstenen soort. In sommige dorpjes was geen verpakking op de grond te zien, in andere lag en hing het overal van de wind.

Onderweg pikten we Samuel op. Samuel werd 's anderendaags onze gids. Hij sprak slecht Engels waardoor onze chauffeur veel moest vertalen. Samuel wilde persé dat we allerlei zinnetjes in de taal van de stammen die we 's anderendaags zouden bezoeken, herhaalden... meteen ontstond enig ongenoegen richting de man...

Omdat we al rond half 3 in onze mooie lodge waren, konden we nog wat vrije tijd nemen, wat ook weer welkom was. We werden gewaarschuwd voor de schorpioenen in de regio. Die zagen we niet. Wat we wel steeds zagen als we naar ons huisje wandelden waren de vrolijk gekleurde Nyasa dwergpapegaaitjes.

19 oktober 2026

Van de Serengeti naar Ngorongoro (18/23)

Vanuit ons tentenkamp in het midden van het Serengeti Nationaal Park vertrokken we op dinsdagochtend 6 oktober '26 voor de laatste keer op gamedrive in de Serengeti. Blijkbaar deden er geruchten over de aanwezigheid van tseetseevliegen de ronde want het dak van de jeep kon pas open van zodra we onder de bomen van de lodge weg waren... maar later stonden we ook stil onder bomen en hadden we wel het dak open... net zoals de malariamuggen, zijn die tseetseevliegen er gewoon in Tanzania (en Afrika), maar geeft niet iedere muggensteek malaria en geeft niet iedere vliegenbeet de slaapziekte... we waren ook steeds goed ingesmeerd met DEET, maar die beestjes vinden toch net het plekje waar je wat miste of minder smeerde... als we het dan toch over bijters hebben: dazen trekken zich helemaal niks aan van DEET!


Enfin, we reden van het midden van de Serengeti richting het zuidoosten, waar de Naabi toegangspoort ligt. We kregen opnieuw weer heel veel te zien, maar hadden niet álle tijd, maar vier uur: twee dagen voordien hadden we immers, om 12:15 uur, een 48 uren toegangsvergunning gekocht... en dit betekende dat we, om geen boete te krijgen, vóór diezelfde tijd het nationaal park buiten gereden moesten zijn.

Tijdens de laatste uren die we in het nationaal park rond reden, kregen we weer veel leeuwen (16) te zien. Daarnaast zagen we buffels, zebra's, gnoes, giraffen, wrattenzwijnen, mangoesten, een klipspringer, thomsongazelles, koritrappen, impala's, topi's, een uil, zes hyena's, een nijlpaard, een rotsklipdas en weer heel veel vogeltjes.

Op twee verschillende plaatsen, leek het erop dat er een dier gedood ging worden door de aanwezige leeuwen. Gezien de tijd, maar zeker ook aangezien het heel lang kan duren vooraleer die leeuwen effectief eens overgaan tot het doden van een dier, reden we er van weg. Ine vraagt zich ook af of ze zo'n slachtpartij eigenlijk wel wil zien... voor ons heeft het in ieder geval geen meerwaarde. Het is voor ons geen gemis dat we, tijdens al onze safari's die we al deden, nog nooit een slachting zagen.

Hoe verder naar het zuiden we reden, hoe vlakker het werd en hoe minder bomen of struiken er stonden. Er stond enkel gras. Het gras was dor en droog, maar tegen dat de gnoes en zebra's terug hierheen gaan komen, na de regen, zal het er volop groen zijn, hebben zij volop uitzicht over de vlaktes om roofdieren goed te zien en zullen die roofdieren, vanwege het hoge gras, hun pasgeboren kalfjes niet eenvoudig zien.

Maar een kwartier voor het aflopen van onze vergunning, dus om 12u, reden we de Naabi poort uit. Deze poort wordt gezien als de hoofdpoort en wordt door de meeste toeristen gebruikt. Dit was meteen duidelijk toen we er waren: de ene safari-jeep na de andere, echt tientallen zowel aan de ene als aan de andere kant. Aan die poort is het de bedoeling dat je meteen ook een toegangsvergunning voor Ngorongoro Conservation Area, dat meteen aansluit op het grondgebied van de Serengeti, aankoopt. Om voor 's anderendaags de geldigheid van de 12uurs-vergunning te 'rekken', sprak onze chauffeur er af na onze lunch terug te komen om die vergunning aan te kopen... weer een klein uurtje gewonnen voor de dag nadien!

Zoals beloofd ging onze chauffeur een vergunning kopen voor het Beschermd gebied Ngorongoro. Het duurde, na het verlaten van die Naabi poort, wel nog enkele kilometers vooraleer de Serengeti effectief overging in het domein van Ngorongoro... en ook daar moest de chauffeur stoppen om zijn vergunning te laten zien.

Naarmate we meer dorre vlaktes voorbijreden, kwam er stilletjes aan toch weer een struik en een acaciaboompje bij. Ook kwamen we, hoe verder we beschermd gebied Ngorongoro inreden, steeds meer Maasai met hun kuddes en meer Maasaidorpen tegen. Onze chauffeur vertelde dat enkel de Maasai stam mag wonen in het Ngorongorogebied.

In de omgeving lagen er steeds meer heuvels en uitgedoofde vulkanen. Wij gingen ook hoger en hoger rijden. Zo kwamen we terecht op de kraterwand van de Ngorongorokrater.

Deze Ngorongorokrater is de grootste intacte caldera (ingestorte vulkaankegel) ter wereld. Hij bevindt zich op 2200 meter boven zeespiegel. Deze vulkaanresten zijn vermoedelijk 2-3 miljoen jaar geleden ontstaan uit een vulkaan die zo'n vijf kilometer hoog geweest moet zijn.
De krater heeft een diameter van 17-21 kilometer en de kraterbodem een oppervlak van ca. 260 vierkante kilometer. De rand van de krater ligt ongeveer 600 meter boven de kraterbodem. Daardoor ontstaan verschillende klimaatzones in de krater. Verder ligt in het midden van de krater een zoutmeer. Ook zijn er zoetwaterstromen en is het gras er best groen.

De hoge kraterwand schermt het gebied in de krater grotendeels af tegen de toevallige migratie van de dieren. Dit maakt het een van de dichtstbevolkte wildgebieden ter wereld... maar giraffen vindt men niet in de krater. Er zijn namelijk geen acacia's beneden, maar ook hun lange nek en lange poten maken dat zij de steile afdaling naar de bodem van de krater niet maken. Ook krokodillen, impala's, topi's en oribi's komen niet voor in de krater.

Boven op de kraterwand, langs een iets minder steile helling, zagen we wel nog drie giraffen eten van een acacia. Doordat er 's morgens steeds, maar vaak de hele dag, vochtige wolken over de kraterrand hangen, is de zonnige kant van de krater erg groen. Het is er een tropisch regenwoud.

Vanuit twee uitkijkpunten keken we de krater in: het leek op een enorme kom met bruin en groen... beetje vreemd zicht, eigenlijk.

Zoals alle lodges en tentenkampen lag dat van ons ook bovenop op de kraterwand. Doordat het aan de hele andere kant lag als waar we de rand op waren gereden, en de weg natuurlijk weer erg slecht was, duurde het lang vooraleer we er waren. 

Het tentenkamp lag ideaal voor de ochtend nadien, als we een gamedrive zouden gaan doen: het lag erg dicht bij een toegangspoort naar beneden, de krater in. Ditmaal had het tentenkamp ook echt tenten. We kregen een tent toegewezen: via een voortent van horrengaas gingen we een grote slaapkamer in en achteraan de tent lag de badkamer met afgescheiden onderdelen voor toilet, douche en wastafel. Op het bed lagen verschillende dikke dekens en de medewerker die ons naar onze tent bracht zei dat er ook nog warmwaterkruiken gebracht zouden worden... het zou inderdaad koud worden die nacht!

18 oktober 2026

Midden-Serengeti NP

Op maandag 5 oktober '26 zaten we al om 6u aan het ontbijt. We wilden namelijk zo vroeg als mogelijk ontbijten (en dat was 6u) en dan nadien aan onze 'gamedrive' starten : het is dan nog koel en de dieren zijn dan nog actief, roofdieren zijn nog 'wakker' en het zonlicht is erg fotogeniek.

Meteen na vertrek stuitten we op een lange sliert van gnoes die de weg overstaken. De chauffeur reageerde enthousiast dat het de "Grote Trek" was. Het zouden gnoes (en zebra's) zijn die ondertussen weer terug vanuit Kenia waren en nu de trektocht maakten naar de eindeloze vlaktes van het zuiden van de Serengeti. De gnoekoeien zouden allemaal drachtig zijn en op die vlaktes gaan bevallen, om dan, van vooraf aan, weer richting het noorden van de Serengeti te trekken. Als ze zich voortbewegen, lopen ze allemaal achter elkaar aan en zijn ze erg alert. Een leider geeft aan tot waar ze lopen en kunnen gaan grazen. Typisch aan de combinatie van deze dieren, gnoe en zebra, is dat gnoes heel goed ruiken, maar niet goed zien. Zebra's kunnen dan weer erg goed zien. Samen kunnen ze dus beter voor hun kuddes zorgen dan afzonderlijk. Zebra's krijgen echter gedurende het hele jaar hun jongen, niet enkel op die grote open vlaktes in het zuiden van het nationaal park. Interessant! We wisten helemaal niet dat ze in zo'n sliert liepen als ze trekken!

Voor de rest van de dag zouden we overigens in het midden van de Serengeti blijven. We gingen niet verder naar het noorden, waar onder andere de Mara-rivier ligt, die de gnoes en zebra's (2x) moeten oversteken. En waar ze hun leven riskeren omdat er krokodillen wachten tot ze voorbij zwemmen... op zich is dit wel jammer omdat dit hét beeld is van de Grote Trek... maar we kregen de rest van de dag méér dan genoeg in de plaats... en of er die dag een oversteek was, was ook maar de vraag. Het hoogtepunt van de Grote Trek op die plek ligt in juli en augustus (en ondertussen was het al oktober)... en of we die gruwelijke, chaotische taferelen persé wilden zien, weten we ook niet... Aangezien de hele Serengeti groter is dan héél België is er ook een grote afstand af te leggen om helemaal tot het noorden te rijden (en terug tot onze lodge)... en dan misten we weer veel van het midden...

We werden deze zeventiende reisdag echt heel erg verwend: we kregen verschillende leeuwen en -groepen te zien. In totaal zagen we er 46! Ook zagen we vijf cheeta's en twee luipaarden en een (overdag moeilijk te spotten) civetkat!

Tussen die katachtigen door spotten we veel olifanten, nijlpaarden, krokodillen, buffels, giraffen, bavianen, dik diks, thomson's en grant's gazelles, dwergmangoesten, wrattenzwijnen, hartenbeesten, topi's, een maraboe, impala's, rotsklipdassen, een arend, blauwkopkroonparelhoenen en weer allerlei vogeltjes... maar die dazen, hè... aaarghhh...

En voor wie denkt dat deze gamedrives (uit het Engels: 'game' slaat op de wilde dieren die voor het plezier, het spel, gedood werden en 'drive' op het rondrijden) gewoon relaxt achteroverleunen is... dat is het dus niet! Het is vermoeiend! We speuren immers steeds mee. Dat betekent urenlang geconcentreerd zijn en in, onder, tussen bomen, struiken en gras kijken (in combinatie met het wegslaan van de dazen).

Rond 16u, 9,5 uur later dus dan het vertrek, stapten we uit de safari-jeep en werd het dak weer afgesloten.

We hadden, net zoals in de meeste overnachtingsplekken, geen wifi op onze kamer/'tent'. Dit maakte dat we voor het eten nog op het terras van de bar gingen zitten om, terwijl we met onze foto's bezig waren, iets dronken... en de gekregen geroosterde noten opsnoepten...

17 oktober 2026

Naar het Serengeti National Park (4-10-'26)

Op onze 16e reisdag door Noord-Tanzania vierden wij ook dierendag. Eerst moesten we wel nog zo'n vier uur rijden/stuiteren vanuit onze lodge bij het Natronmeer naar het volgende nationaal park dat we gingen ontdekken, namelijk Serengeti National Park. De weg naar de minder bekende toegangspoort 'Kleins gate' (op enkele tientallen kilometers van de Keniaanse grens) was opnieuw, op 50 km asfaltweg na, weer vre-se-lijk slecht!

Ook het Serengeti National Park heeft geen omheining. Dit maakt dat de wilde dieren ook buiten het park terecht komen. Zo hadden we, vóór het park, al wild als giraffen en antilopes, gespot... maar het eerste groepje olifanten zagen we pas net toen we het park binnen waren. Gnoes en zebra's kregen we ook al snel te zien. Deze kuddedieren ondernemen in de Serengeti de "Grote Trek". Ze doen dit echter niet allemaal tegelijkertijd. De dieren die wij zagen, moesten er nog mee verder doen. Andere zouden op datzelfde moment alweer terug aan het keren zijn vanuit het stukje Serengeti in Kenia weer terug naar Tanzania.

Verder zagen we leeuwen en welpen, een jachtluipaard met welpen, dik diks, Grant's en Thomson's gazelles, buffels, een secretarisvogel, een hagedis, struisvogels, gieren, impala's, rietbokken, een eland, wrattenzwijnen, rotsklipdassen, blauwkopkroonparelhoenen en topi's.

Overnachten, deden we opnieuw in een 'verstevigd' tentenkamp waar we, in het donker, door een Maasai van en naar onze 'tent' werden begeleid.

16 oktober 2026

Dag 15


 

Op 3 oktober jl. hadden we nog verschillende activiteiten in de omgeving van het Natronmeer kunnen ondernemen. We besloten echter om eens een dagje vrijaf te nemen!

En neen, we zijn toen niet aan het zwembad gaan liggen... maar zijn met lezen, puzzelen, onze foto's en met wat handwasjes bezig geweest.

15 oktober 2026

Lake Natron & Ngare Sero voetafdrukken en waterval (14)

Geen nachtelijke beklimming en afdaling van de ol Dionyo Lengai zoals op de planning stond, maar een nachtje slaap werd de start van onze veertiende dag in Tanzania. Na ons ontbijt reden we, samen met onze Maasai-gids, al vroeg richting het Natronmeer. Het warme zoutmeer wordt gevoed door zoutwater vanuit bronnen uit de ol Dionyo Lengai maar ook door zoetwater vanuit andere bronnen uit de omgeving.

Tijdens de regenmaanden en de tijd nadien is het meer veel groter dan hoe wij het zagen. Dit maakte dat we over een 'knapperig' oppervlakte liepen van gedroogde zoutlagen richting het meer. De rode/roze kleur die het meer en omgeving kan krijgen bij het opdrogen, door het toenemende zoutgehalte, hebben we niet gezien. We kregen wel verschillende vogels te zien die zich voedden met de zoutlievende micro-organismen en -diertjes, zoals flamingo's. Dwergflamingo's hebben aan Lake Natron een van de grootste broedkolonies van de soort. De Grote flamingo's komen er veel voor maar in kleinere aantallen dan de dwergflamingo's. De dwergflamingo's zijn overwegend roze van kleur, de grote overwegend wit. Ondanks dat er, vanwege de te zoute omgeving, geen roofdieren zijn, zijn de flamingo's erg schuw.

Om naar onze volgende bestemming te wandelen, moesten we een kniediep smal riviertje doorwaden en wandelden we terug in de richting van ol Dionyo Lengai. De omgeving van Lake Natron is erg toeristisch en de Maasai proberen op alle mogelijke en onmogelijke plekken hun juwelen te verkopen... ook tijdens onze wandeling gingen vier dames, die in de tegengestelde richting als ons liepen, ineens zitten en werd een 'marktje' uitgerold...
Bij onze volgende bestemming werd ook al een 'marktje' voorzien... die bestemming waren de voet- (en poot-)afdrukken in de donkergrijze Ngare Sero modderstroom die tussen 5.000 en 19.000 jaar geleden door mensen en dieren gezet zijn.

Er werden meer dan 400 versteende voetafdrukken van de mens (Homo sapiens) geteld. De sporen tonen uiteenlopende bewegingen, waaronder mensen die door de modder joggen, een groep van ongeveer twaalf individuen (voornamelijk vrouwen en kinderen) die samen reizen en een individu met een mogelijk gebroken grote teen.

Men vermoedt dat de asrijke modder, waarin de voetafdrukken achterbleven, oorspronkelijk van de flanken van de Ol Doinyo Lengai afspoelde en bergafwaarts stroomde, om daar de moddervlakten te vormen. Binnen enkele uren tot dagen droogde het oppervlak van de modder op, waardoor de afdrukken in een gebarsten korst bewaard bleven. Vervolgens werden de voetafdrukken minstens 10.000 tot 12.000 jaar geleden bedolven onder een nieuwe stroom puin, die ze millennia lang aan het zicht onttrok.

Onze gids wist eigenlijk niks te vertellen over de plek. Hij liet ons het informatiebord dat er staat, lezen en dat was het. Toen we vroegen waar er pootafdrukken (van geit, zebra ed.) waren, zei hij enkel dat deze in het niet omheinde gebied lagen. We denken echter dat we toch ook enkele pootafdrukken gezien hebben tussen de voetstappen... maar dat weten we niet zeker, dus...

We wachtten op onze chauffeur en jeep terwijl we de voetstappen bleven onderzoeken. De gids probeerde ons naar de koopwaar te krijgen, maar gaf dit uiteindelijk, wat slecht gezind, op.

Na onze wandeling, het was rond half 11, werden we naar onze volgende lodge gebracht. Vanwege onze geplande beklimming van de ol Doinyo Lengai hadden we één nacht (van de drie aan het Natronmeer) in een lodge dichter bij de start hiervan doorgebracht. Voor volgende twee nachten verbleven we in een andere lodge, ook een Maasai-lodge. De lodge had zelfs een eigen kudde koeien binnen de omheining van acaciastekels. Het gras was er goed groen omdat er zoetwater rechtstreeks uit het nabijliggend riviertje gebruikt werd om het domein te besproeiien.

We hadden geluk dat we meteen een kamer konden krijgen. Dit maakte dat we op ons terras konden zitten, onze lunchbox konden eten en het rustig aan konden doen tot aan ons volgende onderdeel van onze activiteiten van de dag. Vanwege de heersende hitte in deze regio vertrokken we hier pas rond 14u heen.
Alvorens onze wandeling naar de Ngare Sero waterval te kunnen starten, moesten we weer langs een rij verkopers... en helaas moesten we hierbij onze gids alweer teleurstellen, want neen, we hebben geen interesse in juweeltjes...

Terwijl de vulkaan een kurkdroog, buitenaards en met lavastof bedekt landschap gecreëerd heeft, stroomt de Ngare Sero-rivier door een diepe kloof van vulkanisch gesteente rechtstreeks naar Lake Natron. Het eerste gedeelte van de wandeling ging langs de oevers van de rivier over trapjes. Nadien moesten we het water in, weer uit en over de rand weer verder, regelmatig al klauterend, om vervolgens weer in en uit het riviertje te gaan... onderweg maakte de gids een selfie aan een watervalletje, staken we de rivier weer over door het water, over glibberige stenen en zo kwamen we uiteindelijk (absoluut niet zoals de reviews de wandeling als eenvoudig en maar slechts twintig minuten durend, beschreven) aan de Ngare Sero waterval aan. We waren niet de enigen en er volgden nog meer mensen. Toen we onder de waterval door, om de hoek, gingen piepen, naar een volgende waterval, waren we wel de enigen. We bleven vervolgens nog wat in het water en op enkele rotsen zitten, terwijl onze gids en zijn collega's zich amuseerden als kleine kinderen...

Ine had al bij de heenweg door dat ze dit geklauter en in-en-uit-het-water-ophijsen geen tweede keer zonder 'problemen' kon doen... en bij de terugkeer had ze dan ook twee keer veel geluk dat de gids haar nog net kon tegenhouden, of ze was helemaal kopje onder gegaan doordat ze langs de gladde rivierwanden afgleed... gelukkig ging Johan dit allemaal veel beter af en droeg hij alles van fotomateriaal, gsm's ed. in een rugzak mee...


Terug op onze lodge gingen we wat drinken en naar de activiteiten die de Maasaimorans er aanboden: het speerwerpen en dansen. Het kwaliteitsverschil tussen hetgeen Ine daar zag en ze eerder gezien had, was enorm groot, maar zo kreeg Johan wel een idee over de activiteiten... Dit was echt toeristen-entertainement, waarbij deze meteen betrokken werd bij de activiteit, terwijl Ine eerder echt goed te zien en uitgelegd kreeg wat het speerwerpen en (spring-)dansen voor de Maasaicultuur betekent.

14 oktober 2026

Van Mto wa Mbu naar Lake Natron

Op donderdag 1 oktober '26 waren we alweer dertien dagen in Tanzania. We hadden in een luxe tentenkamp van een Maasai-gemeenschap geslapen. Omdat er geen warm water was in de badkamer van onze 'tent' hadden we de avond voordien afgesproken om hoe laat we een zogenaamde "emmerdouche" voor twee personen vóór het ontbijt konden nemen. Hierbij werden door medewerkers enkele emmers warm water in een reservoir (buiten de 'tent') gegoten zodat we in onze tent lekker warm water hadden om te douchen.

Nadat we uitgewuifd werden, reden we een twintigtal kilometers verder, tot in het stadje Mto wa Mbu. Mto wa Mbu is Swahili voor 'rivier van muggen'. Gelukkig hebben we er daar, de ochtend dat wij er waren, niet veel van gemerkt. Het plaatsje is groot geworden door de toeristen die er, tussen verschillende safariregio's reizen, stoppen en/of overnachten. Mto wa Mbu is een smeltkroes van culturen: Er wonen mensen van vrijwel alle 120 verschillende etnische stammen van Tanzania door elkaar.
Door de vruchtbare grond wordt er volop geoogst, waaronder meer dan 30 soorten bananen, rijst en diverse groenten. Het dorp staat verder bekend om zijn markten.

Wij gingen in Mto wa Mbu met een gids van het ene naar het andere fietsen. Voor Ine was het al sinds China (2011) dat ze nog gefietst had op een gewone fiets. Voor Johan was het nog niet zo lang geleden omdat hij voor het werk nog gefietst had.
We stopten een eerste keer bij een kleine kudde zebra's en gnoes. De dieren stonden op het domein van de plaatselijke school te grazen. De jonge gids vertelde dat het wilde dieren waren. Ze zijn afkomstig van een park in de buurt (die niet omheind zijn), maar zijn na een regenperiode niet terug naar het park gegaan. De kudde is in Mto wa Mbu gebleven... en is er nog steeds... vreemd om deze dieren zo in een bewoond gebied te zien.

Onze volgende stop bracht ons bij het Manyarameer. Dit meer van 50 op 16 meter heeft zoutwater. Het is nog geen vier meter diep. Er leeft vis in maar slechts enkele soorten... en naar wat we zagen liggen in een vissersbootje zijn de vissoorten erg klein van formaat. In het meer zitten nijlpaarden, maar die zagen we niet.

Vervolgens fietsten we door een wijkje. onze gids legde uit dat er in de loop der tijd anders gebouwd wordt: eerst gebruikten alle stammen leem en takken bij het bouwen van hun woningen, maar dit werden, bij de meeste stammen, gaandeweg zelfgemaakte en later gefabriceerde bakstenen. Er werd ook uitgelegd waarom de oude, vervallen bouwsels steeds blijven staan. De oudere woningen worden niet afgebroken en opgeruimd om de aanwezige zielen van de voorouders die in die eerdere huizen gewoond hebben niet te verstoren... alweer een vraagstuk van ons, over het waarom er zoveel bouwsels op een stuk grond blijven staan, opgelost.

De vruchtbare streek heeft grote rijstvelden die goed geïrrigeerd kunnen worden door het vele rivierwater vanuit de riftvallei, die in de buurt ligt. Er worden diverse soorten rijst gekweekt in Tanzania, maar in deze regio wordt enkel witte rijst verbouwd. We reden tussen de rijstvelden en zagen vele boeren en boerinnen er hard werken, voor vaak magere inkomsten, werd ons verteld.

In de omgeving worden verder verschillende soorten groenten en fruit verbouwd. Deze wordt verkocht op verschillende marktplaatsen. We bezochten één markt, waar we uitleg kregen over verschillende zaken. We liepen er ook door de slagersgang. In heel Afrika (maar ook in andere warme landen) zagen we slagers al hun vleeswaar buiten hebben hangen. Het verschil met deze slagersgang was dat er geen stoffige weg langsliep en dat de prijzen vastgesteld waren. De klanten betaalden dus overal hetzelfde. Er werd ons bevestigd dat er geen koelcellen zijn voor het vlees. Onze gids zei dat het vlees er dagelijks volledig verkocht was en dat daardoor een koeling ook niet nodig was... tja... het vlees moet natuurlijk 'rijpen' alvorens het gegeten wordt...

Na het marktbezoek fietsten we naar een bananenbierbrouwerij. Het bier werd op dezelfde manier als Ine een week eerder zag, gemaakt, maar was afgeschermd van de toeristen. Ook Johan kon nu het bier proeven. Onze gids legde uit dat het geen goed bier was omdat het, bij het maken, te veel rook opgenomen had... en inderdaad, hetgeen we te proven kregen, smaakte vooral naar rook. Onze gids vertelde nog het verschil tussen bananenbier en -wijn. In feite is het net hetzelfde, maar heeft de wijn een hoger alcoholpercentage, als wijn in plaats van als bier. Het is ook helderder en duurder.

Als afsluiter van onze fietstocht bezochten we nog een bananenplantage. Hier zagen we enkele soorten bananenbomen en hun bloei. Bizar eigenlijk hoeveel soorten bananen er zijn... en hoe weinig wij er maar kennen!

Nadat we hetgeen aten dat we op konden uit onze, opnieuw overvolle, lunchbox (en de overschot aan anderen weggaven) reden we richting onze volgende bestemming. Over een barslechte gravel-/steenslag-"weg" reden we drie uur tot we aan het Natronmeer aankwamen. Onderweg reden we de Grote Riftvallei in door een hoge heuvelrij over te rijden. Nadien werd de omgeving vulkanisch: er lagen veel vulkanische assen, oude lavavelden en oude en slapende vulkanen. We zagen ook verschillende windhozen ontstaan, voorbij kolken en weer 'oplossen'... bijzondere omgeving!

Normaal gezien zouden we die nacht richting de top van vulkaan ol Doinyo Lengai, die we ook voorbijreden, wandelen. Deze vulkaan heeft aan de top een actief geothermisch veld met unieke lava. De lava die de vulkaan uitstoot heeft een hoog gehalte aan natrium- en kaliumcarbonaten. Daardoor is de temperatuur van de lava lager dan bij andere vulkanen, zo'n 500-600 graden Celsius (elders veelal 800-900 °C). In zonlicht lijkt deze lava een zwarte kleur te hebben in plaats van een rode. Ze is ook minder vloeibaar dan lava met veel silicaten... en dit was hetgeen, vooral Ine, persé wilde zien... maar gedurende wandeltochten die Ine tijdens haar week alleen deed, besefte ze dat ze te veel klachten, van o.a. hoogte, had om deze enorm steile berg van 2.960 meter te beklimmen. Tijdens de kennismaking met onze chauffeur Godsilent hadden we al doorgegeven deze tocht niet zouden gaan doen, maar andere activiteiten te willen gaan ondernemen.

... aan de oude lavavelden zag je trouwens dat die lava van de ol Doinyo Lengai anders is dan andere: het stollingsgesteente wordt carbonatiet genoemd. Nadat de lava gestold is, blijft deze niet zwart, maar kleurt ze grijs. Het lavagesteente verweert ook sneller dan bij andere vulkanen. Dit maakt dat de lavavelden veel 'gladder' zijn...

Die bijna perfecte kegel ol Doinyo Lengai betekent, in het Maasai, "berg van God". De Maasai ziet de berg als heilige plaats, waar hun oppergod, Enkai, woont. Ze brengen er bijvoorbeeld offers voor deze god.

Alvorens naar onze lodge te rijden, maakten we kennis met onze plaatselijke gids. Hij zou ons, in plaats van het beklimmen van de vulkaan, 's anderendaags meenemen naar het Natronmeer, naar historische voetafdrukken en een waterval.

Onze lodge, voor één nacht, had zowel uitzicht op de ol Dionyo Lengai als op het zoute Natronmeer. Onze kamer was opnieuw vrij luxueus en groot met een grote badkamer. Omdat het echt wel erg warm was in deze regio gingen we eerst douchen. En terwijl Ine onder de douche stond, viel de stroom uit... en die bleef een hele poos weg... gelukkig was er een zaklamp om in het donker naar en van het restaurant te gaan.

13 oktober 2026

Afgelopen 30 september

Op onze twaalfde dag van onze Tanzaniareis waren we vroeg uit de veren. Veel stond er niet op de planning, maar het werd wel een 'drukke' dag. We deden een lange 'gamedrive' in Tarangire National Park en nadien reden we naar onze volgende slaapplek, op 50 km van het park. Naast de vreselijk irritante dazen, kregen we opnieuw heel wat wilde dieren te zien.

Dat er véél olifanten in dit nationaal park leven, werd nu wel duidelijk. We zagen er echt veel, maar allemaal maar in kleine groepjes van vrouwtjes met jongen of solitaire stieren. Verder zagen we (als we niks vergeten zijn) gnoes, dikdiks, leeuwen en welpen, zebra's, waterbokken, reigers, buffels, bavianen, vervetaapjes, hoornvogels, ibissen, flamingo's, giraffen, impala's, hyena's, wrattenzwijnen, hartenbeesten, thomsongazelles, pelikanen, dwergmangoesten, koedoes, struisvogels, zeearenden, een maraboe, vele vogeltjes en een jachtluipaard (met enorm veel safari-jeeps).

Het was al na vijven toen we bij ons volgende slaapplek terecht kwamen. Daar werden we uitgenodigd voor een, gezien de tijd, korte natuurwandeling met zonsondergang (18:13 uur). Ons kamp werd uitgebaat door een Maasaigemeenschap. Ine had dus al een natuurwandeling door de stam zijn, typisch woongebied gehad, maar ze was erg blij met déze wandeling. Ze was dit sowieso omdat Johan dit dan ook meemaakte, maar ook omdat ze tijdens deze kortere tocht meer leerde van alle verschillende bomen, veelal verschillende soorten acacia's, en hun medicinale toepassingen dan toen ze in de vorige Maasailodge een natuurwandeling deed.

Nog even voor de zon effectief onderging, bereikten we de top van een heuveltje. Dit had een erg mooi en panoramisch uitzicht over het Manyara-meer en de bergen van de nabijgelegen riftvallei/Grote Slenk. Tijdens een hapje en een drankje vertelde de Maasaikrijger (= Moran) dat hij op school veel geleerd had over duurzaamheid. Hij vertelde dat hij in zijn gemeenschap ijvert om, zonder verlies van hun cultuur, grasvelden aan te leggen om hun kuddes koeien, schapen en geiten te laten grazen, maar ook om minder dieren te kopen, maar net dierenrassen aan te schaffen die meer melk en vlees opbrachten. Hij had immers geleerd dat je beter goed gevoede, gezonde dieren hebt, dan grote hoeveelheden uitgemergelde dieren... interessant gesprek!

12 oktober 2026

Dag 11 : naar Tarangire National Park

Op dinsdag 29 september '26 startte het tweede gedeelte van onze reis door Tanzania, namelijk het twaalfdagen durende "Tanzania Explorer XL". Dit was het gedeelte van onze reis dat we samen ondernamen.

Zoals met onze chauffeur Godsilent afgesproken, stonden we netjes om 8u klaar om in te stappen in zijn jeep. We moesten zo'n 200 km rijden, waarvan, gelukkig, het grootste gedeelte op een asfaltweg. Omdat we door het drukke en grote Arusha moesten rijden, er verschillende wegenwerken waren onderweg (met nog veel handenarbeid) en we enkele keren stopten, deden we er 5,5 uur over om bij onze bestemming uit te komen. Die bestemming was de hoofdtoegangspoort van het Tarangire National Park. Hier aten we eerst onze 'lunchbox' alvorens het park binnen te rijden.

Het landschap van het Tarangire NP bestaat uit granieten heuvelruggen, een riviervallei en moerassen. De vegetatie is een mengeling van acacia- en struikwilgenbos, seizoensgebonden overstroomd grasland en baobab-bomen. Deze vegetatie is ideaal voor olifanten, al zagen we er tijdens deze eerste kennismaking met het park niet zo heel veel. Qua andere wilde dieren kregen we al best veel te zien! We zagen olifanten, giraffen, impala's, gnoes, zebra's, elanden, waterbokken, dik diks, bavianen, struisvogels, adelaars, verschillende hoorn- en andere vogels, buffels en een duttende leeuwin in een boom. Al die dieren brachten héél veel ferm en pijnlijk stekende dazen met zich mee... een diersoort die we minder op prijs stelden! Ze staken los door onze kleren door. Onze chauffeur had wel koeienstaarten voorzien om de beestjes van ons af te slaan... maar ook dat hielp niet genoeg om de beesten tegen te houden met steken.

Pas rond 18u, een kwartiertje vóór zonsondergang, kwamen we aan aan ons kamp. Het werd een tentenkamp genoemd, maar in feite waren het stevige constructies met tentenstof-wanden... nog luxueuzer dan "glamping" dus. We hadden op voorhand moeten afspreken om hoe laat we zouden gaan avondeten. Dit was natuurlijk handig om weten voor het keukenpersoneel, maar het was vooral om ons te komen oppikken aan onze 'tent' om ons naar het restaurant te brengen. Aangezien we midden in het nationaal park overnachtten, konden er allerlei dieren rondlopen en mochten we niet alleen rondlopen in het kamp.

Doordat de zon onder was, waren er gelukkig geen dazen meer om ons lastig te vallen op het terras waar we aten. Er waren natuurlijk wel muggen... en omdat we maar op een hoogte van zo'n 1.000 meter boven zeeniveau verbleven (malariamuggen komen tot op zo'n 1.500 m voor), was het insmeren met DEET 50% absoluut nodig.
Na het avondeten werden we weer netjes afgezet aan onze 'tent' en sliepen we heerlijk onder het muskietennet in onze 'tent'.

11 oktober 2026

Terug samen!

Op maandag 28 september ’26 kon Ine uitslapen. Ze zou immers pas rond half 11 haar transfer naar een andere lodge in Moshi hebben. Uitchecken kon tot 10 à 11 uur werd Ine gezegd, dus ware het niet dat Ine veel te vroeg wakker was, dan had ze kunnen uitslapen…

Ine had zich iets voor tienen al laten uitchecken en was in één van de salons van de lodge gaan zitten om op haar transfer te wachten… en die was veel te vroeg… Om 10u zat Ine al in de auto richting de Chanya lodge. In deze lodge had Johan de dag voor zijn vertrek naar de Kilimanjaro geslapen. Hij zou er later op de dag ook weer aankomen.



Johan had laten weten, toen hij nog even ergens wat internet had, dat de groep, vanwege het trage tempo van de drie dames, rond 15 à 16 uur aan zou komen aan de Chanya lodge… maar Johan en één van de dames hadden twee uur moeten wachten op de andere twee dames aan de gate. Het werd uiteindelijk 18:15 uur dat we elkaar weer terugzagen… en het vertellen over ieders onze avonturen van de week voordien kon starten!

Na een goede douche, waar Johan heel veel nood aan had, maakten we kennis met Godsilent, onze chauffeur/gids van de periode nadien.

10 oktober 2026

Dag 9: Materuni waterval & Moshi

Op zondag 27 september ’26 waren we 9 dagen in Tanzania. Johan was al van voor middernacht wakker en onderweg naar Uhuru Peak. Ine ging voor de laatste keer alleen op uitstap. Hiervoor reed ze opnieuw richting de Kilimanjaro. Deze die dag, in de vroege, ochtend nog eens wolkenvrij. Ine kreeg zo een mooi en goed zicht op de hele berg met zijn huidige twee overgebleven kraters, waarvan de hoogste Uhuru Peak bevat. Ine haar chauffeur vertelde dat de andere krater ook te beklimmen is, maar dat er dan met touwen en pikhouwelen geklommen moet worden… en dat je niet mag vertrekken als je de verklaring dat je op eigen verantwoordelijkheid, met gevaar voor eigen leven de tocht onderneemt, niet ondertekend hebt.

Aangekomen in het dorpje Materuni werden we bij het registratiepunt opgewacht door Ine haar wandelgids. Hij vertelde dat hij eerst met Ine naar de Materuni waterval zou wandelen en we nadien naar een koffieplantage zouden gaan, waar we ook zouden lunchen.

Bij het vertrek van de wandeling, rond 9u, grapte Ine dat ze Johan kon zien lopen op de top van de Kilimanjaro. Dit was meteen ook de laatste blik die Ine kreeg op die berg: nadien daalden we af en gingen we doorheen de bossen tegen de flank van de bergen.

Ine wandelde op 1500 meter hoogte, ter hoogte van het regenwoudgebied aan de voet van de Kilimanjaro. De kleiige ondergrond was vochtig, maar niet modderig. Ine haar wandelgids vertelde dat het niet echt meer geregend had tot twee weken voordien, maar dat de vaak laaghangende wolken het vochtig hielden. Onderweg wees hij Ine wat soorten vegetatie aan: bananenbomen, koffiestruiken, passievruchten enz. Er lagen ook enkele ‘akkers’ met groenten tegen de hellingen aan aangelegd.

De Materuniwaterval was, ondanks de begroeiing, best al van ver te zien. De waterval is een 80-tal meters hoog. Aangezien Ine er aan het einde van het ‘droogseizoen’ was, kon ze tot aan de voet van de waterval geraken, niet dat dat betekende dat er maar een smal straaltje water naar beneden donderde.

Nadat Ine weer langs dezelfde route terug naar boven wandelde, was op de plek waar ze een klein uurtje eerder de Kilimanjaro nog zonder wolkje kon zien liggen, een dik pak wolken opgedoken. En van die Kilimanjaro was niks meer te zien en dat bleef de rest van de dag zo.

In Materuni en de andere hellingen van de Kilimanjaro wonen vooral mensen van de Chagga stam. Hun grondgebied is vruchtbaar vanwege de vulkanische ondergrond. Ze telen er bananen, koffie, yam, maïs en andere groenten. Bananenbomen bieden meerdere keren per jaar bananen om te verkopen, maar bieden ook noodzakelijke schaduw voor de koffieplantages. Na haar wandeling werd Ine naar zo’n plantage gebracht.

Ondanks dat Ine op Jamaica al naar koffieplantages geweest is, leerde tijdens dit bezoek veel bij. Alle stappen van het hele proces van plant tot en met gemalen koffie werd uitgelegd en getoond… bij dat laatste moest Ine ook mee doen, terwijl de Chaggamensen zongen tijdens het werk.

Na de lunch, van traditionele gerechten, werd Ine terug naar haar lodge in Moshi gebracht. Ze nam afscheid van haar chauffeur… van wie ze de moeilijke naam echt niet meer kan herinneren, maar die Ine op een aangename manier acht dagen lang rondreed.

29 september 2026

Afrika Amini Alama in Momella (dag 7)

Na het ontbijt vertrok Ine met een gids vanuit de Hillside Lodge de heuvel af, naar het dorpje Momella. Gedurende de hele ochtend ging ze langs verschillende projecten die mee ondersteund worden door de ngo Africa Amini Alama.

Het eerste project dat Ine bezocht was de “KinderVilla”. Het wordt een weeshuis voor jongens en meisjes genoemd, maar in de meeste gevallen zijn de kinderen die er verblijven geen wezen. Vaak gaat het over kinderen waarvan er geen vader is. De moeders van deze kinderen hebben het, omdat dit een schande is, vaak moeilijk om aan te sluiten bij de anderen. Doordat ze alleen zijn, kunnen ze niet werken omdat ze dan niet voor hun kind(eren) kunnen zorgen. Dit maakt dat ze arm zijn, maar deze situatie zelf moeilijk kunnen veranderen. In zulke gevallen hebt de ngo. Deze kinderen (en echte wezen) kunnen met gratis kost en inwoon in KinderVilla verblijven. Op deze manier kunnen de moeders wel gaan werken en zich uit armoede werken. De moeders kunnen bij hun kinderen op bezoek komen en helpen mee met activiteiten en bv. de was van hun kind.

Op het moment van Ine haar bezoek waren er, op twee na, geen kinderen aanwezig. Die waren allemaal naar school in het dorp.

Ine kreeg te zien waar de kinderen samen aten en speelden en waar ze sliepen. De kinderen liggen, in stapelbedden, in een kamer met leeftijdsgenootjes. Er is een jongers- en een meisjesblok. In de grote tuin stonden speeltuigen onder twee grote bomen.

Vanuit KinderVilla wandelde Ine met haar gids naar de polikliniek van de ngo. In deze polikliniek ligt de focus op preventieve geneeskunde, natuurgeneeskunde en kinétherapie. Er werkt ook een tandarts en er worden (eenvoudige) wondverzorgingen gedaan. Dit is allemaal gratis. Hun inkomsten worden gehaald uit de ngo, sponsors en giften. De gebruikte medicijnen, zowel reguliere als homeopatische, zijn betalend. De kruiden voor de homeopatische medicijnen worden in eigen tuin gekweekt en gedroogd, vermalen en verwerkt in de kliniek.

Eén van de artsen die in de kliniek werkt, is één van de oprichters van de ngo Africa Amini Alama. Zij is arts en heeft zich daarnaast ook toegelegd op natuurgeneeskunde. De medicijnen worden door haar voorgeschreven. Als er in de kliniek geen passende behandeling mogelijk is, worden patiënten doorverwezen naar het ziekenhuis in het dorp.

De ngo heeft een speciaal programma voor zwangeren en jonge moeders. Zij worden tijdens hun zwangerschap in de kliniek opgevolgd met echo’s en andere onderzoeken die nodig zijn. Daarnaast krijgen ze vanuit de ngo kleedjes en wat spullen voor tijdens de eerste drie maanden van de baby. Voor de moeders wordt een pakket voorzien met materiaal dat ze na hun bevalling kunnen gebruiken. Bevallen dien ze in het ziekenhuis, maar als ze daar dit pakket moeten kopen, kost dit erg veel, maar is dit wel noodzakelijk om infecties te voorkomen.

Het derde project dat Ine bezocht was de middelbare school voor duurzaam toerisme. Ditmaal kreeg ze een hele andere rondleiding met weer meer informatie gericht op de opleiding zelf.

In basisschool Worseg Vision English Medium Academy is ook de ondersteuning van de ngo zichtbaar. Er zijn drie jaren ‘kleuterklas’ die volgens de Montessori-methode. Deze is gebaseerd op de natuurlijke drang van kinderen om te willen leren en sterk van elkaar leren. Er wordt voor iedereen ’s middags een gezonde maaltijd voorzien. Door ook die kleuterklassen, met lunch, aan te bieden, zorgt men ervoor dat kinderen al jong naar school gaan, meer kansen hebben voor hun toekomst en gezonder zijn.

Ine werd door de helft van de drie kleuterklassen onthaald. Ieder kind moest even aan haar vel voelen en toen één van de kinderen haar horloge ontdekte en hoorde dat het tikt, werd het allemaal even te wild… hahahahaha… dit maakte wel dat ze allemaal heel gedreven waren om aan Ine te laten zien wat ze allemaal al geleerd hadden. Door spelenderwijs met allerlei verschillende vormen van leren steeds bezig te zijn, hadden ze al stappen richting kunnen lezen (tweede leerjaar) gezet… een luipaard aanduiden op de dierenkaart was wel een moeilijke… grappig dat ze met een vijftal gingen zoeken wat het dan wel was…en uiteindelijk eentje ging aanduiden waar de krokodil stond… zo! opgelost.

Het naaiatelier waar Ine twee dagen voordien al was geweest stond daarna op het programma. Er zaten nu meer naaisters en ook leerlingen. Deze leerlingen deden een opleiding van twee jaar, na hun middelbare school, om naaister te worden. Hun klaslokaal hing vol met foto’s en patronen van allerlei traditionele Afrikaanse kledingstukken, met wel tien verschillende mouwen voor damesbloezen/-jurken alleen al.

De dames in het atelier hebben er hun eigen zaakje en maken spullen om te koop aan te bieden. Ine wist precies wat ze wilde… maar daarvan bleek de rits kapot. Het werd dus een tasje met haar tweede keuze aan stoffenmotief.

Het laatste bezoek van de ochtend bracht Ine aan het lunchrestaurant van Africa Amini Alama. Ze kreeg er haar lunch opgediend door leerlingen van de toerismeschool. Hierbij zaten we onder de grote vijgenboom die in het logo van de ngo staat… met zicht op Kilimanjaro, opnieuw achter de wolken.

Africa Amini Alama heeft nóg projecten in regio West-Kilimanjaro, maar we hielden het op de meeste van in Momella.

Het was vrijdag, dus dan kon Ine ook nog naar de wekelijkse markt gaan. Deze markt is een belangrijke markt voor de hele regio omdat daar mensen van ver en dichtbij, van zowel de Wameru als de Maasai aan elkaar kunnen verkopen en levensmiddelen in kunnen kopen. Ine had geen zin om daar heen te gaan. Tijdens vorige reizen hebben we al heel vaak dergelijke markten bezocht.

Dus wandelde Ine samen met haar gids weer de heuvel op om terug naar Hillside Retreat (ook van ngo, net als de Original Maasai lodge) te gaan. De vijf uur dat Ine van haar ‘huis’ was geweest waren erg boeiend, verrijkend maar ook vermoeiend geweest.