Vanuit ons tentenkamp in het midden van het Serengeti Nationaal Park vertrokken we op dinsdagochtend 6 oktober '26 voor de laatste keer op gamedrive in de Serengeti. Blijkbaar deden er geruchten over de aanwezigheid van tseetseevliegen de ronde want het dak van de jeep kon pas open van zodra we onder de bomen van de lodge weg waren... maar later stonden we ook stil onder bomen en hadden we wel het dak open... net zoals de malariamuggen, zijn die tseetseevliegen er gewoon in Tanzania (en Afrika), maar geeft niet iedere muggensteek malaria en geeft niet iedere vliegenbeet de slaapziekte... we waren ook steeds goed ingesmeerd met DEET, maar die beestjes vinden toch net het plekje waar je wat miste of minder smeerde... als we het dan toch over bijters hebben: dazen trekken zich helemaal niks aan van DEET!
Tijdens de laatste uren die we in het nationaal park rond reden, kregen we weer veel leeuwen (16) te zien. Daarnaast zagen we buffels, zebra's, gnoes, giraffen, wrattenzwijnen, mangoesten, een klipspringer, thomsongazelles, koritrappen, impala's, topi's, een uil, zes hyena's, een nijlpaard, een rotsklipdas en weer heel veel vogeltjes.
Op twee verschillende plaatsen, leek het erop dat er een dier gedood ging worden door de aanwezige leeuwen. Gezien de tijd, maar zeker ook aangezien het heel lang kan duren vooraleer die leeuwen effectief eens overgaan tot het doden van een dier, reden we er van weg. Ine vraagt zich ook af of ze zo'n slachtpartij eigenlijk wel wil zien... voor ons heeft het in ieder geval geen meerwaarde. Het is voor ons geen gemis dat we, tijdens al onze safari's die we al deden, nog nooit een slachting zagen.Hoe verder naar het zuiden we reden, hoe vlakker het werd en hoe minder bomen of struiken er stonden. Er stond enkel gras. Het gras was dor en droog, maar tegen dat de gnoes en zebra's terug hierheen gaan komen, na de regen, zal het er volop groen zijn, hebben zij volop uitzicht over de vlaktes om roofdieren goed te zien en zullen die roofdieren, vanwege het hoge gras, hun pasgeboren kalfjes niet eenvoudig zien.
Maar een kwartier voor het aflopen van onze vergunning, dus om 12u, reden we de Naabi poort uit. Deze poort wordt gezien als de hoofdpoort en wordt door de meeste toeristen gebruikt. Dit was meteen duidelijk toen we er waren: de ene safari-jeep na de andere, echt tientallen zowel aan de ene als aan de andere kant. Aan die poort is het de bedoeling dat je meteen ook een toegangsvergunning voor Ngorongoro Conservation Area, dat meteen aansluit op het grondgebied van de Serengeti, aankoopt. Om voor 's anderendaags de geldigheid van de 12uurs-vergunning te 'rekken', sprak onze chauffeur er af na onze lunch terug te komen om die vergunning aan te kopen... weer een klein uurtje gewonnen voor de dag nadien!
Zoals beloofd ging onze chauffeur een vergunning kopen voor het Beschermd gebied Ngorongoro. Het duurde, na het verlaten van die Naabi poort, wel nog enkele kilometers vooraleer de Serengeti effectief overging in het domein van Ngorongoro... en ook daar moest de chauffeur stoppen om zijn vergunning te laten zien.Naarmate we meer dorre vlaktes voorbijreden, kwam er stilletjes aan toch weer een struik en een acaciaboompje bij. Ook kwamen we, hoe verder we beschermd gebied Ngorongoro inreden, steeds meer Maasai met hun kuddes en meer Maasaidorpen tegen. Onze chauffeur vertelde dat enkel de Maasai stam mag wonen in het Ngorongorogebied.
In de omgeving lagen er steeds meer heuvels en uitgedoofde vulkanen. Wij gingen ook hoger en hoger rijden. Zo kwamen we terecht op de kraterwand van de Ngorongorokrater.
Deze Ngorongorokrater is de grootste intacte caldera (ingestorte vulkaankegel) ter wereld. Hij bevindt zich op 2200 meter boven zeespiegel. Deze vulkaanresten zijn vermoedelijk 2-3 miljoen jaar geleden ontstaan uit een vulkaan die zo'n vijf kilometer hoog geweest moet zijn.De krater heeft een diameter van 17-21 kilometer en de kraterbodem een oppervlak van ca. 260 vierkante kilometer. De rand van de krater ligt ongeveer 600 meter boven de kraterbodem. Daardoor ontstaan verschillende klimaatzones in de krater. Verder ligt in het midden van de krater een zoutmeer. Ook zijn er zoetwaterstromen en is het gras er best groen.
De hoge kraterwand schermt het gebied in de krater grotendeels af tegen de toevallige migratie van de dieren. Dit maakt het een van de dichtstbevolkte wildgebieden ter wereld... maar giraffen vindt men niet in de krater. Er zijn namelijk geen acacia's beneden, maar ook hun lange nek en lange poten maken dat zij de steile afdaling naar de bodem van de krater niet maken. Ook krokodillen, impala's, topi's en oribi's komen niet voor in de krater.Boven op de kraterwand, langs een iets minder steile helling, zagen we wel nog drie giraffen eten van een acacia. Doordat er 's morgens steeds, maar vaak de hele dag, vochtige wolken over de kraterrand hangen, is de zonnige kant van de krater erg groen. Het is er een tropisch regenwoud.
Vanuit twee uitkijkpunten keken we de krater in: het leek op een enorme kom met bruin en groen... beetje vreemd zicht, eigenlijk.
Zoals alle lodges en tentenkampen lag dat van ons ook bovenop op de kraterwand. Doordat het aan de hele andere kant lag als waar we de rand op waren gereden, en de weg natuurlijk weer erg slecht was, duurde het lang vooraleer we er waren.
Het tentenkamp lag ideaal voor de ochtend nadien, als we een gamedrive zouden gaan doen: het lag erg dicht bij een toegangspoort naar beneden, de krater in. Ditmaal had het tentenkamp ook echt tenten. We kregen een tent toegewezen: via een voortent van horrengaas gingen we een grote slaapkamer in en achteraan de tent lag de badkamer met afgescheiden onderdelen voor toilet, douche en wastafel. Op het bed lagen verschillende dikke dekens en de medewerker die ons naar onze tent bracht zei dat er ook nog warmwaterkruiken gebracht zouden worden... het zou inderdaad koud worden die nacht!