Filmpje "wandeling Sahara", over het bijzondere stappen van de dromedarissen & Filmpje "Pain de sable"
Johan en Ine
... wat ons bezig houdt, verbaast en blij verrast, wat we doen en misschien ook wat we laten ...
24 maart 2026
Beetje meer Tunesië...
23 maart 2026
Dag 8/8 : Houmt Souk - Thuis
Op zaterdag 14 maart '26 waren we 's nachts nog wakker geworden door een onweer en een tierende nachtwaker... of er iets ging vliegen, iets onder water liep of ... geen idee, maar we hoorden het donderen, fel regenen en het heen en weer rennen van mensen in het hotel...
Onderweg naar de luchthaven stonden verschillende gedeeltes van de weg onder water... er zal dan ook geen rekening gehouden zijn bij de wegenaanleg met afwatering of dergelijke. Het was wel druk onderweg: op deze zaterdagochtend gingen mensen naar hun werk, boodschappen doen en de kinderen een halve dag naar school... te voet, met de scooter, brommer of auto...
22 maart 2026
Sahara - Douz - Houmt Souk (dag 7)
Na het eten werd alles weer opgeruimd. We braken onze tent voor de tweede, maar laatste keer af... en toen zag Ine, van onder het grondzeil van de tent, weer een groenig schorpioentje. Ditmaal zag Johan het ook... en onze kok prikte het beestje meteen met een stokje doormidden... Het ging allemaal zo snel dat we geen foto hebben van dit exemplaar... In onze tent hadden we geen gevaar voor het beestje: het beestje kon niet door het grondzeil en we sliepen op dikke matjes... we hadden er natuurlijk wel 's nachts, met enkel onze hoofdlamp op, mogelijk mee in aanraking kunnen komen... en de steken van deze rakkers zijn, zonder meteen een antigif, dodelijk... maar dat gebeurde niet... en die slang tegenkomen waar Ine op voorhand zo bang voor was, heeft haar ook niet gedood... we hebben er zelfs geen enkele gezien tijdens onze reis... waarschijnlijk was het daar ook net iets te fris voor, al zei de kok dat hij er ééntje gezien had.
Rond 8:45 uur waren we, voor de laatste keer, weer onderweg met 'onze' dromedarissen en begeleiders. Doordat er, anders dan de twee dagen voordien, geen wind was, was het al snel erg warm! en dan zal het waarschijnljk niet eens veel boven 20° geweest zijn... onze begeleiders, die niet zoals ons konden drinken vanwege ramadan, moeten afgezien hebben... al zullen zij het niet bepaald warm gevonden hebben...Ditmaal zagen we onderweg meer dan zand, woestijnroos, plantjes ed. We zagen, op een honderdtal meters, enkele (plastieken) "tentenkampen" en kuddes van herders die enkele maanden in de woestijn wonen en dan weer een tijdje terug naar vrouw en kinderen gaan in een oase als bv. de stad Douz, kregen we te horen. We kwamen ook één van hen tegen die, zo vermoeden we, aan zijn tas te zien, ging controleren wat er in de gelegde strikken terecht was gekomen... we zagen eerder al zulke strikken ook op verschillende plaatsen, achteloos, liggen... net als lege, uitgebrande, blikken. Etensresten worden voor de dieren achtergelaten en afval wordt opgebrand, maar blik laten ze liggen... terwijl dat helemaal niet vergaat... :-(
We kwamen ook enkele "vrije" dromedarissen tegen. In het Saharamuseum hadden we, twee dagen voordien, gehoord dat dromedarissen niet steeds 'thuis' gehouden werden, maar in de woestijn 'los' worden gelaten. Doordat de dieren gebrandmerkt worden op hun achterbeen, weet men wie de eigenaar is en doordat de dieren na enkele dagen sowieso naar een waterpunt gaan, weet men ook waar ze rondhangen en wat hun gezondheidstoestand is... Rijken hebben meer dan een 500-tal dromedarissen, zei men ons in het museum... 's middags, onderweg terug naar Djerba, kwamen we ook verschillende groepjes en groepen "vrije" dromedarissen tegen langs en op de weg.Na zo'n 6,5 km wandelen op iets minder dan twee uur tijd zagen we een echte bedoeïenentent liggen. Dit bleek de eindbestemming van onze wandeltocht te zijn. Er werd verteld dat de tent eigendom was van de familie van onze dromedarisdrijver, net als iedereen die in die omgeving woont (van afkomst) Bedoeïene. De tent werd nog door de familie gebruikt voor uitjes en weekendjes-weg. We namen er plaats in, op een kussen op de grond.Het tentzeil was oud en versleten en was op verschillende plaatsen hersteld. Ook van in het Saharamuseum wisten we dat dit tentzeil van banden geweven geitenhaar gemaakt is. Het aantal banden dat een tent groot is, was in het verleden hetzelfde aantal als het aantal gezinsleden. De tenten werden dus groter als het gezin groter werd. Dit soort tentzeilen maken, was specialisten werd en nam veel tijd in beslag. Het feit dat gesponnen geitenhaar gebruikt werd, maakte het waterdicht. Iedere band wordt, met een dikke horizontale tak, strak getrokken en met (nu metalen, vroeger houten) stokken in de woestijngrond vastgezet. Zo'n bedoeïenentent staat dus zeker stevig. Ze werd ook voor enkele maanden / weken opgezet en pas daarna weer afgebroken, om vervolgens weer elders opgezet te worden.
Terwijl onze dromedarisdrijver één van de dromedarissen naar zijn kudde bracht, maakte onze kok ons een laatste lunch. De overgebleven dromedarissen, degene die sowieso een muilkorf tijdens het wandelen droeg, was hoorbaar boos. Hij gromde bijna constant keelgeluiden. Dromedarissen zijn kuddedieren en zijn dus niet graag alleen, maar dit dier wist, doordat de andere weggebracht werd naar de kudde, dat hij nog moest werken... Hij moest wel niet zo veel meer dragen als 's ochtends. Onze chauffeur werd ondertussen gebeld en toen hij er was met zijn jeep, werd deze ingeladen met onze spullen en allerlei spullen die de dromedarissen de dagen voordien steeds gedragen hadden. We namen afscheid van onze dromedarisdrijver en van de Sahara en reden, samen met onze kok (de broer van onze chauffeur) naar het depot van 'Agence Alyssa' waarmee we in Tunesië de hele reis ondernamen... en wat waren we blij dat we, na onze tijd in de woestijn, op de achterbank van de jeep konden zitten... terug zitten met een rugleuning en met onze voeten lager dan de rest van ons lijf... :-DAlvorens Douz te verlaten ging Ine nog (véél) Tunesisch zoets inslaan... zalabiya's, qarn al-ghazals, makroudhs en nog iets. Ine had zo veel gekocht dat ze twee bambalouni's gratis kreeg...Het zou vier uur duren vooraleer we van Douz naar ons hotel in Houmt Souk, op Djerba, gereden waren. Het was een dikke 200 km rijden en we moesten de overzetboot naar het eiland Djerba nemen.
Het eerste dat we deden toen we terug in ons hotel in Houmt Souk, Marhala hotel Djerba, kwamen was al dat zand van ons afdouchen en onze plakkerige haren wassen! Ine ging ook aan de slag met het herorganiseren van onze rugzakken, het enigszins zandvrij maken van schoenen, kleren, beschermdhoezen van onze rugzakken ed. We bleven verder in ons hotel, op de binnenplaats. Houmt Souk hadden we de zaterdag voordien verkend en we hadden geen zin om nog veel te doen... behalve op tijd te gaan slapen...
21 maart 2026
Rondwandeling in de Sahara (6/8)
Op Johan zijn 53e verjaardag, 12 maart '26, werden we wakker in de woestijn in de buurt van Douz in Tunesië. We hadden goed geslapen in ons tentje. Het was eerder warm dan koud geweest, vonden we. De wind was iets gaan liggen, maar was wel nog continu aanwezig die dag.
Nadat we ons opgefrist hadden en ontbeten hadden met vers 'pain de sable' en een omelet was het tijd om heel ons 'kamp' op te breken... en weer alles op de twee dromedarissen te leggen en hangen. Die hadden alweer heel de ochtend staan grazen, dus die waren goed volgegeten...Rond 9u vertrokken we dan op onze dagtocht door de woestijn Sahara. Het woestijnzand vormde niet overal duinen van losse zand. Gelukkig, omdat zo'n duinen moeilijk wandelen omdat je er tot aan je knieën in kan zakken, waren er ook veel 'hardere', vlakke stukken, die begroeid waren met allerlei kleine struikjes, plantjes en bloemetjes... en ook gedeeltes met massa's woestijnrozen in wording door zand, vocht, wind, de mineralen gips en/of bariet in het aanwezige grondwater en verdamping. Al zijn die bijzondere woestijnrozen geen zuiver mineraal, maar in strikte zin ook geen gesteente... en natuurlijk hebben we er wat meegenomen als souvenir... en ja, we hebben eerst opgezocht of dit wel mocht.
We maken tijdens onze reizen dagelijks minstens één selfie. Als we alleen zijn maken we er ook waarop we helemaal, in plaats van enkel ons hoofd, opstaan... die zijn mooier. Tijdens onze reis hadden we er zo nog maar één gemaakt, namelijk tijdens de wandeling die we onder ons tweetjes deden. Ine was dan ook erg blij dat onze kok blijkbaar graag foto's van zijn gasten maakte... en we zo (erg veel) "selfies-met-de-benen", zoals we ze noemen, hebben van de dagen in de woestijn.
Tijdens het koken, zagen we een woestijnspringmuis die wel veel en terugkerende interesse in onze kampplaats (en het eten) had. Wat een bijzonder en gek diertje! Spijtig dat we er geen foto van hebben kunnen maken. Over foto's maken, gesproken... Ine haar cameraatje, dat al een dag steeds langzamer opende en sloot door het woestijnzand, gaf er die avond definitief de brui aan... Ine was sowieso van plan geweest om, na deze reis, een nieuw cameraatje te kopen, met meer inzoommogelijkheden, voor in Tanzania Het plan was dan dat Johan Ine haar cameraatje mee de Kilimanjaro op zou nemen in plaats van zijn grote camera... tja...
20 maart 2026
19 maart 2026
Dag 5 : Matmata - te voet van Tamezret naar Zeraoua - Douz - woestijn
Onze chauffeur stopte, gaf ons onze tussendoortjes (die we steevast bij de fooi van de kamermeisjes achterlieten vanwege véél te veel eten op een dag) en reed verder. We hadden deze wandeling geen begeleider bij ons, maar we moesten gewoon de (slechte) weg door de heuvels volgen tot het volgende dorp. We deden onze regenjasjes nog aan, maar kregen geen regen meer. Maar met de frisse windvlagen was dit ineens ook een 'warme' oplossing.
De weg die we wandelden, kronkelde zich door de heuvels van het Dahargebergte. Dit maakte het nog interessant en mooi. Achter iedere heuveltop dook steeds weer een nieuw panorama op aan volgende heuvels en dalen. De begroeiing bleef identiek als dat we de dagen voordien al zagen.Op een gegeven moment zagen we de jeep warin we reisden staan op een van de verdere heuvels... maar die reed dan weer verder. En hetzelfde gebeurde toen we het dorp in zicht kregen... we werden dus toch nog in het oog gehouden ;-)
We kregen eerst maar een gedeelte van Zeraoua in zicht. Een bocht verder verbaasden we ons over hoe groot het dorp was! En ook verbaasden we er opnieuw over hoe goed het dorp gecamofleerd lag tegen de berg. Qua bouwstijl was het berberdorp weer anders dan de andere dorpen, eerder dan Toujiane waar we de dag voordien doorreden. De woningen waren groter en léken niet zo zeer in de berg gebouwd te zijn.
Na 7 km en z'n twee uur na vertrek kwamen we bij onze jeep aan, die ondertussen weer wat verder het dorp ingereden was. We stapten nog niet in want de chauffeur zou ons op het einde van het dorp treffen, zei hij. Pas nadat hij verteld had dat er nog maar één familie met hun kudde schapen en geiten in het vervallen dorp woonde, reed hij verder. We zagen in de vervallen huizen ook verschillende geiten, zo van die grote met lange oren en lange haren, staan en in andere huizen, waar wel nog een dak op zat, zagen we de hooivoorraad liggen. Ook zagen we in een ander deel van het grote dorp een herder met een kudde geiten en schapen aan de waterput.We kwamen al snel weer de jeep tegen. De chauffeur was stenen van de weg aan het gooien en aan het verleggen... Er was een woning ingestort en die was op de weg door het dorp terecht gekomen. Johan ging helpen. Na een tijdje vroeg Johan of een andere weg nemen geen mogelijkheid was. De chauffeur legde uit dat dit kon, maar dat over die wegen rijden veel langer zou duren omdat die slecht waren. Als hij over het ingestorte huis geraakte, zouden we een veel betere en snellere route naar Douz hebben... wat nog, via die route nog 100 km rijden was...
Met het 'herleggen' van de keien en de instructies van Johan slaagde chauffeur er in om over het ingestorte huis te rijden... Dit was al de tweede vakantie op rij dat Johan zulke wegenwerken en hulp moest bieden: In Zuid-Cyprus had hij dit ook voor Ine moeten doen toen we een kerk in de middle of nowhere gingen bezoeken (blogbericht).Enfin, we verkenden Zeraoua verder. Het was echt een groot dorp! Spijtig dat iedereen er weggetrokken is... maar begrijpelijk ook natuurlijk... maar zo verdwijnt, net als in al de andere dorpen in het Dahargebergte, toch ook veel van de cultuur van de Berbers.
Nadat we terug plaatsnamen in de auto, die enkel een klein deukje opgelopen had volgens de chauffeur, verlieten we stilletjesaan de bergen en lieten we de Berbers achter ons. In eerste instantie reden we nog over een barslechte, kronkelige weg, maar nadien kwamen we op een grote, geasfalteerde weg terecht. De chauffeur reed er goed op door en trok zich niks aan van de verkeersborden met 70 op...
We reden de meest zuidelijke provincie van Tunesië uit en reden naar het noordwesten. Gaandeweg veranderde het landschap : het werd steeds vlakker en zanderiger... en zo kwamen we aan in Douz. Deze stad in een grote oase wordt "de toegangspoort tot de Sahara" genoemd... en in feite is dat ook echt zo want in de wijde omgeving zijn er geen grote steden meer tot aan de grens met Libië en Algerije.We reden volledig door het centrum van Douz. Net als in alle plaatsen waar we doorreden, lag het er een beetje troosteloos bij aangezien alle horeca-zaken gesloten zijn vanwege Ramadan. We stopten, vlka buiten het centrum, aan het Sahara Museum. In het museum werden we rondgeleid door een gids. Hij gaf ons uitleg over de cultuur van de Tunesische Bedoeïenen en het leven in de Tunesische woestijn. We kregen uitleg over de verschillende Bedoeïenenstammen, de dromedarissen, geneeskrachtige kruiden uit de woestijn, traditionele klederdracht, de bedeïenetenten enz. Interessant!
Om half 12 had de chauffeur ons al gevraagd of we honger hadden, maar toen hadden we gezegd van niet. Na het museumbezoek hadden we eigenlijk ook geen honger, maar we moesten nog eten, vond de chauffeur. Dat deden we op het vertrekpunt van onze tocht naar de woestijn. Onderweg er heen waren we onze kok en dromedarisdrijver met twee dromedarissen al tegengekomen. Zij waren ook al onderweg naar de vertrekplaats. De kok bleek de broer van onze chauffeur te zijn...Tegen dat we opnieuw overvol eten zaten, kwamen onze wandelgidsen van de komende drie dagen en twee nachten er ook aan. De drommedarissen hadden allebei al veel op hun rug geladen. Onze rugzakken gingen er nog bij op. We namen afscheid van onze chauffeur, die nu anderhalve dag vrijaf had, en gingen op pad in onze mini-karavaan steeds verder de woestijn in.
Het was een flink tempo dat onze dromedarissen en begeleiders aanhielden! We konden maar net volgen in de soms 'diepe' zandduinen. Bij een eerste rustpauze, Ine zal een rood hoofd gehad hebben, vroegen de begeleiders of ze geen sjaal had. En ja, die had Ine, voor het geval ze moskeeën binnen zou gaan. Omdat Ine totaal niet wist hoe ze de sjaal over haar hoofd en mond moest doen, kreeg ze hulp. De sjaal was veel te kort, maar de heren slaagden er toch in om een Bedoeïene van Ine te maken. Dat was best warm, maar de zand werd zo wel minder in haar mond geblazen... en uit beleefdheid hield Ine de doek nog op haar hoofd. Drinken deden we steeds stiekem zodat onze begeleiders het niet zouden zien... zij mochten immers niet drinken... en met die waaiende zand en het knarsentanden daardoor moet dat heel vervelend geweest zijn!
Bij een tweede rustpauze bleek dat de heren onder de indruk van ons tempo waren! We hadden dus beter een beetje minder ons best gedaan om te volgen! Hahahaha... Ze gaven aan dat ze, na deze stop, nog maar een klein beetje zouden wandelen en dan op zoek zouden gaan naar een slaapplek.Na in totaal twee uur en 8 km wandelen in de winderige woestijn was er een plek gevonden voor de nacht. De dromedarissen werden bevrijd van hun balast. De dromedaris die als tweede gelopen had, werd bevrijd van zijn muilkorf. Er werd uitgelegd dat deze nog vrij jong was en de andere zou bijten als hij de muilkorf niet droeg. Op zich leek hij er geen last van te hebben. Hij kon natuurlijk onderweg, zoals de eerste wel steeds deed, niet grazen. Vooraleer de dromedarissen losgelaten werden, kregen ze een touw rond hun twee voorste poten gebonden. Op deze manier konden ze nog wel langzaam rondstappen, maar konden ze niet weglopen. Tot vlak voor het avondeten konden de dieren zo grazen en hun eigen plan trekken, dan werden ze gehaald en gingen ze rusten.
Ondertussen zetten we ons iglotentje op en terwijl de heren aan de voorbereidingen van het avondeten startten, eerst door droge takken te gaan sprokkelen, richtte Ine de tent in. We hadden ieders een dikke mat gekregen en vier dikke, zware dekens. Die hadden ook op de dromedarissen gelegen en zaten dus onder het zand doordat het zo waaide... meteen lag er dus overal zand. Zelf hadden we, gelukkig, dunne thermische slaapzakjes bij. Dat maakte dat we toch niet rechtstreeks tussen die dekens met zand lagen.
Toen Ine zich bij de anderen voegde, stond al een soepje te pruttelen op een vuurtje en gingen de groenten en het lamsvlees er in een stoompot bovenop. Terwijl Johan gevraagd werd het vuur gaande te houden, werd nog meer hout gesprokkeld en werden de dromedarissen teruggehaald. De touw rond hun voorpoten werd strakker aangespannen, ze gingen zitten en bleven zitten... na eventjes ;-)Om 18:31 uur was de zon onder en was het iftar. Onze begeleiders waren zo gelukkig als kleine kinderen dat ze konden eten! Ze startten met (een oneven aantal) dadels en karnemelk met water. Ook wij deden mee. Daarna gingen ze verder met koken, wat vanwege de primitieve omstandigheden en het slechts éne vuurtje in episodes ging... alhoewel... terwijl de kok bezig was met het verder bereiden van het hoofdgerecht en nadien het voorgerecht, maakte de dromedarisbegeleider / kokhulpje het deeg voor het brood klaar. We hadden tijdens onze reis al gehoord over het "pain de sable", het zandbrood, maar zagen het nu echt: het deeg werd op een handdoek over een hoopje zand gelegd om het rond van vorm te maken maar door er ook een bolle/holle kant aan te maken. Er werden houtskooltjes van onder het kookvuur plat verspreid over het zand en daar werd het deeg opgelegd. Het deeg werd vervolgens ook bedekt met deze houtskooltjes. De warmte van het zand en de kooltjes maakte vervolgens dat het brood bakte. Door op het brood te tikken, hoorden ze of het al goed genoeg gebakken was om het brood om te draaien. Ook na het draaien gingen er weer warme houtskooltjes op het brood. Toen het brood overal "goed klonk" als er op getikt werd, werden de kooltjes en het zand er afgeklopt en was het brood klaar!
Ondertussen was de kok bezig geweest met de voorbereidingen voor het maken van ieders een "brik". Hiervoor had hij olie in een koekenpan gedaan en op het vuur gezet en een papje gemaakt van eieren, peterselie, een blikje tonijn, harissa en een gekookte aardappel. Een blad filodeeg plooide hij half en vervolgens in drie om middenin het 'papje' te doen. Dit legde hij in de hete olie en hij duwde de kantjes van het pakketje in de pan aan... heel eenvoudig en héél lekker... maar veel werk!
Nadat we onze brik en brood ophadden, was het tijd voor de soep en de hoofdmaaltijd, de gestoomde groenten, aardappelen en het lams... bwôôhhh, lekker maar veel!
Al snel na het eten, gingen we in onze tent lezen en slapen... wat een dag!
18 maart 2026
Afgelopen 10 maart
Vanuit ons grothotel wandelden we eerst van het nieuwe dorpscentrum weg. Al snel wandelden we langs een locatie met verlaten grotwoningen. Het interessante hieraan was dat we er, zonder iemand te storen, 'erop' konden. Dit maakte dat we ín een binnenplaats van een grotwoning konden kijken, in plaats van er enkel in binnen te gaan en op die manier te bekijken.
Ondertussen waren we al twee keer aangesproken. In andere dorpen was dit niet. Matmata was duidelijk wat meer toeristen gewoon. Als we gewild hadden, waren we naar een restaurant gebracht en waren we naar het museum ksar Matmata begeleid... maar naar dat laatste waren we sowieso onderweg en lag echt niet ver weg... Toen we aan het museum aankwamen, stapte een kerel van zijn brommertje en liep met ons mee naar binnen. Hij gaf wat uitleg over wat we zagen in de lange inkomgang. De inkomprijs, TND 10 (= € 2,95) moesten we betalen aan een dame die binnen zat... we hadden het kereltje dus meteen door... hij was geen 'gids'. Hij bleef praten, maar was even van zijn melk toen Ine vroeg of zijn diensten inbegrepen waren in de inkomprijs. Hij ontkende het niet, maar daarna probeerde hij ons een avondeten, of een tour voor de dag nadien aan te smeren... en uiteindelijk droop hij, zonder fooi, af... Hij had ons toch helemaal verkeerd ingeschat! Wij zijn geen domme toeristjes die overal zomaar intrappen! Hahahaha...
Het museum is een oude typische grotwoning van de regio. Vanuit een binnenkoer met waterput is toegang tot verschillende kamers. Er was één kamer die via een stenen trap te bereiken was. De verschillende (grote) kamers waren allemaal ingericht naar de functie die ze ooit hadden en met materiaal dat gebruikt werd. Zeker ook de olijfolie-opslagplaats met verschillende aarden karaffen en de gebruikte materialen van de deuren en deurstijlen (deels palmboomhout, deels olijfboomhout) waren interessant om zien. Toen we in de ontmoetingsruimte van de woning kwamen, kwam de dame van het museum ons thee en brood brengen... lekker!Vervolgens liepen we wel richting het stadscentrum, maar namen we een afslag eerder om bij het Sidi Idriss Hotel te geraken... toch wel een plek die je in Matmata gezien moet hebben... ook zoals wij, als niet Star Wars-fans.
17 maart 2026
Chenini - Guermassa - Ksar Hallouf (3/8)
Na ons ontbijt waren we weer helemaal klaar voor een volgende wandeltocht. Het had die nacht en ochtend van 9 maart '26 geregend en er hing mist tussen de Daharbergen. Het was best frisjes en er vielen af en toe nog druppels, maar tijdens de wandeling kregen we geen regen meer. Het was eigenlijk ideaal wandelweer!
Volgens onze vooraf gekregen reisbeschrijving zouden we via het dal van Chenini naar Guermessa/ Guermassa wandelen. Onze wandelgids had besloten dat we de nabijgelegen berg op gingen en via het bergplateau zouden wandelen, de route die de herders nemen.
Het was half 8 toen we aan onze wandeling startten. Bij het afdalen van het dorpscentrum passeerden we nog verschillende grotwoningen met daarbij hokken met schapen en geiten. De hokken waren een samenraapsel van allerlei platen, houten schutsels en roosters... we gingen terug in de tijd... Op onze weg naar beneden was een berber, in traditionele puntjas, bezig met het scheiden van de olijven van de blaadjes en takken. De olijven waren om te persen, de rest voor de dieren, legde de gids uit.Onderaan de berg die we op moesten, leek dit een zware beproeving. Onderweg viel dit erg goed mee. Dit kwam voornamelijk door het trage tempo dat de gids aanhield... tja, wij willen waarschijnlijk altijd veel te snel wandelen, terwijl die berbers daar niet mee bezig zijn... Het trage tempo maakte dat zelfs Ine, die niet goed kan 'klimmen', gewoon kon volgen én zelfs nog foto's kon maken van de verschillende bloemetjes die er tegen de helling stonden.
Het pad lag er best goed bij. Er waren maar weinig stukken waar er enkel losse stenen en keien lagen. Eens boven op de berg verliep onze wandeling glooiend. Afhankelijk van welke richting we uitwandelden - en of er hogere bergen lagen - hadden we wat last van windvlagen en -stoten. Dit maakte dat we onze truitjes echt wel nodig hadden bij het wandelen. En voor Ine, tijdens het rusten, was zelfs een extra truitje nodig.Hetgeen we onderweg zagen, verschilde niet veel van de dag voordien of van de kilometer ervoor, maar bleef interessant en bijzonder. Gaandeweg passeerden we opnieuw deels ommuurde stukken grond met daarin olijfbomen en wat palmbomen. De gids vertelde dat de olijven van deze bergen niet lekker waren om gewoon te eten. Ze zijn kleiner dan die van de grote olijfplantages aan de kust en worden, als ze al zwart zijn, pas geoogst. De olijfjes zitten boordevol olie in plaats van vruchtvlees, konden we zien.Deze ksar ligt bovenop een heuvel boven het huidige dorp Ksar Hallouf, dat in een oase tussen vele palmbomen ligt. In dit dorp overnachtten we die nacht in grothotel Dar Sana. Onze meerpersoonskamer lag weer in een grot met daarvóór ghorfa's.
16 maart 2026
Dag 2 : Djerba - Douiret - Chenini
We maakten een fotostop aan Sebkhat el Melah. Dit zoutmeer ligt niet ver van de Middellandse zee. Het is 150 km2 groot en ligt onder zeeniveau. Het meer bevindt zich in een verdampingsbassin. Af en toe infiltreert zeewater het waterbekken, waarbij opgeloste mineralen worden meegevoerd die later achterblijven als het water verdampt. Dit zoutmeer is zeker niet het véél grotere en meer naar het westen liggende Sjott el-Djerid.
Het landschap dat we onderweg te zien kregen, veranderde gaandeweg: van grote weilanden met olijfbomen, over vlakke 'leegtes' met kleine struikjes tot we de bergen van het Dahar-gebergte te zien kregen. In die bergen zouden we de volgende dagen wandelen en verblijven. In deze bergen wonen de Tunesische Berbers.
Berbers zijn de oorspronkelijke, inheemse bevolking van Noord-Afrika, wonend in landen als Marokko, Algerije, Tunesië en Libië, in de Egyptische oases van Siwa en Gara, in Mauritanië en in Mali. Ook de oorspronkelijke bewoners van de Canarische Eilanden, de Guanchen, worden tot de Berbers gerekend. Ze hebben een eigen taal, cultuur en tradities, en een geschiedenis die meer dan 15.000 jaar teruggaat in de regio.
Van aan de moskee moesten we nog een kleine afdaling en klim doen om onze eindbestemming, (ksar) Chenini, te bereiken. We hadden dan negen kilometer gewandeld... en deden er maar liefst vier uur over... inderdaad, dat heeft lang geduurd! De gids wandelde traag en liet ons vaak en vrij lang pauzeren... een les in geduld voor Johan ;-)
's Avonds konden we gaan eten in het restaurant van Kenza, iets lager in het dorp. We kregen brik, soep, couscous met kip en een appelsien en qarn al-ghazal, weer zo'n zoete, plakkerige lekkernij! Óók hier hadden we, net als de avond voordien, het gezelschap van enkele hongerige, miauwende katten onder onze tafel.