Al snel na het vertrek uit het Barranco kamp moeten alle wandelaars de Barranco-muur over. Deze "muur" is een 250 meter hoge steile heuvel van vulkanische oorsprong. Hij kan gewoon overgewandeld worden. Er is geen klimmateriaal voor nodig. Het is vooral klauteren en goed kijken waar je stapt. Het pad slingert omhoog via richels en korte rotsstukjes. Op een paar plekken loopt het pad dicht langs de rand en kijkt men de vallei in. Als het nodig is, wijzen de gidsen precies waar men best de voeten neerzet... en inderdaad, Johan trok goed zijn plan.
"Kissing Rock" of "Jiwe la Kubusu" is een bekend, smal stukje van de route. Hier moet men zich dicht tegen de rots aandrukken om langs te lopen. Om erlangs te komen, moeten de klimmers zich met beide handen aan de rots vasthouden en hun lichaam er tegenaan drukken alsof ze de rots omhelzen.
De beklimming duurt sowieso één à twee uren. Johan en zijn medeklimmers deden er langer over, al hadden de dames een betere dag.Die nacht overnachtte de groep in het Karanga kamp, op zo'n 4.000 meter hoogte. Het ligt al ver boven de wolken. De gletsjers van de Kilimanjaro zijn van vrij dichtbij te zien.
Deze dag moesten twee dragers eerst een uur naar beneden om water uit een riviertje te halen en dit water dan vervolgens naar het volgende kamp te brengen. Daar was immers geen water in de buurt. Deze twee zijn dus acht uur onderweg geweest! Een andere drager was deze dag in dit kamp aangekomen met nieuwe verse voedingsmiddelen. Hij was hier twee dagen mee onderweg geweest!
De dag was gestart met een warme thee en eindigde ook met iets warm... een hete warmwaterfles voor in de slaapzak, want 's avonds en 's nachts was het behoorlijk koud.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten