Zoals met onze chauffeur Godsilent afgesproken, stonden we netjes om 8u klaar om in te stappen in zijn jeep. We moesten zo'n 200 km rijden, waarvan, gelukkig, het grootste gedeelte op een asfaltweg. Omdat we door het drukke en grote Arusha moesten rijden, er verschillende wegenwerken waren onderweg (met nog veel handenarbeid) en we enkele keren stopten, deden we er 5,5 uur over om bij onze bestemming uit te komen. Die bestemming was de hoofdtoegangspoort van het Tarangire National Park. Hier aten we eerst onze 'lunchbox' alvorens het park binnen te rijden.
Het landschap van het Tarangire NP bestaat uit granieten heuvelruggen, een riviervallei en moerassen. De vegetatie is een mengeling van acacia- en struikwilgenbos, seizoensgebonden overstroomd grasland en baobab-bomen. Deze vegetatie is ideaal voor olifanten, al zagen we er tijdens deze eerste kennismaking met het park niet zo heel veel. Qua andere wilde dieren kregen we al best veel te zien! We zagen olifanten, giraffen, impala's, gnoes, zebra's, elanden, waterbokken, dik diks, bavianen, struisvogels, adelaars, verschillende hoorn- en andere vogels, buffels en een duttende leeuwin in een boom. Al die dieren brachten héél veel ferm en pijnlijk stekende dazen met zich mee... een diersoort die we minder op prijs stelden! Ze staken los door onze kleren door. Onze chauffeur had wel koeienstaarten voorzien om de beestjes van ons af te slaan... maar ook dat hielp niet genoeg om de beesten tegen te houden met steken.
Pas rond 18u, een kwartiertje vóór zonsondergang, kwamen we aan aan ons kamp. Het werd een tentenkamp genoemd, maar in feite waren het stevige constructies met tentenstof-wanden... nog luxueuzer dan "glamping" dus. We hadden op voorhand moeten afspreken om hoe laat we zouden gaan avondeten. Dit was natuurlijk handig om weten voor het keukenpersoneel, maar het was vooral om ons te komen oppikken aan onze 'tent' om ons naar het restaurant te brengen. Aangezien we midden in het nationaal park overnachtten, konden er allerlei dieren rondlopen en mochten we niet alleen rondlopen in het kamp.
Doordat de zon onder was, waren er gelukkig geen dazen meer om ons lastig te vallen op het terras waar we aten. Er waren natuurlijk wel muggen... en omdat we maar op een hoogte van zo'n 1.000 meter boven zeeniveau verbleven (malariamuggen komen tot op zo'n 1.500 m voor), was het insmeren met DEET 50% absoluut nodig.
Na het avondeten werden we weer netjes afgezet aan onze 'tent' en sliepen we heerlijk onder het muskietennet in onze 'tent'.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten