Vóór 1948 waren platen geen "LP's" maar grammofoonplaten. Ze waren gemaakt van schellac en draaiden met 78 toeren per minuut. Dat materiaal was kwetsbaar en de geluidskwaliteit had beperkingen. LP's waren gemaakt van vinyl en bood twee voordelen: duurzaamheid en een hogere kwaliteit.
Een LP is een 12-inch schijf die draait op 33⅓ toeren per minuut. Dankzij het fijne microgroefprofiel konden er plots veel langere opnames op één kant worden vastgelegd. Waar oudere grammofoonplaten doorgaans maar enkele minuten per kant boden, maakte de langspeelplaat voor het eerst volledige albums op één drager mogelijk.
Johan zijn LP-collectie telt ondertussen, zo ongeveer, 1.500 exemplaren, denkt hij...

Geen opmerkingen:
Een reactie posten