Vanuit Hörnum reden we naar Keitum. Keitum ligt ten noordoosten van Hörnum. Aan de chique winkels, hotels en gastenhuizen te zien is dit een plek waar wij, moesten we niet op weg zijn naar “Harhoog”, nooit terecht zijn gekomen en/of nooit gestopt zijn. “Harhoog” is een hunebed van 32 meter lang uit de vroege ijzertijd. Hij ligt erg mooi, namelijk met zicht op het wad.
In Wenningstedt, meer naar het noorden van het bizargevormde eilandje, wilden we twee vliegen in één klap slaan: we wandelden er naar de “Rotes Kliff” en we maakten kennis met verschillende “Alltagsmenschen” van Christel en Laura Lechner. Vóór naar de rode klif te wandelen, hadden we, puur toeval, al twee van die “gewone mensen” gezien: eentje zat wat in een duin te zitten, een andere stond op een uitkijkplek over zee door zijn verrekijker te turen… Ine houdt van dit soort kunst, die het alledaagse zo mooi en eerlijk, zonder pracht-en-praal, laat zien.
Tijdens onze wandeling wandelden we eerst bovenop de kliffen. Op deze plaats waren er ook verschillende duinen onbegroeid… losse, mulle zand om door te ploeteren en te klefferen. Via een trap daalden we daarna af naar het strand om die ‘rode kliffen’ te bekijken. Heel erg rood waren ze niet, heel erg bijzonder ook niet. We wandelden nog wat verder naar het noorden om vervolgens, volledig over het strand terug te wandelen.
Terug naar het dorpje, weer via een hoge houten trap, passeerden we twee ‘gewone mensen’ onder de stranddouche, een paar die aan het stretchen waren, een man en vrouw rustend tussen de duinen en nog een drietal op weg naar het strand… grappig…
De temperatuur werd zo’n 22° en bleef dat ook, maar afhankelijk of de zon voor of achter de wolken kwam, was het wat frisjes of zweterig heet.
We namen nog een koffietje en gebak en gingen terug naar de auto.
In Kampen, nog verder noordelijk op Sylt, maakten we een korte wandeling naar “Steingrab 2”, een klein hünebed net in de duinen. Omdat we een ommetje wilden wandelen, kwamen we ook door het centrum van het dorpje. Blijkbaar was het er “Kampen Classics” waarbij allerlei oldtimers van dure merken tentoon stonden. Ons interesseren auto's weinig, zéker van die veel te dure merken, dus meer dan langs lopen, deden we niet.
In het meest noordelijke dorpje van Sylt, Slit, reden we eerst nog helemaal naar het noorden. Dit is ook het meest noordelijke punt van Duitsland. Dit natuurgebied worden de "Ellenbogen" genoemd. De Ellenbogen steekt als een landtong – een langgerekt schiereiland – de Noordzee in en varieert in breedte van 330 tot 1200 meter. Met zicht op deze Ellenbogen aten we onze sandwiches op.
Tijd om er te gaan wandelen, hadden we niet, maar we waren tevreden met een mooie autoroute, vlak langs het natuurgebied, door de duinen.
Bij de haven van Slit slenterden we nog even wat rond om nog een beetje tijd te doden. Om 14u moesten we er bij de ferryterminal zijn om de ferry van 14:30 uur tussen Sylt en het Deense Waddeneiland Rømø te nemen.
Tijdens het wachten, hield Ine een tafereel tussen een meeuw en haar kuiken op een dak van een gebouw in het oog. Het kuiken was van het nest gegaan en was op het dak gaan rondlopen. De meeuw en het kuiken waren steeds luid naar elkaar aan het ‘roepen’, alsof het kuiken z’n zin deed en moeder-/vadermeeuw het hier niet mee eens was... grappig!… om uit te vliegen, was het kuiken nog véél te donzig.
Iets voor half 3 konden we de ferry op, die meteen richting Rømø vertrok. Sylt en Rømø liggen drie à vier kilometer van elkaar. De havens van Slit en Havneby liggen op zo'n 40 minuten varen van elkaar. Rømø heeft grote stukken strand waar auto's over kunnen en mogen rijden en parkeren. Wij reden naar de Sint-Clemenskerk, een typisch Deense, Lutherse kerk met een grote/brede toren, en parkeerden er. Aan die kerk startten we onze derde wandeling van de dag.
We wandelden eerst naar een oud gebouwtje dat nog steeds dienst doet als brandweerkazerne, maar ook een 'reddingsmuseum' werd. We waren niet van zin om het museum te bezoeken, maar het was ook niet open. Van daar wandelden we een bos van dennenbomen, -struiken in. Dit gaf meteen een heel ander uitzicht aan dit waddeneiland dan hoe het er op Sylt uitzag. Dat is overal zo smal dat er, als gevolg van de wind, nauwelijks bomen staan.
Onze eindbestemming, waarna we dezelfde weg terug wandelden, was de duin "Spidsbjerg", die midden in duin- en heidegebied ligt. De duin is 19 meter hoog. Op het eiland zijn er maar twee die hoger zijn.
Op Sylt was het bewolkt geweest en afhankelijk van de wind voelde het er warm of fris aan. Op Rømø was er zon en een volledig blauwe, heldere lucht en was het er zo'n 23°... wat het, waarschijnlijk omdat Rømø toch al veel noordelijker ligt dan thuis, er behoorlijk warm maakte.
We overnachtten op Rømø in een Zweeds-uitziend-rood- houten-huisje op een camping. We hadden een keukentje, een stapelbed, een zetelbed en een terrasje, maar geen eigen sanitair... prima overnachtingsplek!
Geen opmerkingen:
Een reactie posten