07 februari 2026

Zuidoost-Drenthe (6/6)

Na vijf nachten in "De Oude Smederij" was het op dinsdag 3 februari '26 tijd om het appartement in Spier te verlaten. We gingen een autorondrit in het zuidoosten van de provincie Drenthe maken en nadien weer naar huis rijden.

Toen we aan het appartement vertrokken totdat we tegen tweeën weer de provincie Drenthe uitreden, was het nog steeds -2° aan het vriezen... en de wind maakte het érg koud maar de aanwezigheid van de zon maakte het een beetje goed. De gevoelstemperatuur zou zo'n -11° zijn volgens een weerapp... brrr...

We startten onze rondrit in het dorpje Spier, waar we overnacht hadden. Dit hadden we immers nog niet bezocht. Het is een klein dorpje, maar met op z'n grondgebied twee hotels, een bungalowpark en een tweetal campings... anders dan toen, moet het er heel druk zijn in het voorjaar en de zomer!

De eerste stopplaats op het programma was het monumenten- en museumdorp, Orvelte. Het dorp is vermoedelijk ontstaan tussen de 11e en 13e eeuw. Maar aangezien er in 2009 in de omgeving resten van een mammoet gevonden werden, was het er al veel eerder 'bewoond'.

Eind jaren '60 werd de Stichting Orvelte opgericht om het dorp en zijn historische architectuur te behouden, de natuurlijke schoonheid van het gebied te behouden en educatieve en recreatieve mogelijkheden te bieden terwijl de afhankelijkheid van de landbouw wordt verminderd. Naast de normale dagelijkse bedrijvigheid en woonfunctie van het dorp is een groot aantal boerderijen en andere gebouwen ingericht voor het publiek. In het dorp is te zien hoe men in vroeger tijden leefde en werkte in een houtzagerij, smederij, klompenmakerij enz... een beetje 'Bokrijk' maar dan waartussen mensen ook daadwerkelijk wonen. Auto's van toeristen zijn niet toegestaan in Orvelte.

We wandelden wat rond in enkele straten en tussen enkele historische boerderijen in een gedeelte van het dorpje. Het was erg mooi, maar we bedachten ons dat het, in het toeristisch seizoen, verschrikkelijk wonen moet zijn met al die toeristen die overal zitten binnengluren, óók op plekken die niet bedoeld zijn om te gaan gluren... althans dat concludeerden we uit de vele bordjes 'privé', 'geen doorgang' bij, overigens duidelijk herkenbare woonhuizen. Alle gebouwen, op een koffiezaak na, waren gesloten op deze winterse doordeweekse dag. We konden dus nergens binnen gaan of rondneuzen, maar dat vonden we ook niet erg. Wat we wel interessant vonden en vooral Ine blij voor was dit te kunnen zien, was het mooie vlechtwerk van strooi aan de boerderijgevels. Ook voelden we even aan de turf die er lag... die houterig en zanderig tegelijk voelt. Deze turf lag er enkel voor decoratieve redenen, denken we, maar tijdens onze reis door Noord-Ierland zagen we het nog echt uitsteken én gebruiken... blijft bijzonder, zo in de 21e eeuw en de klimaatverandering... 

Het bezoekje aan een gedeelte van Orvelte was zeker de moeite waard. Overal in Drenthe staan nog vele typische, oude boerderijen, maar hier stonden er eens géén nieuwe gebouwen tussen, die overigens wel nog steeds in dezelfde stijl gebouwd worden, maar meestal zonder rieten dak, in baksteen in plaats van hout, langs wegen van asfalt in plaats van de kasseien en kinderkopjes in Orvelte.

Een kwartier rijden vanaf Orvelte ligt Noord-Sleen, wat onze volgende stopplek werd. Uit bodemvondsten in de regio kon worden afgeleid dat er al in de prehistorie een nederzetting was. Daarvan getuigen ook de twee hunebedden aan de ... Hunebedweg, een doodlopend straatje. Al die hunebedden kregen steeds een nummer. In Noord-Sleen liggen en zagen we "D50" en "D51". 

We stopten eerst bij D50. Dit hunebed was bed groot en errond stonden ook stenen. Er zijn nog zeven van de acht dekstenen, zestien draagstenen en twee sluitstenen bewaard. Net als 24 kransstenen en er is één poortsteen aanwezig. Het hunebed is 17 meter lang en 4,4 meter breed.

Iets terug in de straat staat/ligt hunebed D51. Dat is zwaar beschadigd: het heeft nog slechts drie van de zeven dekstenen. Ze zijn beschadigd. Er zijn ook nog veertien draagstenen en drie poortstenen. Dit hunebed is 12,3 lang en 3,5 meter breed.

Over Noord-Sleen lazen we ook nog dat er een molen stond. Deze heet blijkbaar "Albertdina". Het is een grondzeiler uit 1906..., dat betekent blijkbaar dat deze windmolen van op de grond bediend kan worden. De wieken draaien tot dicht bij de grond, lazen we net...

De stad Emmen is naar het schijnt de saaiste stad van Nederland. We besloten daarom niet in het centrum te stoppen, maar buiten het centrum te stoppen. In eerste instantie was de planning dat we bij twee hunebedden zouden gaan stoppen, maar nadat we hunebed D43 bezochten, besloten we dat we wel genoeg hunebedden gezien hadden voor een tijdje. 

Blijkbaar kozen we, lukraak, wel de meest 'speciale' van de hunebedden in de buurt. D43 is het enige hunebed in Nederland van het langgraf-type. In Duitsland en Denemarken zijn meer van die langgraven. Een langgraf onderscheidt zich van "normale" hunebedden doordat het bouwwerk zelf geen dekstenen heeft. Een langgraf bestaat uit (één of meer) hunebedden ingesloten in een door een heuvel bedekte steenkrans

D43 is 40,3 meter lang en 6,8 meter breed . Het is noord-zuidelijk georiënteerd. De 53 kransstenen staan met de vlakke kant naar buiten gekeerd. Tussen deze stenen zijn nog stopstenen te zien, deze zijn bij een restauratie geplaatst... best lelijk. Het lijkt alsof er muurtjes tussen gemetseld zijn.

In dit langgraf zijn twee hunebedden aanwezig. Op de draagstenen van deze twee grafkamers zijn nog enkele dekstenen aanwezig. De ingang van de noordelijke grafkamer (4,6 meter lang en 3,0 meter breed) lag op het oosten, de ingang van de zuidelijke grafkamer (8,1 meter lang en 2,9 meter breed) lag op het westen. Beide grafkamers hebben een paar poortstenen. Het noordelijke graf had oorspronkelijk zes draagstenen en drie dekstenen, het zuidelijke graf had tien draagstenen en vijf dekstenen (hiervan mist een draagsteen en twee dekstenen).

In Nederland worden hunebedden overigens vooral gevonden in Drenthe, veelal op de "Hondsrug". Ze zijn gebouwd tussen 3350 en 3050 v. Chr. Die zogenaamde Hondsrug is een oeroud gebied, gevormd door de kracht van de voorlaatste ijstijd, 150.000 jaar geleden, waar reuzenstenen en legendes samenkomen. 

In de richting van deze Hondsrug werden enorme keien en keileem vanuit Scandinavië door het gletsjerijs uit de ijstijden meegesleurd, zwerfstenen genaamd... en deze keien werden later gebruikt voor de bouw van hunebedden. Onder het ijs creëerden rivierstromen heuvels ("ruggen") die het huidige landschap kenmerken. Vandaar ook de naam Hondsrug... en het hoogteverschil is echt minimaal. Het is een zogenaamde lage scheiding, maar ze is wel langgerekt, zo'n 70 km. De gemiddelde hoogte is 20 meter boven NAP. Niettemin is het grootste deel van de Hondsrug slechts enkele meters hoger dan de omliggende 'dalen'.

Zelfs door en langs Emmen rijden, blijkt uiterst saai te zijn. Er was echt niks interessants te zien onderweg! In een dorp van de gemeente Emmen, Schoonebeek, lag onze volgende stopplaats. Hier bevindt zich het op één na grootste olieveld van het vasteland van West-Europa (na het Matzenveld in Oostenrijk)... Johan wist dat er ooit 'ergens in Nederland' olie gewonnen werd, Ine niet.

In Nederland waren van 1948 tot 2013 bij Schoonebeek in Drenthe en in Zuid-Holland "ja-knikkers" van de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) actief. In Schoonebeek zijn nog enkele jaknikkers te zien, maar deze zijn sinds 1996 niet meer in werking omdat de olieproductie met de toenmalige kennis en infrastructuur niet winstgevend was. Wij bezochten een ja-knikker buiten het centrum. Pal in het centrum, tussen de winkels, staat er nog eentje. Deze zagen we in het voorbijrijden.. Toen we door de Rocky Mountains trokken, zagen we veel van die ja-knikkers in het zuiden van de VS... beetje science fiction-dingen.

Bij Schoonebeek is men in 2010 herbegonnen met oliewinning, maar met behulp van stoominjectie. Hierbij worden geen jaknikkers meer gebruikt, maar 15 meter hoge moderne pompen die in het veld staan. De olie uit het Schoonebekerveld wordt per pijpleiding naar de 50 km verderop gelegen raffinaderij bij het Duitse Lingen 'gebracht'. De geïnjecteert stoom in het olieveld maakt de stroperige olie vloeibaarder waardoor het rondgepompt kan worden. Hier reden we, toevallig, ook langs, maar hiervan dachten we dat het voor aardgaswinning was... 

In 1948 boorde de NAM in Coevorden voor het eerst ook aardgas aan en even later nog ander. Later bleek dat er maar één groot gasveld is. Dit ligt (ook) onder een groot deel van de provincie Groningen, het van de scheuren-in-woningen-door-de ontstane-aardbevingen-door-de-gaswinning-bekende Groningen-gasveld. Sinds oktober 2024 is de gasproductie waarschijnlijk definitief stilgelegd. De gaswinning bij Den Helder in de Noordzee is wel nog gaande.
...wéér vanalles geleerd door er een blogbericht over te schrijven!

Vanuit Schoonebeek reden we naar Coevorden, onze laatste stopplaats in Drenthe. We gingen er eerst nog naar het informatiekantoor voor wat informatie over het stadje. Hierbij moesten we de uiterst irritante medewerkster er maar bij nemen... We 'bewonderden', eerder verwonderden ons over, de lelijke verwerking van de historische gevel van het stadhuis in een moderne, zwartgrijze, rechthoekige blok. En nadien gingen we, om dat kaartje te bestuderen en omdat het al lunchtijd was, eten in de eetzaak in die zwartgrijze blok.

De eerste vermelding van de plaatsnaam  Coevorden vindt men in 1036. De naam duidt op een plaats waar boeren hun koeien, via een doorwaadbare plek ("koevoorde") door een rivier lieten gaan. Later woonden er veel adelijke families in en rond de stad. Coevorden lag namelijk strategisch op de route van hanzesteden Groningen naar Münster, wat de stad tot een welvarende vestingstad maakte... vanwege de handel maar ook door de tolrechten die geïnd werden voor de doorgang. Er vonden vele slagen, belegeringen en wisselingen van de macht plaats in de regio. 

Vanuit het kasteel van Coevorden, dat middenin de vestingstad lag en ligt, werd de regio bestuurd. In zijn oudste vorm was het kasteel een "motte" met een houten toren die werd omgeven door grachten en houten muren. Hier kon men zich terugtrekken bij dreigend gevaar. Het kasteel werd meermalen geplunderd, vernietigd en herbouwd. Van de twaalfde tot de vijftiende eeuw werd de burcht bewoond door de burggraven van Coevorden. In 1522 werd het kasteel verbouwd en kreeg het vermoedelijk de grote vierkante vorm die we in schetsen van latere datum terugzien. Ook deze grote burcht is nadien grotendeels vervallen. De ruïnes die resteerden zijn gerestaureerd tot hun huidige staat... en momenteel is het een vestiging van de Fletcher Hotels met 24 kamers, restaurant en feest- , vergader- en congreszalen. 

Coevorden noemt zichzelf een 'ganzenstad'. Deze hebben ze te danken aan de historische ganzenhandel op de Ganzenmarkt. Sinds het einde van de 15e eeuw werden ganzen naar deze markt werden gedreven om daar te verhandelen op de tweede maandag van november. Er wordt nog steeds jaarlijks, op die dag maar ook al voor- en nadien, evenementen rond georganiseerd. Op zo'n 200 meter van de Ganzenmarkt, op de Markt, staat het standbeeld 'Ganzen Geesje'. Het is een ode aan de ganzenhoedsters die in de negentiende en twintigste eeuw hun ganzen naar de markt in Coevorden brachten.


Na ons middageten wandelden we wat rond in Coevorden. We liepen langs het kasteel, naar de stadsgrachten, door een parkje en door wat straatjes weer terug naar de Markt... en daarmee zat ons lange weekend in Drenthe er op.

Vanuit Coevorden was het 269 km rijden tot thuis. Zonder onze tussenstop om een vieruurtje te eten en een rustpauze in te lassen, was het drie uur en een kwartier rijden. Thuis was het veel minder koud geweest de dagen dat we weg waren. Daar waar wij in lichte vriestemperaturen en sneeuw hadden rondgewandeld, was het in Belgisch Limburg tussen 6 en 10°C geweest.
De dag ná ons vertrek uit Drenthe en de donderdag was het er blijven vriezen en spekglad geworden. 'Code Rood' werd uitgeroepen... maar toen waren wij alweer allebei terug aan het werk...

En nu weer aftellen naar het volgende: over alweer 4 weken vertrekken we naar Tunesië!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten