14 maart 2023

Breiðafjörður & NW-Snæfellsnes (dag 3)

Enkele weken vóór we naar IJsland vertrokken, waren we beginnen checken welke walvisachtigen er zich deze winter (al) in de Breiðafjörður ophielden. We hadden gezien dat de vaste groep orka's er bijna dagelijks werd gezien. Maar ook werden er vrij vaak verschillende bultruggen gespot. Beide observaties waren voor ons genoeg om opnieuw een walvissafari te boeken. 
We waren niet de enigen die voor de 10 uur-tour van maandag 6 maart '23 gekozen hadden... Amai, het was best druk bij Láki Tours in Ólafsvík

We hoorden ter plekke ook dat die tour en de middagtour de laatste voor een paar dagen zouden zijn. De weersvoorspellingen waren voor de dagen nadien te slecht (koude en storm) om nog uit te varen met toeristen... en die koude en hevige wind, waren er tijdens onze tour ook al! Zelfs met extra dikke kleding én een thermisch pak van Láki Tours aan was het te koud om op het dek te staan... al vonden vele toeristen het wel lollig om regelmatig een splash ijskoud zeewater op zich te krijgen.

Het duurde erg lang vooraleer we iets konden zien... eigenlijk dachten we dat we niks zouden gaan zien... maar na een eerste bultrug die heel moeilijk te zien was, kwamen we nog enkele volwassen orka's, die niet bij hun groep waren, tegen. Deze waren wel erg nieuwsgierig en zwommen érg dicht bij de boot. We zagen nadien ook nog kort een bultrug. Foto's maken van orka's is sowieso moeilijk omdat ze, als dolfijnen, veel onvoorspelbaarder en sneller zijn dan bijvoorbeeld bultruggen. Johan slaagde nog enkele keren om ze te fotograferen (foto 1). Ine maakte wel een, slecht en kort, filmpje waarop je 1x, erg kort, een orka ziet (zie hieronder). De bultruggen hebben we niet kunnen trekken.


... de laatste twintig minuten heeft Ine over de achterwand van de boot, boven de dieselmotoren, gehangen... Ze dacht dat ze haar zeeziektepillekes (uit La Palma) meegenomen had, maar helaas was dat niet zo...

Na iets te eten en het nodeloos zoeken naar Johan zijn verdwenen linkerhandschoen, startten we aan onze verkenning van de 'tip' van het schiereiland.

Die verkenning startte meteen al in het dorp Ólafsvík bij de grotendeels bevroren waterval Bæjarfoss. Tussen Ólafsvík en Rif en verder van de weg dan die eerdere waterval ligt de grotere waterval Svöðufoss, waar we ook stopten (foto 2). Het was - 7°C en de lucht was zo goed als wolkenvrij. Hierdoor zagen we de meestal in wolken gehulde Snæfellsjökull goed liggen. Toen we in 2007 passeerden, zagen we niks van deze gletsjer met vulkaan. Vanop een walvissafari vanuit Reykjavík zagen we'm wel al eens zo goed liggen.
De Snæfellsjökull wordt als startpunt naar het middelpunt van de Aarde beschreven door schrijver Jules Verne in zijn boek "naar het middelpunt der Aarde"... en neen, die lazen we nog niet.

Na een kerkje met de gletsjer op de achtergrond reden we naar het gele zandstrandje van Skarðsvík... maar of het daar wel eens echt "strandweer" is, vragen we ons toch af...

Terug naar de 574 kwamen we al snel aan bij krater Saxhóll. Deze krater is 100 meter hoog en barstte 3.000 jaar geleden een laatste keer uit. Hij zou nu ingeslapen zijn. Enkele jaren geleden werd een trap langs de flank omhoog gemaakt. Dit maakt het gemakkelijker om de krater te beklimmen want hij bestaat uit allemaal kleine lavasteentje en -puin... zo van "één stap omhoog zetten, is er twee naar beneden zakken". Op foto 3 zie je de kratermond, de Snæfellsjökull op de achtergrond en wij in de ijzigkoude wind bovenop Saxhóll.
Nadien reden we nog langs de explosiekraters van Hólahólar.

Bij Djúpalónssandur waren we in 2007, in de gietende regen, ook gestopt. Toen was er nog geen grote aangelegde parkeerplaats, nu wel. Ooit was deze baai een welvarend visserplaatsje met zo'n 60 vissersboten. Vissers kregen in die tijd lonen toegewezen in overeenstemming met hun kracht. Dit werd gemeten met gewichtsstenen (154, 100, 54 & 23 kg), die hier nog steeds op het strand liggen... al is de lichtste steen niet meer origineel. Die is "kwijt" geweest (en nu waarschijnlijk vervangen door een ander exemplaar van 23 kg). Als je, als visser, enkel maar die kleine steen kon opheffen, werd je als 'nutteloos' voor de visvangst gezien.
Naar het strand wandel je tussen grote basalten/lava-brokken/pilaren (foto 4) van een aangrenzend oud lavaveld. Ook in de branding staan grote basalten rotsen. In 2007 was er daar nog eentje een grote boog van, maar die is nu doormidden gebroken.
Op het strand liggen de resten van een groot, in maart 1948 voor de kust gezonken Brits, vissersschip. De geroeste brokstukken lagen nu over heel het zwarte strand, terwijl we ons van 2007 maar een aantal stukken op het strand herinneren.

Gezien de tijd en de afstand (100 km) die we nog terug naar Stykkishólmur moesten rijden, was Djúpalónssandur onze laatste stopplaats van die dag.
Onderweg terug naar Stykkishólmur kozen we nog een rustig, donker en mooi plekje uit om 's avonds naar terug te keren en te gaan wachten op noorderlicht... en ook die avond was dat tevergeefs, helaas.

PS: De linkerhandschoen van Johan, gekocht in Canada, blijft vermist. Hij heeft nu een nieuw, IJslands, paar.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten