Roslagen is de naam van de kuststreek van het Zweedse Uppland... waar we ons op 22 september '23 bevonden. Vanuit ons appartement net buiten Uppsala-centrum gingen we die regio verkennen.
We deden opnieuw een autoroute uit één van onze reisgidsen:
Häverö kyrka was de eerste plek waar we stopten. In onze reisgids stond beschreven dat in deze kerk schilderingen uit 1500 van een Antwerpenaar te zien waren... maar de kerk was op slot... de rode, houten klokkentoren náást de kerk interesseerde ons eigenlijk meer (foto 1)! Spijtig genoeg was deze ook afgesloten. We ontdekten die dag dat de kerk en de klokkentoren in heel de regio los van elkaar staan. Bij Edebo kyrka stopten we ook omdat ook hier mooie muurschilderingen waren... en jawel, ook die kerk was afgesloten... Zijn de kerken bij ons eigenlijk ook steeds afgesloten?
Vervolgens reden we naar Gimo Bruk. Die "Bruk" duidt op een "hoogoven-dorp". Dit dorp werd in 1615 gesticht. Het kende een grote welvaart door de ijzergieterijen. De grote welvaart is nog te zien aan het landhuis uit 1770 in gustaviaanse stijl, waar de baas verbleef.
Verder zijn er ook nog opslagplaatsen (foto 2), arbeiderswoningen en andere gebouwen overgebleven uit die periode.
Het volgende dorp dat we bezochten was Hargs Bruk. Dat werd in 1668 een "hoogovendorp" (foto 3). Het landhuis met park kwam er pas rond 1760.
In Zweden kwam de ijzerwinning tot ontwikkeling in de mijnbouwstreek die welvarend werd dankzij de komst van hoogovens (16e-17e eeuw). In de zeventiende eeuw arriveerden 2500 gekwalificeerde Waalse staalarbeiders in Zweden om er ijzererts te ontginnen, te smelten en te smeden.
De hoogovendorpen zijn karakteristiek vanwege hun identieke opzet en de uniformiteit van de gebruikte kleuren en materialen. De arbeiders van de hoogovens woonden in kleine huizen zonder verdieping aan de hoofdstraat van het dorp. Hoe groot/klein per gezin ze precies zijn of waren konden we niet opmaken: ze staan dusdanig gebouwd dat de voorgevels en de voordeuren naar elkaar toe staan ... en aangezien er ook nu nog mensen wonen in deze oude arbeiderswoningen, konden we niet zomaar wat gaan rondlopen en voordeuren tellen...
De eigenaar van de hoogoven(s) woonde ook in het dorp, maar in een imposant landhuis... met bijhorende tuinen, bijgebouwen, stallen, bediendenvertrekken enz.
In het havenstadje Öregrund was het tijd voor fika bij de banketbakker (foto 4)! Ook liepen we in Öregrund wat rond om de vuurtoren en klokkentoren te zien.
Hoogovendorp Forsmark Bruk (vanaf 1570) is tot 1898 in bedrijf geweest (Foto 5). Er was één ijzergieterij en drie bijhorende smederijen. In het dorp staat de kerk aan de ene kant en het landhuis van de baas aan de andere kant... twee gebouwen van de vertegenwoordigers van de macht...
Het chique landhuis met bijhorende tuinen en bijgebouwen van hoogovendorp Lövstabruk was het mooiste van al degene die we zagen (foto 6)...
Hoogovendorp Österbybruk was het laatste dat we bezochten. Hier was Nederlander Louis de Geer (een gereformeerde oud-Luikenaar) heer en meester door zijn introductie van de "Waalse hoogoven". De Geer speelde hierdoor een belangrijke rol in de opkomst van de Zweedse metaalindustrie.
In Österbybruk staat de laatste Waalse hoogoven van zijn soort (foto 7). Deze is ingericht als museum, maar was gesloten toen wij er waren.
Blijkbaar is Österbybruk het alleroudste hoogovendorp van Zweden is blijkbaar ook het best in zijn geheel bewaard. Aangezien we al verschillende van deze dorpen zagen én de tijd besloten we om niet verder in het dorp te gaan rondneuzen als in de omgeving van de hoogoven.
Na een klein uurtje rijden vanuit Österbybruk kwamen we weer aan in ons appartement in Uppsala.







Geen opmerkingen:
Een reactie posten