Na ons ontbijt in ons hotel in het Zweedse Örebro deden we eerst boodschappen. Precies zoals gepland, stapten we om 9:00 uur in onze Kangoo om weer naar onze volgende bestemmingen te rijden.
We hadden heel wat kilometers af te leggen die dag, in totaal zo'n 300 en daarvan was niks autostrade. Het regende regelmatig flink door, dus dat rijden, was nog niet zo erg. Het uitzicht werd wat saai op een gegeven moment: dennen- en berkenbomen (foto 1), en af en toe een meer. Op zich was dat mooi, hoor, maar als dat con-stant is, verveelt dit toch.
We hadden heel wat kilometers af te leggen die dag, in totaal zo'n 300 en daarvan was niks autostrade. Het regende regelmatig flink door, dus dat rijden, was nog niet zo erg. Het uitzicht werd wat saai op een gegeven moment: dennen- en berkenbomen (foto 1), en af en toe een meer. Op zich was dat mooi, hoor, maar als dat con-stant is, verveelt dit toch.
Vanuit Örebro naar onze eerste bestemming was zo'n drie uur rijden (+/- 200 km). Een fika doen is dan i-de-aal om wat te rusten tussendoor! De meeste banketbakkers in Zweden hebben ook een eetgelegenheid. Bij deze leek het alsof we in de living van de bomma van de bakker terecht gekomen waren. Ook haar servies werd gebruikt (foto 2)...
De regio waar we heen reden, was Dalarna. Dit betekent 'de valleien'. De bewoners houden graag vast aan oude tradities. In het westen wordt nog door sommige bewoners het oude dialect gesproken. Er wordt nog gefeest rondom de meiboom en de huizen zijn, zo goed als allemaal, nog van hout en meestal zwart of falurood van kleur. De oude klederdracht wordt er blijkbaar ook nog gedragen, al zagen wij dat niet. Dit wordt niet om toeristische redenen gedaan, maar vanuit een interne motivatie om hun cultuur te bewaren.
Wij waren onderweg om rondom het Siljanmeer een en ander te bezoeken. Het meer en het omringende landschap zijn ontstaan door de inslag van een meteoriet. Aan de rand van de toenmalige inslagkrater liggen behalve Siljan nog een aantal kleinere meren, die samen de omtrek van de geërodeerde krater aangeven. Met een doorsnede van 52 km is het de grootste inslagkrater in West-Europa. De ouderdom ervan wordt op 360 miljoen jaar geschat, schrijft Wikipedia.
De regio rondom het Siljanmeer is erg toeristisch... tenminste, in de zomer. Wij waren er in een niet-toeristische periode waardoor veel enkel nog maar in het weekend open was. We vonden dat eigenlijk niet erg want dan was het fijn rustig! Een tweede fika doen, zat er wel niet in want alles waar we langsreden, was dicht...
We stopten in Tällberg. Dit zou, volgens onze reisgidsen, het dorp aan het Siljanmeer zijn waar men nog het meest vasthoudt aan de oude Dalarnaanse tradities. De midzomerviering die hier eind juni plaatsvindt, is misschien wel het evenement waar het dorp het meest trots op is. Blijkbaar is het dé plaats om een echt traditionele midzomerviering mee te maken, met bloemenkransen en dansen rond de meipaal.
Boven het Siljanmeer en Tällberg hingen dikke wolken toen we er uitstapten (foto 3), maar het was wel droog. We wandelden er wat rond tussen enkele huizen, huisjes, bijgebouwen en schuurtjes waar vast heel wat bedrijvigheid is als de zaakjes open zijn. Nu zagen we dit alles wel in alle rust en staan er geen mensen op de foto's... maar dus ook geen mensen in traditionele kleding.
Na ons bezoekje aan Tällberg volgden zelf wat opklaringen. Onze volgend stopplaats lag 15 km verderop, ook aan de oever van het Siljanmeer. We bezochten de "kyrkstallarna" bij de Rättvikskyrka (foto 4). Op deze plek zijn er zo 87.
Rond 1890-1910 werden bij de kerk van Rättvik stalletjes gebouwd voor de kerkgangers. Deze kyrkstallarna (= kerkstallen) werden vroeger gebruikt door degenen die op marktdagen en bij kerkbezoeken met paard en kar of slee naar de kerk kwamen. De stalletjes werden gebruikt om de paarden veilig en droog te houden en om eventueel in te overnachten alvorens weer terug naar huis te gaan. De stalletjes waren eigendom van de gebruikers, maar ze stonden op grond van de kerk.
Niet alle dorpen rond het Siljanmeer kregen het recht om een kerk te bouwen. Zo kwam het dat veel gelovigen uit die dorpen, om hun "zondagsplicht" te vervullen, het Siljanmeer moesten oversteken om naar de kerk te kunnen gaan. In de winter ging men over het ijs te voet naar de kerk. Dikwijls was dit een tocht van enkele uren. Als het meer niet bevroren was, kon men met de boot gaan. De kerk legde daarvoor "kerkboten" in om deze gelovigen naar de kerk te brengen.
Ook in de regio van het Siljanmeer liggen er veel bossen. Er zijn verschillende wandelingen uitgezet in de regio. Wij maakten er maar een korte. We reden hiervoor naar het 'Styggforsens naturreservat'. We wilden in de hut van het reservaat lunchen maar die was dicht. We aten dan maar onze eigen boterhammen op een bankje... Het was even droog...
Tijdens de laatste ijstijd is een diepe kloof in de kalksteen ontstaan. Een kloof waar tegenwoordig het water van rivier Styggforsånde als waterval "Styggforsen" (foto 5) van 36 meter hoogte naar beneden stort. Wij wandelden de berg op, gingen met een bruggetje over de rivier en daalden we af, de kloof in.
Deze omgeving van steile rotswanden en donkere sparrenbossen is, is het decor van een aantal Zweedse legendes en sages. Zo wordt beweerd dat er trollen wonen in de grotten onderaan de voet van de waterval en het bos zou eigendom zijn van reuzen. Volgens een andere legende is de naam Styggforsen afkomstig van "styggmannen", de kwaadaardige man of de duivel. Zo is Styggforsen gekomen aan zijn bijnaam "de kwaadaardige waterval"... één zo'n trollengrot zagen we in de kloofwand.
In de wanden van de kloof zijn, naast trollengrotten, ook andere soorten van gesteente als de kalksteen te zien. Dit zijn nog resten van de ingeslagen meteoriet waar eerder in dit bericht over geschreven staat.
Styggforsens Naturreservat staat bekend om zijn rijkdom aan schimmels. Deze gedijen dankzij de hoge luchtvochtigheid en het kalkgehalte van de bodem. Dit maakt dat er vele verschillende paddestoelen staan, ook zeldzame soorten en zelfs soorten die enkel in dit natuurreservaat gevonden worden... oooh ja, we hebben ons ogen uitgekeken en véél paddestoelen gefotografeerd!
Na de wandeling reden we naar Nusnäs. Deze plaats ligt aan de oostoever van het Siljanmeer. De plaats is bekend vanwege de dalapaardjes of "Dalahäst" in het Zweeds. Op deze plek werden de eerste van deze typische houten, vaak rode, gedecoreerde paardjes van deze streek gemaakt. Ook tegenwoordig worden nog veel van deze houten paardjes in Nusnäs gemaakt... maar ook worden er veel in China en elders gemaakt.
Zelfs op hun mooie meiboom stonden deze dalapaardjes! We stopten in Nusnäs bij een kerkboot en bij "Grannas A Olsson Hemslöjd AB". Bij dit laatste, een houtatelier, kan bekeken worden hoe de productie van het dalapaard gebeurt (foto 6 en 7). Wij waren er dus in het niet-toeristische seizoen waardoor wij geen mensen aan het werk zagen (of hadden ze pauze?)... maar aan de hand van de verschillende machines en de verschillende stadia van de afwerking van die paardjes snapten we het ook zónder die mensen op hun vingers te kijken ;oD
Het dalapaard/dalahäst (häst = paard) komt al honderden jaren voor. Ze ontstonden mogelijk in de 17e, maar zeker in de 18e eeuw. De huidige vorm van het dalapaardje ontstond in de 19e eeuw. Ze ontstonden doordat houthakkers, die aan het werk waren in de bossen, bleven overnachten in een boshut en hun tijd moesten doden. Het houthakken vond vaak plaats in de winter, want boomstammen wegslepen (met hulp van paarden) gaat het gemakkelijkst in de sneeuw. Maar de winteravonden in het bos waren lang. Om die door te komen knutselden deze mannen paardjes van hout als speelgoed voor hun kinderen. Later werden de paardjes niet alleen als speelgoed gebruikt, maar ook als decoratie voor in huis.
Ondanks dat het voor het grootste deel nog steeds handwerk is, wordt er ook wel flink productie gedraaid. De grove contouren van het paard worden uit een blok hout gezaagd, waarna het handmatig wordt verfijnd met een mes. Daarna krijgt het houten paardje tweemaal een dompelbad met een basiskleur en vervolgens wordt het handmatig beschilderd met een mooi, traditioneel patroontje. Tot slot wordt het dalapaard gelakt.
Geen enkel Dalapaard is dus hetzelfde. Op elk paard(je) is verder te zien wie het gesneden heeft en wie het beschilderd heeft... en dit is het grote verschil met die Chinese namaak... maar dat handwerk maakt ook dat deze échte paardjes schandalig duur zijn! ...daar laat je geen kinderen meer mee spelen!
Natuurlijk zijn er ook speciale reeksen en zijn ze in héél véél verschillende kleuren en groottes te verkrijgen... ook zijn er klompen, sleutelhangers, magneten, dienbladen, textiel enz. in al die verschillende reeksen... Moest je interesse hebben, maar niet speciaal naar Zweden willen: DIT is de link naar de webshop van het éérste en échte atelier...
Nadien reden we naar onze nieuwe stuga in Mora. Daar trokken wij, en verschillende muggen met ons, in voor twee nachten.







Geen opmerkingen:
Een reactie posten