10 oktober 2022

Dag 11 : Mestia - Zoegdidi - Koetaisi

Toen we op de ochtend van dinsdag 13 september '22 in Mestia naar buiten keken, zagen we weinig... daar waar het de ochtend voordien stralend weer was, was het nu héél mistig. Het had lokaal de hele nacht flink geregend en geonweerd... wat een geluk dat we die dag de regio verlieten... anders hadden we niks gezien van de mooie omgeving.

George reed als een gek door de verschillende mistige bergpassen. Zijn uitleg: "ik rijd zo hard mogelijk door om zo snel mogelijk weg te zijn uit de bergen want er vallen stenen naar beneden"... dat we het ravijn in konden rijden door die snelheid en watergladheid geloofde hij gewoonweg niet... idioot...

Toen we enkele dagen voordien richting Mestia reden, hadden we het allebei gezien, maar hadden we niet gevraagd om te stoppen. Dat deden we ditmaal wel: langs de weg lagen overdekte begraafplaatsen. De begraafplaats was niet enkel overdekt, er stonden ook tafels, stoelen, planten, bloemen, beelden enz. onder dat afdak. Het was echt een plek om, met de familie en vrienden van de overledene samen te komen en hem/haar, met eten en drank erbij, te "bezoeken" en herdenken. Er wordt ook vaak wat eten en drank achtergelaten voor de overledene... héél wat minder saai dan onze kerkhoven!
Als men in het verkeer gestorven is, wordt ook een kleine gedenkplaats gemaakt op de plaats van verongelukken. Vaak is dit aan ravijnen... en vaak zijn ze er door alcoholgebruik verongelukt. Om de overledene te herdenken, gaan de Georgiërs ook aan deze gedenkplaatsen de overledene herdenken, vaak met véél alcohol... Ze leren dus niet echt van de oorzaak van het ongeval, namelijk alcohol...

Na meer dan drie uur rijden in de regen kwamen we in de stad Zoegdidi aan. In een, toeristisch, maar traditioneel Samegrelo-Zemo Svaneti, restaurant kozen we de typische elarji (= een elastisch papje van grof maïsmeel, maïzena en suluguni-kaas) met daarbij een ovengerecht met champignons (foto 1)... en oké, die elarji zag er wat raar uit omdat het zo elastisch was, maar was wel héél erg lekker... maar wat een vuller, zeg!

Na het eten, wandelden we naar het paleis van de familie Dadiani met de daarrond liggende tuinen (foto 2). Deze adelijke familie waren van de 16e tot en met de 19e eeuw de prinsen van Mingrelië. Dit was toen een apart land. Het land werd in 1857 door Rusland geannexeerd.

Het paleis bestaat uit twee gebouwen. Beide gebouwen zijn musea. We bezochten enkel het museum van de familie Dadiani. Het andere heeft wisselende tentoonstellingen. Toen wij er waren, was dit een tentoonstelling van een Georgische schilder-kunstenaar... niks voor ons.

We moesten een tijdje wachten op de museumgids, die had blijkbaar een iets langere pauze genomen dan verwacht. We werden eerst meegenomen door drie kamers met een collectie religieuze "schatten": veel goud, zilver en edelstenen. De uitleg erbij was wel interessant. Van deze gids weten we o.a. dat de fresco's in de Georgisch Orthodoxische kerken overal dezelfde zijn. Iedere kerk heeft natuurlijk ook eigen thema's verwerkt in hun fresco's.
De andere kamers die we te zien kregen in het neogotische vierhoekige paleis vertelden het verhaal van de laatste prinsen in de familie Dadiani: We kregen foto's, boeken, serviezen, meubels, wapens en kunstobjecten te zien. De familie had gepersonaliseerd serviesgoed, met steeds terugkerende lettersymbolen: chique dinges, hoor. 

De familie had ook, door een huwelijk met een familielid, een band met Napoleon... ver familie, hoor... maar toch voldoende om ook een dodenmasker van Napoleon te krijgen... en die ligt in het paleis.

Toen we weer verder reden, was het nog steeds aan het regenen... en dat bijna de twee uren die we nog moesten rijden tot in Koetaisi. Inderdaad, daar waren we al geweest. We bleven ditmaal maar één nacht, opnieuw in hetzelfde hotel.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten