27 juni 2022

Van zuid naar noord

Omdat we zaterdag 18 juni, tijdens onze eerste uren op IJsland, door de vertraging niet tot bij de uitbarsting van 2021 geraakt waren, beslisten we om dat zeker wél op onze laatste zaterdag van de reis te doen. Omdat we die dag, die laatste zaterdag, ook veel op de planning hadden, "herschikten" we meteen een en ander in onze reisroute... Daarbij kwam het feit dat de binnenlandroute/F35 zondag 19 juni 2022 nog niet toegankelijk was voor gewone 4x4's... en we die zondag sowieso een andere route naar het noorden moesten nemen dan gepland...
We beslisten dan, voor zondag 19 juni '22, om Geysír en Gulfoss te laten voor wat ze zijn. Hier zijn we al verschillende keren geweest... en we zullen er vast nog wel komen. We besloten om de weg van het zuiden van IJsland, namelijk vanuit onze B&B in Selfoss, naar het noorden, naar Akureyri, niet helemaal langs de Ringweg te doen. Bij de herschikking van die laatste zaterdag op IJsland haalden we de F550 (foto 1, 2 & 3), Hraunfossar en Deildartunguhver. En we besloten die alvast op weg naar het noorden te doen... 

De F550 start ter hoogte van Þingvellir. In deze geologisch maar ook historisch belangrijke plek in IJsland hebben we al eerder rondgelopen en rondgekeken. We bezochten dus niet opnieuw het eerste parlement van IJsland en de 'grote scheur' tussen de Euraziatische- en Noord-Amerikaanse tektonische plaat, maar we keken natuurlijk, vanuit de auto, wel weer onze ogen uit: overal lijken er 'muren' uit de grond te komen en er zijn overal grote scheuren in de grond te zien.



De binnenlandweg F550 wordt op verschillende toeristische websites beschreven als een binnenlandweg die tegenwoordig ook door gewone, dus 2x4-auto's, te rijden is... dat is toch echt niet zo! Oké, we hebben onze 4x4 niet moeten gebruiken, maar door de hogere en stabielere wegleggen van een dergelijke auto zoals wij hadden, rijdt je de bodem van de auto er niet kapot... inderdaad... deze weg was echt nog iets anders dan een gravelweg. Er zijn veel dikke keien en puin, putten, gleuven, plakkerige kleigrond enz. Met die auto van ons was het best goed rijden, hoor, maar harden dan 40 km/uur zou zot geweest zijn. 

Onderweg zagen we nog erg veel sneeuw. Op de weg was die wel overal weg. Nét die sneeuw op de wegen en de grote dooi-slijk-plassen maken dat nog veel F-wegen afgesloten zijn: Het heeft nog tot laat op het jaar serieus gewinterd in het binnenland. 

De dikke bewolking (en af en toe buien) maakte dat de weinig begroeide oppervlakte er nog triester en leger uit zag. Als je dan uitstapt en naar beneden kijkt, zie je dat er wél veel plantjes groeien... maar tegen de grond geperst. Tussen al die bergen en weidse hoogvlaktes waait het immers altijd enorm hard... Machtig mooi, hoor, die leegheid en die grauwheid!

Na 35 km waren we aan de andere kant van de F550 uit in de berkenstruikenbossen van 
Húsafell. Daar stopten we bij de waterval Hraunfossar (foto 4). Deze is eigenlijk wel bijzonder: ze is niet enkel erg mooi, maar de waterval komt ook niet uit een rivier! Het water dat rivier Hvítá invalt komt uit een lavaveld. Smelt- en regenwater er verzamelt zich in stroompjes die vervolgens de Hvítá in 'vallen'.
Ondertussen is er een taverne gekomen bij de parkeerplaats. Daar nam Johan stevige tomatensoep en genoot Ine van een stuk stevige cake.

We reden ook nog langs Deildartunguhver. Die heetwaterbron bezochten we ook al drie keer. Het is de grootste heetwaterbron van Europa (180 liter/seconde). Het water dat opborrelt en -spuit is bijna 100°C. We dachten dat de bron ditmaal groter was geworden. Wat ook verandert was, was dat het stalletje waarin worteltjes en tomaten te koop lagen (met een brievenbus voor het geld) 'aangevuld' was met een bemande kraam met hotdogs en ander fastfood. De serre van de boer was nu ook bezichtbaar. Die serre wordt, net zoals de stadjes in de buurt verwarmd via de heetwaterbron. Sinds een paar jaar ligt er ook een thermaal bad dat verwarmd wordt met het water van de bron, Krauma.

Vanuit Deildartunguhver reden we dan uiteindelijk de Þjóðvegur 1 (Nationale weg n° 1/Ringweg) naar het noorden op. We hadden tot dan al 135 km gereden en hadden daar, vanwege de F550 en het eten, al zo'n 4 uur over gedaan. Van daaruit was het nog 305 km rijden. Op die Ringweg mag je 90 km/u rijden, dus dat zou ons nog zo'n 3,5 uur kosten. Tja, dat we deze dag lang zouden moeten rijden, wisten we, of we nu door het binnenland reden of niet.

Onderweg stopten we nog even bij Víðimýrarkirkja (foto 5). Dit turfkerkje werd in 1834 gebouwd.

Rond half 6 kwamen we dan aan bij Skjaldarvik Guesthouse vlak voor Akureyri. We besloten om al meteen het warm badje van het guesthouse in te gaan alvorens te gaan eten maken. Het badje had een mooi uitzicht op fjord Eyjafjörður en de bergen achter Akureyri... en dat kwam natuurlijk door het zonnige, maar frisse, weer. Niet veel later op de avond ging het weer regenen en zag je niks meer van dit uitzicht door de wolken en mist.

We kregen 's middags bericht van Arctic Sea Tours, de organisatie waar we 's maandags mee zouden gaan whale watchen. De speedboot, waar we mee op tour zouden gaan, werd hersteld. Ze vroegen of we in de plaats de tour met de gewone boot wilden doen. We besloten dat we dan niet gingen whale matchen: die gewone boottour duurt een uur langer en kan veel minder afstand afleggen. De kans om iets te zien, is dus kleiner. Gezien de kostbare tijd, maar ook omdat we toch al vaak een walvistocht maakten, besloten we dan ook te annuleren... dat loste meteen het probleem van het ontbijt van maandagochtend op: hier hoefden we ons niet meer te haasten om nog op tijd te kunnen vertrekken naar de walvistocht.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten