28 juni 2022

Dag 3: Maandag 20 juni

Zoals geschreven in het vorige bericht ging onze walvistocht die voor deze ochtend gepland stond niet door. We waren blij dat we daardoor rustig konden ontbijten, want het was bij de start daarvan (8u) al erg druk... er hadden meerderen een walvistocht gepland, blijkbaar. Aan het fjord Eyjafjörður, waar we overnachtten, zijn ook drie plaatsen waarvan dergelijke tochten gemaakt worden.

De avond voordien was het er niet meer van gekomen, en aangezien we tijd over hadden doordat de walvistocht was weggevallen, gingen we eerst een wandelingetje maken in Kjarnaskógur (foto 1). Dit is een bos/park buiten Akureyri. We wandelden slechts een klein toertje, maar konden duidelijk zien dat de IJslanders een heel ander idee hebben van hoe een bos "in te richten": dat is veel meer ingericht op kinderen: speeltuigen, klimparcours, kampen, speelthema's enz. Wat ze wel nog moeten leren, is de routes die ze uitstippelden ook uit te zetten op paaltjes ;-)

Nadien reden we naar "Jólahúsið" : een kerstmiswinkel... en inderdaad, dat is normaal gezien he-le-maal niet de plaats waar we heen zouden gaan... maar IJslandse Kerstmis is toch weer iets anders, hè, met die 13 IJslandse kerstmannen, hun ouders Grýla & Leppalúði en de kerstkat Jólakötturinn...

Nadien was het weer tijd voor het "serieuzere werk" : de IJslandse natuur. Onze volgende stopplaats was de Goðafoss (foto 2). 

De Goðafoss is één van de grotere IJslandse watervallen. Ze is hoefijzervormig. De Skjálfandafljót, een gletsjerrivier, verspreidt zich over een breedte van 30 meter en valt zo’n 12 meter de diepte in. Door rotsen wordt ze in een paar stukken verdeeld.
Naast dat ze érg mooi is, is ze historisch ook van belang: In het jaar 1000 moest de officiële religie van IJsland gekozen worden: het Germaans heidendom of het christendom.
Er werd gekozen voor het christendom, maar (anders dan elders in de wereld) de "heidenen" mochten hun geloof nog wel binnenshuis of in afzondering belijden. Na het besluit werden heidense afgodsbeelden van een waterval gegooid, déze waterval. Deze waterval kreeg daardoor de naam "Goðafoss", of waterval van de Goden. In de Westfjorden is er nog zo eentje met dit verhaal. Die zagen we ook al, maar is niets in vergelijking met déze Goðafoss.

Door verder te rijden op de Ringweg kwamen we bij Mývatn uit. Dit is een groot meer dat 'muggenmeer' betekent. Als het windstil is (en gelukkig is het dat niet vaak) duiken ineens massa's vliegende beestjes op: muggen. Gelukkig zijn het géén steekmuggen. Ze zijn alleen heel vervelend omdat ze de neiging hebben op je gezicht, in je oorschelpen, rond je mond en neusgaten te gaan zitten... héél vervelend.
Lang waren er overigens géén steekmuggen op IJsland. Ondertussen is er wel een soort opgedaagd: een mini-soort die niet zoemt, maar die extreem bijtgraag is en héél erg jeukende bultjes nalaat, knutten. In Selfoss hadden ze ons al goed onder gehad :-( Dat zou overigens de regio zijn die het meest geteisterd wordt door de beestjes. Er wordt naar een oplossing gezocht omdat vele IJslanders allergisch reageren op de beetjes.

Enfin, naast de vele muggensoorten is de regio bekend omwille van de vulkanische activiteit, -fenomenen en massa's resten van vulkaanuitbarstingen. De extra tijd die we hadden door niet te gaan whale watchen konden we hier goed gebruiken!

Een eerste stop maakten we aan Skútustaðagígar. Op deze locatie vind je verschillende zogenaamde pseudokraters: ze zíén eruit als vulkaankraters, maar er is geen lava uit naar boven gevloeid. Het zijn in feite resten van lavabellen die ontstaan doordat lava in water of moeras terecht komt. De pseudokraters van Myvatn zijn al zo oud dat ze volledig zijn overgroeid met mos en gras. Dit fenomeen is overigens enkel op IJsland en op Mars te zien...

Vervolgens reden we naar Grænavatn, "groen meer", maar door de dikke bewolking was dat niet groen van kleur.

Bij Höfði makten we een wandeling naar de lavapilaren van 'Kálfastrandavogar' en wandelden we door het moerassige bosje dat op de oevers van het meer ligt... eigenlijk bizar dat dat bosje daar ligt: de rest van de begroeiing rond het meer is laag maar Höfði is deels rijkbegroeid met hoge struiken (voornamelijk berk).

Bij Dimmuborgir dronken en aten we eerst iets. Toen we er in 2007 waren, was er een parking van gravel. Nu is het er "wat" aangepast aan de vele toeristen die er ondertussen komen: er is een grote geasfalteerde parkeerplaats met toeristenshop en eetgelegenheid. Er kan ook geiserbrood kocht worden. Dit soort brood maken, is nog echt een traditie, die in iedere regio in IJsland met geothermische activiteit in ere gehouden wordt (filmpje): Het brooddeeg wordt, in een vorm of pot en 24 uur lang, in de hete vulkanische grond gestopt en wordt op die manier gebakken. Het geiserbrood was echter op op het moment dat we er waren. Jammer! Dat brood is superlekker, maar is niet bij een bakker of in een supermarkt te koop... je moet al wéten waar het te koop is... en dan moet het niet uitverkocht zijn...

In 2007 waren we dus al in Dimmuborgir (foto 3). We hebben toen maar een klein stukje bezocht omdat we toen de nabij gelegen vulkaan Hverfell beklommen hebben. Ine heeft het achteraf altijd jammer gevonden dat we toen niet meer "verkend" hebben... dus maakten we dat ditmaal goed. 

Tijdens een uitbarsting, 2300 jaar geleden, kwam in een sneltempo veel lava in meertje van zo'n kilometer doorsnede terecht. Door de combinatie van de snelheid en het water stolden gigantische massa's lava. Toen het water wegtrok, bleef Dimmuborgir, wat "duistere burchten" betekent, achter... en die naam is erg toepasselijk aangezien de lavaformaties allerlei in-en uitgangen en mysterieuze plekjes hebben zoals in oude burchten het geval was.

Dimmuborgir is overigens ook de locatie waar de kerstfiguren die eerder in dit bericht vernoemd werden, wonen!

Het volgende wat we op de weg rond Myvatn tegen kwamen, was ons guesthouse, "Eldá". Aangezien het ondertussen 17u geworden was, checkten we in. We hadden om dit guesthouse gevraagd: in 2007 verbleven we er ook. naast het feit dat het er eenvoudig, maar in orde was, ligt het ook ideaal om andere bezienswaardigheden in de regio te verkennen.

Die avond kookten we weer zelf en gingen we ook badderen. Ditmaal had het guesthouse geen eigen badje. We gingen naar Myvatn Nature Baths (in het IJslands: Jarðböðin við Mývatn). Deze thermale baden zijn deels natuurlijk: de 'baden' worden verwarmd met het hete water uit de grond. Door de combinatie van de lava-ondergrond van de baden en het water ontstaat er een alpenafzetting die het water zijn blauwe kleur geven. 

In 2007 gingen we er ook badderen, maar kon je maar enkele meters voor en achter je zien door de laaghangende mist. Ditmaal was het helder en konden we de omgeving zien (foto 4), al was dat niet vanuit alle baden. Voor de wind werden ondertussen (of was dit in 2007 ook al?) schuttingen geplaatst.

Ondertussen is het hier ook al erg toeristisch geworden... en duur... maar het toppunt vonden wij wel dat ons gevraagd werd bij het binnengaan of we drank wilden voor in het water... niet dat je er gaat baantjes trekken, maar je hoeft toch niet persé te drinken als je in zo'n warm bad zit!? We waren in de minderheid die dit dachten, hoor: velen zaten daar met hun glas vast... waarschijnlijk kramp krijgend in hun arm en hand om dat steeds boven het warm water te houden... toeristen...!?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten