We verlieten het kleine Þjófadalir-hutje op onze waadslofjes: na enkele honderden meters moesten we immers alweer het riviertje doorwaden waar we de dag daarvoor - aan de andere kant van het dal - ook door moesten. Zo waden kan héééél koud zijn, maar geeft achteraf altijd een zalig gevoel aan je voeten. Ze tintelen dan helemaal en lijken nadien, vooral na een zware tocht, als "nieuw".
Toegegeven Ine had het niet meer zo op rivieroversteken na de laatste van de "Laugavegur" in 2010. Toen moesten we gletsjerrivier Krossá door en deze was toen behoorlijk 'gezwollen', sterk van stroming, akelig en gevaarlijk... Maar bij deze tocht waren de te doorwaden riviertjes allemaal NIKS in vergelijking met díe oversteek! Oef!
Eigenlijk hadden we de avond er voor tussen de rhyolietbergen willen wandelen, maar omwille van die lelijke onweerswolken (die dan toch weer overdreven) deden we dit niet... Tijdens een zwaar onweer wat door de bergen gaan lopen, is toch iets té avontuurlijk voor ons ;o) We vroegen ons wel af of we hier geen spijt van gingen krijgen... maar gezien het feit dat deze vierde en laatste Kjalvegurtocht gedurende de eerste kilometers langs dit soort bergen liep, hoefden we geen spijt te hebben!
Op een gegeven moment ging het wandel- en ruiterpad over in een F-weg. We konden kiezen op dat punt: of we wandelden rónd een berg/heuvel of eróver. Wij kozen voor het laatste: dat zou het mooiste uitzicht op de omgeving geven. De weg was wel steiler dan hij eruit zag... maar het uitzicht was zeker de moeite. Bovendien strekte zich bovenop de berg een zwart/bruin desolaat landschap uit, waar wij lunchten... in de zon... Zonnig was het trouwens tijdens heel de wandeling, maar toch droeg Ine een tijdje handschoenen en een muts: Er blies namelijk een kil noorderwindje...
Na deze heuvel/berg zagen we onze bestemming, Hveravellir met z'n rookpluimen, al liggen. We moesten enkel nog door een gedeelte van een lavaveld... Maar wat wij dachten dat de hut was, was het weerstation van Hveravellir. Hier werden de week voordien ook nog die kleine aardbevinkjes geregistreerd (blogbericht). De Hveravellir-hutten lagen nog een klein stukje verder.
Een werknemer van het beschermd gebied "Hveravellir" wees ons de weg naar de hut die de volgende twee dagen en nachten onze 'thuis' zou worden. Ze bleek langs de/het warmwaterbron / -bad te liggen! I-de-aal dus!
Na wat uit te pakken, wasten we allebei onze haren onder de kraan... Jaaaáaaaaa, lo-pend water! Dat was alweer even geleden! En onze haren wassen was al geleden van de ochtend toen we uit Reykjavík vertrokken... Heeeeeer-lijk! Onze hoofdhuid tintelde van tevredenheid ;o)
Na een eerste wandeling over de houten wandelpaden van het geothermisch veld van Hveravellir, dat dan weer áchter onze hut (ook al 'n oude, deze was van 1938) lag, dronken we wat Sprite... Mmmmmmm, lekker zoet! Wat kan je genieten van "kleine" dingen als je ze even niet hebt gehad... maar dat ben je vervolgens weer snel vergeten...
Uit het bad komen was behoorlijk koud met het kille windje dat er nog steeds was... maar wel zalig dat we nog 'ns helemaal nat waren geweest!
Om ons toch dagelijks te kunnen wassen en op te frissen, hadden we vochtige wegwerpwashandjes meegenomen, maar zo'n bad - in trouwens NIET naar zwavel-ruikend water - was zaaaaaaalig !
Het grote verschil tussen de Hveravellir-hut en de andere hutten!? De mensen die we in de vorige hutten tegen kwamen, waren (op zich) best vriendelijk en hielden rekening met de andere aanwezigen... Dat was to-taaaaaal niet het geval in Hveravellir... De oorzaak!? Deze plek is toeristisch... Hier zijn de mensen helemaal anders... Ze houden veel minder (tot geen) rekening met anderen en denken voornamelijk aan zichzelf... Jammer... maar dat is een van de nadelen van het toerisme...
Geen opmerkingen:
Een reactie posten