Op zaterdag 30 september '23 vertrokken we vanuit onze stuga in Brösarp, helemaal in het zuiden van Zweden, om de omgeving verder te verkennen.
Eerst gingen we naar Stenshuvuds nationalpark... maar dat bleek niet zo eenvoudig omdat de wegen in die richting allemaal dicht waren. Uiteindelijk begrepen we waarom: op de route naar het nationaal park lag een grote appelhandelaar die appelfeesten hield... wat een drukte daar! Die Zweden houden precies echt van hun übermelige appeltjes... -sapjes en wijn...
Enfin, nadat de verkeersregelaar begreep dat we niet op het veld wilde gaan parkeren voor het appelfeest, maar door wilden rijden, geraakten we dan toch aan de hoofdingang van Stenshuvuds nationalpark.
Stenshuvud betekent "stenen hoofd". De heuvel Stenshuvud steekt namelijk hoog (97 m) boven het landschap uit. Volgens een legende verwijst de naam van Stenshuvud echter naar de reus Sten, die samen met zijn vrouw in de grot Giddastuan in dit gebied woonde... dus niet stenen, maar "Stens hoofd"
Stenshuvud is een heuvel die uitsteekt in de Oostzee (Baltische Zee) en van ver in de omtrek te zien is. Het gebied is slechts 400 hectare (waarvan 80 zee) groot. Een deel van de kustlijn van het park is rotsachtig, een ander deel bestaat uit een, voor Zweedse begrippen, breed zandstrand. Er is ook bos en moeras. Het bos is een van de grootste aaneengesloten haagbeukenbos in Zweden. Ook is een gedeelte van het bos in Stenhuvuds nationalpark eikenbos.
Wij maakten een wandeling in het nationaal park (foto 1). We startten in het haagbeukenbos, wandelden langs een moeras en liepen via het eikenbos aan de oostkant van Stenshuvud weer terug. We "beklommen" Stenshuvud niet. Op verschillende stukken van de uitgestippelde wandeling moesten we over érg rotsachtige stukken stappen.
Bij ‘Stenshuvud Fyr’, een kleine witte vuurtoren (foto 2), gingen we even 'piepen' naar de zee en de rotsen in de branding: best mooi. De vuurtoren werd aan het begin van de 20e eeuw gebouwd en het licht werd toen aangedreven door gas en later door elektriciteit. Het vuurtorentje is altijd onbemand geweest. Tegenwoordig is hij gedoofd.
Na de vuurtoren passeerden we een mooi stukje zandstrand. Dat dit veel bezocht wordt in de zomer, was toen ook nog te merken: er waren wat gezinnen aan het spelen op het strand en mensen aan het zonnen... niet met bikini en zo: het was net geen 20°C.
Toen we vertrokken met deze wandeling waren we van plan om ook nog een tweede wandeling te maken in het nationaal park. We besloten dit toch niet te doen omdat Ine de wandeling, met die rotsachtige ondergrond vermoeiend had gevonden en omdat ze meer zin had om nog iets anders te doen die dag.
Op een tiental minuten van het nationaal park, in Kivik, reden we nadien naar "Kungagraven" of "Koningsgraf". Spijtig genoeg was dit al gesloten voor dit jaar. Van langs de weg konden we wel een berg stenen zien liggen (foto 3), maar het bijzonderste, de bewerkte stenen, konden we niet zien.
Kungagraven stamt uit de noordse bronstijd. Het is de enige grafheuvel in Scandinavië die met stenen bedekt is. Het is ook één van de grootste met zijn enorme diameter van 75 meter en een hoogte van 3,5 meter. Wat wij helaas niet konden zien, is de grafkamer. Dit is een kist gemaakt uit verschillende stenen. Op acht van de stenen bevinden zich 3500 jaar oude rotstekeningen van schepen, paarden en mensen.
Deze grafheuvel werd gedurende duizend jaar gebruikt en daarna opgegeven. Tijdens de volgende eeuwen werd het graf afgesloten en volledig bedekt met stenen.
In 1931 en 1933 werden archeologische opgravingen gedaan en zouden de resten van een koning ontdekt zijn, vandaar de naam "koningsgraf". In 2005 werden de opgegraven beenderen nogmaals onderzocht. Er bleek geen koning te zijn begraven maar wel zes personen, waaronder vijf tieners tussen 10 en 17 jaar. Ze werden niet allemaal in dezelfde periode begraven. Kungagraven is dus zeker geen koningsgraf maar eerder een kindergraf. Dit is dan ook de reden dat tegenwoordig vaak de naam "Kiviksgraven", graf van Kivik, gebruikt wordt om de grafheuvel aan te duiden.
Omdat we die tweede wandeling niet maakten, hadden we tijd voor een bezoek aan Simrishamn. Er was, in het centrum en in de haven, niet veel te zien. Oké, het klopte wel, zoals de reisgids beloofde, dat er veel kleurrijke gebouwen en huizen staan... Op een fika en rondwandelingetje na deden we er niet veel, maar vlak buiten het centrum van Simrishamn was er wél veel te zien!
We bezochten nog maar eens rotsgravures uit de Noordse ijzertijd. Op de andere locaties die we, elders in Zweden, bezochten waren de gravures steeds rood ingekleurd. Op déze 2 locaties waren ze dat niet. Dit maakte dat we dus echt moesten zoeken naar de gravures... en dat vonden we erg leuk!
Voor de Stenkilsristningen-gravures hadden we een plannetje en zochten we ijverig aan de hand van dit plannetje (foto 4).
Stenkilsristningen heeft 65 tekeningen en 100 "komputjes" (kleine rondjes). Er worden onder andere schepen (foto 5), mensen en paarden afgebeeld.
Yxornas Häll (foto 6) is groter dan Stenkilsristningen. Het heeft zo'n 200 gravures. Er zijn heel veel bijlen uitgekrast, maar ook weer veel schepen en van die komputjes. Het lag ook niet zo omgeven door bomen waardoor de zon op de rots scheen. De schaduwen bij Stenkilsristningen bemoeilijkten de zoektocht een beetje.
Ook nog in Simrishamn, liggen de "Järrestads hällristningar". Op zich liggen ze maar tien minuten rijden van die vorige, maar we hebben er best lang naar gezocht!... en gelukkig dat we vol hielden, want dit was een hele bijzondere!
Järrestads hällristningar worden beschouwd als een van de grootste rotstekeningen van de Scandinavische regio. Er staan meer dan 1.200 afbeeldingen op een kwartsplaat van 500 m². De gravures liggen binnen een gebied van 22 bij 23 meter en bestaan uit zes ruiters te paard, drie wielkruisen, vier spiralen, 25 schepen, 4 dierfiguren waaronder slangen, zo'n 700 komputjes, enkele wapenafbeeldingen en 210 voeten.
Het meest bekend is een grote menselijke figuur genaamd "Dansaren". Daarom worden deze rotstekeningen ook Dansarens Häll genoemd. De mensachtige figuur dankt zijn naam aan het feit dat hij lijkt te dansen (foto 7). De betekenis is niet duidelijk.
Van de 210 voetzolen zijn er 130 volledig uitgewerkt met tenen (foto 7). Ze zijn allemaal zo uitgesneden dat de sporen van de "onzichtbare godheid", zoals ze zijn geïnterpreteerd, over de rotsplaat naar het zuiden lopen.
Voor onze laatste stopplaats van die dag moesten we een steile heuvel opstappen (foto 8) want daar bovenop stond het stenenschip dat we nog wilden zien, Alnabjä Skeppssättning.
Tegenwoordig zijn er nog maar vier stenen over van het scheepsvormige graf bij Alnabjär. Buiten het stenenschip liggen er ook verschillende kleinere ronde en ovale cirkels van stenen. Er zijn legenda over deze graven, maar wat zeker is, is dat deze heuvelrug, Gårdlösa, ooit de residentie was van een zeer machtige familie.
's Avonds hield Ine zich bezig met een hele reorganisatie van de bagage en alle andere spullen om al hetgeen we nodig hadden op hotel slechts in één tas mee te kunnen nemen: het was namelijk de allerlaatste avond in een stuga en dat we zelf zouden koken...









Geen opmerkingen:
Een reactie posten