Op maandag 5 september '22 verlieten we de hoofdstad
Tbilisi. Onderweg naar de eerdere hoofdstad,
Mtscheta, stopten we eerst bij het
Dzjvariklooster (foto 1). Dit klooster uit de zesde eeuw kijkt uit op Mtscheta. Doordat Ine nog een sjaal over haar hoofd moest doen, was ze later in de kerk als Johan. Hierdoor werd enkel Johan, en niet Ine, bewierookt... Tot nog toe heeft Johan hier nog geen voor- of nadeel van ondervonden, maar wie weet, komt dat nog... ;o)
Van op de klif waar het Dzjvariklooster ligt, keken we ook op de plaats waar de Aragvi in de Koera stroomt. Beide rivieren hebben een andere kleur van water. De ene lijkt lichter blauw dan de andere. Deze Koera is 1.515 km lang en stroomt door Turkije, Georgië en Azerbeidzjan.
Het weer is op dat moment zalig: zonnig met wat wolken en rond 25°C.
Na het bezoek aan het Dzjvariklooster reden we naar het stadscentrum van Mtscheta. In het verleden speelde de stad een belangrijke rol. Het was van de 3e eeuw voor Chr. tot de 5e eeuw de hoofdstad van Kaukasisch Iberië. Het was ook in Mtscheta dat de Georgiërs overgingen op het christendom en de Georgisch-orthodoxe Kerk stichtten.
Zoals overal op toeristische plekjes stonden ook in Mtscheta kraampjes met allerlei zaken. In Georgië zijn er steevast "tsjoertsjchela's" te koop. We hadden ze begin 2020 op de Beurs Bijzondere Reizen Breda leren kennen... en ze vielen meteen in de smaak! Een tsjoertsjchela ziet er uit als een worst, maar is een sliert noten met daarrond gehard druivensap. In Mtscheta bood chauffeur/gids George ons er enkele aan. Mmmm!
De oorspronkelijke kerk werd er geplaatst in opdracht van de (later heilige)
Nino. Van die oorspronkelijke kerk, uit de 4e eeuw, is niet meer veel over. De meeste delen van de kerk zijn gebouwd in de 11e eeuw. Binnenin is duidelijk te zien dat dit een belangrijke kerk is: er is veel pracht en praal.
In het verleden werden de kerken meestal ommuurd, zodat men zich in onveilige tijden zich achter deze muren kon verzamelen om veilig samen te kunnen zijn. Ook deze kerk is ommuurd met een dikke muur.
Van op de binnenplaats zie je er, op een klif, het Dzjvariklooster ook liggen (foto 2 rechts achteraan).
We reden de "Georgische Militaire Weg" op, waarlangs we nog enkele stops maakten. Die weg loopt vanuit de Georgische hoofdstad ver Rusland in. De tweebaansweg bestaat sinds 1799 en werd door de Russen aangelegd. Er rijdt veel vrachtverkeer naar Rusland op. Wij reden er tot bijna in Rusland op. De weg loopt doorheen de Kaukasus, wat'm erg mooi maakt.
Het
kasteel van Ananuri (foto 3) ligt erg mooi aan de oevers van een stuwmeer. Het meer wordt gevormd door de mooi gekleurde rivier
Aragvi. Zoals vaak in Georgië is het kasteel een ruïne en is de kerk gerestaureerd.
Nadien kwamen we al snel hoger en hoger in de bergen. Het werd steeds frisser en bewolkter.
We stopten ook aan het
Russisch Georgisch Vriendschapsmonument (foto 4). Het monument is een teken van de vriendschap tussen beide landen tussen 1783 en 1983. Het monument geeft verschillende gebeurtenissen in hun geschiedenis weer in mozaïeken... ondertussen is de vriendschap wel een beetje 'bekoeld'. Vanaf deze locatie, op 2.200 m hoogte, was het uitzicht over de "Duivelsvallei" en de bergen prachtig! ...en hier waren we blij met onze fleece!
Even voorbij de Dzjvaripas passeerde we een oranje heuveltje, een mineraalafzetting van sterk ijzerhoudend water: helemaal ons ding!
Voorbij dit punt werd het steeds bewolkter en sloop er steeds meer laaghangende mist de valleien binnen.
Normaal gezien hadden we een top uitzicht vanuit ons hotel op de omliggende bergen van
Kazbegi/Stepantsminda... maar ja, mist, hè...
's avonds wandelden we de heuvel van ons hotel naar beneden om uit te gaan eten. Gelukkig was er nog een beetje straatverlichting... want de koeien (die niet gemolken worden) lopen los in Georgië en die laten nogal eens 'iets' vallen...
Geen opmerkingen:
Een reactie posten