01 juli 2022

Dag 6, donderdag 23 juni 2022

Helemaal kiplekker was Ine nog niet na een lange (maar onrustige) nacht, maar het was wat het was en we reisden verder...

bij thuiskomst bleek het, na een zelftest, corona te zijn... en dat is op zich vreemd want toen Johan de omicronbesmetting had, werd Ine niet ziek... en dus dachten we dat Ine net géén corona zou hebben...

 Tegenwoordig doen de rendieren in Oost-IJsland het best goed. Er wordt beoogd om er jaarlijks zo'n 3.000 in leven te houden. In 2007 zagen we er geen, ditmaal zagen we er een achttal.

Onze geplande eerste stopplaats was Stokksnes. Daar wilden we, net als in 2007, zeehondjes kijken en de Vatnajökull mooi zien. We wilden ditmaal ook de andere kant opkijken, om de Vestrahorn te zien... dat wilden we dus... maar deden we niet. De boer van wie de grond is, laat toeristen blijkbaar niet meer gratis door. Om het schiereilandje te bereiken moet je ISK 900 (= € 6,50) betalen... daarvoor kan je enkele informatieborden lezen en krijg je zicht op natuur waar die boer niks voor hoeft te doen... principieel hebben we dit niet betaald. De foto's van de Vatnajökull konden we ook van op een andere plaats maken!

De Vatnajökull is IJslands grootste gletsjer. In Europa is enkel een gletsjer op Spitsbergen (N) groter. De gletsjer is zo'n 8100 km² groot. De ijskap is tot 1000 meter dik... maar zoals alle gletsjers ter wereld is ook deze serieus aan het smelten...
...en dan komen we meteen bij het dubbele van gletsjermeren: door de opwarming smelten gletsjers en lossen er stukken van die grote ijsmassa... en die stukken/ijsbergen komen dan in een meer voor de gletsjer terecht... en dat is héél triest... maar ook héél mooi. Op IJsland kan je ondertussen verschillende van deze gletsjermeren bezoeken. Jökulsárlón (foto 1) is het eerste en ook mooiste... maar wat is die gletsjer al gigantisch teruggetrokken sinds 2007 en 2016, de vorige keren dat we er waren... :-(



Jökulsárlón ontstond in de jaren 1934-1935. Het meer groeide echter snel van 7,9 km² in 1975 tot minstens 23 km² op dit moment. Het meer is zo'n 250 meter diep. Als je in het water valt, is de kans klein dat je dit overleeft gezien de watertemperatuur...

Op dit moment lag er maar één "blauwe" ijsberg... die is natuurlijk niet echt blauw van kleur, maar krijgt deze kleur door de absorptie van zonlicht. De luchtbellen zijn uit het ijs geperst. Hierdoor neemt de grootte van de ijskristallen toe zodat ze helderder worden. Meestal betekent dit dat de ijsberg omgevallen is (meer info).

Jökulsárlón ligt aan de kust. De ijsbergen drijven af naar zee. Ze komen door de golven op het zwarte strand terecht. Dit strand wordt daarom "Diamond beach" genoemd. Op het moment dat we er waren lagen er niet veel "stervende" ijsbergen op het strand.

Een beetje verder dan de verschillende gletsjermeren gingen we wandelen. We wandelden naar een uitzichtpunt op de groene kloof Múlagljúfur (foto 2)... "klimmen" dus... Ine haar zieke lijf wilde niet echt mee, maar na aanmoedigingen en de overtuigingskracht van Johan wandelde ze toch maar verder... en já, het was het afzien wel écht waard!



Onze volgende stopplaats, Nationale Park Skaftafell, bezochten we ook al in 2007 en 2016. In 2007 deden we een lange wandeling maar was de gletsjer, door het slechte weer, niet te zien. In 2016 wandelden we, vanwege het snel gaan donker worden maar het goede weer, enkel naar het uitkijkpunt naar de gletsjer. We vonden het toen jammer dat we niet opnieuw naar de Svartifoss ("zwarte waterval"; foto 3) konden gaan... dus wilden we dat persé ditmaal doen.
Gezien de tijd, de voet van Johan, het ziekzijn van en het sowieso pijnlijke lijf van Ine besloten we dat de wandeling naar de Svartifoss ook de enige wandeling zou zijn die we in het Nationaal Park zouden doen.

Svartifoss ligt in een smalle kloof van de berg tussen twee gletsjertongen van de Vatnajökull... en het ligt best hoog op die berg... dat werd dus enkel maar "klimmen" tot aan de waterval. Ondanks de aanmoedigingen en overtuigingskracht van Johan lukte het hem ditmaal niet om Ine mee te krijgen tot aan de bodem van de waterval... Ine haar knieën deden veel te veel pijn om de kloof af te dalen én er weer uit te gaan. Ze besloot dus om aan het punt waar ze de Svartifoss helemaal kon zien van bovenaan de kloof terug te draaien. Johan ging wel verder en maakte de foto in dit bericht.

Overnachten deden we in Hotel Skaftafell... één van de laatst gewijzigde overnachtingsplekken (lees meer)... en aangezien je in een hotel niet zelf kan koken, aten we in het restaurant van het hotel.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten