30 juni 2022

Van Noord naar Oost

Op woensdag 22 juni trokken we na ons ontbijt, mét voor Johan lekkere IJslandse zalm, richting het oosten van IJsland. 

Al na zo'n 65 km verlieten we de Ringweg... om de oude Ringweg (sinds '99-'00 n° 901) op te rijden. Langs deze deels gravel deels geasfalteerde weg ligt boerderij Möðrudalur. Dit is de hoogst bewoonde plek van IJsland. De boerderij met kerk, koffiehuisje, tankstel en ondertussen ook guesthouse en toeristisch winkeltje ligt op 469 m boven de zeespiegel. Met goed weer, zoals toen (en in 2007), zie je vanaf die plek de bekende tafelberg Herðubreið... met bovenop een dik wolkendek.

Toen we even uitstapten om enkele turfhuisjes te fotograferen, hoorden we katachtige geluiden die onze aandacht trokken... en toen zagen we, onder de vlonders van het guesthouse naar de eetzaal, geen poesjes, maar twee jonge poolvosjes! Ze waren aan het spelen, maar bleven wel op hun hoede voor ons. Af en toe gingen ze toch maar weer schuilen, maar dan was de neiging om te spelen weer te groot... zó schattig! Zouden de toeristen die over die vlonder stapten, eigenlijk weten dat daar een vossennestje was? Ze schoten immers het nest in van zodra iemand op de vlonder stapte. Hieronder zie je een kort filmpje van de vosjes:

Van aan Möðrudalur reden we verder tot we weer de Ringweg op zouden rijden. Daarbij kwamen we door Jökuldalsheiði (foto 2). Dat is een hoogvlakte waar niks lijkt te groeien en alles bruin of zwart lijkt... de uitbarsting van 1875 van de in de buurt liggende Askja zorgde voor veel assen, lava en stenen. 
Onbegrijpelijk dat er tot zo'n 100 jaar geleden nog verschillende boerderijen stonden en families woonden. In 1946 verlieten de laatste inwoners de dorre hoogvlakte... zéker omdat het er steeds zo hard waait! Ine maakte dit filmpje van Johan die de auto in stapt en toch wel wat last heeft van die wind... ;oD


Toen we in 2007 in de regio waren, was onze volgende bestemming, Stuðlagil (foto 3), nog niet gekend. Het lag toen nog onder het water van gletsjerrivier Jökulsá á Dal. Doordat in het IJslandse binnenland een (controversiële) stuwdam / waterkrachtcentrale om stroom op te wekken geplaatst werd, zakte het water in de rivier... en kwamen de mooie basaltkolommen te voorschijn!

Op korte tijd is Stuðlagil een serieuze toeristische trekpleister geworden. Er werd een uitkijkpunt gemaakt en een brug over de rivier gelegd. Over een nu nog slecht weggetje bereik je een parkeerplaats dicht bij waterval Stuðlafoss. Een eenvoudige wandeling van een half uurtje bracht ons daarna naar de mooie canyon.

Na 100 km rijden, kwamen we aan aan onze volgende bestemming: Hengifoss (foto 4). Deze bezochten we ook in 2007.

De Hengifoss, wat hangende waterval betekent, is 118 meter hoog. De rotswand is zeer kleurrijk: metersdikke basalt met daartussen dunne rode lagen klei... maar vooraleer je daarbij komt, moet je nog enkele andere watervallen passeren en heel wat "klimmen"... en net dat 'klimmen' lukte Ine niet meer iets meer dan halverwege: haar lijf liet het na een paar dagen wandelen wat afweten. Ine bleef op een bankje zitten, terwijl Johan wél tot boven wandelde... want zijn linkervoet wilde wél nog.

Na de Hengifoss hadden we nog maar één ding te doen: naar ons guesthouse rijden. Hiervoor meden we zo veel mogelijk de Ringweg. We namen de Öxi-pas. Doordat het goed weer was en tegenwoordig enkele beken overbrugd zijn, was de route goed te nemen, al was de weg kronkelig en steil. Net als vele bergpassen is het landschap er weids en mooi. Op het einde van de pas reden we langs het typische ruwe bergachtige landschap van de Oost-fjorden (foto 5).

Aangekomen in het vissersdorpje Djúpivogur reden we naar het hoofdgebouw van Hótel Framtíð, waar we de weg gewezen kregen naar hun hostel. Tegen dat we daar aangekomen kwamen, voelde Ine zich echt wel ziekjes.

De keuken van het hostel leek super goed uitgerust, maar dat léék maar zo... Johan kreeg wel een lekkere maaltijd in elkaar gebokst... en moest verder de hele avond alleen doorbrengen want Ine kroop vroeg haar bed in om uit te zieken. Het geplande bezoekje aan het buitenbadje in zowat de middle of nowhere ging dus niet door... maar zelfs Johan vond het daar te koud voor, aangezien er geen kleedhokje was aan het badje.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten