Op zondag 4 april '21 hielden we een rondrit doorheen het oosten van Henegouwen en een stukje provincie Namen. De dag startte koud en bewolkt, maar de zon kwam er tegen de middag toch regelmatig door, al bleef het frisjes.
We gingen rondneuzen bij de scheepslift van Houdeng-Goegnies (foto 1), het hellend vlak van Ronquières (foto 2), in Thuin (foto 3), bij de Abdij van Aulne (foto 4) en in Philippeville (foto 5).
De scheepslift van Houdeng-Goegnies is een hydraulische lift op het Centrumkanaal dat de Maas en Schelde verbindt. Naast de lift van Houdeng-Goegnies zijn er nog drie zulke liften op dat kanaal. Ze behoren tot het UNESCO-erfgoed.
De scheepslift dient om een hoogteverschil van 15,40 meter tussen twee gedeelten van het kanaal te overbruggen. De schepen varen in 'bakken' die vervolgens naar beneden zakken of, naargelang de richting het schip vaart, naar boven getrokken wordt, waardoor het schip weer verder kan varen.
Doordat wij er op zondag waren, werd er niet gevaren. Toch was het zien van de scheepsbrug bijzonder: wat een staaltje vernuft!
Onderweg zagen we dat we in de buurt van Ronquières waren, wat ons op dat moment deed beslissen om naar het "hellend vlak" te gaan... ook zo iets vernuftig! echt bizar eigenlijk! een kabelbaan voor schepen!
Het hellend vlak bevindt zich op het Kanaal Charleroi-Brussel. Het overbrugt het hoogteverschil met het Henegouws Plateau.
Het vlak is 1400 meter lang en overbrugt een verval van 68 meter, met een hellingsgraad van bijna 5%. Er zijn twee scheepsbakken. Die bakken rijden als wagons over rails en worden met kabels voortbewogen.
Na de twee scheepsliften reden we naar het middeleeuwse vestingstadje Thuin, een half uurtje saaie weg verder. We stopten bij het belfort en wilden naar de hangende tuinen wandelen... maar Ine besloot al snel dat de afdaling te steil en lang voor haar enkel was, waardoor Johan verder wandelde en zij de auto nam... en het duurde even vooraleer we elkaar terug zagen... Eerst zat Ine op een doodlopend weggetje zonder parking en nadien moest ze het hele stadje weer door en rond om bij Johan te geraken... tja, oude stadjes...
Het belfort van Thuin staat op de werelderfgoedlijst van Unesco, maar was (aan de buitenkant) niet zo heel bijzonder. De hangende tuinen zijn gekoppeld aan de bouw van de vestingwerken van de stad. De hangende tuinen, zo'n 200 terrasvormige tuintjes, zijn tegenwoordig voornamelijk bedekt met wijnranken die een zoete en natuurlijke wijn opleveren.
Ondertussen was de zon er uit gekomen en was het, weliswaar met de jas aan, aangenaam picknicken in dat zonnetje met zicht op die hangende tuintjes.
7 km verder stopten we aan de Abdij van Aulne. Deze abdij, deels ruïnes, is best fotogeniek.
De abdij zou al in 637 gesticht zijn en heeft zowel rustige als turbulente tijden gekend. De monniken verwierven heel wat grond in de omtrek, hadden heel wat huizen in verschillende steden en bood een opleiding aan aan de Leuvense universiteit.
In 1775 was de bouw van de abdij eindelijk klaar, maar in 1794 werd, door het geweld van de Franse Revolutie, de abdij vernield tot ruïnes. Een gedeelte van de ruïnes werden gerenoveerd in de 19e eeuw, een gedeelte zijn gebleven zoals ze waren.
Nadien reden we nog naar Philippeville. We wisten dat daar niet veel te zien en doen was, maar het was anders te vroeg om al terug naar het appartement te gaan. We haalden ook nog een vieruurtje uit bij de bakker... omdat het Pasen was, he ;oD





Geen opmerkingen:
Een reactie posten